Vorming voor elke dag

Ds. A.S. Middelkoop

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

  1. 19 HR AGO

    Ds. L. Kievit: Job verliest alles (2)

    Gekregen ‘Wat Job had, had hij gekregen, en zo was hij er rijk mee geweest. De Heere had het hem gegeven, genadig verleend. Daardoor verminderde het niet in waarde; integendeel, dat was 'meer waarde'. Dat mag dankbaar erkend worden. Doet u het wel eens? De mensen halen God er bij, als het hun niet naar de zin gaat, en doen Hem allerlei verwijten. Maar als het voor de wind gaat, wordt Hij nergens in gemoeid of bij genoemd. U hebt de uwen nog, en het uwe. Kijkt er eens naar met ogen, door dit woord geopend. Bedenkt dat de Heere geeft, opdat u voor Hem leeft. U kunt er wel eens zo blij mee zijn, dat u bijna bang wordt. Dat is een heidense angst, als waren de goden vol naijver bij de welstand der stervelingen. De Heere is geen afgod. Hij geeft met milde hand en Hij gunt het ons van heler harte.   En de Heere heeft genomen. Gegeven, genomen. Op één toonhoogte gesproken, zouden het vlakke woorden zijn. Job mompelt maar wat. Er is echter een ontzaglijk verschil in toonhoogte: genomen. Verschrikkelijk is dat. Genomen, alles wat hij had, zo maar. De Heere. Zijn Naam wordt er bij genoemd. Wordt beleden bij dit genomen.   Geen vuist Job eert de macht en het recht van de Heere. Hij houdt het beschikkingsrecht over wat Hij schenkt. Hij doet geen onrecht, als Hij het ons ontneemt. Wie zal tot Hem zeggen: wat doet Gij? Job lastert God niet. Er wordt geen vuist gebald en geen vloek gebruld, er wordt niet eens luidkeels geschreeuwd. Het klinkt zo stil, zo ontstellend stil: de Heere heeft genomen. Gegeven, nu goed. Maar genomen, dat mag niet. Daar worden wij balorig onder. Job niet. De Heere Die neemt is Dezelfde als Die geeft. Job houdt zich aan Hem! Dat is meer dan geduld, dat is geloof.   Worsteling En het geloof worstelt naar de lof: De Naam van de Heere zij geloofd. Begrijpt u dat? Het is al veel gevraagd om te zeggen: De Heere heeft gegeven en de Heere heeft genomen. Zet daar maar een punt. Wie verder gaat kunnen wij eigenlijk niet meer volgen. Job gaat verder: de van de Heere! Nu, wat. Verzwijgen maar? Vervloeken dan? Vrezen, zoals de vrienden zeggen. Loven! Dat is zeker veel gezegd. Meer dan Job waar kan maken, wanneer zijn smarten worden gerekt van de ene dag in de andere. Hij sprak het toch vanuit de kennis van God. Dat is het geheim van dat wonderlijke lied, het lied in de nacht. Het wordt in de nacht gegeven als een psalm, een loflied! Job klemt zich in nood en dood vast aan God, Die lofwaardig is, wanneer Hij geeft en wanneer Hij neemt.   Lof aan God De Naam van de Heere zij geloofd. De lof is betamelijk, ook in deze omstandigheden. O, dat zou ik nooit kunnen! Ik ook niet. Ik klaag al over kleinigheden, die niet naar wens gaan, over dingen die mij moeilijk vallen in mijn leven. Neem het eens kwalijk! En dan loven, wanneer alles ons wordt ontnomen. Habakuk gaat vlak naast Job staan: zo zal ik nochtans... Hier is het geloof aan het woord. Geloven leert loven. Ik ben Job niet. En ik kan van te voren niet weten of ik, net als Job de Heere zou loven, als het mij zo verging. Ontvangt de Heere de eer van Zijn Naam in uw leven? Dan zal Hij er voor zorgen dat er ook in de nacht gezongen wordt! Wat in de nacht gezongen wordt, kan bij klaarlichte dag niet geleerd worden; en dat hoeft ook niet. Hoopt op God, want Ik zal Hem nog loven. Zo waar, Job doet het: de Naam van de Heere zij geloofd.’

    6 min
  2. 3 DAYS AGO

    Ds. L. Kievit: Job verliest alles (1)

    Boodschappers ‘Dat is een dag geweest. Job was 's morgens vroeg opgestaan; zijn zonen en dochters vierden feest in het huis van hun oudste broer en der gewoontegetrouw brengt Job brandoffers voor ieder van hen, als een priester in zijn gezin.   Daar komt een bode aan, en nog een en nog een... Ze lopen zo hard, dat ze naar adem moeten happen, eer ze hun boodschap kunnen uitbrengen. Een boodschap van ramp op ramp. Vee werd weggevoerd, slaven werden gedood. Noodweer, moord en brand! Een wervelwind, het huis werd neergesmeten, en onder de puinhopen liggen uw kinderen begraven. Telkens blijkt er één ontkomen te zijn, om het te melden.   Houdt hij dan niets over? En z'n gezin, de kinderen, voor wie hij bad? Het is alsof Job zelf bedolven wordt onder het neervallend puin en gruis. Hij is volslagen geruïneerd. Ik kan het u niet beschrijven; het is met geen pen te beschrijven. En wat zal welsprekendheid? Er zijn geen woorden voor! Op één en dezelfde dag. Verpletterend. Job grijpt naar zijn hoofd, hij grijpt naar zijn hart. Want verstand en hart kunnen het niet verwerken; Job is ook maar een mens.   Buigen Wanneer het tot hem doordringt, scheurt hij zijn mantel en scheert haar en baard af. Sieraad van de man, maar het past niet bij zijn diepe rouw. Dan werpt hij zich ter aarde, een gebroken man, gebroken onder de slagen die hem troffen. Bonst hij met het hoofd tegen de grond, in doffe wanhoop? Nee, dat niet. Hij buigt zich neder en dat wil eigenlijk zeggen: hij aanbidt. Hij valt voor God in het stof, en hij ziet vanuit zijn ellende tot God op! Wij vergelijken het leven wel eens met varen; tenslotte zijn we een volk van schippers en vissers, en de herinnering daaraan wordt in menige uitdrukking bewaard: vaarwel en welvaart bij voorbeeld. Om even bij dat beeld te blijven: soms is het spelevaren aan de oppervlakte, bij heel kalm weer. Soms moet het schip, zwaar geladen, de golven doorklieven, het water is donker, en de wind neemt toe. En soms schuurt de kiel van het schip langs het zand en het grint, op de bodem van de rivier. Dan dreigt het in tweeën te breken. Dat is, dunkt mij, hier het geval.   Job houdt niets over dan het naakte bestaan. Hij is het zich bewust: Naakt kwam hij uit de moederschoot, naakt zal hij aan de schoot der aarde worden toevertrouwd. Wat daartussen ligt mag ons niet misleiden. Het schijnt zo veel en het blijkt zo weinig. Het heeft niet veel om het lijf, al kleden wij het nog zo fraai aan. Rijkdom, geluk, bezit, gezin. Onverhoeds ontvalt het ons. U moet Job niet verkeerd verstaan. Hier is geen nihilist aan het Woord, die meent: het is toch allemaal niets. Hier is geen fatalist aan het woord, die de overmacht van het lot aanvaardt. Hier is een man aan het woord, die het vege lijf heeft gered uit een springvloed van rampen en die daaraan ontdekt wat een mens eigenlijk is. Hoe komen we in de wereld, en hoe gaan we eruit? Als we dat eens meer bedachten, zouden we niet zo aan geld en goed hechten, zou de eenvoud ons kenmerken, ook in deze tijd van overdaad.’

    5 min
  3. 15 APR

    Ds. A. Vroegindeweij: Jezus verlaten (2)

    Grote woorden ‘Dat heeft ook Petrus gedaan. Hij heeft gezegd toen de Heere Jezus sprak over de moeilijke weg achter Hem aan: „Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten." Natuurlijk spreekt daar liefde uit voor de Heiland, hartelijke liefde zelfs. En in het antwoord richt de Heere Jezus zich tot al Zijn discipelen: „Gij zult allen" — niet alleen de zwakkere broeders, maar allen met inbegrip van Simon Petrus — „gij zult allen aan Mij geërgerd worden in deze nacht." De discipelen menen dat er slechts liefde, aanhankelijkheid en standvastige trouw in hun hart gevonden wordt, maar de Heere kent hun wankelmoedigheid en hun klein geloof.    En Hij ziet nu de profetie in vervulling gaan van Zacharia: „Ik zal de Herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden." Petrus spreekt dan zijn overmoedige woord: „Al werden ze ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden." Petrus weet nog niet dat de duivel rondgaat als een briesende leeuw om ons te verslinden. Hij weet nog niet van de kracht van die boze machten die van alle kanten op ons aanvallen, opdat we in ons geloof zouden bezwijken. Daarom zegt de Heiland ook: „Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude..." Want we hebben de strijd niet alleen tegen vlees en bloed, maar tegen alle geestelijke machten uit het rijk der duisternis. En de duivel begeert ons in zijn macht te krijgen. Daarom zal hij ons in zijn zeef schudden en schokken, hij zal ons aanvechten en verzoeken, om maar aan te tonen dat we geen tarwe maar waardeloos kaf zijn. Maar tegenover dat begeren van satan staat het roerend bidden van Christus: „Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude."   Zelfingenomenheid Alle waarschuwingen stuiten echter af op de zelfingenomenheid van de apostel. Hij is immers bereid met de Heere Jezus de gevangenis in te gaan, ja zelfs de dood in te gaan. De Heiland zegt echter: „Voorwaar Ik zeg u, dat gij in deze nacht eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen." Maar ook dit woord raakt Petrus niet in zijn hart. Hij roept uit — en de andere discipelen stemmen er mee in: „Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen." Wat moeten we op de leerschool van God nog veel afleren. Niet alleen Petrus, maar ook wij. Wat moeten we toch op het Woord van God letten, dat ons zo waarschuwt dat we toch niet hooggevoelende zullen zijn, maar zullen vrezen en in kleinheid en ootmoed onze weg zullen gaan met de Heere. En wat een wonder is het dat we een biddende Hogepriester hebben, Die voor ons bidt bij de Vader, dat ons geloof niet zal ophouden. Niet aan eigen trouw en liefde zullen we onze zaligheid te danken hebben, maar aan 's Heeren trouw en ontferming.’

    4 min
  4. 9 APR

    Ds. A. Vroegindeweij: Jezus verlaten (1)

    Zwak ‘Want ook wij ervaren het in ons leven dat we zulke zwakke mensen zijn wanneer het er op aankomt de naam van de Heere te belijden en dat we ook zo gemakkelijk op de vlucht slaan wanneer de vijand op ons afkomt, zodat er geen hoop en moed meer in ons overblijft. En wanneer Mattheüs vertelt van de discipelen die de Heere Jezus allemaal verlaten en wegvluchten, dan is het net alsof dit over ons verteld wordt. Eigenlijk zijn wij het die de Heere Jezus alleen gelaten hebben toen Hij overgeleverd werd in de hand van Zijn vijanden.   Worsteling Dat was in het uur waarin de Heere Jezus meer dan ooit behoefte gevoelde aan hun nabijheid. Hij was immers mens geworden, ons in alles gelijk geworden. En in zijn menselijke natuur zocht hij naar enige hulp en steun van Zijn discipelen. Toen Hij zo-even de hof van Gethsémané betrad en die ziele worsteling begon heeft Hij gezegd: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood, blijft hier en waakt met Mij." Maar toen zijn ze al in slaap gevallen, zodat Hij vragen moet: „Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?" Maar nu is het nog erger, want nu vluchten ze allen van Hem weg en nu laten ze Hem alleen. En de aanblik van die vluchtende discipelen moet de Heere Jezus diep geraakt hebben, zodat het psalmwoord bij Hem opgekomen kan zijn: „Ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen, en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden." In de duisternis van de nacht zijn de discipelen uit elkaar gestoven als een kudde schapen wanneer de herder gedood is en de bloeddorstige wolf op hen afkomt. Nu zoeken ze allemaal hun eigen leven te behouden, zelfs Petrus die gezegd heeft: „Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen." En de evangelist vermeldt nadrukkelijk: „Desgelijks zeiden ook al de discipelen."   Afdwalen We kunnen dat in ons eigen leven terugvinden. Wanneer we onszelf hebben leren kennen op de school van de Heilige Geest als een schuldig zondaar, wanneer we ons verloren Ieren kennen voor God, wanneer we moeten belijden dat we de eeuwige dood verdiend hebben vanwege al onze zonden, en wanneer we dan het Lam Gods leren zien en kennen, Wiens bloed ons reinigt van alle zonde, wanneer we dan vergeving van God ontvangen en genade van de verzoening met Hem, wanneer de vrede Gods in ons hart daalt en de enige troost in leven en sterven ontvangen wordt, dan beloven we de Heere dat we in Zijn wegen zullen wandelen en dat we nooit meer van Hem zullen wegdwalen en dat we heel ons leven aan de Heere zullen geven en dat we tegen onze vijanden, de duivel, de wereld, de zonde en ons eigen boze vlees, zullen strijden. Maar dan ervaren we later hoe zwak van moed en klein we zijn van krachten. En vaak zijn we net als de discipelen zover van de Heere en Zijn dienst afgedwaald dat we Hem helemaal uit het gezicht verloren hebben. En soms is de weg zo moeilijk en het kruis zo zwaar en de toekomst zo donker, dat we ons ergeren aan het kruis van Christus.’

    5 min

About

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

You Might Also Like