Mens in Wording

Suze Maclaine Pont

Mens in Wording is dé podcast voor de mens achter de hulpverlener. Als arts, therapeut, psycholoog of hulpverlener sta je dagelijks klaar om de dragende kracht te zijn voor het proces van een ander. Maar wie draagt de drager als het stormt? Nederlandse traumatherapeut Suze Maclaine Pont en de Belgische huisarts Karen Smets breken de spreekkamer open. Geen theoretische protocollen of standaard zelfhulpclichés , maar rauwe, onversneden eerlijkheid over de kramp van de to-do-lijst , existentiële angst , schuldgevoelens en de mythe van ‘af-zijn’. Hoe navigeer je door je eigen imperfecties en vroege overlevingspatronen terwijl je er bent voor het leven van een ander? Stem elke 14 dagen af op Mens in Wording en vind een gedragen plek waar jouw kwetsbaarheid als professional onvoorwaardelijk welkom is. Want we zijn nooit klaar met worden.

Afleveringen

  1. 24 aug

    Binnen 3 dagen je vakantiegevoel kwijt? Over verdoven vs. échte rust

    Waarom ‘opladen’ niet werkt Je bent een paar weken weggeweest. De bergen in, naar de zee, of gewoon luieren in de tuin. Er was ruimte, er was gezamenlijkheid en de druk was even van de ketel. En dan stap je op maandagochtend je werk weer in, en voor het weekend is aangebroken voelt het alsof je nooit weg bent geweest. Je hersteltijd is verdampt en de oude stress zit weer volledig in je lijf. Hoe kan dat? En hoe neem je die diepe rust nou wél mee het normale leven in? In aflevering 10 van de podcast Mens in Wording ontleden traumatherapeut Susan McLean-Pont en huisarts Karen Smets de ‘vakantie-gevoel-paradox’. Verdoven vs. De Parasympathische Staat Huisarts Karen Smets legt uit wat er op medisch en neurologisch niveau gebeurt: ons dagelijks leven draait op de sympathische staat (de actie- en overlevingsstand). Het is onze standaardinstelling geworden. Wanneer we op vakantie gaan, willen we die actiestand even niet meer voelen. Maar in plaats van dat we écht afzakken naar de parasympathische staat (de diepe herstel- en ruststand waarin ons zenuwstelsel zich veilig voelt), gaan we de overlevingsstand vaak verdoven. We drinken meer alcohol, we eten anders, we gaan laat naar bed en we vullen onze dagen met uitstapjes. Het voelt als ontspanning, maar je zenuwstelsel leert niet hoe het in het dagelijks leven in de ruststand kan blijven. Zodra je weer thuis bent en de maatschappij aan je trekt—de hectiek op het werk, de mailtjes, de bladblazers in de straat—schiet je brein binnen één seconde terug in het oude, vertrouwde overlevingspatroon. Het ritme van het zeilschip Suze Maclaine Pont gebruikt de metafoor van het zeilen op zee. Op een zeilschip stuur je niet op de waan van de dag, maar leef je volgens een strak, vast ritme: de wachtloop. Vier uur op, acht uur af. Er moeten een aantal basisdingen telkens weer gebeuren (brood bakken, het schip onderhouden, bidden/mediteren, maaltijden) om het schip te laten varen. In onze westerse maatschappij hebben we de logica omdraait: we denken dat rust het gevolg is van heel hard werken (“Als ik al mijn werk af heb, verdien ik rust”). Op een gezond schip (en in een gezond leven) is het precies andersom: het vaste ritme van rust, maaltijden en bezinning is de absolute voorwaarde. Pas vanuit die basis ontstaat er ruimte voor efficiëntie, werk en creativiteit. 3 Praktische inzichten voor je terugkeer naar werk: Geef jezelf de ruimte om ‘in te slingeren’: Verwacht niet dat je op dag één na je vakantie op volle toeren draait. Geef jezelf een week de tijd om te acclimatiseren en noem het ‘inslingeren’. Maak een praatje met collega’s en bouw het tempo rustig op. Neem ‘5 minuten vakantie’: Wacht niet tot de volgende zomer om op te laden. Neem gedurende je werkdag kleine micro-pauzes. Wandel een kerk of museum binnen voor 5 minuten, of kijk 1 minuut lang naar de wind die door de bomen ruist. Zoek de verbinding: Je kunt die diepe rust (‘de Goddelijke Draad’) niet in je eentje vasthouden in een maatschappij die doordraait. Zoek collega’s, vrienden en gelijkgestemden op met wie je écht van mens tot mens kunt verbinden, zonder dat je je hoeft te verdedigen. Wil je dit ritme in je eigen leven verankeren? Beluister de podcast: Beluister aflevering 10 van Mens in Wording op Spotify of Apple Podcasts. Kom naar het Symposium (25 september): Ontmoet Suze, Karen en gastspreker Binu Singh op ons landelijke symposium ‘Het Onvoltooide Mens Zijn’ net over de grens bij Breda/Antwerpen. Ontdek hoe je dit zenuwstelselritme samen met anderen kunt trainen. Klik hier voor meer informatie en tickets

  2. 14 aug

    Performing Peace: Waarom ontspannen op vakantie zo’n kramp wordt

    Je hebt wekenlang doorgewerkt, alle ballen in de lucht gehouden, en eindelijk is het zover: vakantie! Je klapt je laptop dicht, pakt de koffers in en rijdt naar de camping of het vliegveld. En dan… lukt het niet om af te schakelen. Veel mensen brengen de eerste week van hun vakantie al slapend door, of worden kriebelig, prikkelbaar en onrustig zodra de hectiek wegvalt. Vervolgens ontstaat er een nieuw soort prestatiedruk: de vakantie moet geslaagd zijn. We moeten boeken lezen, inspirerende stadjes bezoeken, gezellig zijn met de kinderen en opgeladen terugkomen. In aflevering 9 van de podcast Mens in Wording noemen traumatherapeut Suze Maclaine Pont en huisarts Karen Smets dit fenomeen Performing Peace. Rust ‘doen’ vs. Rust ‘hebben’ Wanneer we in het dagelijks leven op de overlevingsstand draaien, raakt ons zenuwstelsel gewend aan constante prikkeling en controle. Als we dan op vakantie gaan, proberen we rust te vinden via actie. We gaan hardlopen, naar de sauna, yoga beoefenen of uitstapjes plannen. Hoewel die activiteiten heerlijk kunnen zijn om even te ontladen, vergroten ze onze basale capaciteit voor rust niet. Het is alsof je een zwaar rotsblok een berg op duwt. Op vakantie parkeer je het blok even, je rust uit op een bankje, maar na drie weken pak je precies hetzelfde rotsblok weer op om verder te duwen. Wat is vakantie eigenlijk, of beter ‘Vacare Deo’? Het woord vakantie komt van het Latijnse Vacare Deo. Vrij vertaald betekent dat: uithangen met God. Echte rust betekent niet dat je in een perfecte staat van zen moet verkeren op een zonnig strand. Het betekent dat je jezelf laat zakken in een ‘hangmat’ van onvoorwaardelijke acceptatie. En in die hangmat mag álles er zijn: ook je uitgeputte lijf, je chagrijn, je korte lontje of de twijfels die bovenkomen wanneer het stil wordt. Pas wanneer je zenuwstelsel leert dat het ook veilig is als je niets presteert en niks oplost, groeit je capaciteit om diepgaande rust mee te nemen naar je werkdag. 3 Tips om de overgang wél te maken: Accepteer de ‘afkickfase’: Verwacht niet dat je op dag één ontspannen bent. Je zenuwstelsel heeft tijd nodig om de overgang van de ‘overlevingsdraad’ naar de ‘goddelijke draad’ te maken. Laat het schuldgevoel over ‘saaiheid’ los: Kinderen en partners hebben op vakantie vaak helemaal geen overvol programma nodig. Ze hebben een gereguleerd zenuwstelsel van de ouder nodig. Een ‘saaie’ vakantie waar niets moet, is vaak de meest helende. Plan een inslingerperiode: Kom niet op zondagavond om 23:00 uur terug van een verre reis als je maandagochtend om 08:00 uur weer moet presteren op je werk. Geef jezelf de ruimte om langzaam weer ‘in te slingeren’. Wil je hier dieper op reflecteren? Beluister de podcast: Beluister aflevering 9 van Mens in Wording via je favoriete podcastapp. Sluit aan bij ons Symposium (25 september): Wil je je zenuwstelsel trainen in echte, onverdedigde rust? Ontmoet Suze, Karen en psychiater Binu Singh op ons symposium ‘Het Onvoltooide Mens Zijn’. Bekijk hier de informatie en tickets.

  3. 24 jul

    Als je zelf de expert bent: Waarom artsen en therapeuten geen hulp durven vragen

    Als je zelf de expert bent: Waarom artsen en therapeuten zo moeilijk hulp vragen Het is een van de vreemdste paradoxen in de gezondheidszorg: we wijzen anderen dagelijks de weg naar herstel, maar zodra we zelf vastlopen in ons privéleven, schieten we in een kramp. “Ik ben de expert, dus ik zou dit eigenlijk zelf moeten weten en oplossen.” Het is een gedachte die diep ingebakken zit in de opleidingen en de cultuur van zorgprofessionals. Artsen hebben opvallend vaak geen eigen huisarts. Ze schrijven hun eigen medicatie voor en stellen een bezoek aan een collega zo lang mogelijk uit. Want stel je voor dat de ander merkt dat je het antwoord niet weet? In aflevering 8 van de podcast Mens in Wording leggen traumatherapeut Suze Maclaine Pont en huisarts Karen Smets dit beklemmende taboe op tafel. De ‘God-status’ van de behandelaar Waar komt die extreme drempel vandaan? Het begint bij de maatschappelijke verwachting. Van artsen en therapeuten wordt onbewust geëist dat ze op een voetstuk staan. Ze moeten het overzicht hebben, de diagnose stellen en het probleem liefst snel fiksen. Wanneer een zorgprofessional zelf uitvalt, emoties voelt of vastloopt, voelt dat al snel als een persoonlijk falen of het verliezen van de ‘waardigheid’ als behandelaar. Om die kwetsbaarheid niet te hoeven voelen, trekken we een professioneel harnas aan. Of erger: we verdoven de druk achter de schermen. Spaar jij je behandelaar? Zelfs als een therapeut of arts wél de stap zet om hulp te zoeken, ontstaat er vaak een fascinerende dynamiek. Omdat je zelf kennis van zaken hebt, ga je de analyse vooraf al maken. Je controleert de uitslagen, evalueert de behandelmethode van je collega, of je bent opvallend voorzichtig om de ander ‘niet te belasten’ met jouw bak ellende. Het resultaat? Je blijft de controle houden, waardoor de andere behandelaar niet écht dichtbij kan komen. Echte genezing of rust ontstaat pas op het moment dat een collega durft te zeggen: “Fijn dat je zoveel weet, maar vandaag ben je hier gewoon als mens. Ik ben niet onder de indruk van je expertise, kom maar zitten.” Echte verbinding is evidence-based In de zorg wordt heilig geloofd in protocollen en evidence-based behandelingen. Maar de allersterkste wetenschappelijke evidentie die er bestaat, wijst telkens naar hetzelfde gegeven: het is de menselijke verbinding tussen behandelaar en cliënt die de doorslag geeft. Als wij als zorgverleners onszelf op de plek van ‘God’ zetten en doen alsof wij nooit falen of luiden, ontrammen we de ander de kans om écht mens te zijn. Pas wanneer we onze eigen kwetsbaarheid en onvolmaaktheid durven te omarmen, worden we werkelijk effectief in ons vak. Wil je hier dieper op reflecteren? Beluister de podcast: Beluister aflevering 8 van Mens in Wording op deze pagina, Spotify of Apple Podcasts. Kom naar het Symposium (25 september): Met onze Stichting bouwen we aan een beweging waar zorgverleners zonder angst voor oordeel hun mens-zijn kunnen herontdekken. Ontmoet Suze, Karen en gastspreker Binu Singh op ons symposium ‘Het Onvoltooide Mens Zijn’. [Klik hier voor de ticketverkoop].

  4. 6 jul

    Waarom hulpverleners stoppen met de leuke dingen (als het te druk wordt)

    Je Huis poetsen voor de poetshulp: Waarom zelfzorg in de zorg een fabeltje is Herken je dat? Je bent doodmoe, de werkdruk staat tot aan je lippen, en de moed zakt je in de schoenen bij de gedachte aan wéér een cliënt of patiënt. En wat doe je? Je zegt je sportafspraak af, je annuleert die gezellige avond met vrienden, en je stort je op een eindeloze to-do-lijst. Sommigen van ons gaan zelfs nog snel even het huis aan kant maken voordat de poetshulp komt. Het is de ironie van de hulpverlener: we zorgen voor iedereen, behalve voor onszelf. En als we te veel op ons bord hebben, stoppen we acuiter dan wie dan ook met de dingen die ons daadwerkelijk voeden. In de nieuwste aflevering van de podcast Mens in Wording pellen we dit fenomeen tot op het bot af. Aanleiding is het vertrek van co-host Carine, die vanwege een overvolle agenda de podcast moest loslaten—een pijnlijk maar noodzakelijk staaltje zuivere grenzen stellen. De biologische kramp van controle Waarom reageert ons systeem zo paradoxaal? Het antwoord ligt diep in ons zenuwstelsel. Wanneer we overweldigd raken door stress en de wereld om ons heen onvoorspelbaar wordt, schiet ons lichaam in de overlevingsstand. Omdat we de grote dingen buiten ons niet kunnen controleren, maken we onze wereld kunstmatig kleiner. We maken to-do-lijstjes en schrijven er soms zelfs dingen op die we al af hebben, puur voor de dopaminekick van het afvinken. We poetsen de wc, we ordenen de stapels papier op ons bureau. Het geeft een surrogaatveiligheid. Het vertelt ons brein: Zie je wel, we hebben de controle nog. Maar het is een illusie. Echte veiligheid zit niet in de vinkjes op je papier, maar in het durven zakken midden in de chaos. Waarom we niet kunnen ontvangen Als we heel eerlijk kijken naar ons verleden, hebben velen van ons als kind al geleerd dat ‘zorgen voor de ander’ de enige manier was om emotioneel veilig te zijn. We ontwikkelden een ijzersterke ‘overlevingsdraad’. Wat we niet hebben geleerd, is hoe we anderen voor ons moeten laten zorgen. Zodra we het moeilijk hebben, trekken we ons terug of gaan we nog harder rennen. Want hulp vragen voelt gevaarlijk. Wat als de hulp niet passend is? Wat als de ander gekwetst raakt als we er iets van zeggen? Dus zeggen we al snel: “Laat maar, ik doe het wel alleen. Dat is eenvoudiger.” De verschuiving naar de Goddelijke Draad Het snappen van dit patroon is niet genoeg; je kunt dit niet op pure wilskracht veranderen. Je zenuwstelsel moet ervaren dat het veilig is om de controle los te laten en te vertrouwen op wat wij de ‘Goddelijke Draad’ noemen: die universele bronkracht die ons stuurt vanuit intuïtie en flow, in plaats van angst en kramp. Als hulpverleners kunnen we onze cliënten of patiënten niet meenemen naar een plek waar we zelf nog nooit zijn geweest. Wij hebben de taak om onze eigen gezondheid en regulatie zo serieus te nemen, dat we een baken van rust kunnen zijn midden in de tornado. Wil je hier dieper op ingaan? Luister de podcast: Beluister de volledige discussie tussen traumatherapeut Suze Maclaine Pont en huisarts Karen Smets in aflevering 7 van Mens in Wording. Ontmoet ons live: Op 25 september organiseren wij het symposium Het Onvoltooide Mens Zijn in de buurt van de Belgische grens, met o.a. jeugd en baby psychiater Binu Singh. Een dag die volledig in het teken staat van het zakken uit de kramp en het vieren van onze mede-menselijkheid. Klik hier voor de ticketverkoop.

  5. 15 jun

    Hoe betrouwbaar ben jij als je er altijd bent?

    Karen is er deze week niet. Haar vader heeft een herseninfarct gehad en ze speelt even dochter in plaats van dokter. En dat is, zo blijkt, precies het onderwerp. In deze aflevering praten Suze en Carine over wat het vraagt om als hulpverlener te zorgen dat je eigen gezondheid werkelijk op de eerste plek staat — niet als ideaal, maar als fundament van goed werk. Over het energetische lijntje dat blijft lopen naar cliënten in crisis, ook als je bij je kinderen bent. Over beschikbaarheid als ambacht: ieder mens vraagt iets anders, er is geen protocol dat dat vat. Suze vertelt over oom Jan op de scheepswerf. Ze was 22, de eerste vrouw die er iets anders deed dan koffie brengen, uitgelachen door collega’s en haar vader. Ze laste de spanten van een schip in haar eentje, bang om te laten zien dat ze het niet kon. Totdat Jan haar vroeg om twintig meter omhoog te klimmen voor het feestelijke moment van het gangboord. Ze aarzelde. Hij fluisterde: ‘Ik heb het nagekeken voor je. Je kunt veilig gaan.’ Dat verhaal is 29 jaar later nog niet vergeten. Ze praten ook over de cliënte die bij 38 therapeuten was weggestuurd en het stempel ‘onbehandelbaar’ had meegekregen. Over zaadjes planten en niet weten wanneer ze uitkomen. Over het dunne lijntje tussen voldoening uit je werk halen en afhankelijk zijn van het resultaat van de ander. En over wat het innerlijke werk werkelijk betekent — niet je patronen uitwissen, maar van jezelf houden in de stukken waarin je met jezelf vecht. Wat je leert / meeneemt Gebruik als bullet-lijst op website of in afleveringsbeschrijving. Waarom toewijding aan je eigen gezondheid het fundament is van goed hulpverlenen — niet een luxe of toevoeging Hoe het energetische lijntje naar cliënten in crisis werkt, en wanneer het gezin wordt van je gezin Wat oom Jan op de scheepswerf leerde over ambacht, vertrouwen en nooit meer alleen je werk doen Wat er werkelijk nodig was voor de cliënte die bij 38 therapeuten was weggestuurd Het dunne lijntje tussen voldoening uit je werk halen en afhankelijk worden van de resultaten van de ander Wat zaadjes planten betekent als therapeutische houding — en waarom dat geen passiviteit is Wat het innerlijke werk écht vraagt: niet je patronen uitwissen, maar van jezelf houden in de stukken waarin je vecht Blogpost bij Aflevering 6 Ik heb het voor je nagekeken Suze was 22 jaar en de eerste vrouw op de scheepswerf die er iets anders deed dan koffie brengen. Ze had gelast. Ze had de spanten gelast die de ribbenkast van een schip bij elkaar houden. En ze had het gedaan zoals ze alles deed in die tijd: alleen, stiekem, bang om te laten zien dat ze het niet wist. Oom Jan had haar het lassen geleerd. Maar hij had haar ook laten klooien. Op een gegeven moment liet hij haar gewoon — en ze wist niet of dat vertrouwen was of onverschilligheid. Toen het moment aanbrak dat het gangboord gelast moest worden — het feestelijke moment, familie erbij, champagne erbij, het schip krijgt zijn vorm — vroeg Jan wie de spanten gelast had. Iedereen keek naar Suze. ‘Nou Suus, jij hebt de spanten gelast. Dan mag jij nu naar boven.’ Twintig meter. Op de spanten die ze zelf had gelast. Zonder dat iemand haar werk had nagelopen. Ze aarzelde. Jan liep naar haar toe en zei zachtjes, zodat de rest het niet kon horen: “Is er iets? — Ik weet het niet, hoe bedoel je? — Kom dan naar boven. — Maar als het mis gaat… — Er is niets mis met jouw laswerk. Ik heb het nagekeken voor je. Je kunt veilig naar boven. Maar dit mag je nooit meer zo doen.” Ze was 22. Nu is ze 51. Het is 29 jaar geleden. Ze vertelt het in aflevering 6 van Mens in Wording in de context van een gesprek over vakmanschap — over wat het eigenlijk betekent om dit vak te doen. Een collega noemde het een ambacht: ieder mens anders, ieder moment anders, geen protocol dat het vat. En bij een ambacht, leerde Jan haar, doe je één ding boven alles: je zorgt voor jezelf. Je neemt de rust. Je zoekt je materialen bij elkaar. Je zegt: ik weet niet hoe dit moet, leer het me even. Want er zijn mensenlevens op het spel als je dat niet doet. In de zorg is die les niet geleerd. Carine vertelt over het Pinksterweekend: ze had migraine, was er bijna doorheen, en een cliënte die nooit hulp vraagt bereikte haar. Ze ging met zichzelf zitten. Kan ik dit op dit moment? Is dit werkelijk mijn beschikbaarheid? Ze belde — niet automatisch, niet uit programma, maar vanuit een bewuste keuze dat ze er echt was. Suze vertelt over de cliënte die bij 38 therapeuten was weggestuurd. Die het stempel had gekregen: onbehandelbaar. Suze zei wat ze kon beloven: je bent welkom. Niet: ik los het op. Niet: zes maanden en dan zien we het resultaat. Gewoon: je bent welkom. “Dat heb ik nog nooit gehoord. Want in ieder traject werd ik weggestuurd. Omdat er na zes maanden resultaat moest zijn. En anders was ik onbehandelbaar.” Carine noemt het zaadjes planten. Je weet niet wanneer ze uitkomen. Sommige komen nooit uit. Maar als je blijft water geven, gaan er uitkomen. Het probleem is dat de zorg resultaat wil zien op de termijn die zij bepaalt — niet op de termijn die het leven nodig heeft. En de therapeut die dat systeem internaliseert — die zijn eigen bestaansrecht koppelt aan de resultaten van zijn cliënten — is niet meer een therapeut. Die is iemand die zichzelf nodig heeft. “We zitten op een raar rots blokje. 80.000 km per uur om een as heen te spinnen in een rare oersoep van sterrenstelsels. Maar wat er uit deze patiënt moet komen — dat weten we zeker.” De aflevering eindigt met een nuance die Suze bijna terloops inbrengt, maar die de zwaarste zin van de hele podcast is: ‘het innerlijke werk’ betekent niet dat je je patronen moet uitwissen tot je af bent. Het betekent: kun je van jezelf houden in de stukken waarin je juist met jezelf vecht? Kun je een arm om je heen laten slaan — zonder dat die arm iets hoeft op te lossen? Oom Jan sloeg geen arm. Hij fluisterde. Maar het werkte hetzelfde. Je kunt veilig naar boven. Maar nooit meer alleen. Luister naar aflevering 6 van Mens in Wording. Voor de mens achter de hulpverlener.

  6. 1 jun

    De ontmoeting – dat is al meer dan genoeg

    Suze werd wakker met een to-do-lijst en een kopje koffie bij de boomgaard. Karen had een lastige ochtend en wilde hem eerst kwijt voor ze kon beginnen. Carine lag in een donkere kamer met migraine. Geen van hen stond er top bij. Ze gingen toch zitten. In aflevering 5 praten Suze, Karen en Carine over wat er gebeurt als je eist dat het moeilijke gevoel eerst weg moet voor je aan het leven mag beginnen — en hoe je daarmee je eigen allergrootste vijand wordt. Over verlichting als niet een toestand van altijd-goed-zijn, maar als het volledig accepteren van alles wat je aantreft. Inclusief de frustratie, de migraine, de to-do-lijst. Suze vertelt over de keer dat ze een cliënt was vergeten — twee keer, door de drukte rond haar ouders en hun verhuizing. Het militaire kanonnenvuur in haar hoofd daarna. De neiging om te overcompenseren tot elk spoor van menselijkheid uitgewist was. En de cliënte die zei: ‘Ik ben zo blij dat ik gewoon boos mag zijn bij jou. Dat is al meer dan genoeg.’ Ze praten over de weerstand tegen een efficiënte oplossing die iets onthulde: ‘Bijna alsof het alleen maar als ik persoonlijk iets speciaals voor iemand doe, dat ze dan kunnen voelen dat ik goed genoeg ben.’ Over beloften die je niet kunt nakomen. Over sessies die uitlopen als compensatie voor gekletst. Over drie gestorven vrienden en een kelder vol herinneringen — en het besef dat alleen de ontmoeting echt relevant is. De aflevering eindigt met een minuut stilte. Gewoon de vogels. Gewoon aanwezig zijn. Wat je leert / meeneemt Wat verlichting werkelijk betekent — en waarom het niets te maken heeft met altijd goed functioneren Hoe je jezelf je eigen allergrootste vijand maakt als je eist dat het moeilijke gevoel eerst weg moet Waarom overcompenseren na een fout de cliënt eigenlijk niet geeft wat die nodig heeft Wat de weerstand tegen een efficiënte oplossing onthulde over de dieperliggende behoefte goed genoeg te zijn Waarom beloften maken die je niet kunt nakomen iedereen teleurstelt — inclusief jezelf Hoe drie gestorven vrienden en een kelder vol herinneringen iets verduidelijken over wat werkelijk relevant is Wat er mogelijk wordt als je de luisteraar uitnodigt om een minuut stil te zijn met jou De ontmoeting – Dat is al meer dan genoeg Suze had de cliënte vergeten. Niet expres. Haar ouders waren aan het verhuizen — een huis van dertig jaar, haar vader met dementie, dozen vol familiegeheugen die de prullenbak ingingen. Ze had de dag verkeerd in haar agenda staan. De cliënte had de kinderen in bed gelegd, alles in orde gemaakt, en zat klaar. Suze begon niet. Een dag later, toen ze het doorhad, was het eerste wat er in haar hoofd begon het militaire kanonnenvuur. Een heel leger van stemmen dat haar afmaakte. Alle zinnen van vroeger: hoe haal je het in je hersens, wat heb je nou weer voor een smoes, dit had niet mogen gebeuren. Ze schreef het allemaal op, tot de lading verwerkt was. Daarna stuurde ze de cliënte een eerlijk bericht: het was technisch fout gegaan, het spijt me, ik bied je een compensatiegesprek aan. De cliënte antwoordde: dat hoeft helemaal niet. “Ik ben zo blij dat ik gewoon boos mag zijn bij jou. Dat ik dit mag uiten. En eigenlijk is dat al meer dan genoeg.” En toen merkte Suze iets. Ze had de neiging gehad om te overcompenseren — om elk spoor van menselijkheid uit te wissen zodat de cliënte haar kon verdragen. Om te zorgen dat het zo goed was dat de cliënte niet meer kon voelen dat Suze een mens was die dingen vergat. Bijna alsof het alleen maar als ze persoonlijk iets speciaals deed, dat de cliënte dan kon voelen dat Suze goed genoeg was. Dat is de kern van aflevering 5 van Mens in Wording. Niet als theorie, maar als iets dat alle drie de vrouwen die ochtend meebrachten: Karen met haar lastige ochtenden die altijd eerst weg moeten voor ze aan de dag mag beginnen. Carine met de migraine die ze eigenlijk had willen wegwensen voor ze mocht aanwezig zijn. Suze met de boomgaard en de challah en de vraag: waarom begin ik de dag als vijand van mezelf? “Mijn idee van verlichting begint steeds meer te worden dat ik alles wat ik aantref, volledig accepteer. Inclusief frustratie, boosheid, onmacht, geen flauw benul hebben hoe en wat. Want in alle andere gevallen moet ik mezelf als allergrootste vijand maken.” Verlichting is niet het bereiken van een toestand waarin de to-do-lijst je niet meer raakt, de ochtenden altijd goed zijn en de cliënten nooit boos worden. Verlichting is: zo is het. Dit is de staat waarin ik vandaag de dag begroet. En het hoeft niet weg. Dat klinkt simpel. Het is het tegendeel van simpel. Karen beschrijft hoe ze het beste weet dat het zo is, en toch in de spiraal terechtkomt. Carine lacht en zegt: ook accepteren dat het accepteren vandaag moeilijker gaat dan gisteren. En dan is er nog het gesprek over de portal. Een businesscoach stelde voor om alle documenten op één plek te zetten zodat cliënten ze zelf konden vinden. Suze voelde meteen weerstand. En terwijl ze hardop zei waarom, hoorde ze zichzelf: alsof het alleen maar als ik persoonlijk iets doe, dat ze dan kunnen voelen dat ik goed genoeg ben. Niet de cliënt die dat vraagt. Suze die dat nodig heeft. Dat is het overcompenseren. Niet een gebrek aan grenzen, niet een gebrek aan methode — maar de overtuiging, ergens diep, dat jouw aanwezigheid op zichzelf niet genoeg is. Dat je er iets bijzonders omheen moet bouwen om te worden verdragen. Terwijl een cliënte na twee gemiste afspraken zei: dat jij er bent en ik boos mag zijn — dat is al meer dan genoeg. Aan het einde van de aflevering is er een minuut stilte. Suze nodigt de luisteraar uit om mee te luisteren naar de vogels. Niet als oefening. Gewoon als moment. Gewoon aanwezig zijn bij iets wat er is, terwijl het er is. Dat is ook meer dan genoeg. Luister naar aflevering 5 van Mens in Wording. Voor de mens achter de hulpverlener.

  7. 18 mei

    Je hart openen voor een tornado

    Misschien ken je het: een cliënt die moeizaam contact maakt, tussen sessies lastig is, bij elke stap schuurt. En jij denkt: ik wil je helpen, maar maak het me dan ook een beetje makkelijker. Het lastige is dat dat precies het probleem is waarvoor diegene bij jou komt. Je kunt van een cliënt niet vragen dat hij zijn probleem even opzij zet omdat je hem wil helpen met dat probleem. In aflevering 4 praten Suze, Karen en Carine over boosheid — van cliënten, van patiënten, en van henzelf. Over wat er in jou gebeurt als iemand woedend op je wordt en waarom je instinct je dan zo vaak in de verkeerde richting stuurt. Over het verschil tussen een theoretisch aangeleerde respons en echte verbinding. Over de studente die briezend aan de telefoon hing — en wat Suze moest doorwerken voordat ze kon zeggen: ze mag ook gewoon boos zijn. Ze praten ook over diagnosedenken en wat er verloren gaat als een mens teruggebracht wordt tot zijn stoornis. Over vier tot zes uur per dag voor je eigen proces. Over wat het betekent om een reddingsboeitje te zijn in plaats van een echte hulpverlener. En over de telefoon die rinkelt — en wat dat doet in het lijf van drie vrouwen die anderen helpen met precies dit soort dingen. Wat je leert / meeneemt Waarom het lastige gedrag van een cliënt tussen sessies door precies hetzelfde is als waarvoor die cliënt hulp zoekt — en wat dat betekent voor jou Wat er fout gaat als je een aangeleerde respons toepast zonder verbinding — en hoe de cliënt dat voelt Hoe je je eigen bestaansrecht terugvindt als iemand boos op je is en alles in jou zegt dat je iets verkeerd hebt gedaan Wat boosheid ontwikkelingspsychologisch betekent — en waarom het zo gevaarlijk is als het er niet mag zijn Wat vier tot zes uur per dag voor je eigen proces concreet inhoudt — en waarom het niets te maken heeft met je patronen uitwissen Het verschil tussen een reddingsboeitje zijn en iemand werkelijk helpen Hoe drie hulpverleners met de rinkelende telefoon omgaan — en wat dat zegt over hoe we met spanning omgaan Ze mag ook gewoon boos zijn Er was een studente die Suze had gebeld. Briesend. Ze was zo ontzettend boos dat Suze het trainingsschema had veranderd — iets wat ze had veranderd omdat de groep erom had gevraagd, omdat het beter was, omdat het nu kon. Suze bood een uitzondering aan. Speciale behandeling. Extra tijd. Haar eigen agenda inleveren om dit op te lossen. De studente werd nóg bozer. Twee maanden heeft Suze daarmee geworsteld. Niet met de vraag hoe ze het voor haar cliënte kon oplossen — maar met de vraag: heb ik bestaansrecht? Mag ik bestaan als ik mensen trigger? Mag ik beslissingen nemen als die boosheid veroorzaken? “Ik had het gevoel dat ik mislukt was. Dat ik niks meer goed kon doen. Dat ik beter niet kon bestaan. En dat ging niet over haar. Dat ging over mij.” Dat is het moment waarop de therapeut verdwijnt en de mens overblijft. En paradoxaal genoeg is dat precies het moment waarop de therapeut pas echt beschikbaar wordt. In aflevering 4 van Mens in Wording gaat het over boosheid — van cliënten, van patiënten, en van de hulpverleners zelf. Over wat er in je systeem gebeurt als iemand vol woede op je afkomt, en waarom al je getrainde instincten je dan de verkeerde kant op sturen. Naar de standaardzinnetjes. Naar het protocol. Naar de uitleg, de verdediging, de structuur. Naar precies datgene waarvan Karen’s collega had bewezen dat het niet werkt. Die collega had een training gevolgd. Ze wist wat ze moest doen bij lastig gedrag. En de man in de wachtzaal werd er onveiliger van. Omdat hij voelde dat het een aangeleerde respons was. Omdat hij voelde dat er achter de zinnetjes geen mens zat. “Zodra we praten vanuit standaard aangeleerde zinnetjes die we op dat moment even bovenhalen — dat wordt gevoeld. En het maakt het onveiliger.” Wat werkt dan wel? Suze noemt het je hart openen voor een tornado. Het onlogische doen. Niet dichtgaan op het moment dat iemand met volle kracht op je af komt, maar opengaan. Niet omdat je heilig bent. Niet omdat het niet raakt. Maar omdat je weet — ergens diep, ook al voel je het op dat moment niet — dat die boosheid niet over jou gaat. Of wel over jou gaat. Dat ook. ‘Soms heb ik gewoon iets verkeerd gedaan,’ zegt Suze. ‘Soms is iemand terecht boos op mij.’ En ook dan. Ook dan is de weg niet de verdediging, maar de vraag: hoe was het voor jou? Karen vertelt over een man in een psychiatrisch ziekenhuis. Zijn diagnose was onder controle. Volgens zijn behandelaar ging het prima. Karen vroeg hem hoe hij zich voelde. Hij begon te huilen. Hij wilde maar één ding: zelf aan het stuur van zijn leven zitten. “We gaan die man helpen, denken we. Maar we zijn zijn schuldeisers aan het helpen. We helpen de wereld om niet zoveel last van hem te hebben.” Dat is het verschil tussen een reddingsboeitje zijn en iemand werkelijk helpen. Een reddingsboeitje houdt je net boven water. Het verandert niets. Het is beter dan verdrinken — maar het is niet wat hulpverlening kan zijn. Wat hulpverlening kan zijn begint bij de hulpverlener zelf. Bij vier tot zes uur per dag — niet om je patronen uit te wissen, maar om je verbinding met iets groters levend te houden. Om te weten, ook als de telefoon gaat en je lijf op schrap staat, ook als iemand briezend belt, ook als jij het zelf niet meer voelt: ik heb bestaansrecht. En zij mag ook gewoon boos zijn. Luister naar aflevering 4 van Mens in Wording. Voor de mens achter de hulpverlener.

  8. 4 mei

    Met de angst het water op

    Carine is terug. En ze belde vanuit een Airbnb in Marokko, met ongepakte koffers en drie uur om het pand te verlaten. In deze aflevering beginnen Suze, Karen en Carine niet met het onderwerp — ze beginnen met zichzelf. Hoe is het nu, op dit moment, van binnen? Het is een simpele vraag. En tegelijk de moeilijkste die je kunt stellen aan mensen die geleerd hebben het antwoord netjes te omzeilen. Carine is in Marokko en is twee keer bijna verdronken tijdens het kitesurfen. Haar harnas drukte letterlijk haar longen in. En toch ging ze een derde keer het water op — met haar vriend die zei: jij kunt dit gewoon. Karen heeft rugpijn en haar vader ligt in het ziekenhuis, maar ze is er. Suze heeft haar vaders kelder leeggeruimd: 400 camera’s, 23 compressoren, 120 vierkante meter vol met alles wat hij ooit wilde vasthouden. En ze neemt voelbaar afscheid. Het gesprek gaat over angst en overgave. Over vijf minuten vakantie — vacare Deo, je vrij maken voor iets groters. Over het harnas dat je beschermt en het harnas dat je stikt. Over toewijding middenin de druk, in plaats van eerst de druk oplossen en dan pas beginnen. Over het goddelijke lijntje in jou dat soms iemand anders nodig heeft om het te zien. En over wat er gebeurt in de zorg als die verbinding er niet is — met jezelf, met de ander, met iets dat groter is dan het protocol. Wat je leert / meeneemt Wat het verschil is tussen dóór de angst heen gaan en mét de angst het water op gaan Waarom vijf minuten vakantie meer helpt dan een week — en waar dat woord eigenlijk vandaan komt Hoe je herkent wanneer een harnas je beschermt en wanneer het je stikt Wat toewijding is — en hoe het verschilt van vermijden Waarom je soms iemand anders nodig hebt om je eigen goddelijke lijntje te zien Hoe een spiritual bypass er in de praktijk uitziet — ook bij therapeuten Wat er in de zorg concreet misgaat als verbinding ontbreekt, voor zowel patiënt als hulpverlener Met de angst het water op Carine ging twee keer bijna kopje onder in de Atlantische Oceaan voor de kust van Marokko. Haar harnas — het ding dat haar veilig moest houden — drukte haar longen dicht onder de kracht van de golven. Ze verloor haar board, ze verloor haar lucht, ze verloor even haar vertrouwen dat ze levend aan de kant zou komen. Eenmaal op het strand, op haar knieën, buiten adem, dacht ze: ik moet Karen appen. Haar vriend zei: je moet nog een keer gaan. Ze ging. “Ik wilde niet zeggen: ga door de angst heen. Ik ging met de angst het water op. Samen.” In de derde aflevering van Mens in Wording beginnen Suze, Karen en Carine niet met een onderwerp. Ze beginnen met een vraag: hoe is het nu met jou, op dit moment, van binnen? Het lijkt simpel. Maar wat er in de eerste paar minuten gebeurt — Carine geeft het door aan Karen, Karen geeft het door aan Suze, Suze geeft het door aan Carine — zegt alles. We zijn goed in wegschuiven. We zijn getraind in het omzeilen van precies deze vraag. En toch is het de enige vraag die er toe doet. Karen heeft rugpijn en haar vader ligt in het ziekenhuis. Ze had met alle recht van de wereld kunnen afzeggen. Ze deed het niet. Niet omdat ze een topper is, maar omdat ze ontdekt heeft dat aanwezig zijn mét wat er is haar minder kost dan wegschuiven van wat er is. ‘Ik ben hier, met alles wat er is,’ zegt ze. En je hoort dat ze het meent. Suze heeft de week ervoor haar vaders kelder leeggeruimd. Haar vader heeft dementie en verhuist naar een klein appartement. Uit de kelder kwamen 400 fotocamera’s, 23 compressoren, een tientonner aan elektriciteitsdraadjes. Vijfenzestig jaar van vasthouden, op straat gezet in één week. “Ik ben voelbaar afscheid van mijn vader aan het nemen. Hij is er nog. Maar dit stuk van hem… dit neem ik nu afscheid van.” Ze zegt ook dit: na vijftig jaar hopen dat er iets is wat blijvend is, staat ze met lege handen. En het geeft een enorme rijkdom. Dat is geen zen-cliché. Dat is iemand die het echt heeft doorgevoeld. De aflevering bouwt vanuit deze drie check-ins naar een vraag die hulpverleners zelden hardop stellen: hoe doe je dit eigenlijk? Hoe sta je aanwezig bij alles wat er is in jouw leven, zonder dat het de sessie binnenkomt, maar ook zonder het weg te stoppen? Hoe vind je het dragende lijntje terug als je het kwijt bent? Suze noemt het vijf minuten vakantie. Het woord vakantie komt van vacare Deo — je vrijmaken voor God. Vijf minuten per dag niks hoeven weten, oplossen of begrijpen. Vijf minuten jezelf losmaken van de hyperfocus van het werk, de kinderen, de administratie. Niet om te ontsnappen, maar om gevoed te raken door iets groters dan de to-do-lijst. “Vakantie is niet wegvluchten. Vakantie is je vrijmaken zodat je je kunt toewijden. Vacare Deo.” En dan is er het harnas. Carine’s kitesurfharnas dat haar bijna doodde. Het professionele harnas van Karen dat ze als huisarts droeg: masker op, niks aan de hand, vertel maar hoe het met jou gaat, terwijl ze zelf nog niet gegeten had en niet naar de wc was geweest. Het harnas dat beschermt — want soms moet je ingrijpen zonder toestemming te vragen, soms moet je gewoon klimmen zonder steeds je klikken te controleren. En het harnas dat stikt: het protocol dat sneller gaat dan de verbinding, de hulpverlener die ‘ja, alleen maar vocht’ zegt terwijl er morfine in de spuit zit. ‘Op het moment dat zorgvuldig werken betekent dat we maar even geen mens zijn,’ zegt Suze, ‘hoe zorgvuldig was het dan?’ Het kitesurfen is een totale overgave aan God, zegt Suze. Je hebt niks te zeggen over de golven, de wind, of je board in je handen blijft. En toch ga je. Niet omdat je niet bang bent. Maar omdat iemand jou zag — het goddelijke lijntje in jou zag — en zei: jij kunt dit. Dat is wat dit vak vraagt. En dat is ook wat dit vak geeft, als het goed gaat. Luister naar aflevering 3 van Mens in Wording. Voor de mens achter de hulpverlener.

  9. 20 apr

    Karma koekjes en “het gevoel dat nergens kan landen”

    Wat je leert / meeneemt in deze aflevering Waarom het gevoel van alleen staan als hulpverlener zo hardnekkig is — zelfs als je collega’s hebt Wat er gebeurt in het lichaam van je patiënt als jij je eigen stress probeert te verbergen Hoe ‘karma koekjes’ werken — en waarom we onszelf belonen voor precies datgene wat ons uitput Waarom protocollen noodzakelijk zijn én onvoldoende — en wat daartussen valt Het verschil tussen een hulpverlener die zegt ‘ik kan alles hebben’ en één die haar eigen angst durft te delen Wat een spoedkeizersnede en een artsenexamen gemeen hebben — en wat dat zegt over hoe we dissociatie trainen Het gevoel dat nergens kan landen Normaal zijn we met z’n drieën. Deze week zijn Suze en ik met z’n tweeën — Carine kon er niet bij zijn. En eigenlijk voelt dat heel passend voor wat we bespreken. Want deze aflevering gaat over wat Karen noemt: dat gevoel van binnen dat nergens kan landen. Het gevoel dat overblijft als je het protocol hebt doorlopen, bij een collega hebt aangeklopt, alles hebt gedaan wat je hoort te doen — en toch nog iets draagt. Alleen. We praten over karma koekjes. Over de OK-tafel. Over de gynaecoloog die stresste en de gynaecoloog die belde. Over burnout. Over schaamte. Over wie er eigenlijk voor de hulpverlener is. Het is een diep gesprek. En een mooi gesprek. Er is een moment in vrijwel elk gesprek met een arts of therapeut waarop ik het zie. Een lichte samentrekking. Een snelle wisseling van onderwerp. Het moment waarop ze van gesprekspartner naar “professional” gaan. Het is het moment waarop het over hen gaat. Karen Smets noemt het ‘dat gevoel van binnen dat nergens kan landen.’ Ze bedoelt het gevoel dat overblijft als je het protocol hebt doorlopen, de stapjes hebt afgevinkt, bij een collega hebt aangeklopt, “weet” dat je alels juist hebt gedaan — en toch nog iets draagt. Iets wat te klein lijkt om groot van te maken en te groot is om weg te stoppen. “Ieder arts waar ik mee spreek, worstelt hier in zijn eentje mee. In zijn eentje. Tot het punt dat ik tien artsen heb gesproken die ernstig hebben overwogen om achter de schermen te gaan werken.” In de tweede aflevering van Mens in Wording zitten Suze en Karen met z’n tweeën — Carine is er niet. En dat is, zoals Suze het zegt, eigenlijk heel passend. De podcast over alleen staan is zelf even alleen. Het gesprek gaat over veel verschillende dingen, maar uiteindelijk steeds over hetzelfde: het systeem dat ons leert onze pijn weg te stoppen is hetzelfde systeem dat ons vraagt anderen bij hun pijn te zijn. En die twee dingen gaan niet samen. Ze kunnen niet samen gaan. Karen vertelt over een consult bij een gynaecoloog die zichtbaar overwerkt was, die haar dossier niet had kunnen inlezen, die probeerde zich er doorheen te slaan. En hoe ze als patiënte — zelf arts — niet kon landen in dat consult. Hoe de twijfel daarna bleef. Of ze echt goed had gekeken. Ze vertelt het niet om die gynaecoloog te veroordelen. Ze vertelt het omdat ze haar herkent. “Ik kon mij perfect verplaatsen in haar situatie. Maar mijn zenuwstelsel kon ook zo erg voelen: zij heeft pauze nodig. En misschien zelfs een paar dagen.” Suze vertelt over haar bevalling. De pre-eclampsie, de spoedkeizersnede, het moment waarop de gynaecoloog zonder toestemming ingreep omdat het leven van moeder en kind ervan afhing. Ze is dankbaar voor dat ingrijpen. Diep, oprecht dankbaar. En ze heeft er jaren therapie over gehad. Omdat het écht niet goed ging. Omdat ze op de OK lag terwijl de artsen praatten over auto’s en weekenden. Omdat niemand tegen haar praatte. Omdat ze dacht: misschien was ik helemaal niet zwanger. Misschien was het gewoon wat pijn. Misschien ga ik gewoon over twee dagen weer aan het werk. Zes jaar later zei ze bij een groep vrouwen die bevallingsverhalen deelden: ik ben niet echt bevallen. Het telt niet. “Voordat ik naar iemand toe durfde te gaan om hierover te praten, moest ik door diepe, lage schaamte heen. Terwijl ik al traumatherapeut was.” Dat is wat ‘alleen staan’ doet. Het overtuigt je dat het niet telt. Dat jij het had moeten kunnen. Dat jij geen recht hebt op wat je voelt, omdat er mensen zijn die het erger hebben, omdat jij van dit vak bent, omdat je het kind tenminste hebt. Suze noemt het ‘karma koekjes’ — de bonuspunten die we onszelf geven voor het feit dat we alles alleen gedragen hebben. Het is een prachtig woord voor iets wat schrijnend is. Want het moment dat het een prestatie wordt om alles alleen te dragen, is het moment dat je hulp vragen een mislukking is geworden. En dan vraagt niemand meer hulp. En dan worden artsen middelenmisbruiker. En gaan therapeuten bij zichzelf op de bank liggen. En klopt Karen in 2018 aan bij een collega die de protocollen met haar doorloopt en haar dat gevoel van binnen niet wegneemt. “Als je je emoties niet durft te voelen, zadel je je patiënten ermee op. Niet andersom.” Dit is aflevering 2 van Mens in Wording. Over het gevoel dat nergens kan landen. Over wie er eigenlijk is voor de mensen die er voor iedereen zijn. En over hoe het anders kan. Luister via alle podcastplatforms. Voor de mens achter de hulpverlener.

  10. 6 apr

    De therapeut als instrument – Aanwezig als er geen antwoord is

    Je hebt geleerd jezelf opzij te zetten voor je cliënten. Maar wat als dat precies is wat het contact in de weg staat? In de allereerste aflevering van Mens in Wording introduceren Suze Maclaine Pont, Karen Smets en Carine Godri zichzelf — niet via hun CV’s, maar via de verhalen die hen in dit werk gebracht hebben en die er dwars doorheen lopen. Karen was twintig jaar klassiek huisarts tot ze ontdekte dat de consultatie van twintig minuten haar niet genoeg ruimte gaf om écht aanwezig te zijn. Carine werkte bij Defensie als militair psycholoog en merkte dat diagnoses stellen haar cliënten niet dichter bij herstel bracht. En Suze deelt iets wat ze zelden openlijk vertelt: hoe een periode van suïcidaliteit tussen haar 23e en 25e de basis werd voor alles wat ze sindsdien heeft geleerd. In dit gesprek gaat het over de professionele aanwezigheid die we geleerd hebben — en de echte aanwezigheid die er onder ligt. Over het teflonlaagje dat ons beschermt maar ook afsluit. Over het verschil tussen een oplossing aanbieden en naast iemand zitten terwijl je het niet weet. En over waarom burn-out onder hulpverleners niet een kwestie is van te veel werken, maar van werken vanuit de verkeerde plek. Dit is aflevering 1 — en het begin van een gesprek dat we elke twee weken voortzetten. Wat je leert / meeneemt Waarom aanwezigheid iets anders is dan beschikbaarheid — en hoe dat verschil alles verandert Hoe je eigen onverwerkte materiaal onbewust het contact met je cliënten beïnvloedt Wat er werkelijk nodig is om een plek te bieden waar boosheid veilig kan bestaan Waarom de vermoeidheid van hulpverleners vaak geen burnout is, maar een oproep Hoe drie vrouwen met heel verschillende achtergronden tot precies dezelfde kern zijn gekomen Wat ‘mens in wording zijn’ concreet betekent in de behandelkamer Je hebt jezelf weggeleerd Er is een moment in elke opleiding — therapie, geneeskunde, coaching — waarop je leert jezelf opzij te zetten. Het heet professionele afstand. Het klinkt als wijsheid: de sessie is niet over jou, jij bent er voor de ander, laat jouw reacties niet de ruimte innemen die de cliënt nodig heeft. En dat klopt. Ergens. Op een manier die precies goed genoeg is om je de eerste jaren door te helpen, en precies verkeerd genoeg om je op den duur langzaam uit te hollen. Want er is een verschil — en het is een verschil dat in geen enkele opleiding staat — tussen jezelf opzij zetten en jezelf verliezen. Tussen present zijn voor de ander en zo diep weggestopt dat je je eigen zenuwstelsel nauwelijks meer herkent als je thuiskomt. “Je cliënten leren niet van jouw interventies. Ze leren van jouw zenuwstelsel.” Dat is wat Karen Smets ontdekte na twintig jaar als huisarts. Ze was goed in haar vak. Ze was geruststellend, competent, dienstbaar. Maar elke keer als ze ‘s ochtends haar agenda bekeek en een naam zag staan die ze niet wist te helpen, voelde ze iets samentrekken. Een lichte neiging om de minuten te tellen. Een wens dat het voorbij was. Dat gevoel heeft niets te maken met schlechte therapie. Het is de stem van een professional die zichzelf voor zolang opzij heeft gezet dat ze haar eigen reacties niet meer herkent als informatie — maar als falen. Het kantelpunt voor Karen was niet een nieuwe methode. Het was een supervisiemoment waarop ze erkende: dit gaat over mij. Er is iets in mij wat geraakt wordt door haar verhaal en ik wil er niet naartoe. En in de sessie die volgde deed ze iets eenvoudigs en volkomen revolutionairs: ze ging naast haar zitten. Niet met een plan. Niet met een uitleg. Gewoon: ik herken dit. Het is lastig. Ik zit hier. De cliënte begon op te schieten. “Aanwezig zijn is iets anders dan beschikbaar zijn. Beschikbaarheid kost. Aanwezigheid geeft.” In de eerste aflevering van Mens in Wording praten Suze Maclaine Pont, Karen Smets en Carine Godri over wat dit verschil concreet betekent in de praktijk. Over het professionele masker dat we hebben leren dragen en de vraag of dat ons beschermt of juist afsluit. Over wat er ontstaat als een hulpverlener durft te zeggen: ik weet het niet. Over de moed die het vraagt van een cliënt om boos te zijn op de enige die hem vertrouwt. En over iets wat zelden gezegd wordt in de zorgsector: dat de vermoeidheid die zo veel hulpverleners voelen niet het gevolg is van te veel werken, maar van werken vanuit een plek die nog niet af is. Niet stuk. Niet gevuld. Nog in wording. Dat klinkt misschien als een probleem. Wij denken dat het een uitnodiging is. Luister naar Aflevering 1 van Mens in Wording. Voor de mens achter de hulpverlener.

Beoordelingen en recensies

5
van 5
2 beoordelingen

Info

Mens in Wording is dé podcast voor de mens achter de hulpverlener. Als arts, therapeut, psycholoog of hulpverlener sta je dagelijks klaar om de dragende kracht te zijn voor het proces van een ander. Maar wie draagt de drager als het stormt? Nederlandse traumatherapeut Suze Maclaine Pont en de Belgische huisarts Karen Smets breken de spreekkamer open. Geen theoretische protocollen of standaard zelfhulpclichés , maar rauwe, onversneden eerlijkheid over de kramp van de to-do-lijst , existentiële angst , schuldgevoelens en de mythe van ‘af-zijn’. Hoe navigeer je door je eigen imperfecties en vroege overlevingspatronen terwijl je er bent voor het leven van een ander? Stem elke 14 dagen af op Mens in Wording en vind een gedragen plek waar jouw kwetsbaarheid als professional onvoorwaardelijk welkom is. Want we zijn nooit klaar met worden.