Vorming voor elke dag

Ds. A.S. Middelkoop

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

  1. 2 DGN GELEDEN

    Ds. A. Vroegindeweij: Jezus verlaten (2)

    Grote woorden ‘Dat heeft ook Petrus gedaan. Hij heeft gezegd toen de Heere Jezus sprak over de moeilijke weg achter Hem aan: „Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten." Natuurlijk spreekt daar liefde uit voor de Heiland, hartelijke liefde zelfs. En in het antwoord richt de Heere Jezus zich tot al Zijn discipelen: „Gij zult allen" — niet alleen de zwakkere broeders, maar allen met inbegrip van Simon Petrus — „gij zult allen aan Mij geërgerd worden in deze nacht." De discipelen menen dat er slechts liefde, aanhankelijkheid en standvastige trouw in hun hart gevonden wordt, maar de Heere kent hun wankelmoedigheid en hun klein geloof.    En Hij ziet nu de profetie in vervulling gaan van Zacharia: „Ik zal de Herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden." Petrus spreekt dan zijn overmoedige woord: „Al werden ze ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden." Petrus weet nog niet dat de duivel rondgaat als een briesende leeuw om ons te verslinden. Hij weet nog niet van de kracht van die boze machten die van alle kanten op ons aanvallen, opdat we in ons geloof zouden bezwijken. Daarom zegt de Heiland ook: „Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude..." Want we hebben de strijd niet alleen tegen vlees en bloed, maar tegen alle geestelijke machten uit het rijk der duisternis. En de duivel begeert ons in zijn macht te krijgen. Daarom zal hij ons in zijn zeef schudden en schokken, hij zal ons aanvechten en verzoeken, om maar aan te tonen dat we geen tarwe maar waardeloos kaf zijn. Maar tegenover dat begeren van satan staat het roerend bidden van Christus: „Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude."   Zelfingenomenheid Alle waarschuwingen stuiten echter af op de zelfingenomenheid van de apostel. Hij is immers bereid met de Heere Jezus de gevangenis in te gaan, ja zelfs de dood in te gaan. De Heiland zegt echter: „Voorwaar Ik zeg u, dat gij in deze nacht eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen." Maar ook dit woord raakt Petrus niet in zijn hart. Hij roept uit — en de andere discipelen stemmen er mee in: „Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen." Wat moeten we op de leerschool van God nog veel afleren. Niet alleen Petrus, maar ook wij. Wat moeten we toch op het Woord van God letten, dat ons zo waarschuwt dat we toch niet hooggevoelende zullen zijn, maar zullen vrezen en in kleinheid en ootmoed onze weg zullen gaan met de Heere. En wat een wonder is het dat we een biddende Hogepriester hebben, Die voor ons bidt bij de Vader, dat ons geloof niet zal ophouden. Niet aan eigen trouw en liefde zullen we onze zaligheid te danken hebben, maar aan 's Heeren trouw en ontferming.’

    4 min.
  2. 9 APR

    Ds. A. Vroegindeweij: Jezus verlaten (1)

    Zwak ‘Want ook wij ervaren het in ons leven dat we zulke zwakke mensen zijn wanneer het er op aankomt de naam van de Heere te belijden en dat we ook zo gemakkelijk op de vlucht slaan wanneer de vijand op ons afkomt, zodat er geen hoop en moed meer in ons overblijft. En wanneer Mattheüs vertelt van de discipelen die de Heere Jezus allemaal verlaten en wegvluchten, dan is het net alsof dit over ons verteld wordt. Eigenlijk zijn wij het die de Heere Jezus alleen gelaten hebben toen Hij overgeleverd werd in de hand van Zijn vijanden.   Worsteling Dat was in het uur waarin de Heere Jezus meer dan ooit behoefte gevoelde aan hun nabijheid. Hij was immers mens geworden, ons in alles gelijk geworden. En in zijn menselijke natuur zocht hij naar enige hulp en steun van Zijn discipelen. Toen Hij zo-even de hof van Gethsémané betrad en die ziele worsteling begon heeft Hij gezegd: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood, blijft hier en waakt met Mij." Maar toen zijn ze al in slaap gevallen, zodat Hij vragen moet: „Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?" Maar nu is het nog erger, want nu vluchten ze allen van Hem weg en nu laten ze Hem alleen. En de aanblik van die vluchtende discipelen moet de Heere Jezus diep geraakt hebben, zodat het psalmwoord bij Hem opgekomen kan zijn: „Ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen, en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden." In de duisternis van de nacht zijn de discipelen uit elkaar gestoven als een kudde schapen wanneer de herder gedood is en de bloeddorstige wolf op hen afkomt. Nu zoeken ze allemaal hun eigen leven te behouden, zelfs Petrus die gezegd heeft: „Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen." En de evangelist vermeldt nadrukkelijk: „Desgelijks zeiden ook al de discipelen."   Afdwalen We kunnen dat in ons eigen leven terugvinden. Wanneer we onszelf hebben leren kennen op de school van de Heilige Geest als een schuldig zondaar, wanneer we ons verloren Ieren kennen voor God, wanneer we moeten belijden dat we de eeuwige dood verdiend hebben vanwege al onze zonden, en wanneer we dan het Lam Gods leren zien en kennen, Wiens bloed ons reinigt van alle zonde, wanneer we dan vergeving van God ontvangen en genade van de verzoening met Hem, wanneer de vrede Gods in ons hart daalt en de enige troost in leven en sterven ontvangen wordt, dan beloven we de Heere dat we in Zijn wegen zullen wandelen en dat we nooit meer van Hem zullen wegdwalen en dat we heel ons leven aan de Heere zullen geven en dat we tegen onze vijanden, de duivel, de wereld, de zonde en ons eigen boze vlees, zullen strijden. Maar dan ervaren we later hoe zwak van moed en klein we zijn van krachten. En vaak zijn we net als de discipelen zover van de Heere en Zijn dienst afgedwaald dat we Hem helemaal uit het gezicht verloren hebben. En soms is de weg zo moeilijk en het kruis zo zwaar en de toekomst zo donker, dat we ons ergeren aan het kruis van Christus.’

    5 min.
  3. 1 APR

    Westerse christenen dienen oog te hebben voor Afrikaanse kerkgeschiedenis

    Livingstone Liever was David Livingstone (1813-1873) naar China gegaan, maar de Heere verhinderde hem. Zoals dit zo vaak gebeurt, waar de Heere roept en leert volgen. Zijn weg leidde naar Afrika. Aangeraakt door een beweging van geestelijke herleving in Schotland, werd hij samen met hen die na hem volgden tot rijke zegen voor dit deel van Afrika. In 2013 refereerde de Anglicaanse bisschop van Zuid-Malawi aan Livingstone als was hij een voorvader: ‘In de Afrikaanse traditie (…) is iemands erfgoed niet alleen verbonden met de bloedlijn, maar ook met invloedrijke personen binnen de etnische groep of zij die er op een aanzienlijke manier mee geassocieerd worden (…) Ik kan het verhaal van mijn geloof niet vertellen zonder referentie aan David Livingstone’.  Het volk van Malawi, dat zich voor zo’n 80% als christen ziet, weet zich schatplichtig aan de zendingspionier die hen het kruis-evangelie verkondigde.    Kerkgeschiedenis Het kleine plantje dat Livingstone achterliet, werd tot een wijdvertakte boom. In de indrukwekkende studie ‘A Malawi Church History 1860-2020’ (Mzuni Press, 2025) geven Kenneth R. Ross en Klaus Fiedler inzicht in de kerkelijke ontwikkelingen van de afgelopen anderhalve eeuw.    In de voetsporen van Livingstone vormden Schotse zendelingen een belangrijke stuwende kracht tijdens de eerste jaren. Je zou de periode 1860-1910 als grondleggend kunnen zien, vanwege de diverse missies die vorm kregen in het land. Niet onbelangrijk waren daarbij de initiatieven van diverse predikanten met de achternaam Murray, die vanuit Zuid-Afrika actief waren onder de vlag van de Dutch Reformed Church. Joseph Booth kwam als baptist naar Malawi in 1892, met een diep verlangen om onbereikten te bereiken met het evangelie. Hij verloor zijn vrouw aan de dood drie weken voor zijn vertrek, maar dit weerhield hem niet. Ook de Rooms-Katholieke Kerk wist de weg naar Malawi te vinden. Naderhand gevolgd door onder andere de zevende-dag-adventisten. Stromingen die tot op de dag van vandaag zeggingskracht hebben in Malawi.    Van 1910 tot 1960 veranderden de zendingsposten al meer tot gesetteld kerkelijk leven, met opleidingsmogelijkheden voor voorgangers. Zoals Stephen Kunecha, die in 1893 werd gedoopt en na twee jaar theologiestudie in 1911 werd geordineerd als presbyteriaans predikant. Diep geëmotioneerd bevestigde W.H. Murray in 1925 Andreya Namkumba tot predikant. Langzamerhand kreeg het leiderschap een Afrikaans gezicht. Dit was in lijn met David Livingstones’ verlangen. Het was zijn overtuiging dat in Afrika het best geëvangeliseerd kon worden door Afrikanen.    Met toenemend nationalisme in eigen land werd het juk van de kolonisator al meer gevoeld door Malawianen. Dit leidde tot een onafhankelijk Malawi op 6 juli 1964. Dit versnelde de Afrikanisering van het leiderschap binnen de kerken in de decennia die volgden. Men verlangde ‘three selfs’ ten aanzien van het kerkelijk leven. ‘Self-governing’ (zelf leidinggeven), ‘self-supporting’ (zelf voorzien), ‘self-financing (zelf financieren). Dit vormden grote uitdagingen vanwege de armoede in het land. Gedurende de decennia 1960/1970 zetten veel kerken dit proces in gang. Bisschop Patrick Kalilombe gaf daar in 1973 woorden aan in een pastorale brief: ‘Om dit te bereiken, moet er alles aan gedaan worden om christenen tot het besef te brengen dat de kerk van hen is; zij zijn de kerk. Het gevoel dat de priesters of de zendelingen de kerk bezitten moet stoppen. Een nieuw besef van verantwoordelijkheid moet groeien waarbij iedereen beseft dat het leven en werk van de kerk afhangt van hem of haar.’ Laat helder zijn, men doelde daarbij uiteraard niet op de uitwerking van het Evangelie, daar staat de Heilige Geest immers voor in. Wel doelde men op de verantwoordelijkheid die Malawianen dienden te nemen voor de praktische kant van het kerkelijk leven. Vandaag hebben de kerken een krachtige eigen plaats in de samenleving van Malawi, in al haar diversiteit van belijden en beleven. Een kerk van Afrikanen voor Afrikanen, zoals dit Livingstone reeds voor ogen stond.   Veranderde taak Soms bekruipt mij het gevoel dat het denken over zending binnen de kerkelijke gemeenten in Nederland te sterk bepaald wordt door negentiende-eeuwse gedachtenvorming. Wellicht versterkt door het lezen van zendingsbiografieën die diepe indruk maken. Ik herken dit overigens van binnenuit. De tijd ging echter verder. De taak van westerse voorgangers in een land als Malawi is een andere dan die van missionarissen in de negentiende eeuw en onvergelijkbaar met zending in onbereikte gebieden.    Evangelieverkondiging en toerusting in Afrika dient met hetzelfde respect gepaard te gaan als dat wij verwachten wanneer zij tot ons komen. Dit begint met de erkenning dat God een weg met een volk gegaan is, door de kerkgeschiedenis heen. We komen niet op onontgonnen terrein, integendeel. Kunnen we nog iets betekenen in een land als Malawi? Wis en zeker, er is ruimte om desgevraagd (!) te dienen. Wij dragen een schat aan theologische doordenking, die van grote waarde kan zijn voor Afrika. Mede gezien de geestelijke dwaalleraren die hun charismatische invloeden laten gelden in onze dagen, kan de schat van de eeuwen een bron vormen om samen uit te putten. Tevens mogen wij delen van de welvaart die de Heere ons gaf, met hen die op dit punt minder bedeeld zijn dan wij. Het gaat daarbij om dienst van broeders aan broeders. Schouder aan schouder, Christus’ voetstappen drukkend.

    8 min.

Beoordelingen en recensies

4,8
van 5
28 beoordelingen

Info

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

Suggesties voor jou