37 épisodes

Podcasts voor leraren, schoolleiders en betrokkenen om ze te sterken bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz Podcas‪t‬ Nivoz

    • Arts

Podcasts voor leraren, schoolleiders en betrokkenen om ze te sterken bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

    #37 Ton Bruining over zijn missing link: ‘In de kunsten weet ik mij geborgen.'

    #37 Ton Bruining over zijn missing link: ‘In de kunsten weet ik mij geborgen.'

    ‘In de kunsten weet ik mij geborgen,’ zegt Ton Bruining (64), wiens naam de meeste zullen koppelen aan zijn lange werkzame periode, ruim 20 jaar, als adviseur en directeur van de KPC Groep. ‘Mijn professionele onderwijs-dna,’ zo vertelt hij zelf in deze podcast, ‘bestaat uit drie strengen: de pedagogiek, de onderwijskunde en de organisatiekunde. Maar wat ze onderliggend verbindt zijn toch de kunsten, het makerschap en het vertellen.’
    ‘Het heeft er eigenlijk altijd al ingezeten,’ zegt Ton Bruining, geboren en getogen in Eindhoven over zijn liefde voor én de betekenis van de kunsten, het ontwerpen en maken, het muzische en het theaterwerk. In deze podcast vertelt hij honderduit, vanaf zijn tijd op de middelbare school, via zijn eerste professie – als diëtist  - tot aan de herfst van zijn carriére toen de aandacht voor het kunstzinnige denken en doen pas echt ontbrandde. En hij richt zich tussendoor tot het onderwijs, tot de scholen en de professionals. ‘In een uitnodiging, niet als een zevende competentie in een nieuw curriculum.’
    Bruining koestert een andere manier van werken, haalt zijn inspiratie uit een andere wereld. Of het nu een ontmoeting gaat met ontwerpers en studenten op de Dutch Design-week, om ontdekkingen die hij doet als hij een rol van Shakespeare speelt, dan wel het zomerfestival Buitenkunst bezoekt.  ‘In mijn leven, zowel als ik voor een bepaalde opgave sta als wanneer ik door een bepaalde crisis heen ga, zoek ik altijd wel op een of andere manier naar houvast. En eigenlijk ondervond ik al snel de beperking wanneer je alleen in het traditionele, wetenschappelijke, cognitieve, bijna routinematige spoor zit.’
    Anders dan in de academische wereld gebruikelijk is, laat hij zichzelf graag verassen door het toeval, door het gezamenlijk werken en maken, door een verwonderende blik naar buiten. Hij toont het boek Kunst – mest voor organisaties - een uitvloeisel van het externe netwerk Vanwoodman, waar ook Joseph Kessels toebehoorde. En hij duikelt een proefschrift op, waar hij zo’n beetje tegelijkertijd aan werkte. Werken en leren in de frontlinie van de publieke dienstverlening uit 2008, alweer.
    Bruining zocht er de randjes op en koos voor een afwijkende aanpak én vorm: hij verpakte zijn onderzoek en verhaal in een spannende detective, een manier die in het huidige academische klimaat waarschijnlijk, zo denkt hij zelf, niet meer mogelijk zal zijn. Terwijl de urgentie misschien wel nooit zo groot is geweest. ‘Wat de wereld nodig heeft, is dat we eigenlijk moeten ontsnappen aan een-dimensionele manier van denken. En ja, de kunsten openen allemaal hele relevante paden om nieuw denken, anders denken mogelijk te maken. En ook de kunstenaar in jezelf, in die zin dat ook het makerschap bij mensen ermee loskomt.’
    Door af en toe in zo’n maakmodus te komen, komt ook de kunst met een grote K veel dichterbij, vertelt Bruining. ‘Die gaat tot je spreken, je gaat er zelf naar leren luisteren. En daarin denk ik dat je als mens kunt groeien en van meer betekenis kunt zijn voor de mensen om je heen, voor community-building, voor de samenleving. Kunst is heel divers, het is een middel, een taal. En er zit enorm veel potentieel in.’
    Vanuit de KPC Groep vervulde Ton Bruining  de rol van lector Vraaggericht leren bij Avans Hogeschool en sinds 2016 is hij lector Leiderschap in onderwijs bij Avans-plus. Daarnaast is hij docent in de master Leren en Innoveren bij de Marnix Academie. ‘De scouting meegerekend vervul ik gedurende 53 jaar van mijn leven verschillende leidinggevende rollen.’
    De laatste jaren trekt hij op in de NIVOZ-lectorenkring en vormt hij een ‘muzisch gezelschap’ en een ‘collectief van makers’ in een kenniskring Normatieve professionalisering. ‘Het nadenken, leren, onderzoeken, kennen krijgt daar een heel sterk performatief karakter. Naast verwondering kan ook

    • 1h
    #36 Over Klassen en de onvermijdelijke tragiek: ‘Tegen een samenleving waarin de druk zo groot is, kun je eigenlijk niet op.’

    #36 Over Klassen en de onvermijdelijke tragiek: ‘Tegen een samenleving waarin de druk zo groot is, kun je eigenlijk niet op.’

    In de documentaireserie Klassen is onderwijssocioloog Eddie Denessen bevestigd in wat hij weet. ‘Dat leraren veel van hun leerlingen houden, dat scholen inderdaad bijdragen aan de kansen van kinderen en dat het adviseren in groep 8 zo snel mogelijk moet worden afgeschaft.’ In deze NIVOZ-podcast rafelt hij met Rikie van Blijswijk de problematiek rondom de gelijke kansen verder uit. En wijst hij vooral op een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
    Sinds 2016 bekleedt Eddie Denessen als bijzonder hoogleraar de leerstoel ‘Sociaal-culturele achtergronden en differentiatie in het onderwijs’ aan de Universiteit Leiden. Hij spant zich in om het aandeel van ons onderwijs in de groeiende sociale ongelijkheid door te lichten. Denessen laat zien dat er verbanden zijn en dat de klem waarin het onderwijs verkeert – en de druk die zich in het systeem heeft genesteld - er een is van een grotere orde.
    De bewogen beelden en fragmenten uit de serie Klassen, waarover ook op de NIVOZ-website veel is gepubliceerd, , legde het systemische probleem genadeloos bloot. Aan de onmacht en tragiek rondom de hoofdrolspelers viel niet te ontkomen. Letterlijk en figuurlijk. ‘Tegen een samenleving waarin de druk op succes zo groot is, kun je eigenlijk niet op. En dan denk ik aan die uitspraak van Basil Bernstein (1970),  Education can not compensate for society. Wij zitten in een maatschappij die dit op een of andere manier veroorzaakt, of legitimeert, dat we op deze manier met leerlingen omgaan en die druk zo hoog leggen.’
    Het probleem kun je dus niet alleen op het bordje van leraren schuiven. Daarnaast zijn leraren zelf weliswaar actoren, maar eigenlijk spelers van een spel waarvan de spelregels door anderen worden bepaald. Ze ervaren een professioneel conflict tussen het appel dat de kinderen op hen doen en de eisen die extern worden gesteld, zeker als het gaat om selectie en determinatie op jonge leeftijd. ‘Wil je determineren,’ zegt Denessen, ‘doe dat dan op de plek waar het aan de orde is, een paar jaar later dus, In de onderbouw van het voortgezet onderwijs,’ zegt hij.
    Het dilemma van wel of niet een eindtoets vraagt sowieso meer doordenking, laat Eddie Denessen weten. Tussen deze grote vragen en dilemma’s komt in de podcast de betekenis van het Pygmalion-effect langs en praten we over wie aangesproken moet worden op zijn verantwoordelijkheid als het gaat om het bieden van gelijke kansen. De ouders als we het hebben over achterstand of de school als het gaat om achterstelling? Of is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid?
    Onder de aanpak of mogelijke oplossingen zit volgens Denessen sowieso een basale vraag verscholen. Wat verstaan wij op school eigenlijk onder gelijke kansen? Zijn dat gelijke kansen op een welvarend leven, op een diploma, of op liefdevolle aandacht van de leraar? De urgentie voor zo’n gesprek is hoog, zegt Denessen. om te beginnen tussen docenten. ‘Die discussie over gelijkheid moet in teams gevoerd worden, omdat die sluimert en omdat die heel stiekem invloed heeft op hoe leraren hun onderwijs invullen. De praktijk kun je veel meer richting geven als je het begrip expliciteert en daar ook je ambities op uitspreekt.’

    • 51 min
    #35 Femke Keeren over het belang van verwondering: ‘Binnen de onderwijsgrenzen grenzeloos te werk gaan’

    #35 Femke Keeren over het belang van verwondering: ‘Binnen de onderwijsgrenzen grenzeloos te werk gaan’

    Wat is het belang van verwonderen in onderwijs? En wat kan dwalen daarvoor betekenen? Femke Keeren wijdde een masterscriptie aan deze vragen, een onderzoek dat zijn uitwerking niet mist. ‘Ik ben een gelukkig mens, ik heb mijn plek in de wereld gevonden.’
    ‘Het is verwonderlijk voor mij om te zien dat ik door letterlijk te dwalen een incubatietijd heb gecreëerd waarin ik de snelweg van het onderwijs heb kunnen verlaten en over kronkelpaadjes kon gaan,’ schrijft Femke Keeren in haar scriptie, een afsluiting van de master Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit. ‘Het laat mij zien dat het mogelijk is om in onderwijs het objectieve en subjectieve, het analytische en poëtische te verbinden en binnen de onderwijsgrenzen grenzeloos te werk te gaan. Het heeft mij een hoopvolle, nieuwe mogelijkheid getoond.’
    De scriptie – een jaar terug genomineerd voor een prijs en hier terug te lezen – was de directe aanleiding om met Femke Keeren een podcast op te nemen. Om de zoektocht en het dwalen van haarzelf, dat een voedingsbodem van verwondering kan zijn, als vertrekpunt te nemen. ‘Het is iets waar ik in mijn scriptie niet zo op ben ingegaan, maar een verwonderde blik kan je de schoonheid van het leven laten zien, ondanks alle ellende die er in de wereld schuilt. Het maakt het waardevol om hier te zijn.’
    Femke – vier jaar terug al eens stagiaire bij NIVOZ – zegt haar bestemming te hebben gevonden, zonder dat het nu of tevoren bepaald is. Haar eigen omzwervingen, uitstapjes en vele bezigheden – eigenlijk sinds haar verhuizing van Limburg naar Amsterdam – springen in het oog. Vanuit een rol als initiatiefnemer van De Bildung Academie (DBA) is ze – terug in de onderwijsstructuren - docent Humanistisch Vormend Onderwijs (HVO) in wording. Maar houdt ze vooral de ogen open tijdens haar reis. ‘Binnen of buiten de structuren, ik heb absoluut geen voorkeur meer. Ik denk dat het allebei heel belangrijk is. Buiten kun je een soort voorbeeld zijn, maar uiteindelijk wil iedereen toch vooral een verandering van het systeem teweegbrengen.’
    Bij het schrijven van haar scriptie – een literatuuronderzoek – staat ze op de schouders van een groot aantal denkers, filosofen en pedagogen, zoals Cornelis Verhoeven, Joke Hermsen, Hans Alma en Anders Schinkel.  ‘Verwondering kan ons de tijd als duur laten ervaren. Het raakt een diep ik, een profond moi, dat richtinggevend kan zijn in ons leven.’ Het onderwijs zou er, denkt ze, van opknappen. ‘In een school met aandacht voor een buitengewone tijd zouden kinderen vanuit een intuïtieve kracht verbindingen aan kunnen gaan met hun binnen- en buitenwereld. En kunnen groeien.’ 
    Precies zoals het haar is vergaan. Maar Femke Keeren, voor wie het theater, het spel en de kunsten ook nooit ver weg zijn, droomt verder. Van een plek voor de klas, met jongeren, als vakdocent HVO. En van een verdiepend onderzoek  rondom verwondering, voortbouwend op haar scriptie. ‘Ik heb heel veel kunstzinnige ideeën gekregen, maar wil ook meer op de theorie verder gaan. Ik hou erg van schrijven. Ik zou bijvoorbeeld graag met andere mensen alle paradoxen in het stuk en alle vragen verder willen onderzoeken. En ik zou eigenlijk ook een lessenreeks over, in of met verwondering willen maken. Maar ook mensen willen spreken – een op een – over een begrip als inspiratie. Mag ik jou daarvoor eens uitnodigen?’

    • 50 min
    #34 Vernieuwen op De Windroos: ‘Een gemeenschap waarin iedereen wordt gezien en uitgedaagd’

    #34 Vernieuwen op De Windroos: ‘Een gemeenschap waarin iedereen wordt gezien en uitgedaagd’

    ‘Een mooie gemeenschap vormen waarin iedereen gezien en uitgedaagd wordt’. Dat zien Jan Overweel en Anouk Geelen als hun pedagogische opdracht bij De Windroos in Wijk Bij Duurstede, een school die is ontstaan vanuit een ouderinitiatief. Jan Jaap Hubeek spreekt met ze over vorming, pedagogisch leiderschap en schoolpraktijk.
    Vernieuwingsschool De Windroos in Wijk bij Duurstede heeft een bijzondere plek in de regio vanwege het unieke karakter: elementen van Freinet- en Jenaplanonderwijs worden gecombineerd. Tegelijk staan democratie en eigenaarschap bij alle leerlingen en medewerkers centraal. Jan Jaap Hubeek spreekt in deze podcast met directeur Jan Overweel en adjunct-directeur en IB-er Anouk Geelen.
    De Windroos ontstond 42 jaar geleden. Schoolleider Jan Overweel loopt al een tijdje mee. Hij begon er als leerkracht in het eerste decennium van de door ouders opgerichte school. ‘De ouders wilden een school voor hun kinderen die zich onderscheidde van de scholen die op dat moment in de gemeente Wijk bij Duurstede waren. Elementen uit de Jenaplanscholen en uit de Freinetscholen zijn gebruikt om deze vernieuwingsschool te stichten. Het verlangen wat erachter zat was een wens om te kijken naar het individuele kind, de brede mogelijkheden van kinderen en hun uitdagingen.’  Anouk Geelen voegt toe: ‘De ouders wilden dat hun kinderen intrinsiek gemotiveerd zouden zijn om te leren.’
    Pedagogische opdracht
    ‘Voor ons is het belangrijkste dat kinderen leren in een zinvol verband, dat we ze opleiden tot democratische burgers en elk kind proberen een stapje verder te laten zetten dan dat het uit zichzelf zou hebben gezet’, vertelt Anouk, die al vanaf 2008 werkzaam is op De Windroos  Jan heeft het over ‘mooie mensen’ als het gaat om opleiden tot democratische burgers: ‘Het betekent dat leerkrachten meelopen met kinderen, met hun initiatieven. Maar er zitten ook begrenzingen aan.’  Anouk vult aan.: ‘Wat wij willen, is kinderen voldoende tools geven om zich te redden in de wereld die hierna komt. Hoe uit je jezelf, hoe presenteer je jezelf, hoe ga je om met anderen, hoe ga je om met de wereld, hoe ga je om met het klimaat?’’
    Handen en voeten
    En dat begint al in de jongste groep, bij de kleuters. Elke groep (van 1 t/m 8) begint iedere dag in de kring. De dag ervoor nog, was Jan getuige van een kring waar het ging het over handen wassen, dat het nu minder gebeurt. Kinderen concludeerden dat er posters gemaakt moesten worden om leerlingen daaraan te herinneren. Elke kring heeft een voorzitter en een secretaris die de afspraken opschrijft. De leerkracht zit er alleen ondersteunend bij. De voorzitter van deze schoolkring -  een meisje van 4 jaar -  had de taak om beurten te geven en vroeg wie er voor dit initiatief was en wie tegen. De kinderen konden hun handen opsteken. Dit is niet alleen leerzaam voor het jonge meisje, maar ook de andere leerlingen leren op deze manier hoe je respectvol met elkaar omgaat.
    Tekstencyclus
    Een ander voorbeeld is dat ieder kind, iedere week een (eigen) verhaal schrijft. Jonge kinderen tekenen dat en de leerkracht schrijft er later de tekst bij. In dat wat de ‘tekstenkring’ wordt genoemd, wordt één van de teksten gekozen. Dat is de tekst van de week. In de bespreking wordt die ene tekst met de hele klas samen ‘beter’ gemaakt: staat er wat de schrijver echt wilde vertellen?
    De schrijver van de tekst blijft eigenaar, dus suggesties worden alleen aangenomen als de schrijver ermee akkoord is. De tekst wordt vervolgens verwerkt in een taalblad, wat weer gelieerd is aan de algemene leerdoelen bij taal en spelling. En zo is de cyclus rond.
    Eerder schreef Geert Bors een schoolportret over De Windroos: Freinet ontmoet jenaplan aan de Nederrijn

    • 36 min
    #33 Cornelis Verhoeven, zijn werk en zijn betekenis voor het onderwijs van vandaag

    #33 Cornelis Verhoeven, zijn werk en zijn betekenis voor het onderwijs van vandaag

    Hester IJsseling en Joop Berding spreken in deze NIVOZ-podcast over het werk en de betekenis van filosoof Cornelis Verhoeven (1928-2001) voor het onderwijs van vandaag. Over verwondering, vertraging en uitstel.
    Hester IJsseling - lector Professionaliseren met Hart en Ziel aan de Thomas More Hogeschool in Rotterdam - volgde tijdens haar studie filosofie eind jaren tachtig college bij Cornelis Verhoeven. De ontmoeting met de persoon en diens werk is van blijvende invloed op haar denken over onderwijs, zo vertelt ze.
    Joop Berding – tot zijn pensioen in 2017 docent en onderzoeker aan de Hogeschool Rotterdam - kwam Verhoeven op het spoor tijdens zijn studie Pedagogiek, al in de jaren zeventig. In zijn recente boek Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld gaat hij uitvoerig in op wat Verhoeven heeft geschreven over verwondering, over vertraging en over uitstel. 
    Wat zou Cornelis Verhoeven de leraren nu vertellen als hij een lezing zou geven? Het is een van de vragen die NIVOZ-collega Rikie van Blijswijk in deze podcast stelt.  Want hoewel het Verhoeven aan officiële erkenningen van zijn talent niet ontbroken heeft, bleef hij tijdens zijn leven voor het grote publiek goeddeels een onbekende. Toch was hij de meest oorspronkelijke denker van ons taalgebied in de twintigste eeuw. En zijn werk is volgens Joop en Hester nog steeds van grote schoonheid en betekenis.
    Cornelis (Kees) Verhoeven werd geboren op 2 februari 1928 en maakte de Tweede Wereldoorlog als adolescent mee. Hij stamt uit een Brabants boerenmilieu waarin het rooms-katholieke geloof centraal stond. Naar de verwachting van zijn ouders zou hij priester worden, maar daarvan kwam niets terecht; hij verliet het seminarie en ging in Nijmegen studeren: oude talen, filosofie en godsdienst. Hij studeerde af met drie scripties, waarvan hij er een omwerkte tot een proefschrift (1956).
    Ondertussen was hij als leraar klassieke talen in Den Bosch gaan werken, wat hij ruim een kwart eeuw volhield. Het jaartal 1967 markeert een hoogtepunt in zijn oeuvre: de publicatie van Inleiding tot de verwondering, een boek dat de kern van zijn denken bevat. In 1980 ontving hij de P.C. Hooftprijs voor letterkunde. In 1982 werd hij hoogleraar Antieke wijsbegeerte aan de UvA, waar hij in 1993 met emeritaat ging.
    Verhoeven hield zich vooral met klassieke teksten bezig, die hij ook vertaalde. Het denken van Plato bleef hem zijn hele leven lang boeien en hij had daar een eigenzinnige kijk op (zie bijvoorbeeld De ogen van Plato, 2000). Van het geïnstitutionaliseerde geloof, met zijn ambten en riten, nam hij flink afstand.
    Verhoeven en zijn vrouw kregen twee kinderen; hij schreef een prachtig boek over hun taalontwikkeling (Een vogeltje in mijn buik, 1976).
    Verhoeven heeft een ongekend aantal publicaties achter zijn naam staan: circa 80 boeken en duizenden artikelen. Naast Inleiding tot de verwondering zijn belangrijke titels: Tegen het geweld (1967); De resten van het vaderschap (1975); Tractaat over het spieken. Het onderwijs als producent van schijn (1980).  Een aantal boeken werd in een reeks heruitgegeven door uitgeverij Damon.
    Verhoeven overleed op 11 juni 2001.
     

    • 41 min
    #32 Over Biesta in de praktijk van Anke en Judith (deel 2): ‘Je blijft hiermee in ontwikkeling, nadenken over, bijschaven, veranderen…’

    #32 Over Biesta in de praktijk van Anke en Judith (deel 2): ‘Je blijft hiermee in ontwikkeling, nadenken over, bijschaven, veranderen…’

    Anke en Judith – twee docenten uit het voortgezet onderwijs - lazen De terugkeer van het lesgeven, het boek van onderwijspedagoog Gert Biesta. Hoe landen zijn woorden, wat betekenen ze voor hun onderwijspraktijk, voor de leraar die ze willen zijn? Maartje Janssen bevraagt ze in deel 2 van deze NIVOZ-podcast.
    In het eerste deel ging het gesprek met Anke Niessen en Judith Rotink vooral over de pedagogische opdracht en over wereldgericht onderwijs, als derde optie naast het leerling- en leerstofgericht onderwijs. Biesta pleit voor die middenweg, waarbij onderwijs dan vooral bedoeld is om het verlangen in de leerling te wekken om ‘op een volwassen manier in de wereld te zijn’. In dit tweede deel horen we in hoeverre het Anke en Judith lukt om in hun didactiek en in het curriculum de ontmoeting van de leerling met de wereld – zoals Biesta het noemt - mogelijk te maken. Ook worden filosofische en pedagogische concepten als het appèl, lesgeven als dissensus en vertrouwen verkend en gerelateerd aan hun onderwijspraktijk. 
    Anke Niessen is werkzaam op het Koningin Wilhelmina College in Culemborg, waar ze zowel lessen Frans geeft in het reguliere systeem, als coach is op het KWC-Agora, een plek en een onderwijsstructuur waar de leerlingen veel meer ruimte ervaren. In die twee werelden zoekt ze haar weg met leerlingen met verschillende behoeften en houdt Biesta haar met zijn pedagogische visie en gedachten een spiegel voor. ‘Ik heb theorie een tijd gezien als iets waarvan ik me afvroeg of leraren daar wel op zitten te wachten. Maar het lezen van Biesta is weer een bevestiging dat het zo belangrijk is om die ondersteuning te zoeken, vanuit concepten of hoe je het ook wilt noemen. Om te kunnen zien en te reflecteren op wat ik aan het doen ben.’
    Zo ook Judith Rotink, werkzaam als docent scheikunde op het Thomas a Kempis College in Arnhem en die  – net als Anke – in 2016-2017 via een traineeship Eerst de Klas uiteindelijk definitief voor het onderwijs koos. 'Biesta geeft woorden aan ervaringen die ik heb, maar die ik zelf dan niet helemaal kan duiden. En ik ben door sommige dingen die hij schrijft toch ook weer aan het denken gezet. En dat is het leuke van onderwijs en leraar zijn. Je blijft daarmee in ontwikkeling, nadenken over en bijschaven, veranderen.’
    In De terugkeer van het lesgeven spreekt Biesta over de existentiële betekenis van vertrouwen geven in onderwijs, dat dus altijd een risico in zich heeft. En wijdt hij uit over het appèl, een begrip dat hij aan het werk van filosoof Emmanuel Levinas ontleent, om te laten zien dat het vooral de wereld is die ‘roept en ons aanspreekt’. En dat onze eigen interpretaties en begrijpen een ontmoeting in de weg kunnen zitten. In dat verband wijst hij ook op de wens om ‘alles te willen weten’ en op het groeiende aantal dossiers en labels die aan kinderen vastkleven. ‘Kennis kan een blokkade vormen voor hun toekomst als subject’, schrijft hij. ‘Wanneer we juist geen weet hebben van wie onze leerlingen eigenlijk zijn, van hun bagage, zijn we misschien beter in staat om hen opnieuw en op onvermoede manieren te benaderen.’
    Hier kun je luisteren naar deel 1 van de podcast met Anke en Judith.

    • 51 min

Classement des podcasts dans Arts

D’autres se sont aussi abonnés à