360 Magazine

360 Magazine

Welkom bij de podcast van 360, u weet wel dat fantastische magazine print en online met de beste artikelen uit de buitenlandse pers.

Afleveringen

  1. 2 jun

    Juninummer: FIFA’s verdienmodel

    » Lees dit nummer online Met onder andere: » De geschiedenis van toekomstpessimisme » De fascinerende wereld van bladsnijdersmieren » Jongeren in het Midden-Oosten Gulzig Hoewel 360 altijd aandacht wil besteden aan verschillende standpunten zonder al te veel kleur, moet ik toegeven dat er een bepaalde naam is die we in het magazine liever mijden. Hij duikt op ongeveer alle voorpagina’s op en domineert het nieuws, terwijl er toch echt ook een heleboel andere belangwekkende dingen gebeuren in de wereld. Had u bijvoorbeeld weleens gehoord van Aliko Dangote, de rijkste man van Afrika, die zijn auto’s en buitenlandse huizen verkocht vanuit de ambitie het continent economisch onafhankelijk te maken? Of van de vervallen silo die via een Finse Marktplaats voor 6000 euro werd verkocht en waar nu de wildste evenementen plaatsvinden? Toch, lijkt het, willen we steeds weer over ellende lezen. We hebben de neiging negatieve informatie sterker op te merken, serieuzer te nemen en beter te onthouden. Volgens futuroloog Florence Gaub heeft die neiging een functie: doordat we ons zorgen maken over de toekomst, zorgen we dat er iets verandert. Angst voor hongersnood en overbevolking leidde tot de Groene Revolutie en hogere landbouwopbrengsten, bezorgdheid over de ozonlaag stimuleerde strengere milieuwetgeving. Uiteraard betekent dit niet dat alles steeds maar beter wordt. Zo vond in 1980 nog een boycot plaats van het WK voetbal in Moskou, terwijl FIFA-baas Gianni Infantino anno 2026 ongegeneerd spreekt over het ‘meest inclusieve wereldkampioenschap ooit’ – dat eerder het meest lucratieve lijkt te gaan worden. Van verbroedering, ook tussen de drie organiserende landen, is weinig sprake. Van de claim dat sport apolitiek is zo mogelijk nog minder. Doordat we ons zorgen maken over de toekomst, zorgen we dat er iets verandert En zo gold de obsessiviteit waarmee velen tegenwoordig hun ochtendkoffie benaderen in de middeleeuwen nog als een hoofdzonde: overdreven verfijnd omgaan met eten en drinken en buitensporig veel aandacht besteden aan de bereiding ervan werd als gulzig gezien. Zou je in dit opzicht kunnen spreken van moreel verval? Ook zorgwekkend: ecosystemen raken ontwricht door de afname van insectenpopulaties, en er zijn steeds minder taxonomen om dit vast te leggen. Wel ontstaat door de zorgen hierover steeds meer begrip over hoe belangrijk insecten zijn voor het functioneren van de aarde. En, als we taxonomen moeten geloven, hoe mooi. Hoewel, niet allemaal misschien. Die verboden naam dook toch weer op in deze editie, maar dan in een vorm die we – naast bushi en obamai – acceptabel vonden: onder meer voor een ‘opvallend gekapte mot’. De reden lijkt bovendien positief: als per week honderd nieuwe soorten ongewervelden worden ontdekt, is op den duur elke naam geoorloofd. Laura Weeda

    3 min.
  2. Overvloed naast zelfkastijding

    1 jun

    Overvloed naast zelfkastijding

    Niemand ontsnapt aan ten minste een paar van de zeven hoofdzonden. Gulzigheid bijvoorbeeld. Ik heb een vriend – misschien herken je het wel – die ontzettend precies is als het op koffie aankomt. Hij gaat alleen naar de hipste koffiebars, van die plekken waar ze T-shirts van vijftig pond verkopen met het logo van de zaak erop. Zijn koffiebonen koopt hij in kleine, stijlvolle zakjes. Het liefst Ethiopische bonen – al vindt hij Keniaanse ook nog acceptabel – die hij thuis vervolgens ‘middelgrof’ maalt voor zijn Chemex, een glazen handmatige koffiemaker. Maar wie hou ik voor de gek? Die vriend ben ik zelf. Ik ben die koffiesnob. Daarnaast hou ik van ambachtelijk bier, kalamataolijven en amandelcroissants van zuurdesem. Lange tijd zag ik die verfijnde voorkeuren vooral als iets om trots op te zijn. Tot ik ontdekte dat ik mezelf volgens de middeleeuwse manuscripten die ik bestudeer regelrecht de hel in help. Want volgens die teksten valt mijn verfijnde smaak onder een van de hoofdzonden: gulzigheid. En in de middeleeuwen ging die zonde minder over het lichaam dan over de geest. Volgens de filosoof Thomas van Aquino (ca. 1225-1274) kent gulzigheid vijf vormen. Sommige daarvan herkennen we vandaag nog moeiteloos. Je kunt bijvoorbeeld 1) te veel eten of drinken, 2) te snel eten of drinken, of 3) je er te gulzig op storten. Maar de andere twee vormen zijn verrassender. In de middeleeuwen gold je ook als gulzig wanneer je 4) overdreven verfijnd of luxueus omging met eten en drinken, bijvoorbeeld door te fixeren op exclusieve producten. Of wanneer je 5) buitensporig veel aandacht besteedde aan de bereiding ervan: een uitgebreid pannenkoekenontbijt maken of een tostada met olijven en ansjovis alsof het een ritueel is. Gulzigheid was dus ook de zonde van overdreven verfijning en omhaal rond eten. Verfijning Op die ochtenden waarop ik mijn Ethiopische Yirgacheffe-koffie nauwkeurig afwoog en met een thermometer controleerde of het water exact negentig graden was, trapte ik volgens de middeleeuwse moraal precies in die laatste twee valkuilen. Maar wat is er eigenlijk mis met verfijning? Volgens Thomas van Aquino schuilt het gevaar erin dat zulke obsessies de geest overnemen. Mijn fixatie op koffie, ambachtelijk bier en croissants is volgens hem een vorm van ‘concupiscentie’: een egocentrisch verlangen dat het denken overneemt en het beoordelingsvermogen vertroebelt. Wanneer ik in de supermarkt sta, volledig gefascineerd door de luchtigheid van een briochebrood, sluit ik mezelf af van de wereld om me heen. Mijn obsessie vernauwt mijn blik. Ik zie de mensen, ideeën en dingen om mij heen niet echt meer. Voor kenners van middeleeuwse theologie klinkt dat waarschijnlijk bekend. Blind worden door obsessie is precies waar de zeven hoofdzonden altijd om draaiden. Het Latijnse woord voor jaloezie, invidia, betekende letterlijk ‘niet zien’. Tegenwoordig zijn die zonden echter vooral een cultureel cliché geworden. Hoogmoed, jaloezie, woede, luiheid, hebzucht, gulzigheid en lust klinken in 2026 eerder als namen van cocktails of personages uit een Pixarfilm. Volgens Dante Alighieri komen alle hoofdzonden uiteindelijk voort uit liefde – maar dan liefde die ontspoord is Maar in de middeleeuwen waren de hoofdzonden veel meer dan een lijstje verboden gedragingen. Ze vormden een soort psychologische kaart van menselijke verlangens: een manier om de diepste impulsen van de geest te begrijpen. Eeuwenlang waren ze de ruggengraat van de Europese biecht- en zelfhulpcultuur. En oorspronkelijk waren ze minder veroordelend dan wij vandaag vaak denken. Het systeem ontstond ruim zestien eeuwen geleden in de Egyptische woestijn en werd bedacht door Evagrius Ponticus. Deze denker, afkomstig uit de streek rond de Zwarte Zee, trok zich na een seksschandaal terug uit het openbare leven omdat hij zichzelf opnieuw wilde uitvinden als een soort ‘atleet van de geest’: iemand die zijn gedachten en verlangens streng probeerde te beheersen. Hij bracht uren door in ijskoude putten en geselde zichzelf. Maar nog opvallender was dat hij al zijn negatieve gedachten begon op te schrijven. Sommige waren banaal, andere ronduit paranoïde. Toen hij ze bundelde, merkte hij dat ze onder acht categorieën vielen: gulzigheid, lust, hebzucht, verdriet, woede, luiheid, ijdelheid en hoogmoed. Hij wilde die gedachten bestrijden, maar erkende tegelijk dat niemand eraan ontsnapt. Het waren volgens hem de ‘acht fundamentele gedachten’: verlangens die iedereen kent, hoe goed of zuiver iemand zichzelf ook vindt. Dante Alighieri In de eeuwen daarna verspreidde dit systeem zich razendsnel. Tegen de twaalfde eeuw waren de ‘acht gedachten’ omgevormd tot de ‘zeven hoofdzonden’: verdriet werd samengevoegd met luiheid, ijdelheid ging op in hoogmoed en jaloezie werd toegevoegd. Vooral onder Europese studenten sloeg het systeem enorm aan. In de dertiende eeuw gebruikten priesters de hoofdzonden als hulpmiddel tijdens biechten en pastorale gesprekken. En in de veertiende eeuw doken ze overal op in de populaire cultuur. Giotto schilderde de hoofdzonden op de muren van de Arena-kapel. Geoffrey Chaucer en John Gower gebruikten ze als structuur voor hun literaire werken. Maar hun bekendste ambassadeur was waarschijnlijk Dante Alighieri. In zijn Purgatorio laat hij trotse zondaars zware stenen torsen en woedende zielen verstikken in dikke zwarte rook. Toch schuilde achter al die straf en symboliek ook een opvallend mild idee. Volgens Dante Alighieri komen alle hoofdzonden uiteindelijk voort uit liefde – maar dan liefde die ontspoord is. Hoogmoed ontstaat wanneer eigenliefde doorslaat. Jaloezie is liefde voor succes die omslaat in genoegen bij andermans mislukking. Woede is een krampachtige drang om gelijk te hebben. Lust en hebzucht zijn ontspoorde verlangens naar seks en geld. En luiheid – misschien wel de moeilijkst te begrijpen zonde – ontstaat wanneer iemand het vermogen verliest om ergens nog echt om te geven. De conclusie? Je hoeft jezelf niet volledig te veroordelen voor je gulzigheid. Het komt voort uit iets fundamenteel menselijks: het verlangen naar comfort, voeding en genot. Alleen staat dat verlangen soms nét iets te hard afgesteld. Maar wat moet je daar dan mee? Volgens paus Gregorius de Grote (ca. 540-604) zit het probleem niet in het eten zelf, maar in het voortdurende denken eraan. Stop met obsessief bezig zijn met voedsel, vond hij. Ontwikkel wat de veertiende-eeuwse geleerde Conrad van Megenberg een ‘nuchtere smaakdiscipline’ noemde. Niet door jezelf uit te hongeren of luxeproducten volledig af te zweren, maar door een ontspannen vorm van matiging te ontwikkelen. Actueel Dat advies voelt verrassend actueel. Onze tijd wordt gekenmerkt door een voedselparadox. Aan de ene kant zijn er ambachtelijke broden, pistache-kaneelbroodjes en Dubai-chocoladelattes. Aan de andere kant bestaan koolhydraatarme diëten, intermittent fasting en influencers met lichamen die haast kunstmatig lijken. We leven in een cultuur van uitersten: eetbuien naast ultramarathons, overvloed naast zelfkastijding. En nu zijn er ook nog medicijnen zoals Ozempic en Wegovy die die kloof proberen te overbruggen. Het resultaat? Een samenleving vol voedselobsessies, waarin mensen soms meer bezig zijn met eten en de effecten ervan dan met elkaar. Ik herken mezelf daar pijnlijk goed in. Tijdens mijn laatste bezoek aan Ierland, waar mijn schoonmoeder woont, had ik blijkbaar verteld hoeveel ik van Ethiopische koffie hou. Toen ik de eerste ochtend beneden kwam, stond er een nieuw pak koffiebonen op tafel. Mijn schoonmoeder – inmiddels met pensioen – was langs vier supermarkten gegaan op zoek naar de juiste bonen en had uiteindelijk iets gevonden dat ‘Kenyan Blend’ heette. Uit paniek had ze ook nog een glimmende nieuwe cafetière gekocht. Die ochtend dronk ik één kopje van haar koffie. Maar de volgende dag ging ik zelf op zoek naar mijn vertrouwde Yirgacheffe-bonen, precies gemalen zoals ik ze wilde. De ‘Kenyan Blend’ verdween ongebruikt terug in de kast. Wat voor schoonzoon was ik eigenlijk geworden? Dat is uiteindelijk waar gulzigheid – en eigenlijk alle hoofdzonden – over gaat. Je merkt dat je te ver bent gegaan wanneer je gewoontes andere mensen buitensluiten. Wanneer je obsessie, of die nu draait om jezelf, status of verfijning, belangrijker wordt dan aandacht en vriendelijkheid voor anderen. In het vliegtuig terug uit Ierland besefte ik dat mijn koffiesnobisme mijn schoonmoeder had gekwetst. Ik dacht aan de teleurgestelde blik in haar ogen toen ik thuiskwam met dat kleine zakje exclusieve bonen. Volgende keer drink ik gewoon de koffie die ze in de dichtstbijzijnde winkel vindt. Misschien leer ik dan iets van haar over geduld en liefde. En wie weet blijf ik dan zelfs uit de hel.

    8 min.
  3. Het einde van de toekomst

    19 mei

    Het einde van de toekomst

    Na de staatsgreep van 24 maart 1976 verloor Argentinië misschien wel wat het land decennialang richting had gegeven: de hoop op een langetermijnconstructie. Misschien was dat de dag dat alles werd verpest. Het is dwaas om een beslissende dag te willen aanwijzen: zo werken historische processen niet, het zijn lange, complexe bewegingen. Maar misschien was de dag waarop alles werd verpest wel 24 maart, een halve eeuw geleden. Vanaf het begin van zijn bestaan was Argentinië ‘het land van de toekomst’: een land dat uitging van de belofte dat het op een dag groot zou zijn. Het was aannemelijk, het leek mogelijk: de pampa stemde optimistisch en daarom kwamen ruim honderd jaar geleden miljoenen immigranten uit het arme Europa ernaartoe, bereid zich op te offeren om hun kinderen een beter leven te geven in een beter land. ‘Mijn zoon wordt dokter,’ dat was de teneur. Het leek dat het ze zou lukken. In die verwachtingsvolle dagen werd Buenos Aires bezocht door een Franse premier die, Frans als hij was, dacht dat hij geestig moest zijn en zei dat Argentinië inderdaad het land van de toekomst was, maar dat helaas toujours zou blijven. Decennialang hield Clemenceaus oordeel stand: de focus van ons zelfbeeld lag altijd een beetje verder, in een toekomst die ieder heden weer een stukje verbeterde. Om die toekomst te verwezenlijken – om zichzelf te verwezenlijken – zette Argentinië complexe industrieën op, nationaliseerde zijn grondstoffen en nam de verantwoordelijkheid over het onderwijs, de gezondheid en de zorg van al zijn inwoners. In 1975 leefde maar 3 procent onder de armoedegrens, waren er vier keer zo weinig analfabeten als gemiddeld in Latijns-Amerika en lag het inkomen per hoofd van de bevolking een stuk hoger dan in Spanje. Maar de toekomst is per definitie aanvechtbaar en veel Argentijnen wensten er – vanwege hun scholing, gedwongen of uit idealisme – een waarin ieder een had wat hij nodig had. Ze stelden het zich voor in de vorm van socialisme of iets in die geest: een samenleving waarin de macht en de welstand beter verdeeld zouden zijn. De strijd om die toekomst maakte de rijke Argentijnen nerveus, zodat ze eens te meer hun toevlucht namen tot hun privépolitie: het nationale leger. Van 1955 tot 1975 waren er vijf geslaagde en diverse mislukte staatsgrepen geweest Dat deden ze vaak: van 1955 tot 1975 waren er vijf geslaagde en diverse mislukte staatsgrepen geweest. De rijke Argentijnen probeerden decennialang de hoop van de anderen te fnuiken en de continuïteit van hun macht veilig te stellen. Ze probeerden het met het peronisme – toelaatbare concessies; ze probeerden het met hun milde dictaturen – onvoldoende angst; maar ze slaagden er niet in. De dreiging verontrustte hen steeds meer; in 1976 waren ze het zat en wilden ze er voor eens en altijd een eind aan maken. Goed excuus Ze hadden een goed excuus: twee ‘gewapende organisaties’ waarvan het grootste gevaar was dat ze wapens hadden geleverd aan groeperingen studenten en arbeiders die hen steunden. De democratische regering van Isabel Perón had haar eigen vorm van illegale repressie uitgeoefend en in 1974 en 1975 waren door haar handlangers van de ‘Anticommunistische Alliantie van Argentinië’ meer dan duizend mensen gedood – maar het was niet genoeg. Als reactie op dat geweld grepen genoemde organisaties opnieuw naar de wapens, al waren het er weinig, en van slechte kwaliteit. En de stakingen in de fabrieken, de onrust op de universiteiten, de aanslagen hier en daar en de roep om sociale gerechtigheid gingen door. Het militaire commando gaf de ‘goedgezinde media’ bevel het gevaar te overdrijven om zo veel mogelijk angst te zaaien teneinde zich te kunnen rechtvaardigen: deze keer zouden ze al het verzet breken. Die 24ste werden ze geconfronteerd met het gebruikelijke ritueel Maar de Argentijnen wisten het nog niet. Die 24ste werden ze geconfronteerd met het gebruikelijke ritueel: de militaire marsen op radio en tv, de lege straten, de bekende onzekerheid. Twee dagen later bezocht de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, William Rogers, de junta. Hij rapporteerde zijn chef, de almachtige Henry Kissinger, in het geheim dat ‘we op heel korte termijn rekening moeten houden met een tamelijk hoge graad van repressie en waarschijnlijk veel bloedvergieten in Argentinië. Ik denk dat niet alleen met harde hand tegen terroristen zal worden opgetreden, maar ook tegen dissidente vakbondsleden en politieke partijen.’ Een paar dagen later zou Kissinger zijn brief sturen. Brief De brief is een van de kerndocumenten in de geschiedenis van Argentinië, maar wordt nauwelijks geciteerd. Eerder dan een brief was het trouwens een communiqué dat de grootvizier van het Amerikaanse imperium zijn ambassadeur in Buenos Aires stuurde. Hij droeg hem op de generaals ervan te overtuigen bij hun economisch beleid ‘de nadruk te leggen op vermindering van staatsbemoeienis in de economie, bevordering van de export, aandacht voor de verwaarloosde agrarische sector en een positieve houding ten aanzien van buitenlandse investeringen’. De claim van de Verenigde Staten was glashelder. Het was, met permissie, een plan dat een eind maak te aan de bijzondere positie van Argentinië in Latijns-Amerika en het terugduwde in de klassieke rol van onze landen, een rol die het decennia eerder had geprobeerd af te werpen: de winning en export van grondstoffen. Misschien hadden de militairen van ’76 het al bedacht, misschien niet: denken was per slot van rekening niet hun sterkste kant. Maar ineens viel alles op z’n plaats: zolang de industrieën overeind bleven, zouden de arbeiders lastig zijn. Het is wat andere Fransen noemden: het kind met het badwater weggooien Werd daarentegen teruggekeerd naar de oude economie van agrarische export, dan zou het mogelijk en redelijk zijn die fabrieken te ontmantelen, en had je van de vroegere werknemers geen last meer. Het is wat andere Fransen noemden: het kind met het badwater weggooien. En iedere toekomstvisie bij het vuilnis zetten. Het Argentinië dat Kissinger, Videla & co hebben gesticht werd niet in de toekomst gezocht maar in het verleden. Het brak met het langetermijndenken en nestelde zich in een permanent heden waarin een handjevol mensen heel veel kon verdienen. Intussen hielden de militairen zich bezig met het vermoorden van degenen die eventueel met een ander idee van de toekomst kwamen. Zo elimineerden ze niet alleen hen, ze doordrongen de bevolking er tegelijkertijd van dat ze met iedere poging in die richting het ergste riskeerden. Misschien is die 24ste maart niet de dag geweest waarop alles werd verpest, maar het was wel het moment waarop Argentinië de focus verloor die het land decennialang richting had gegeven: de hoop van de langetermijnconstructie. Nog in 1983, toen de dictatuur voorbij was, bood president Alfonsín iets soortgelijks aan een toekomst toen hij bezwoer: ‘Met democratie is er eten, onderwijs en zorg’. Maar de cocktail van armoede, marginalisatie, neoliberalisme en economische crises die de generaals van ’76 had den ingesteld bleef van kracht en de regeringen die elkaar sindsdien opvolgden hielden zich vooral bezig met het beteugelen van het dringende, onhandelbare heden. Misschien is dat een voorname reden geweest van de onwaarschijnlijke overwinning van Javier Milei: in zijn campagne had hij het over ‘morgen’. Hij herstelde het Argentijnse geloof dat we een betere toekomst konden bouwen door het heden te offeren. In het begin gaf het herstel van de toekomst hem voldoening. Om te beginnen kon hij zo de laatste desastreuze jaren makkelijker veroordelen. En het gaf hem de kans plannen voor te spiegelen en beloften te doen: de economie koppelen aan de dollar, wat niet gebeurde; de centrale bank sluiten, wat niet gebeurde; de inflatie stoppen, wat niet gebeurde – en een heleboel meer wat ook niet gebeurde. Ook beloofde hij de economie weer op gang te brengen. Maar nu, na twee regeringsjaren, sluiten elke dag zo’n dertig bedrijven en staan zo’n vierhonderd werknemers op straat; dat zijn nu in totaal al zo’n driehonderdduizend werknemers en zo’n 22.600 bedrijven, inclusief verschillende van de weinige fabrieken die er nog waren en die, met de opheffing van de douanebarrières, niet kunnen concurreren met de Chinese industrie. Hij wilde de overheid verkleinen, maar maakte het land kleiner Ook beloofde hij de overheid kleiner te maken, maar in zijn immense onbekwaamheid verwarde hij dat met het land kleiner maken. Ruim twee jaar geleden schrapte Argentinië alle publieke werken, en sindsdien neemt het aantal doden door ongelukken met die kapotte wegen hand over hand toe; hetzelfde geldt voor de ziekenhuizen, de gepensioneerden, de mensen met een handicap. En ook beloofde hij ‘een eind te maken aan de politieke kaste’, maar zijn kabinet telt mannelijke en vrouwelijke politici die alle partijen hebben doorlopen. En hij beloofde ‘moraal boven alles’, maar de corruptieschandalen in zijn regering en familie volgen elkaar op. Momenteel onthullen journalisten bewijzen dat hij, toen hij al president was, enkele miljoenen dollars opstreek door zijn volgelingen valselijk aan te raden hun geld om te zetten in een cryptomunt die maar twee uur zou standhouden en voor honderden miljoenen verlies heeft gezorgd. Misbaksel Maar los van alle bedrog en gemarchandeer imponeert dit misbaksel omdat het een totaal onsamenhangende figuur is die niet in staat is zich vloeiend uit te drukken en heel goed is in het lanceren van baarlijke nonsens – nog daargelaten dat hij schreeuwt en almaar sprongetjes maakt. Ik denk dat hij al met al het extreemste product is van die staatsgreep van een halve eeuw geleden. Niet alleen omdat zijn woeste economisch beleid een slechte kopie is van dat van de militairen van toen. Maar vooral omdat zo

    11 min.
  4. IJzersterk

    5 mei

    IJzersterk

    » Lees dit nummer online Met onder andere: » Trumps machtsvertoon » De bedreigde Piaggio Ape » Linkshandigen zijn minder bedeeld IJzersterk In de internationale hooiberg van het nieuws zijn allerlei rode draden te ontdekken. Toch dringt er eentje opvallend vaak en met te veel bravoure op de voorgrond. Het is een dikke draad, in dit geval vaak gelig oranje, maar ook groen als de dollars in handen van een kleine groep techmiljardairs. De draden komen bijeen als dat invloed en macht oplevert en worden omgesponnen tot onbreekbare kabels. Met het ijzersterke harnas dat ontstaat waant men zich onaantastbaar en daarmee ontheven van elke plicht tot verantwoording. De Franse filosoof Simone Weil beschreef in 1940 hoe het oude Rome kracht verheerlijkte, een cultus die door sommige politici en influencers opnieuw wordt gepropageerd. En dan vooral spottend met alles wat zij als minderwaardig beschouwen, op de eerste plaats onze zwakke en verwijfde ‘woke-cultuur’, volgens de Amerikaanse minister van Defensie vol candy-asses. Op het International Journalism Festival van Perugia was deze cultuur glorieus zichtbaar. Onder de in de vijftiende eeuw beschilderde plafonds passeerden talloze onderwerpen de revue die voor de ‘industrie’ van belang zijn. Behalve journalisten wordt het vijfdaagse festival ook bezocht door ‘newscreators’ en bedrijven die andere dan journalistiek inhoudelijke belangen koesteren. Er worden zaken gedaan. Ondanks alle hindernissen, tot de dood erop volgt, blijft de pen een krachtig en gevreesd wapen In het Palazzo dei Priori werd een tegelijkertijd verontrustend en geruststellend onderzoek aangehaald door Laurent Richard, oprichter van Forbidden Stories, een organisatie die de onderzoeken voortzet van verslaggevers die het zwijgen zijn opgelegd. Van de journalisten uit 53 deelnemende landen was 33 procent weleens ernstig bedreigd. 77 procent van die bedreigingen kwam van ambtenaren van de overheid, die, zo bleek, bang waren van corruptie te worden beschuldigd. Al helemaal wanneer het internationaal samenwerkende onderzoeksjournalistiek betrof waarmee bekend dreigde te worden wat verborgen moest blijven. Ook al zijn de cijfers onacceptabel, de uitkomst is een opsteker. Ondanks alle hindernissen, tot de dood erop volgt, blijft de pen een krachtig en gevreesd wapen. De Britse Carole Cadwalladr (The Nerve) vloekte meerdere keren in de kerk San Francesco al Prato. Ze waarschuwt al jarenlang onverschrokken tegen wat ze de tentakels noemt van ‘een broligarchie van f****d up sociopaths’. Doet ze zonder wapenuitrusting, behoorlijk zwak en verwijfd.

    3 min.
  5. Vooroordelen tegen linkshandigen zijn in onze taal ingebakken

    1 mei

    Vooroordelen tegen linkshandigen zijn in onze taal ingebakken

    Hoewel kinderen niet meer worden gedwongen met hun rechterhand te schrijven, doen de meeste talen linkshandigen nog steeds tekort. Historisch gezien is de mensheid niet bepaald vriendelijk geweest tegen mensen die als afwijkend worden gezien, zeker als die afwijkingen duidelijk zichtbaar zijn. Hoewel ze lang niet  zoveel discriminatie ervaren als andere bevolkingsgroepen, zijn linkshandigen in veel culturen buitengesloten en werden ze soms gedwongen hun aard te veranderen. Hoewel handvoorkeur tegenwoordig een van de minst gestigmatiseerde menselijke eigenschappen is, is het historische vooroordeel tegen links en de linkerhand in veel talen blijven voortbestaan, in de vorm van woorden en uitdrukkingen. Het is bewezen dat taal beïnvloedt hoe we de wereld zien, dus het is veelzeggend dat dit vooroordeel zo diep in onze talen verankerd zit.  Er zijn verschillende verklaringen voor waarom handvoorkeur er zo veel toe doet, maar de meeste herleiden het tot de dominantie van rechtshandigen. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer tien procent van de bevolking linkshandig is, al maken traditionele vooroordelen het lastig om dit met zekerheid vast te stellen. Zelfs als we uitgaan van hogere schattingen (tot 18 procent), blijft duidelijk dat rechtshandigen sterk in de meerderheid zijn – en de wereld dus grotendeels naar hun hand hebben gezet. Het is bewezen dat taal beïnvloedt hoe we de wereld zien, dus het is veelzeggend dat dit vooroordeel zo diep in onze talen verankerd zit Daaruit volgt dat de meeste mensen hun rechterhand gebruiken om te eten, te schrijven en elkaar te begroeten. De linkerhand, daarentegen, wordt vooral voor minder bekoorlijke taken gebruikt. Linkshandigen worden vaak als onhandig gezien, enkel omdat veel onderdelen van onze wereld (zoals deurknoppen, schriften, et cetera) niet voor hen zijn ontworpen.  Een ander element dat bijdraagt aan het vooroordeel tegen linkshandigen  – met name in christelijke contexten – is de religieuze neiging om het kwade  aan links en het goede aan rechts te verbinden. Eva wordt aan Adams linkerkant afgebeeld en krijgt de schuld van de erfzonde. Lucifer bevindt zich aan Gods linkerkant voordat hij valt, terwijl aan de rechterzijde Jezus of de aartsengelen worden geplaatst, afhankelijk van de compositie. Zo staat er ook in het Evangelie volgens Mattheüs dat de geiten, die links zijn ingedeeld, naar de hel gaan, terwijl de schapen aan de rechterkant naar de hemel gaan.  Hoewel er ook culturen hebben bestaan met een tegenovergestelde opvatting, heeft een combinatie van biologische en culturele factoren rechtshandigheid zeker een beter imago gegeven.  Aangezien deze mentaliteit zo lang heeft voortbestaan, is het logisch dat het ook onze taal heeft beïnvloed.  Het recht van rechts In het Engels zien we dit terug in de vele betekenissen van de woorden voor ‘rechts’ en ‘links’. Naast de eenvoudige richting kan right als bijvoeglijk naamwoord ‘goed’, ‘correct’ en ‘verkieslijk’ betekenen. Als zelfstandig naamwoord wijst het op macht, privilege of rechtmatig eigendom. Het komt ook veel voor in juridische contexten, zoals inalienable rights [onvervreemdbare rechten] of in de zoektocht om wandaden goed te maken (to right the wrongs). [Hoewel in het Engels de woorden voor ‘rechts’ en bepaalde vertalingen van ‘recht’ samenvallen, verschillen deze woorden in het Nederlands slechts één letter. Ze zijn wel etymologisch aan elkaar verwant: volgens Van Dale komt het Nederlandse woord ‘rechts’ van het woord ‘recht’, niet andersom.] Opvallend genoeg heeft het Engelse left meerdere betekenissen, maar zijn weinig daarvan het tegenovergestelde van right. Zo kan iets left behind [achtergelaten] zijn, of kan er maar een ding left [over] zijn. Linguïstisch gezien heeft het woord right veel positieve connotaties, terwijl het woord left vooral wordt gedefinieerd als een gebrek aan substantie. Etymologisch gezien stamt right van het Oud-Engelse riht, dat ‘goed’ en ‘juist’ betekent. Het woord left, daarentegen, blijkt van oud-Nederlandse en Germaanse woorden af te stammen die ‘zwak’ betekenen. [Het Nederlandse woord ‘links’ komt van het Middelhoogduitse gelenke, dat ‘buigzaam’ betekent, als tegengestelde van ‘rechts’, dat van het Griekse orektos (‘gestrekt’) afstamt.] Oude talen lijken niet zo’n groot vooroordeel te hebben gekoesterd als moderne, hoewel hun woorden in de loop van de tijd in positieve en negatieve richtingen zijn verbogen. Het extreemste geval hiervan is op te merken in het Latijn: daar betekent ‘rechts’ dexter (denk ‘dextreus’) en ‘links’ is sinister. Het is opmerkelijk dat hoewel er over de oorsprong van het woord ‘sinister’ wordt getwist, het waarschijnlijk niet werd geassocieerd met het kwaad toen het voor het eerst in omloop kwam.  Vergelijking Als we de bekendste oude talen vergelijken, kunnen we zien dat links en rechts vaak berustten op andere richtingen of op het feit dat de meeste mensen vaardiger zijn met hun rechterhand dan met hun linker. Screenshot Grieks en Latijn leken beiden af en toe van mening te veranderen over links, wat de zoektocht naar een duidelijke betekenis moeilijker maakt. Maar in moderne talen lijkt de negatieve perceptie van de linkerkant zich veel dieper in de taal te wortelen. De volgende tabel geeft de tien meest gesproken talen in de wereld weer (exclusief Engels), met de woorden voor links en rechts en hun geassocieerde betekenis.  Screenshot Ondanks het feit dat deze talen uit drastisch verschillende culturen en alfabetten afkomstig zijn, bestaan er duidelijke karakteristieke patronen. De rechterkant wordt geassocieerd met het rechte, correcte en wetmatige en de linkerkant wordt gezien als fysiek incapabel of incorrect. In het Arabisch en het Hindi suggereren de connecties met ‘gemak’ dat een taak makkelijk moet zijn om het door de linkerhand te laten doen.  Left-footers en left-leggers Naast individuele woorden dragen ook spreekwoorden bij aan het negatieve beeld van linkshandigheid. Zo heeft een onhandig persoon ‘twee linkervoeten’ en als je in het Engels in het nadeel verkeert, vecht je ‘met de linkerhand’. Een ongewenst onderwerp ‘laat je links liggen’. Dat perspectief komt ook terug in Engelse bijnamen voor linkshandigen zoals mollydooker, goofy hander, cack-handed, en wrongpaw. Deze impliceren bijna allemaal onhandigheid of zwakte.  Lokale idiomen en gewoontes benadrukken de morele implicaties. Zo gaat ‘met het verkeerde (of linker-)been uit bed stappen’ gepaard met een slechte dag. Als je pech wil vermijden gooi je zout over je linkerschouder, specifiek omdat de duivel zich daar zou bevinden. Wanneer in tekenfilms een engel en een duivel op iemands schouders verschijnen, zit de engel vaak rechts en de duivel links.  Ironisch genoeg kan dit vooroordeel op verschillende, zelfs tegenstrijdige manieren worden ingezet, zolang de boodschap maar negatief blijft. Hoewel de term ‘left-footer’ [linkervoet] in Noord-Ierland een scheldwoord is voor katholieken (met betwiste oorsprong), worden protestanten weer uitgemaakt voor ‘left-legger’ [linkerbeen] (vermoedelijk vanwege de manier waarop ze knielen tijdens een kerkdienst).  Deze gezegdes hebben ook te maken met onze relaties tot anderen. Terwijl een geëerde bondgenoot misschien een ‘rechterhand’ wordt genoemd, kan het een belediging zijn om iemand aan de linkerhand van een machtig persoon te plaatsen. Zo beschrijven sommige culturen nepproducten als ‘linkshandig’ en een persoon wordt ook zo genoemd als deze inherent onbetrouwbaar is.  Wanneer in tekenfilms een engel en een duivel op iemands schouders verschijnen, zit de engel vaak rechts en de duivel links Historisch bestond er zelfs het begrip ‘huwelijk met de linkerhand’. Dit heet officieel een morganatisch huwelijk, en het betreft een lid van de adel of een koningshuis dat trouwt met iemand van drastisch lagere status. Hoewel het huwelijk wettig was, hadden partner en kinderen doorgaans geen recht op titels of erfenissen. Vandaag de dag wordt de term soms nog figuurlijk gebruikt.  Het enige moderne gebruik van ‘links’ en ‘rechts’ dat niet direct met handvoorkeur te maken heeft, is wellicht het politieke onderscheid tussen rechts (conservatief) en links (progressief). Die terminologie vindt zijn oorsprong in de placering van de Franse Nationale Vergadering van 1789, waar revolutionairen links en royalisten rechts zaten. Maar aangezien de revolutionairen doorgaans burgers waren en de royalisten aristocraten, is het goed mogelijk dat dit destijds ook een denigrerende ondertoon had. Of je een horrorverhaal nu sinister noemt, je rechterhand ophemelt of nota bene ambidextrie bespreekt, je verlaat je onbewust op duizenden jaren oude geloven over de waarden van links- en rechtshandige dominantie. Alleen door dit linguïstische  vooroordeel te identificeren en te erkennen, kunnen we het achter ons laten.

    8 min.
  6. ‘Robots hebben jouw lichaam nodig’

    22 apr

    ‘Robots hebben jouw lichaam nodig’

    Biologen, natuurkundigen en computerwetenschappers sluiten zich aan bij platform RentAHuman.ai om hun expertise aan te bieden. Stel dat je nieuwe baas je vraagt duiven te tellen in Washington Square Park in New York of een nieuw Italiaans restaurant uit te proberen. Dat zijn slechts enkele van de opdrachten die mensen krijgen via RentAHuman.ai – een platform waarop gebruikers hun tijd en vaardigheden kunnen aanbieden aan AI-agenten. Inmiddels beginnen ook wetenschappers hun expertise via de website aan te bieden.De website werd begin februari gelanceerd door de software-ingenieurs Alexander Liteplo en Patricia Tani, die het project oprichtten. Liteplo vertelde aan Business Insider dat hij het systeem in ongeveer anderhalve dag vrij intuïtief in elkaar zette. Het idee is eenvoudig, zoals op de homepage van de website staat beschreven: ‘robots hebben jouw lichaam nodig’. Gebruikers kunnen een profiel aanmaken om hun vaardigheden aan te bieden voor taken die een AI-tool niet zelfstandig kan uitvoeren – zoals vergaderingen bijwonen, experimenten uitvoeren of een instrument bespelen – en daarbij aangeven wat ze ervoor vragen. Mensen – of ‘meatspace workers’, zoals de site ze noemt – kunnen vervolgens reageren op opdrachten die door AI-agenten worden geplaatst, of wachten tot ze door een AI-agent worden benaderd. Volgens de website hebben inmiddels meer dan 450.000 mensen hun diensten aangeboden. Menselijke onderzoekstaken Tot nu toe heeft een handvol wetenschappers hun diensten aangeboden op RentAHuman.ai. In hun profiel vermelden ze vaardigheden op het gebied van wiskunde, natuurkunde, informatica, immunologie en biologie. Een van de meest bekeken profielen op de site is van AI-ingenieur David Montgomery uit Denver, Colorado. Hij noemt onder meer AI-evaluatie en de programmeertaal Python als vaardigheden, maar ook allerlei praktische klusjes en fotografie. Montgomery zegt dat hij zich oorspronkelijk bij de site aansloot omdat hij zelf aan een vergelijkbaar platform werkt. De meeste verzoeken van AI-agenten die hij tot nu toe via RentAHuman.ai heeft ontvangen, blijken spamberichten met mogelijk gevaarlijke links, vertelt hij. ‘Het lijkt erop dat er maar weinig serieuze opdrachten rondgaan,’ zegt hij, en geen daarvan is ‘echt relevant voor mij’.Hij heeft wel op enkele taken gereageerd – zoals een opdracht van 1 dollar om een bericht op sociale media te upvoten – maar daar nog geen reactie op ontvangen. Voorlopig staan er onder de openbaar geplaatste opdrachten van AI-agenten geen taken die specifiek gericht zijn op mensen met wetenschappelijke of onderzoeksvaardigheden. In één bericht wordt programmeren genoemd, maar dat is een oproep aan de makers om een bug op de site te fixen. Het platform richt zich vooralsnog niet op wetenschappelijke of onderzoeksgerelateerde taken. Publiciteitsstunt Voorlopig is het ook de vraag of je wel kunt zeggen dat AI-systemen mensen inhuren, zegt Chris Benner, die technologische verandering en economische herstructurering onderzoekt aan de University of California, Santa Cruz. De AI-agenten, die door mensen zijn gebouwd, lijken hun opdrachten namelijk te krijgen op basis van menselijke instructies, merkt hij op. Ook de betaling voor die taken komt uiteindelijk van de maker van de AI-agent. Volgens Michael Wellman, computerwetenschapper aan de University of Michigan in Ann Arbor, verschilt het platform niet zo veel van bestaande websites zoals Upwork, Taskrabbit en Amazon Mechanical Turk – platforms die opdrachtgevers in contact brengen met zelfstandige werkers om specifieke taken uit te voeren. Nu AI-agenten steeds vaker worden ingezet, is het volgens hem niet meer dan logisch dat ze ook op dit soort netwerken verschijnen. ‘Mensen kunnen AI gebruiken om via vrijwel elke website diensten in te huren,’ zegt Wellman. ‘Dit platform maakt het alleen iets makkelijker om AI-agenten eraan te koppelen.’ Provocerend Hoewel de naam zeker provocerend is, voelt RentAHuman.ai volgens Benner vooral als een publiciteitsstunt of een vorm van sociaal commentaar. ‘Op dit moment is er in onze samenleving een grote fascinatie voor AI – en ook de angst dat AI al onze banen zal overnemen, autonoom wordt en uiteindelijk de samenleving gaat domineren,’ zegt hij. ‘Dit concept speelt daar op een bepaalde manier op in, door te suggereren: “Ja, computers gaan ons straks in dienst nemen.”’ De oprichters van RentAHuman.ai reageerden niet op verzoeken van Nature om commentaar. Liteplo reageerde echter wel op een recente tweet waarin het hele idee als dystopisch werd bestempeld, met de woorden: ‘lmao yep’ [Yep, laughing my ass off].

    5 min.
  7. 10 apr

    De politieke generatiekloof in Georgië

    Opa heeft zijn kleinzoon politiek gevormd, maar inmiddels worden ze het niet meer met elkaar eens. Terwijl zijn kleinzoon de pro-Russische regering in Georgië vreest, ziet opa weinig in de EU. Eigenwijze snotneuzen zijn het, moppert de opa over zijn kleinzoon en diens vrienden. Opa Archiko is de naaste verwant van de twintigjarige Alexander Beraia, hoewel ze honderden kilometers van elkaar leven: Alexander woont in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, Archiko in een dorp in het noordwesten, dicht bij Abchazië. Ze bellen elkaar meerdere malen per week. Als Alexander een gedicht schrijft, is zijn opa van 78 de eerste die het mag horen. Maar sinds enige tijd maken opa en zijn kleinzoon vaak ruzie Het gaat altijd over politiek. Alexander is bezorgd over de toekomst van zijn Georgië. Ongerust ziet hij toe hoe Rusland Oekraïne met geweld in zijn invloedssfeer wil dwingen. En hij vreest dat de Georgische regering zijn vaderland met een reeks wetten en repressieve maatregelen steeds meer op Rusland laat lijken. Daarom protesteert Alexander al meer dan een jaar voor het parlement in de hoofdstad Tbilisi, sinds de regering in november 2024 de gesprekken over toetreding tot de EU opschortte. Wat opa Archiko van zijn kant niet begrijpt: hij ziet zijn kleinzoon en diens vrienden de verkeerde kant op gaan. Hoog tijd dus voor een familiegesprek, dat Die Zeit mag bijwonen en dat veel duidelijk zal maken over het huidige Georgië en zijn conflicten. Zeven uur was Alexander onderweg om zijn opa te bezoeken. Pachulani heet het dorp waar die laatste woont. Koeien grazen er langs de straat, in de tuinen groeien palmen, citroenbomen en wijnstokken. In een van de eengezinswoningen met versierde buitentrappen zitten kleinzoon en opa nu samen aan de eettafel. In de houtoven knettert het. Het is lekker warm. Alexander zit aan de tafel naast zijn oma. Zijn moeder serveert koffie, gedroogde vijgen en bonbons. Dan komt ze erbij zitten. Archiko Gogochia is een man met een hoekig gezicht, een bromstem en een grote zonnebril die zijn ogen verbergt, want hij is al bijna twintig jaar blind. Zijn kleinzoon studeert politicologie in Tbilisi. Eigenlijk hebben opa en kleinzoon elkaar veel te vertellen. En in feite, vindt Alexander, zou de strijd die hij nu voert voor de Georgische onafhankelijkheid zijn opa bekend moeten voorkomen. Die vocht in het begin van de jaren negentig nog voor de territoriale eenheid van Georgië tegen het door Rusland gesteunde Abchazië, dat zich had afgescheiden. ‘De Europeanen willen ons voorschrijven waar we onze toiletten moeten bouwen en waar de varkensstal heen moet!’ Hij was altijd politiek geïnteresseerd en had Alexander al vroeg duidelijk gemaakt wat de waarde van vrijheid is. Maar als zijn kleinzoon nu over politiek praat, verheft opa zijn stem: ‘De Europeanen willen ons voorschrijven waar we onze toiletten moeten bouwen en waar de varkensstal heen moet! Dat laten we niet over onze kant gaan!’ Zijn wijsvinger zwaait in de lucht. Georgische Droom Zijn kleinzoon schudt het hoofd. ‘De EU doet toch helemaal niets, opa!’ zegt hij. Het klinkt hulpeloos. Opa Archiko laat zich niet tegenhouden. ‘Ik heb in 1989 gedemonstreerd voor de onafhankelijkheid van Georgië van de Sovjet-Unie. Ik heb in 1993 voor Georgië een oorlog uitgevochten. En dat allemaal niet om nu onder de knoet van de EU te leven.’ Bij de parlementsverkiezingen van 2024 stemde Archiko op Georgische Droom, de partij die de laatste jaren steeds pro-Russischer is geworden. En hoewel ongeveer 80 procent van de Georgiërs aansluiting bij de EU wil, hoewel toetreding tot de EU zelfs als doelstelling in de Georgische grondwet is verankerd, won die partij de verkiezingen. Hoe is dat te rijmen? En waarom kiest iemand als Archiko, die dertig jaar geleden tegen Rusland vocht, nu voor een pro-Russische partij? ‘De Europeanen willen dat wij Georgiërs een tweede front tegen Rusland beginnen,’ zegt hij. Zijn vrouw wil iets zeggen, maar hij praat door. ‘De Russen kunnen immers niet in twee landen tegelijk vechten. Dan wordt het voor Oekraïne makkelijker om zich te verdedigen. Maar wij willen geen oorlog!’ Alexander fronst. ‘Waar haal je dat vandaan, opa? Dat is toch waanzin!’ – ‘Nou, dat heb ik op tv gehoord,’ zegt hij, ‘op alle zenders.’ Er zou een ‘globale oorlogspartij’ bestaan, en de EU zou in Georgië een marionettenregering willen installeren Wie wil begrijpen waarom regeringspartij Georgische Droom zo veel steun in het land krijgt, kan niet om de televisie heen. De oligarch Bidzina Ivanisjvili, een soort grijze eminentie in de regeringspartij, financiert de zenders die antiwesterse boodschappen uitzenden: er zou een ‘globale oorlogspartij’ bestaan, en de Europese Unie zou in Georgië een marionettenregering willen installeren. Maar waarom slaat die propaganda aan? Misschien omdat ze inspeelt op iets wat de meeste mensen in Georgië kennen: angst. Voor oorlog, voor vreemde machten, voor het verlies van eigen grondgebied. Ze vermengt het verleden met het heden, rijt oude wonden weer open – de Russische tanks, de gebombardeerde Georgische steden. Wie dat heeft meegemaakt, vergeet het niet meer. En in Georgië hebben velen dat meegemaakt: na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verloor Georgië eerst Abchazië in een oorlog. In 2008 verloor het Zuid-Ossetië. Tegenwoordig wordt 20 procent van het Georgische grondgebied door Rusland bezet. Welbeschouwd zou de anti-Russische propaganda moeten floreren, maar de regeringspartij werpt zich in deze tijd op als garantie voor stabiliteit: alleen met haar zal het niet tot een oorlog met Rusland komen. Verleden jaar heeft Georgische Droom voor de parlementsverkiezingen in het hele land affiches laten ophangen waarop zwart-witbeelden te zien zijn van verwoeste Oekraïense steden, met daarnaast foto’s van Georgische dorpen en de slogan: ‘Met ons nooit meer oorlog’. Dat slaat aan, in een land dat meer dan eens een oorlog heeft meegemaakt. 20 procent van het Georgische grondgebied is bezet Archiko leunt achterover, de handen op de knieën. ‘We hebben een eigen grondwet, eigen wetten en een zelfgekozen regering. We hebben goed opgeleide volksvertegenwoordigers – onze premier heeft in Duitsland rechten gestudeerd! De EU moet zich er niet mee bemoeien.’ De oude man vertolkt de angst voor een marionettenregering die op de Georgische tv wordt aangewakkerd. Want ook de kiezers van de pro-Russische regeringspartij willen een onafhankelijk Georgië. Alexander slaakt een diepe zucht. ‘Opa, kun je een voorbeeld noemen? Waar bemoeit de EU zich dan mee?’ ‘Nou, ze dringt ons haar lhbti-onzin op. Wij willen niet dat hier mannen met mannen en vrouwen met vrouwen…’ Hij maakt zijn zin niet af en voegt eraan toe: ‘Zoiets gaat hier niet gebeuren!’ Alexander zakt dieper weg in zijn stoel. Wat zijn opa zegt, bevalt hem duidelijk niet. ‘En bij de wet op buitenlandse agenten – daar steekt de EU ook haar neus in zaken die haar niet aangaan,’ zegt Archiko. Die ‘agentenwet’, die officieel de ‘Wet op transparantie van buitenlandse invloeden’ heet en in 2024 werd aangenomen, was voor Alexander een reden om voor het eerst de straat op te gaan tegen de regering. En het was de aanleiding voor de eerste ruzie met zijn opa over politiek. Het had hem diep geraakt, zegt Alexander, dat uitgerekend zijn opa – die in de zomer van 2023 al sterk beïnvloed was door de televisie – niet wilde erkennen dat het eigenlijke probleem een wet naar Russisch voorbeeld is, en niet inmenging van de EU. Strenge controle De wet verplicht organisaties en media die minstens 20 procent van hun middelen uit het buitenland krijgen om zich te registreren als ‘actief in opdracht van een buitenlandse macht’. Daardoor vallen ze onder strenge controle door de overheid. De wet dient om ongewenste stemmen van onafhankelijke media en organisaties te elimineren. En dat herinnert duidelijk aan de manier waarop Rusland ooit zijn autoritaire koers inzette De EU heeft de Georgische regering meerdere malen dringend verzocht de wet niet in te voeren. Toch werd hij aangenomen. ‘Maar je vindt wel dat de regering pro-Russisch is, opa?’ ‘Nee, hoezo? Die is pro-Europees! Rusland heeft onze gebieden bezet! Ik kan toch niet Russisch willen zijn!’ ‘Maar vind je niet dat de Russische en de Georgische regering op elkaar lijken? Bijvoorbeeld wat betreft die wet op buitenlandse agenten?’ vraagt Alexander. ‘Nee. Wij zijn een democratisch land, daarom willen we toch ook in de EU.’ Ja? Wil je toch in de EU?’ ‘Natuurlijk,’ bromt opa, ‘maar niet in deze EU.’ Tien, vijftien jaar geleden was de EU nog democratisch, vindt Archiko. Zo stelt ook de Georgische regering het voor: ze is niet openlijk anti-Europees, de partij gebruikt zelfs EU-symbolen in de verkiezingsstrijd. Maar ze stelt de EU wel in een kwaad daglicht en beweert dat die is veranderd. Zo lukt het de regering om de spagaat uit te voeren: om enerzijds de tegenstanders van de EU aan te spreken, maar anderzijds de voorstanders niet te verliezen die al jaren op toetreding hopen. Want dat betekent voor hen: een rechtstaat, welvaart, investeringen. Maar vooral zien ze in de EU een bescherming tegen Rusland. ‘Neutraliteit zou nu beter zijn, zoals Zwitserland,’ vindt Archiko echter. Van de andere kant van de kamer roept oma: ‘Nee, wacht even! Wij willen toch in de EU?’ Zij heeft bij de verkiezingen niet op Georgische Droom gestemd. Alexander knikt naar haar. ‘Wij hebben Rusland als buur,’ zegt hij. ‘Opa, ik wil dat wij lid worden van de EU en de NAVO, zodat ik niet hoef mee te maken hoe mijn huis wordt verwoest – zoals papa dat vroeger in Abchazië moest aanzien.’ ‘Natuurlijk, we willen allemaal in vrede leven,’ zegt Archiko. ‘Poetin is een bezetter – niet alleen in Oekraïn

    11 min.
  8. 7 apr

    Editie 254: Redactioneel

    » Lees dit nummer online Met onder andere: » Alle Zwitsers kunnen ondergronds overleven » De aanstelling van Irans derde opperste leider » De omgekeerde wereld: AI huurt mensen in Xenia Gastvrijheid staat in veel culturen hoog aangeschreven. Het oude Griekenland kende xenia: de band tussen gast en gastheer, die Zeus persoonlijk beschermde. Volgens Arabische tradities moet een vreemdeling minstens drie dagen worden verzorgd, zonder vragen. In India leeft het idee Atithi Devo Bhava: de gast is goddelijk. En in Japan houdt omotenashi in dat je anticipeert op de behoeften van de gast, zonder dat deze ze hoeft uit te spreken. Filippo Grandi, voormalig Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, noemt ‘asiel (…) een van de mooiste gebaren die de mensheid te bieden heeft’. In een reportage vanFinancial Times maakt hij de balans op van een decennialange carrière in het humanitaire veld. Migratie, zegt Grandi, is de prijs die je voor rijkdom betaalt. Of, zoals Naomi Klein het eens krachtig verwoordde: ‘Onze manier van leven is afhankelijk van andermans ellende.’ Asiel is dan ook geen gunst, zoals de gast die vraagt, maar een recht, vastgelegd in het Vluchtelingenverdrag uit 1951, dat vanwege de aard van de wereldwijde problemen steeds weer moet worden bijgesteld. Migratie is de prijs die je voor rijkdom betaalt Niet iedereen denkt er zoals Grandi over, en het aantal ontheemden is in tien jaar tijd bijna verdubbeld. Ece Temelkuran, van wie we een fragment uit haar prachtige en intieme nieuwe boek Nation of Strangers publiceren, verliet Turkije in 2016 omdat ze gearresteerd kon worden wegens kritiek op Erdoğans regime, en woont momenteel in Hamburg. Ze spreekt niet van alt-right of extreemrechts, maar steevast van fascisme – een term die velen volgens haar vermijden omdat die hen eraan herinnert dat ze iets moeten doen. Als ontheemde gedraagt ze zich wenselijk. Bestond tussen haar en andere vluchtelingen de stilzwijgende overeenkomst om ‘zonder sentimenteel gedoe door te gaan met ons leven, wat mijn bevroren hart goed uitkwam’, op de steeds terugkerende vragen van de Duitsers om haar heen heeft ze geleerd vrolijk te glimlachen, haar onverschilligheid te verbergen. En haar heimwee. Een van de schrijnendste gegevens uit de reportage met Grandi is dat, ondanks de grote ellende in het land, mensen uit omliggende landen toch naar Soedan vluchten. Ook keren veel gevluchte Soedanezen ondanks de gevaren terug. ‘De Soedanees is sentimenteel’, aldus een van hen. Ondertussen worden in Omaha (het Amerikaanse Midwest) nieuwkomers verwelkomd om vergeten buurten nieuw leven in te blazen en trekt het Japanse dorp Shichikashuku migranten aan om de bevolkingsdaling af te remmen. Dat mag eigenbelang zijn, gastvrij is het wel.

    3 min.

Beoordelingen en recensies

5
van 5
3 beoordelingen

Info

Welkom bij de podcast van 360, u weet wel dat fantastische magazine print en online met de beste artikelen uit de buitenlandse pers.