Kerknet - de schatkamer

Kerknet

Podcast by Kerknet

  1. Schatkamer van de liturgie: Geboorte van Johannes de Doper

    10/06/2025

    Schatkamer van de liturgie: Geboorte van Johannes de Doper

    Waarom zingen we met Zacharias: “Gij, kind, zult genoemd worden profeet van de Allerhoogste?” Hoor het in de laatste aflevering van de Schatkamer van de liturgie. We hebben met de podcast alle liturgische sterke tijden en grote feesten behandeld, en sluiten af met het feest van de geboorte van Johannes de Doper, de patroonheilige van de gebouwen van het Leerhuis van de kerkvaders. -- Schatkamer van de liturgie: Geboorte van Johannes de Doper “De kerk houdt de geboorte van Johannes als een heilig gebeuren in ere,” zegt Augustinus in de preek van deze podcast. Hij voegt eraan toe: “Onder onze voorvaders in het geloof is er niemand van wie wij de geboorte zo plechtig vieren.” Het is inderdaad opvallend dat we, naast de eerder bescheiden plechtigheid voor de geboorte van de Moeder Gods, enkel die van Johannes en van Christus zo feestelijk vieren. Augustinus schetst prachtig de parallellen en tegenstellingen tussen deze twee geboortes, waaruit duidelijk blijkt dat in Johannes’ geboorte onze wereld zich opmaakt voor iets groots, dat er, zoals we in het troparion van de geboorte zongen, er een onvruchtbaarheid ophoudt, en een stomheid verbroken wordt, zodat de eerste keer de Goede Boodschap kan klinken. Want dat is precies de inhoud van de lofzang van Zacharias, Johannes’ vader, die zijn stem terugkrijgt om te zingen: “Gij, kind, zult genoemd worden profeet van de Allerhoogste.” Profeet en voorloper van welke boodschap zal Johannes de Doper zijn? Hij zal, zo zegt de tekst, “zijn volk kennis geven van heil.” Deze kennis is de wetenschap dat “het kwaad wordt vergeven” aangezien “onze God zo goed is, zo erbarmend.” Johannes, zegt de lofzang verder, is de wegbereider van “de hemelse zon die over ons zal opgaan.” Die hemelse zon is natuurlijk Christus, die verschijnt als een helder licht, als de morgenster voor ons – wij die, met de bijbelse woorden van de hymne zelf, “zonder uitzicht in duisternis zaten en schaduw des doods.” In de woestijn van ons leven is Johannes daarom ook de voorloper, die “de weg voor de Heer bereidt,” een heirbaan voor onze God, “om onze voeten te richten op de weg die naar vrede leidt.” Deze podcast is een initiatief van het Leerhuis van de kerkvaders en het CCV in het bisdom Gent. Met toestemming van de Intermonasteriële Werkgroep voor Liturgie (IWVL), Abdijboek ©Stichting I.W.V.L. Arnhem/NL en de Interdiocesane Commissie voor Liturgie.

    15 min
  2. Schatkamer van de liturgie: Heilige Drie-Eenheid

    04/06/2025

    Schatkamer van de liturgie: Heilige Drie-Eenheid

    Het feest van Drie-Eenheid viert een geloofsmysterie dat even moeilijk als centraal is. “Hierop is de Kerk gegrondvest,” zegt bisschop Athanasius in zijn preek. Het is een fundamentele intuïtie waarbij we, naar zijn zeggen, “moeten letten op de oudste traditie,” op wat de Heer zelf ons heeft doorgegeven, wat de apostelen hebben verkondigd en de kerkvaders bewaard. Waarna Athanasius het opmerkelijk genoeg onmiddellijk heeft over “wie hiervan afwijkt,” dus de moeilijkheden waarvoor deze overlevering velen stelt. Er afwijkende opvattingen op na houden is niet problematisch in de zin dat onze gedachtegangen en hersenspinsels God rechtstreeks kunnen deren. Wel omdat we ons kunnen vergapen aan een afgod als we de grote levengevende stroom van de openbaring in Christus aftakken in kanaaltjes en irrigatiewerken van eigen makelij. Daarom laten we in deze podcast de liturgische gezangen zelf het geheim bezingen. We zijn gestart met de doxologie, het Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, dat prachtig het mysterie samenvat en eerbiedigt: “Glorie aan de Vader almachtig, aan zijn Zoon Jezus-Christus, de Heer, aan de Geest die ons bijstaat en helpt, in de eeuwen der eeuwen. Amen.” We vervolgen met het Credo, de Geloofsbelijdenis, waarin die eerste korte samenvatting nu poëtisch, bijbels en theologisch uitgebreid wordt. En we sluiten af met het Te Deum, dat Gods lof zingt, samen met de engelen, die aangeven hoe groots het mysterie is, met hun “heilig, heilig, heilig” gericht tot “de Heer, de God der hemelse machten,” en dat we misschien soms wat onnadenkend in de mond nemen. Want wie wordt bezongen met dat ‘heilig’? – “U, Vader, onmetelijke majesteit, uw aanbiddelijke, enige, ware Zoon, en de Trooster, de Heilige Geest.” Deze Drie-Ene is niet veraf gebleven maar in “Jezus Christus, de Koning der glorie,” is voor ons, mensen, de dood vernietigd, en het hemelse Rijk geopend. Dat betekent niet minder dan dat we toegang kregen tot het diepste geheim van zijn liefdevolle Drie-Ene wezen. Daarom smeken we, met een hele verzameling aan psalmverzen en -allusies: “Wees Gij de redding van uw volk, Heer, en overlaad uw erfdeel met zegening. (…) Gij zijt mijn hoop, Heer, Gij zijt de grond van mijn vertrouwen. En nooit zult Gij mij beschamen, in der eeuwigheid niet.” Deze podcast is een initiatief van het Leerhuis van de kerkvaders en het CCV in het bisdom Gent. Hoofdcantor: Pieter Stevens. Met toestemming van de Intermonasteriële Werkgroep voor Liturgie (IWVL), Abdijboek ©Stichting I.W.V.L. Arnhem/NL, de Sint-Sixtusabdij en de Interdiocesane Commissie voor Liturgie.

    16 min
  3. Schatkamer van de liturgie: Hemelvaart

    13/05/2025

    Schatkamer van de liturgie: Hemelvaart

    In de gezangen van deze podcast voor Hemelvaart klinkt telkens de verwondering over Jezus’ opklimmen naar de hemel. We hoorden het al in het megalynarion waarmee we deze podcast begonnen. Bemerk in de tekst van dat gezang de nadruk op het feit dat Hij lichamelijk opklimt. “Wij verheerlijken U, o Christus, bron van leven. En terwijl wij U zien opklimmen naar de hemel met uw lichaam zonder smet, roemen wij uw goddelijke Hemelvaart.” Er wordt heel duidelijk gemaakt dat Christus’ sterven geen afleggen is van het lichaam om nu, vergeestelijkt, in de louter spirituele wereld, bij de Vader te kunnen komen. Neen, Hij is mét zijn lichaam opgeklommen. En zijn lichaam, zijn menselijkheid, dat zijn ook wij. Daarom, zo zegt paus Leo de Grote in zijn preek, is “Christus’ hemelvaart onze verheffing.” In het lichamelijk opstijgen van Christus is ons mens-zijn tot in de hoogste hemelen doorgedrongen. We omkaderen de preek van Leo de Grote met een toonzetting van de lezingen voor de eucharistie van Hemelvaart. Het zijn om te beginnen de woorden van de twee mannen in witte gewaden die in het openingshoofdstuk van het boek Handelingen de leerlingen aanspreken nadat, zo staat er, “Jezus voor hun ogen werd omhooggeheven en een wolk Hem onttrok aan het gezicht. Terwijl Hij zo heenging en zij nog naar de hemel stonden te turen, stonden er opeens twee mannen naast hen in witte kleren, die zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie daar toch naar de hemel te kijken?” (Hand. 1, 9-11) Die woorden worden gecombineerd met een vers uit Psalm 68 (67). Het is een psalm die het getijdengebed ook leest voor het feest van Hemelvaart en dus toepast op Christus’ opstijgen ten hemel, tot de wolk Hem aan het zicht onttrekt. Het vers luidt: “Zing God ter eer, zing een psalm voor zijn naam, baan de weg voor Hem die die door de wolken rijdt. (Ps. 68 (67), 5.34) Dat psalmthema klinkt ook in Psalm 47 (46), de vaste antwoordpsalm voor de eucharistie van Hemelvaart, waarin Gods opstijgen luid gejuich ontlokt, en geschal van hoorns of bazuinen. Het Godsvolk bezingt, psalmodiërend en begeleid met de harp, hoe God als koning wordt aangesteld: klap in de handen, laat de klaroen schallen, jubel van vreugde, want “geducht is de Heer, de Allerhoogste,” een machtige koning die de hele aarde beheerst. Zo zegt ook Leo de Grote: “Inderdaad, er was een gegronde reden tot onuitsprekelijke vreugde, toen voor de ogen van die heilige menigte onze menselijke natuur in Christus ten hemel opsteeg en een waardigheid ontving, groter dan die van de hemelse schepselen.” We eindigen deze aflevering met het enige evangelie dat echt de Hemelvaart omschrijft, dat van Lucas. Er wordt verteld hoe Jezus de leerlingen een laatste keer heeft toegesproken, hen heeft uitgezonden om te getuigen en hen zegende. En hoe Hij, “terwijl Hij hen zegende,” heenging en werd opgenomen in de hemel, en “zij zich voor Hem ter aarde wierpen.” (Luc. 24, 51-52) Veertig dagen lang heeft de Heer zijn leerlingen de ogen geopend voor het geheim van de verrijzenis, zegt Leo de Grote in zijn preek, en wel “op veel gelukkiger wijze dan onze stamouders” – Adam en Eva –, wiens ogen ook wel open gingen, maar slechts om met schaamte vervuld te worden, waardoor ze zich gingen verbergen voor elkaar en voor God. De ogen van de leerlingen, zegt paus Leo, “gaan open om in Christus hun eigen menselijke natuur verheerlijkt te zien.”

    16 min
  4. Schatkamer van de liturgie - Maria-Boodschap

    14/03/2025

    Schatkamer van de liturgie - Maria-Boodschap

    “Verheug u!” Midden in de vasten klinkt de aankondiging van Gabriël aan Maria, die ook tot ons gericht is: “Verheug u,” de nieuwe mens wordt geboren, in de menswording, doorheen het mysterie van lijden en dood. Hoor het in de nieuwe aflevering van de Schatkamer van de liturgie voor het feest van Maria-Boodschap. Deze podcast voor het feest van Maria-Boodschap is ietwat ongewoon van vorm. Omdat het gezang dat we zullen zingen, de akthistos, zelf al een soort hymnische preek is, zullen we er geen tekst tussen weven, maar een meer uitgebreide inleiding geven. Negen maanden vóór Kerstmis, en midden in de vasten, vieren we de Aankondiging aan Maria door de aartsengel Gabriël. Maria Boodschap is het mysterie dat opent op heel het perspectief dat Gods raadsbesluit ons biedt: Gods beslissing om alles met zich te verzoenen in Christus, om het heelal, dat nu verbrokkeld en verdeeld is, in Christus één te maken en om de mens de kans te bieden doorheen een nieuwe geboorte kind van God te worden en zo hersteld te worden in de oorspronkelijke dynamiek naar God toe. Het is het feest van de belofte, van onze hoop, het feest van Gods antwoord op het uur van onze nood, waarin wij sinds de zondeval verblijven. Het antwoord klinkt blij: Chaire! Verheug u! Want zie, ik neem u aan, ik verbind Mij met u in onverbrekelijke trouw; zie Ik ben met u, verheug u alle landen, verheug u, elke mens. Dat “verheug u” is het meest markante woord van de beroemde akathistos-hymne. De naam akathistos verwijst naar het feit dat men de hymne staande bidt. De eerste sporen van het liturgische gebruik gaan terug tot de 7e eeuw. Het gezang werd traditioneel toegeschreven aan Romanos de Melode, maar de ware auteur zal wellicht voor altijd anoniem blijven. Het geheel bestaat uit vierentwintig strofen die telkens met een volgende letter van het Griekse alfabet beginnen. De oneven strofen eindigen met een Maria-litanie, bestaande uit een reeks begroetingen, waarin de Moeder Gods wordt bezongen als de plaats bij uitstek van het geheim van Christus’ menswording. De pare strofen besluiten met een acclamatie tot Christus zelf die om zijn menswording wordt geprezen: ‘Alleluia’ dat betekent: ‘Loof de Heer’. We zingen de eerste vier strofen, en u hoort dus twee keer de reeks van 12 lofprijzingen, telkens ingeleid met het “verheug u” dat de engel in de mond nam toen hij Maria begroette en ook wij in de mond nemen wanneer we het “Wees Gegroet” bidden. Ter afsluiting klinkt vervolgens steeds de gebalde slotformule: “Verheug u, Bruid, altijd maagd.” Het is het kernvers van heel de hymne. De maagdelijkheid van de moeder Gods vertelt ons dat er een geboorte bestaat die verder reikt dan onze lichamelijke geboorte. Ze stelt een geboorte uit God in het licht. Diep in ons is er een goddelijk zaad neergelegd dat in elke mens tot wasdom moet komen. Elke mens is geroepen om dit zaad in zijn hart te laten groeien tot een volwaardige vrucht. Het is een nieuwe mens die daaruit geboren wordt, een nieuwe schepping, niet meer door de wil van een man, maar uit Gods kracht geboren. Niet meer de ‘naakte’ mens, maar de mens met God bekleed; niet meer de mens van de schaduw, maar de mens van het licht. Wat over de moeder Gods is uitgezongen in de akathistos, is ook ons aangezegd. Gods raadsbesluit wil ons allen betrekken in dit onvermoede perspectief. De woorden door de engel aan Maria geboodschapt stellen onze bestemming in het licht: Verheug u, door wie de vreugd zal verschijnen, Verheug u, door wie de vloek zal verdwijnen. Verheug u, door wie de schepping wordt vernieuwd… Verheug u, vertrouwen van hen die u in stilte bidden… Verheug u, die (van) licht overstraalt het gelovige hart. Deze podcast is een initiatief van het Leerhuis van de kerkvaders en het CCV in het bisdom Gent. Hoofdcantor: Pieter Stevens.

    12 min
  5. Schatkamer van de liturgie - Heilige Maria, Moeder Gods

    04/12/2024

    Schatkamer van de liturgie - Heilige Maria, Moeder Gods

    Op 1 januari, de octaafdag van Kerstmis, wordt het oudste Mariafeest van de Romeinse liturgie gevierd. Waar Kerstmis de nadruk legt op de menswording van het Woord, wordt nu de rol van de Maagd, de Moeder Gods, onder de aandacht gebracht. We hoorden het al in de openingshymne: “Hem, die de hele schepping draagt, Hem draagt de zuiv’re Moedermaagd.” Die aandacht voor de Moeder Gods schuift het Christusmysterie niet opzij. De zinsbouw alleen al maakt het duidelijk: alle nadrukt valt op Hem, die de hele schepping draagt. Want precies door Hem te ontvangen is Maria de plaats van genade, de schoot van onze redding. Dát is wat de hymne bezingt: “Wie zon en maan naar ord’ en tijd gehoorzaam zijn in dienstbaarheid, ontvangt Maria in haar schoot.” De aandacht voor haar rol is ook de focus van Gregorius de Wonderdoener in zijn preek, als hij overweegt hoe zij bij het hele mysterie aanwezig is, en alle gebeurtenissen – de herberg, de kribbe, de herders, de ster… – met een gelovig oog aanschouwt. Verwijzend naar het evangelie van deze feestdag schrijft hij: “De heilige Moeder van God bewaarde al deze herinneringen en overwoog ze bij zichzelf. Is haar hart niet de bewaarplaats van alle mysteries?” En hij besluit al biddend: “O allerheiligste Maagd, gij zijt niet hoog genoeg te eren, want uit u heeft God het vlees aangenomen om als mens geboren te worden. Gij zijt de ware cherubijnentroon geworden. Door u, vol van genade, openbaart de heilige Drie-Eenheid zich in de wereld.” Daarom begint hij zijn preekt met het Psalmvers: ‘De hemel boog neer en de Heer daalde af.’ Waar daalde Hij af, is de vraag die we dan kunnen stellen? Het antwoord is vandaag glashelder: in de schoot van de Moeder Gods natuurlijk, en wel als op een troon, om daar, gezeten als een weerloze, machthebbers van hun troon te stoten en armen en kleinen groot te maken. Daarom zingen we in deze podcast met Maria het Magnificat: “Ik zing van ganser harte voor de Heer, ben opgetogen om mijn God en redder.” Deze podcast is een initiatief van het Leerhuis van de kerkvaders en het CCV in het bisdom Gent. Hoofdcantor: Pieter Stevens. Met toestemming van de Intermonasteriële Werkgroep voor Liturgie (IWVL), Abdijboek ©Stichting I.W.V.L. Arnhem/NL en de Interdiocesane Commissie voor Liturgie.

    16 min
  6. Schatkamer van de liturgie: Gedaanteverandering van de Heer

    01/07/2024

    Schatkamer van de liturgie: Gedaanteverandering van de Heer

    In deze podcast voor het feest van Transfiguratie zingen we twee Byzantijnse gezangen. Daarin klinkt in enkele zinnen hoe de gedaanteverandering het moment is waarop de volle luister doorbreekt van wie Jezus feitelijk is. Dit is het moment waarop Hij ‘zijn glorie laat zien.’ De homilie van Anastasius borduurt precies op dit thema verder. Wie staat er immers naast Jezus op de Taborberg bij de gedaanteverandering? Mozes, de man die in de woestijn de brandende braamstruik naderde “om dat wonderlijke schouwspel te onderzoeken,” de man die later, tijdens de uittocht, vroeg aan God – die wel aanwezig was, maar steeds op verborgen wijze – : “Toon mij uw heerlijkheid.” Wel, dit is het moment, de gedaanteverandering op de berg Tabor, waarop die bede van Mozes in vervulling gaat, en wij allen, samen met hem, Gods heerlijkheid aanschouwen. “Hij was opgetogen en genoot,” zegt Anastasius, “want hiernaar had hij altijd al verlangd. Hij stond daar aan de rechterhand van de Allerhoogste; hij geraakte hevig buiten zichzelf, zoals toen hij de braamstruik zag, sprakeloos en verbaasd over de aanwezigheid van de Heer. (…) Hij zei: ‘Nu zie ik U die werkelijk zijt, altijd en bij de Vader, en die op de berg gezegd hebt: Ik ben die ben. Ik zie dat wonderlijk schouwspel (…) en ik verberg niet meer mijn gelaat, maar zie van aangezicht tot aangezicht.” Deze podcast is een initiatief van het Leerhuis van de kerkvaders en het CCV in het bisdom Gent. Met toestemming van de Interdiocesane Commissie voor Liturgie.

    9 min

About

Podcast by Kerknet