360 Magazine

360 Magazine

Welkom bij de podcast van 360, u weet wel dat fantastische magazine print en online met de beste artikelen uit de buitenlandse pers.

Episodes

  1. 2 Jun

    Juninummer: FIFA’s verdienmodel

    » Lees dit nummer online Met onder andere: » De geschiedenis van toekomstpessimisme » De fascinerende wereld van bladsnijdersmieren » Jongeren in het Midden-Oosten Gulzig Hoewel 360 altijd aandacht wil besteden aan verschillende standpunten zonder al te veel kleur, moet ik toegeven dat er een bepaalde naam is die we in het magazine liever mijden. Hij duikt op ongeveer alle voorpagina’s op en domineert het nieuws, terwijl er toch echt ook een heleboel andere belangwekkende dingen gebeuren in de wereld. Had u bijvoorbeeld weleens gehoord van Aliko Dangote, de rijkste man van Afrika, die zijn auto’s en buitenlandse huizen verkocht vanuit de ambitie het continent economisch onafhankelijk te maken? Of van de vervallen silo die via een Finse Marktplaats voor 6000 euro werd verkocht en waar nu de wildste evenementen plaatsvinden? Toch, lijkt het, willen we steeds weer over ellende lezen. We hebben de neiging negatieve informatie sterker op te merken, serieuzer te nemen en beter te onthouden. Volgens futuroloog Florence Gaub heeft die neiging een functie: doordat we ons zorgen maken over de toekomst, zorgen we dat er iets verandert. Angst voor hongersnood en overbevolking leidde tot de Groene Revolutie en hogere landbouwopbrengsten, bezorgdheid over de ozonlaag stimuleerde strengere milieuwetgeving. Uiteraard betekent dit niet dat alles steeds maar beter wordt. Zo vond in 1980 nog een boycot plaats van het WK voetbal in Moskou, terwijl FIFA-baas Gianni Infantino anno 2026 ongegeneerd spreekt over het ‘meest inclusieve wereldkampioenschap ooit’ – dat eerder het meest lucratieve lijkt te gaan worden. Van verbroedering, ook tussen de drie organiserende landen, is weinig sprake. Van de claim dat sport apolitiek is zo mogelijk nog minder. Doordat we ons zorgen maken over de toekomst, zorgen we dat er iets verandert En zo gold de obsessiviteit waarmee velen tegenwoordig hun ochtendkoffie benaderen in de middeleeuwen nog als een hoofdzonde: overdreven verfijnd omgaan met eten en drinken en buitensporig veel aandacht besteden aan de bereiding ervan werd als gulzig gezien. Zou je in dit opzicht kunnen spreken van moreel verval? Ook zorgwekkend: ecosystemen raken ontwricht door de afname van insectenpopulaties, en er zijn steeds minder taxonomen om dit vast te leggen. Wel ontstaat door de zorgen hierover steeds meer begrip over hoe belangrijk insecten zijn voor het functioneren van de aarde. En, als we taxonomen moeten geloven, hoe mooi. Hoewel, niet allemaal misschien. Die verboden naam dook toch weer op in deze editie, maar dan in een vorm die we – naast bushi en obamai – acceptabel vonden: onder meer voor een ‘opvallend gekapte mot’. De reden lijkt bovendien positief: als per week honderd nieuwe soorten ongewervelden worden ontdekt, is op den duur elke naam geoorloofd. Laura Weeda

  2. 1 Jun

    Overvloed naast zelfkastijding

    Niemand ontsnapt aan ten minste een paar van de zeven hoofdzonden. Gulzigheid bijvoorbeeld. Ik heb een vriend – misschien herken je het wel – die ontzettend precies is als het op koffie aankomt. Hij gaat alleen naar de hipste koffiebars, van die plekken waar ze T-shirts van vijftig pond verkopen met het logo van de zaak erop. Zijn koffiebonen koopt hij in kleine, stijlvolle zakjes. Het liefst Ethiopische bonen – al vindt hij Keniaanse ook nog acceptabel – die hij thuis vervolgens ‘middelgrof’ maalt voor zijn Chemex, een glazen handmatige koffiemaker. Maar wie hou ik voor de gek? Die vriend ben ik zelf. Ik ben die koffiesnob. Daarnaast hou ik van ambachtelijk bier, kalamataolijven en amandelcroissants van zuurdesem. Lange tijd zag ik die verfijnde voorkeuren vooral als iets om trots op te zijn. Tot ik ontdekte dat ik mezelf volgens de middeleeuwse manuscripten die ik bestudeer regelrecht de hel in help. Want volgens die teksten valt mijn verfijnde smaak onder een van de hoofdzonden: gulzigheid. En in de middeleeuwen ging die zonde minder over het lichaam dan over de geest. Volgens de filosoof Thomas van Aquino (ca. 1225-1274) kent gulzigheid vijf vormen. Sommige daarvan herkennen we vandaag nog moeiteloos. Je kunt bijvoorbeeld 1) te veel eten of drinken, 2) te snel eten of drinken, of 3) je er te gulzig op storten. Maar de andere twee vormen zijn verrassender. In de middeleeuwen gold je ook als gulzig wanneer je 4) overdreven verfijnd of luxueus omging met eten en drinken, bijvoorbeeld door te fixeren op exclusieve producten. Of wanneer je 5) buitensporig veel aandacht besteedde aan de bereiding ervan: een uitgebreid pannenkoekenontbijt maken of een tostada met olijven en ansjovis alsof het een ritueel is. Gulzigheid was dus ook de zonde van overdreven verfijning en omhaal rond eten. Verfijning Op die ochtenden waarop ik mijn Ethiopische Yirgacheffe-koffie nauwkeurig afwoog en met een thermometer controleerde of het water exact negentig graden was, trapte ik volgens de middeleeuwse moraal precies in die laatste twee valkuilen. Maar wat is er eigenlijk mis met verfijning? Volgens Thomas van Aquino schuilt het gevaar erin dat zulke obsessies de geest overnemen. Mijn fixatie op koffie, ambachtelijk bier en croissants is volgens hem een vorm van ‘concupiscentie’: een egocentrisch verlangen dat het denken overneemt en het beoordelingsvermogen vertroebelt. Wanneer ik in de supermarkt sta, volledig gefascineerd door de luchtigheid van een briochebrood, sluit ik mezelf af van de wereld om me heen. Mijn obsessie vernauwt mijn blik. Ik zie de mensen, ideeën en dingen om mij heen niet echt meer. Voor kenners van middeleeuwse theologie klinkt dat waarschijnlijk bekend. Blind worden door obsessie is precies waar de zeven hoofdzonden altijd om draaiden. Het Latijnse woord voor jaloezie, invidia, betekende letterlijk ‘niet zien’. Tegenwoordig zijn die zonden echter vooral een cultureel cliché geworden. Hoogmoed, jaloezie, woede, luiheid, hebzucht, gulzigheid en lust klinken in 2026 eerder als namen van cocktails of personages uit een Pixarfilm. Volgens Dante Alighieri komen alle hoofdzonden uiteindelijk voort uit liefde – maar dan liefde die ontspoord is Maar in de middeleeuwen waren de hoofdzonden veel meer dan een lijstje verboden gedragingen. Ze vormden een soort psychologische kaart van menselijke verlangens: een manier om de diepste impulsen van de geest te begrijpen. Eeuwenlang waren ze de ruggengraat van de Europese biecht- en zelfhulpcultuur. En oorspronkelijk waren ze minder veroordelend dan wij vandaag vaak denken. Het systeem ontstond ruim zestien eeuwen geleden in de Egyptische woestijn en werd bedacht door Evagrius Ponticus. Deze denker, afkomstig uit de streek rond de Zwarte Zee, trok zich na een seksschandaal terug uit het openbare leven omdat hij zichzelf opnieuw wilde uitvinden als een soort ‘atleet van de geest’: iemand die zijn gedachten en verlangens streng probeerde te beheersen. Hij bracht uren door in ijskoude putten en geselde zichzelf. Maar nog opvallender was dat hij al zijn negatieve gedachten begon op te schrijven. Sommige waren banaal, andere ronduit paranoïde. Toen hij ze bundelde, merkte hij dat ze onder acht categorieën vielen: gulzigheid, lust, hebzucht, verdriet, woede, luiheid, ijdelheid en hoogmoed. Hij wilde die gedachten bestrijden, maar erkende tegelijk dat niemand eraan ontsnapt. Het waren volgens hem de ‘acht fundamentele gedachten’: verlangens die iedereen kent, hoe goed of zuiver iemand zichzelf ook vindt. Dante Alighieri In de eeuwen daarna verspreidde dit systeem zich razendsnel. Tegen de twaalfde eeuw waren de ‘acht gedachten’ omgevormd tot de ‘zeven hoofdzonden’: verdriet werd samengevoegd met luiheid, ijdelheid ging op in hoogmoed en jaloezie werd toegevoegd. Vooral onder Europese studenten sloeg het systeem enorm aan. In de dertiende eeuw gebruikten priesters de hoofdzonden als hulpmiddel tijdens biechten en pastorale gesprekken. En in de veertiende eeuw doken ze overal op in de populaire cultuur. Giotto schilderde de hoofdzonden op de muren van de Arena-kapel. Geoffrey Chaucer en John Gower gebruikten ze als structuur voor hun literaire werken. Maar hun bekendste ambassadeur was waarschijnlijk Dante Alighieri. In zijn Purgatorio laat hij trotse zondaars zware stenen torsen en woedende zielen verstikken in dikke zwarte rook. Toch schuilde achter al die straf en symboliek ook een opvallend mild idee. Volgens Dante Alighieri komen alle hoofdzonden uiteindelijk voort uit liefde – maar dan liefde die ontspoord is. Hoogmoed ontstaat wanneer eigenliefde doorslaat. Jaloezie is liefde voor succes die omslaat in genoegen bij andermans mislukking. Woede is een krampachtige drang om gelijk te hebben. Lust en hebzucht zijn ontspoorde verlangens naar seks en geld. En luiheid – misschien wel de moeilijkst te begrijpen zonde – ontstaat wanneer iemand het vermogen verliest om ergens nog echt om te geven. De conclusie? Je hoeft jezelf niet volledig te veroordelen voor je gulzigheid. Het komt voort uit iets fundamenteel menselijks: het verlangen naar comfort, voeding en genot. Alleen staat dat verlangen soms nét iets te hard afgesteld. Maar wat moet je daar dan mee? Volgens paus Gregorius de Grote (ca. 540-604) zit het probleem niet in het eten zelf, maar in het voortdurende denken eraan. Stop met obsessief bezig zijn met voedsel, vond hij. Ontwikkel wat de veertiende-eeuwse geleerde Conrad van Megenberg een ‘nuchtere smaakdiscipline’ noemde. Niet door jezelf uit te hongeren of luxeproducten volledig af te zweren, maar door een ontspannen vorm van matiging te ontwikkelen. Actueel Dat advies voelt verrassend actueel. Onze tijd wordt gekenmerkt door een voedselparadox. Aan de ene kant zijn er ambachtelijke broden, pistache-kaneelbroodjes en Dubai-chocoladelattes. Aan de andere kant bestaan koolhydraatarme diëten, intermittent fasting en influencers met lichamen die haast kunstmatig lijken. We leven in een cultuur van uitersten: eetbuien naast ultramarathons, overvloed naast zelfkastijding. En nu zijn er ook nog medicijnen zoals Ozempic en Wegovy die die kloof proberen te overbruggen. Het resultaat? Een samenleving vol voedselobsessies, waarin mensen soms meer bezig zijn met eten en de effecten ervan dan met elkaar. Ik herken mezelf daar pijnlijk goed in. Tijdens mijn laatste bezoek aan Ierland, waar mijn schoonmoeder woont, had ik blijkbaar verteld hoeveel ik van Ethiopische koffie hou. Toen ik de eerste ochtend beneden kwam, stond er een nieuw pak koffiebonen op tafel. Mijn schoonmoeder – inmiddels met pensioen – was langs vier supermarkten gegaan op zoek naar de juiste bonen en had uiteindelijk iets gevonden dat ‘Kenyan Blend’ heette. Uit paniek had ze ook nog een glimmende nieuwe cafetière gekocht. Die ochtend dronk ik één kopje van haar koffie. Maar de volgende dag ging ik zelf op zoek naar mijn vertrouwde Yirgacheffe-bonen, precies gemalen zoals ik ze wilde. De ‘Kenyan Blend’ verdween ongebruikt terug in de kast. Wat voor schoonzoon was ik eigenlijk geworden? Dat is uiteindelijk waar gulzigheid – en eigenlijk alle hoofdzonden – over gaat. Je merkt dat je te ver bent gegaan wanneer je gewoontes andere mensen buitensluiten. Wanneer je obsessie, of die nu draait om jezelf, status of verfijning, belangrijker wordt dan aandacht en vriendelijkheid voor anderen. In het vliegtuig terug uit Ierland besefte ik dat mijn koffiesnobisme mijn schoonmoeder had gekwetst. Ik dacht aan de teleurgestelde blik in haar ogen toen ik thuiskwam met dat kleine zakje exclusieve bonen. Volgende keer drink ik gewoon de koffie die ze in de dichtstbijzijnde winkel vindt. Misschien leer ik dan iets van haar over geduld en liefde. En wie weet blijf ik dan zelfs uit de hel.

    Overvloed naast zelfkastijding
  3. 19 May

    Het einde van de toekomst

    Na de staatsgreep van 24 maart 1976 verloor Argentinië misschien wel wat het land decennialang richting had gegeven: de hoop op een langetermijnconstructie. Misschien was dat de dag dat alles werd verpest. Het is dwaas om een beslissende dag te willen aanwijzen: zo werken historische processen niet, het zijn lange, complexe bewegingen. Maar misschien was de dag waarop alles werd verpest wel 24 maart, een halve eeuw geleden. Vanaf het begin van zijn bestaan was Argentinië ‘het land van de toekomst’: een land dat uitging van de belofte dat het op een dag groot zou zijn. Het was aannemelijk, het leek mogelijk: de pampa stemde optimistisch en daarom kwamen ruim honderd jaar geleden miljoenen immigranten uit het arme Europa ernaartoe, bereid zich op te offeren om hun kinderen een beter leven te geven in een beter land. ‘Mijn zoon wordt dokter,’ dat was de teneur. Het leek dat het ze zou lukken. In die verwachtingsvolle dagen werd Buenos Aires bezocht door een Franse premier die, Frans als hij was, dacht dat hij geestig moest zijn en zei dat Argentinië inderdaad het land van de toekomst was, maar dat helaas toujours zou blijven. Decennialang hield Clemenceaus oordeel stand: de focus van ons zelfbeeld lag altijd een beetje verder, in een toekomst die ieder heden weer een stukje verbeterde. Om die toekomst te verwezenlijken – om zichzelf te verwezenlijken – zette Argentinië complexe industrieën op, nationaliseerde zijn grondstoffen en nam de verantwoordelijkheid over het onderwijs, de gezondheid en de zorg van al zijn inwoners. In 1975 leefde maar 3 procent onder de armoedegrens, waren er vier keer zo weinig analfabeten als gemiddeld in Latijns-Amerika en lag het inkomen per hoofd van de bevolking een stuk hoger dan in Spanje. Maar de toekomst is per definitie aanvechtbaar en veel Argentijnen wensten er – vanwege hun scholing, gedwongen of uit idealisme – een waarin ieder een had wat hij nodig had. Ze stelden het zich voor in de vorm van socialisme of iets in die geest: een samenleving waarin de macht en de welstand beter verdeeld zouden zijn. De strijd om die toekomst maakte de rijke Argentijnen nerveus, zodat ze eens te meer hun toevlucht namen tot hun privépolitie: het nationale leger. Van 1955 tot 1975 waren er vijf geslaagde en diverse mislukte staatsgrepen geweest Dat deden ze vaak: van 1955 tot 1975 waren er vijf geslaagde en diverse mislukte staatsgrepen geweest. De rijke Argentijnen probeerden decennialang de hoop van de anderen te fnuiken en de continuïteit van hun macht veilig te stellen. Ze probeerden het met het peronisme – toelaatbare concessies; ze probeerden het met hun milde dictaturen – onvoldoende angst; maar ze slaagden er niet in. De dreiging verontrustte hen steeds meer; in 1976 waren ze het zat en wilden ze er voor eens en altijd een eind aan maken. Goed excuus Ze hadden een goed excuus: twee ‘gewapende organisaties’ waarvan het grootste gevaar was dat ze wapens hadden geleverd aan groeperingen studenten en arbeiders die hen steunden. De democratische regering van Isabel Perón had haar eigen vorm van illegale repressie uitgeoefend en in 1974 en 1975 waren door haar handlangers van de ‘Anticommunistische Alliantie van Argentinië’ meer dan duizend mensen gedood – maar het was niet genoeg. Als reactie op dat geweld grepen genoemde organisaties opnieuw naar de wapens, al waren het er weinig, en van slechte kwaliteit. En de stakingen in de fabrieken, de onrust op de universiteiten, de aanslagen hier en daar en de roep om sociale gerechtigheid gingen door. Het militaire commando gaf de ‘goedgezinde media’ bevel het gevaar te overdrijven om zo veel mogelijk angst te zaaien teneinde zich te kunnen rechtvaardigen: deze keer zouden ze al het verzet breken. Die 24ste werden ze geconfronteerd met het gebruikelijke ritueel Maar de Argentijnen wisten het nog niet. Die 24ste werden ze geconfronteerd met het gebruikelijke ritueel: de militaire marsen op radio en tv, de lege straten, de bekende onzekerheid. Twee dagen later bezocht de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, William Rogers, de junta. Hij rapporteerde zijn chef, de almachtige Henry Kissinger, in het geheim dat ‘we op heel korte termijn rekening moeten houden met een tamelijk hoge graad van repressie en waarschijnlijk veel bloedvergieten in Argentinië. Ik denk dat niet alleen met harde hand tegen terroristen zal worden opgetreden, maar ook tegen dissidente vakbondsleden en politieke partijen.’ Een paar dagen later zou Kissinger zijn brief sturen. Brief De brief is een van de kerndocumenten in de geschiedenis van Argentinië, maar wordt nauwelijks geciteerd. Eerder dan een brief was het trouwens een communiqué dat de grootvizier van het Amerikaanse imperium zijn ambassadeur in Buenos Aires stuurde. Hij droeg hem op de generaals ervan te overtuigen bij hun economisch beleid ‘de nadruk te leggen op vermindering van staatsbemoeienis in de economie, bevordering van de export, aandacht voor de verwaarloosde agrarische sector en een positieve houding ten aanzien van buitenlandse investeringen’. De claim van de Verenigde Staten was glashelder. Het was, met permissie, een plan dat een eind maak te aan de bijzondere positie van Argentinië in Latijns-Amerika en het terugduwde in de klassieke rol van onze landen, een rol die het decennia eerder had geprobeerd af te werpen: de winning en export van grondstoffen. Misschien hadden de militairen van ’76 het al bedacht, misschien niet: denken was per slot van rekening niet hun sterkste kant. Maar ineens viel alles op z’n plaats: zolang de industrieën overeind bleven, zouden de arbeiders lastig zijn. Het is wat andere Fransen noemden: het kind met het badwater weggooien Werd daarentegen teruggekeerd naar de oude economie van agrarische export, dan zou het mogelijk en redelijk zijn die fabrieken te ontmantelen, en had je van de vroegere werknemers geen last meer. Het is wat andere Fransen noemden: het kind met het badwater weggooien. En iedere toekomstvisie bij het vuilnis zetten. Het Argentinië dat Kissinger, Videla & co hebben gesticht werd niet in de toekomst gezocht maar in het verleden. Het brak met het langetermijndenken en nestelde zich in een permanent heden waarin een handjevol mensen heel veel kon verdienen. Intussen hielden de militairen zich bezig met het vermoorden van degenen die eventueel met een ander idee van de toekomst kwamen. Zo elimineerden ze niet alleen hen, ze doordrongen de bevolking er tegelijkertijd van dat ze met iedere poging in die richting het ergste riskeerden. Misschien is die 24ste maart niet de dag geweest waarop alles werd verpest, maar het was wel het moment waarop Argentinië de focus verloor die het land decennialang richting had gegeven: de hoop van de langetermijnconstructie. Nog in 1983, toen de dictatuur voorbij was, bood president Alfonsín iets soortgelijks aan een toekomst toen hij bezwoer: ‘Met democratie is er eten, onderwijs en zorg’. Maar de cocktail van armoede, marginalisatie, neoliberalisme en economische crises die de generaals van ’76 had den ingesteld bleef van kracht en de regeringen die elkaar sindsdien opvolgden hielden zich vooral bezig met het beteugelen van het dringende, onhandelbare heden. Misschien is dat een voorname reden geweest van de onwaarschijnlijke overwinning van Javier Milei: in zijn campagne had hij het over ‘morgen’. Hij herstelde het Argentijnse geloof dat we een betere toekomst konden bouwen door het heden te offeren. In het begin gaf het herstel van de toekomst hem voldoening. Om te beginnen kon hij zo de laatste desastreuze jaren makkelijker veroordelen. En het gaf hem de kans plannen voor te spiegelen en beloften te doen: de economie koppelen aan de dollar, wat niet gebeurde; de centrale bank sluiten, wat niet gebeurde; de inflatie stoppen, wat niet gebeurde – en een heleboel meer wat ook niet gebeurde. Ook beloofde hij de economie weer op gang te brengen. Maar nu, na twee regeringsjaren, sluiten elke dag zo’n dertig bedrijven en staan zo’n vierhonderd werknemers op straat; dat zijn nu in totaal al zo’n driehonderdduizend werknemers en zo’n 22.600 bedrijven, inclusief verschillende van de weinige fabrieken die er nog waren en die, met de opheffing van de douanebarrières, niet kunnen concurreren met de Chinese industrie. Hij wilde de overheid verkleinen, maar maakte het land kleiner Ook beloofde hij de overheid kleiner te maken, maar in zijn immense onbekwaamheid verwarde hij dat met het land kleiner maken. Ruim twee jaar geleden schrapte Argentinië alle publieke werken, en sindsdien neemt het aantal doden door ongelukken met die kapotte wegen hand over hand toe; hetzelfde geldt voor de ziekenhuizen, de gepensioneerden, de mensen met een handicap. En ook beloofde hij ‘een eind te maken aan de politieke kaste’, maar zijn kabinet telt mannelijke en vrouwelijke politici die alle partijen hebben doorlopen. En hij beloofde ‘moraal boven alles’, maar de corruptieschandalen in zijn regering en familie volgen elkaar op. Momenteel onthullen journalisten bewijzen dat hij, toen hij al president was, enkele miljoenen dollars opstreek door zijn volgelingen valselijk aan te raden hun geld om te zetten in een cryptomunt die maar twee uur zou standhouden en voor honderden miljoenen verlies heeft gezorgd. Misbaksel Maar los van alle bedrog en gemarchandeer imponeert dit misbaksel omdat het een totaal onsamenhangende figuur is die niet in staat is zich vloeiend uit te drukken en heel goed is in het lanceren van baarlijke nonsens – nog daargelaten dat hij schreeuwt en almaar sprongetjes maakt. Ik denk dat hij al met al het extreemste product is van die staatsgreep van een halve eeuw geleden. Niet alleen omdat zijn woeste economisch beleid een slechte kopie is van dat van de militairen van toen. Maar vooral omdat zo

    Het einde van de toekomst
  4. 5 May

    IJzersterk

    » Lees dit nummer online Met onder andere: » Trumps machtsvertoon » De bedreigde Piaggio Ape » Linkshandigen zijn minder bedeeld IJzersterk In de internationale hooiberg van het nieuws zijn allerlei rode draden te ontdekken. Toch dringt er eentje opvallend vaak en met te veel bravoure op de voorgrond. Het is een dikke draad, in dit geval vaak gelig oranje, maar ook groen als de dollars in handen van een kleine groep techmiljardairs. De draden komen bijeen als dat invloed en macht oplevert en worden omgesponnen tot onbreekbare kabels. Met het ijzersterke harnas dat ontstaat waant men zich onaantastbaar en daarmee ontheven van elke plicht tot verantwoording. De Franse filosoof Simone Weil beschreef in 1940 hoe het oude Rome kracht verheerlijkte, een cultus die door sommige politici en influencers opnieuw wordt gepropageerd. En dan vooral spottend met alles wat zij als minderwaardig beschouwen, op de eerste plaats onze zwakke en verwijfde ‘woke-cultuur’, volgens de Amerikaanse minister van Defensie vol candy-asses. Op het International Journalism Festival van Perugia was deze cultuur glorieus zichtbaar. Onder de in de vijftiende eeuw beschilderde plafonds passeerden talloze onderwerpen de revue die voor de ‘industrie’ van belang zijn. Behalve journalisten wordt het vijfdaagse festival ook bezocht door ‘newscreators’ en bedrijven die andere dan journalistiek inhoudelijke belangen koesteren. Er worden zaken gedaan. Ondanks alle hindernissen, tot de dood erop volgt, blijft de pen een krachtig en gevreesd wapen In het Palazzo dei Priori werd een tegelijkertijd verontrustend en geruststellend onderzoek aangehaald door Laurent Richard, oprichter van Forbidden Stories, een organisatie die de onderzoeken voortzet van verslaggevers die het zwijgen zijn opgelegd. Van de journalisten uit 53 deelnemende landen was 33 procent weleens ernstig bedreigd. 77 procent van die bedreigingen kwam van ambtenaren van de overheid, die, zo bleek, bang waren van corruptie te worden beschuldigd. Al helemaal wanneer het internationaal samenwerkende onderzoeksjournalistiek betrof waarmee bekend dreigde te worden wat verborgen moest blijven. Ook al zijn de cijfers onacceptabel, de uitkomst is een opsteker. Ondanks alle hindernissen, tot de dood erop volgt, blijft de pen een krachtig en gevreesd wapen. De Britse Carole Cadwalladr (The Nerve) vloekte meerdere keren in de kerk San Francesco al Prato. Ze waarschuwt al jarenlang onverschrokken tegen wat ze de tentakels noemt van ‘een broligarchie van f****d up sociopaths’. Doet ze zonder wapenuitrusting, behoorlijk zwak en verwijfd.

    IJzersterk

About

Welkom bij de podcast van 360, u weet wel dat fantastische magazine print en online met de beste artikelen uit de buitenlandse pers.