Slimmer Presteren Podcast

Gerrit Heijkoop en Jurgen van Teeffelen

Over sport, onderzoek en innovatie. Jouw wekelijkse kop koffie met wetenschapsjournalist Jurgen van Teeffelen en middle-aged-man-in-lycra Gerrit Heijkoop. Voor mensen die hun grenzen willen verleggen, maar daarbij de grens tussen 'onzin' en 'zinvol' niet uit het oog willen verliezen.

  1. Slimmer presteren op de 1500m schaatsen: waar moet je op letten?

    2H AGO · BONUS

    Slimmer presteren op de 1500m schaatsen: waar moet je op letten?

    Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie op de Olympische Winterspelen in Milaan Cortina. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over: Slimmer presteren op de 1500m schaatsen: waar moet je op letten?INLEIDING: In deze aflevering bespreken Gerrit, Jurgen en Guido de laatste ontwikkelingen en hoogtepunten van de Winterspelen, met een focus op de ploegenachtervolging en de 1500 meter schaatsen. Ze duiken in de wetenschap achter de sport, de rol van coaching en de innovaties die de schaatssport kunnen verbeteren. Ook wordt er kritisch gekeken naar de huidige startmethoden en de rol van jury's in de sportbeoordeling. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Wat maakt de 1500 meter schaatsen fysiologisch zo extreem? Jurgen van Teeffelen legt uit dat de schaatsmijl een brug slaat tussen twee uitersten in de sportwetenschap. Je hebt de explosieve start van een sprinter nodig, maar moet die snelheid bijna twee minuten lang verdedigen met de motor van een stayer. In de fysiologie vergelijken we dit vaak met een Wingate-test. Waar die dertig seconden op een fietsergometer voor de meeste mensen al als een marteling voelen, trekken deze schaatsers die inspanning door tot het drievoudige. Het resultaat is een lactaatopbouw die techniek en coördinatie tot het uiterste test terwijl de vermoeidheid genadeloos toeslaat. 2. Wat is de reden dat de wereldrecords op de 1500 meter al sinds 2019 bevroren lijken? Het valt ons op dat de tijden van Kjeld Nuis en Miho Takagi ondanks alle technologische innovaties al jarenlang onaangetast blijven. Volgens Jurgen en Guido komt dit doordat wereldrecords vaak een zeldzame samenkomst zijn van perfecte omstandigheden, zoals de lage luchtdruk in Salt Lake City. In de weerbarstige praktijk van een laaglandbaan zoals in Milaan verschuift de nadruk van pure topsnelheid naar efficiëntie en pacing. Het fysiologische plafond is misschien nog niet bereikt, maar de perfecte storm van 2019 is simpelweg niet meer voorbijgekomen op het ijs. 3. Wat leert de legendarische race van Mark Tuitert uit 2010 ons over moderne pacing? Guido Vroemen benadrukt dat de gouden race van Mark Tuitert nog altijd het ultieme schoolvoorbeeld is van slimme zelfregulatie op het ijs. Tuitert won destijds niet door de snelste opening te rijden, maar door zijn verval in de beslissende laatste ronde tot een minimum te beperken. Veel sporters laten zich in de praktijk nog steeds leiden door adrenaline en angst, waardoor ze te hard starten en in de laatste bocht volledig stilvallen. De les van Tuitert is dat je moet durven ontspannen in de eerste duizend meter om aan het eind nog techniek over te hebben. 4. Wat is de rol van zelfregulatie en RPE tijdens de schaatsmijl? Jurgen legt uit dat een schaatser op de 1500 meter constant zijn gevoel van inspanning, ook wel de Rate of Perceived Exertion genoemd, moet managen. Het is een mentale balanceeract tussen de drang om te versnellen en de wetenschap dat elke extra versnelling je later in de race fataal kan worden. Het gaat erom dat een atleet leert luisteren naar de signalen van het lichaam, zoals de opbouw van lactaat, zonder in paniek te raken. Topatleten gebruiken deze zelfregulatie om precies op de kritieke grens te balanceren tot ze de eindstreep passeren. 5. Wat kunnen schaatsers leren van de startprocedures bij het alpineskiën? Tijdens de Spelen in Milaan zagen we veel discussie over de startregels bij het skiën, waarbij een startmoment soms willekeurig kan aanvoelen. Gerrit en Jurgen trekken de parallel naar het schaatsen, waar de focus vaak volledig op de fysieke data ligt, maar de mentale component van de start cruciaal blijft. Het herinnert

    40 min
  2. Slimmer presteren in het Skimo: de nieuwe sport van de toekomst?

    2D AGO · BONUS

    Slimmer presteren in het Skimo: de nieuwe sport van de toekomst?

    Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over: Slimmer presteren in het Skimo: hoe doe je dat?INLEIDING: In deze aflevering bespreken Gerrit, Jurgen en Guido de laatste ontwikkelingen en innovaties tijdens de Olympische Spelen in Milaan, met een focus op de nieuwe sport skimo. Ze reflecteren op de prestaties van atleten, de impact van technologie op de sport en de mogelijkheden voor talentoverdracht tussen verschillende disciplines. De aflevering biedt een diepgaande analyse van de fysieke en mentale vereisten voor skimo en andere winterse sporten. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:Hoe verhouden de prestaties in extreme sporten zich tot de onderliggende fysiologie en techniek? Jurgen benadrukt dat de controle over het lichaam en de aerobe- en anaerobe capaciteit belangrijke factoren zijn bij topprestaties, vooral in sporten zoals skeleton en langlaufen. Wetenschappelijk onderzoek suggereert dat veel van deze sporten vooral een hoog niveau van technologische controle en energiebeheer vereisen. Is korte en snelle training het toekomstbeeld voor veel nieuwe olympische sporten? Jurgen fantaseert over de trend dat sporten steeds meer gericht worden op kortere, intensievere wedstrijden, zoals het nieuwe skialpinsport skimo. De samenleving en sporttechnologie lijken de voorkeur te krijgen voor medaillewinnen binnen kortere, intensievere inspanningen. Hoe belangrijk is technisch kunnen in het succesvol overstappen tussen sporten? Guido en Jurgen bespreken dat veel overstappers in de sportwereld vooral technisch en conditioneel moeten kunnen overstappen. Wetenschappelijk lijkt het erop dat technische vaardigheden en basiscoördinatie cruciaal zijn voor transfer. Kan de ontwikkeling van nieuwe sporten en technieken de kansen op medaillewinst vergroten? Jurgen en Gerrit kijken naar de ontwikkeling binnen nieuwe sporten zoals skimo. Onderzoek wijst uit dat het snel opzetten van nieuwe sporten en de bijbehorende technologieën de kansen voor kleinere landen en minder gevestigde sporters vergroot. Hoeveel belang heeft de mentale veerkracht in topsport, en kan dat gemakkelijker worden beïnvloed dan fysieke capaciteiten? Verschillende sporters benadrukken dat motivatie, flow en mentale kracht cruciaal zijn. Wetenschappelijk onderzoek suggereert dat mentale vaardigheden en draagkracht aantrekkelijk zijn om te trainen en te ontwikkelen. Handige bronnen en links:Video analyse van de Skimo prestatie; waar moet je goed zijn?: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38086366/ Italiaanse studie naar de fysiologische capaciteiten van Skimo toppers: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40139202/ M/V verschillen in Skimo prestatie: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40017814/ Onderzoek van de HAN naar overlappende eigenschappen die van belang zijn bij verschillende sporten (Talent Transfer): https://www.frontiersin.org/journals/sports-and-active-living/articles/10.3389/fspor.2024.1445510/full De veelzijdige sportachtergrond van Kimberley Bos: a href="https://www.sportenstrategie.nl/coaching/de-goedgevulde-beweegrugzak-van-kimberley-bos/" rel="noopener noreferrer"...

    35 min
  3. Slimmer presteren met aerodynamica op het ijs in Milaan volgens expert Wouter Terra

    5D AGO

    Slimmer presteren met aerodynamica op het ijs in Milaan volgens expert Wouter Terra

    Dit is de 253e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer presteren met aerodynamica op het ijs in Milaan volgens expert Wouter TerraINLEIDING: Midden in de Winterspelen van Milaan trappen we vandaag eindelijk seizoen 13 af. In de aflevering van deze week gaan we de strijd aan met onze grootste onzichtbare vijand: de luchtweerstand. Aerodynamica expert Wouter Terra van de TU Delft en TeamNL schuift bij ons aan om de logica achter de records te ontleden. Want waarom levert een simpele verandering van je handpositie direct vijf procent winst op? Wat is het nut van tienduizenden helium bellen op het ijs van Thialf? En hoe kan een schaatspak sneller gaan door een specifiek trillingseffect in de stof? Wouter neemt ons mee van de windtunnel naar de praktijk op het ijs en de weg. Of je nu droomt van goud of gewoon je eigen wattages op de fiets wilt optimaliseren, deze inzichten bieden een broodnodige dosis nuchtere wetenschap. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Wat maakt de Ring of Fire in Thialf zo bijzonder voor het onderzoek naar aerodynamica? Wouter Terra legt ons uit dat we voorheen vooral naar statische situaties in windtunnels keken. Met de Ring of Fire, waarbij honderdduizenden met helium gevulde zeepbelletjes door de lucht zweven en door camera's worden gevolgd, krijgt hij een uniek beeld van de werkelijke luchtstroom rond een bewegende schaatser. Wouter benadrukt dat juist die interactie tussen de schaatser en de lucht cruciaal is om te begrijpen waar de winst zit. Het is een noodzakelijke stap van theoretische modellen naar de weerbarstige praktijk op het ijs. 2. Wat is het voordeel van de specifieke handpositie die Wouter in zijn onderzoek noemt? Tijdens ons gesprek met Wouter komt een verrassend simpel inzicht naar boven: je handen zijn een van de grootste boosdoeners als het gaat om luchtweerstand. Volgens de berekeningen van Wouter kan het strak op de rug leggen van de handen in plaats van ze losjes aan de zijkant te houden, de weerstand met maar liefst 5 procent verlagen. Wouter stelt dat dit soort details vaak meer impact hebben dan duurder materiaal. Het laat zien dat aerodynamica voor een groot deel gaat over het verkleinen van je frontaal oppervlak en het optimaliseren van je houding. 3. Wat houdt het trommelvel-effect in bij de ontwikkeling van moderne schaatspakken? Wouter neemt ons mee in de techniek achter de nieuwste pakken van de Nederlandse ploeg. Hij spreekt over het trommelvel-effect, waarbij de stof op strategische plekken onder een specifieke spanning wordt gezet. Hierdoor gaat de stof gecontroleerd trillen, wat ervoor zorgt dat de luchtstroom langer aan het lichaam blijft kleven. Dit verkleint de zuigende werking achter de sporter. Wouter benadrukt dat een pak niet alleen glad moet zijn, maar juist de juiste textuur moet hebben om de grenslaag van de lucht gunstig te beïnvloeden. 4. Wat is de meerwaarde van het generieke model van een wielrenner waar Wouter aan werkt? In de wielersport houden ploegen hun data over aerodynamica vaak voor zichzelf. Wouter ontwikkelde daarom een generiek model dat de principes van luchtweerstand inzichtelijk maakt zonder bedrijfsgeheimen te schenden. Hij legt ons uit dat dit model helpt om te begrijpen hoe de interactie tussen de renner, de fiets en accessoires zoals een rugzak werkt. Wouter ziet dit als een manier om wetenschappelijke kennis breder toegankelijk te maken, zodat ook amateurwielrenners begrijpen waarom bepaalde aanpassingen in hun houding wel of niet effectief zijn. 5. Wat is de belangrijkste les die een recreatieve sporter kan trekken uit het werk van Wouter? Volgens...

    1h 1m
  4. Hoe gevaarlijk zijn de Olympische Winterspelen echt volgens de wetenschap?

    FEB 11 · BONUS

    Hoe gevaarlijk zijn de Olympische Winterspelen echt volgens de wetenschap?

    Dit is een tweede bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie rondom de Olympische Winterspelen in Milaan. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over: Hoe gevaarlijk zijn de Olympische Winterspelen echt volgens de wetenschap?INLEIDING: De Olympische Winterspelen zijn niet alleen een spektakel van snelheid en vaardigheid, maar ook een arena waar de risico's en gevaren van extreme sporten onder de loep worden genomen. Jurgen en Gerrit duiken in de cijfers en trends van blessures, waarbij ze de balans zoeken tussen risico's nemen en een bewuste aanpak van blessures. Guido voegt hieraan toe dat de praktijk vaak complexer is dan de theorie, en dat de ervaring van atleten en trainers een cruciale rol speelt in het begrijpen en minimaliseren van deze risico's. In deze aflevering bespreken we niet alleen de impact van blessures op sportcarrières, maar ook de effectiviteit van alternatieve behandelmethoden. Guido benadrukt dat hoewel sommige technieken nog niet volledig evidence-based zijn, ze in de praktijk vaak waardevol blijken. Samen onderzoeken ze hoe we de gezondheid van atleten kunnen prioriteren zonder de essentie van de sport te verliezen, en hoe een kritische blik en gedeelde kennis kunnen bijdragen aan veiligere sportomstandigheden. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Hoe gevaarlijk zijn de Olympische winterspelen eigenlijk? De vraag is of de winterspelen inderdaad gevaarlijker zijn dan andere sporten en hoe dat in verhouding staat tot de werkelijkheid. Jurgen suggereert dat de incidentie van blessures waarschijnlijk hoger is bij extreme sporten en nieuwe disciplines, maar dat het nooit helemaal statistisch eenduidig kan worden vastgesteld. Gerrit merkt op dat blessures altijd aanwezig zijn, maar dat een deel van de risico's – zoals snelle valpartijen of sportspecifieke incidenten – inherent aan de sport blijven. In praktijk betekent dat we moeten kijken naar de context en niet meteen spreken van een gevaar dat buitenproportioneel is. Het gevaar is waarschijnlijk realistisch, maar niet zo extreem dat het niet binnen de normale sportrisico's past. 2. Wat zegt de wetenschap over het risico op blessures en hoe dat zich ontwikkelt? Jurgen licht toe dat recente studies laten zien dat blessures bij topatleten niet heel verschillend lijken te zijn over meerdere Olympische Spelen, maar dat het gemiddelde incidentieverhoogd kan zijn door nieuwe disciplines en hogere snelheden. Daarnaast wordt het risico op blessures in de jeugd en bij recreatief sporten geraamd op zo'n 30 procent per jaar, afhankelijk van de sport en blessures. Gerrit vult aan dat de meeste blessures kneuzingen en verstuikingen zijn, met een relatief klein percentage ernstigere blessures. In de praktijk zien we dat vooral de ontwikkeling van de sport en technologische verbeteringen op termijn mogelijk blessures kunnen verminderen, maar dat het risico nooit volledig weg te nemen is. Preventie en goede begeleiding blijven daarom essentieel. 3. Hoe verhouden blessurecijfers zich tot andere sporten en is de focus op blessurepreventie terecht? Jurgen geeft aan dat Olympische sporten als snowboarden, freestyle skiën en slope style een incidentie van rond de 30 procent hebben. Hij waarschuwt dat dat niet betekent dat blessures onvermijdelijk zijn, maar dat ze de risico’s van extreme sporten onderstrepen. Gerrit benadrukt dat in veel sporten de verwachting is dat blessures voorkomen, maar dat het niet altijd makkelijk is ze volledig te voorkomen zonder stop te zetten of de sport anders in te richten. Wat verandert indien men dit serieus neemt? Het onderstreept dat blessures onderdeel vormen van topsport en dat ultieme preventie onrealistisch is. Het focus moet eerder liggen op het goed managen van risico’s en het aanpassen van...

    36 min
  5. Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap?

    FEB 9 · BONUS

    Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap?

    Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap?INLEIDING: waar en hoe draagt wetenschap bij aan het beter begrijpen van winterspelen? Jurgen en Gerrit praten over de korte termijn innoveren versus de lange termijn wetenschappelijk onderzoek, en je merkt dat die twee vaak niet goed op elkaar aansluiten. Terwijl atleten op de ijsbaan of het ski-piste soms jaar in, jaar uit met sensoren en biomechanisch onderzoek bezig zijn, blijft het in de praktijk vaak heel beperkt zichtbaar en wordt de kennis niet altijd snel doorgevoerd. In deze aflevering raakt vooral de paradox tussen de wetenschap en de praktijk je: sporters en coaches lijken vaak nog vooral te vertrouwen op ervaring en traditie, terwijl onderzoek suggereert dat er bij veel onderdelen juist nog flinke 'winst te boeken' is, als men de juiste data en technieken gebruikt. We bespreken onder meer de impact van de samenstelling van sporten, zoals de skiathlon en Noordse combinatie, waar biomechanica en fysiologie onderling botsen tussen mannen en vrouwen. Daarnaast kijken we naar de beperkte data over het effect van thuisvoordeel, dat voor veel onderdelen waarschijnlijk minder groot is dan vaak gedacht wordt, ondanks de grote fanfare die er soms om wordt geblazen. Wat we nog niet weten, blijft vooral de grote vraag: hoe snel en efficiënt kunnen we wetenschap, innovatie en de praktijk laten samenwerken? En in hoeverre kunnen we maskeren dat bij sommige sporten nog veel onderzoek ontbreekt of achterloopt? Het retorische 'veel is mogelijk' klinkt aantrekkelijk, maar de realiteit laat vooral zien dat we met gezonde twijfel moeten blijven kijken naar claims over snelheid, blessures, en performanceverbetering in de winterspelen. Deze aflevering is niet bedoeld om bluffende claims te geloven, maar om te laten zien dat wetenschap vooral een hulpmiddel is dat langzaam zijn weg zoekt in de sportpraktijk. Het is boeiend om te zien waar nog veel ruimte ligt, en vooral waar de brug tussen weten en doen nog stevig gebouwd moet worden. Als je geïnteresseerd bent in de meer wetenschappelijke kant van sportprestaties en kritisch wilt kijken naar die schijnbaar spectaculaire innovaties, dan is dit een aflevering om niet te missen. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Hoe concreet is de rol van wetenschap en innovatie in het verbeteren van de prestaties bij de Olympische Winterspelen? Jurgen suggereert dat er wel onderzoek is gedaan, maar het is vaak beperkt tot specifieke onderdelen zoals biotechnologie en biomechanica. Gerrit benadrukt dat het veld nog steeds grotendeels van de basiswetenschap afhankelijk is en dat veel animaties, sensoren en modellen nog niet echt doorslaggevend zijn in de top. Dit laat zien dat veel sportinnovaties, zeker op hoog niveau, waarschijnlijk meer iteratief en contextafhankelijk zijn dan revolutionair. Het impliceert dat we niet zomaar kunnen verwachten dat sensoren of nieuwe materialen direct tot medaillewinst leiden. Bijvoorbeeld het gebruik van sensoren in schaatsen of snowboarden geeft waardevolle data, maar het grootste effect zit in training en techniek optimaliseren, niet in de apparatuur alleen. Innovatie is vaak een puzzelstuk dat goed moet passen binnen het trainingstraject. 2. Hoe verhouden prestatieverschillen tussen mannen en vrouwen zich tot de sporttechniek en fysiologie? Jurgen benoemt dat onderzoek meer inzicht geeft in de fysiologische verschillen en dat wetenschappelijke data vaak nog in vroege fases zit, maar dat bepaalde technische verschillen nu al zichtbaar zijn. Gerrit wijst erop dat de verschillen breed gaan en dat voor sommige onderdelen, zoals de langlauf of schaatsen, we nog geen definitieve...

    45 min
  6. Slimmer presteren met sportboeken die het lezen waard zijn - Eindejaarsaflevering

    JAN 2

    Slimmer presteren met sportboeken die het lezen waard zijn - Eindejaarsaflevering

    Dit is de 252e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer presteren met sportboeken die het lezen waard zijn - EindejaarsafleveringINLEIDING: Wat kun je doen om je wekelijkse dosis sportinspiratie op te doen, nu de Slimmer Presteren Podcast vijf weken met winterstop gaat? Inderdaad: lees of luister eens een boek. Weet je niet bij welk inspirerend sportboek je moet beginnen? Of zie je juist door de stapel boeken op je nachtkastje het boek niet meer? Deze week delen we een hele reeks boekentips die zijn ingestuurd door luisteraars. Van training en sportpsychologie tot biografieën en inspirerende verhalen. Boeken die blijven hangen en waar sporters zelf echt iets aan hebben gehad. Ook als je niet makkelijk leest, zit er iets voor je bij. Sommige boeken helpen je beter begrijpen waarom je traint zoals je traint. Andere zetten je sport in perspectief of geven gewoon weer zin om te bewegen. Benieuwd welke boeken dat zijn, en wat je eruit kunt halen? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Welke sportboeken zijn het lezen waard als sporter? In deze aflevering worden veel sportboeken genoemd, maar een aantal springt eruit. The Science of Running van Steve Magness komt terug omdat het training uitlegt zonder vast te zitten aan schema’s. Wielertraining anno 2025 wordt genoemd als boek dat theorie en praktijk verbindt. Door de barrière laat zien hoe mentale aspecten en wetenschap samenkomen, terwijl Winnen met je hoofd inzicht geeft in zelfregie en topsport. Het zijn sportboeken die niet voorschrijven wat je moet doen, maar helpen begrijpen waarom je traint zoals je traint. 2. Wat zijn goede sportboeken als je meer wilt begrijpen van training? Als je verdieping zoekt, maar geen kant en klare schema’s wilt volgen, zijn sportboeken die principes uitleggen het meest geschikt. In de aflevering bespreken Gerrit en Jurgen boeken die laten zien hoe belasting, herstel en adaptatie samenhangen. Guido vult aan dat zulke sportboeken helpen om betere keuzes te maken als trainingen niet lopen zoals gepland. Ze geven context, zodat je minder afhankelijk wordt van vaste formats en apps. 3. Ik lees niet graag, waarom zou ik toch sportboeken proberen? Dit komt expliciet ter sprake in de aflevering. Gerrit geeft toe dat hij zelf weinig leest, en juist dat maakt het herkenbaar. Guido benadrukt dat sportboeken geen verplichting zijn. Het gaat niet om het uitlezen van een boek, maar om nieuwsgierigheid. Een paar hoofdstukken, grasduinen of een luisterboek kan al voldoende zijn om anders naar je sport te kijken. De waarde zit in het perspectief dat je oppikt, niet in het aantal pagina’s. 4. Welke sportboeken gaan over motivatie en mentale aspecten? Sportboeken over psychologie richten zich vaak op doorgaan, twijfel en motivatie. Door de barrière combineert wetenschap met ervaringen van duursporters. Do Hard Things zet aan tot nadenken over mentale veerkracht zonder slogans. In de aflevering komt ook Mysterieuze krachten in de sport langs, een klassieker vol anekdotes die laat zien hoe sporters elkaar mentaal beïnvloeden. Deze boeken helpen sporters begrijpen wat er mentaal gebeurt tijdens training en wedstrijd. 5. Wat voegen sportbiografieën en sportverhalen toe? Sportbiografieën laten zien wat er achter prestaties schuilgaat. Boeken als Winnen met je hoofd en Watergevoel maken duidelijk dat succes zelden alleen draait om talent of hard werken. Guido benadrukt dat dit soort sportboeken helpen relativeren. Ze geven context aan keuzes, druk en verwachtingen. Voor veel sporters is dat minstens zo waardevol als een technisch...

    1h 7m
  7. Sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk?

    12/26/2025

    Sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk?

    Dit is de 251e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk?INLEIDING: Een pijnstiller vóór je training of wedstrijd. Veel sporters doen het. Maar slim is het zelden. Als je pijnstillers nodig denkt te hebben om een wedstrijd te kunnen doen, is dat een belangrijk signaal. Misschien heeft je lichaam iets anders nodig dan een pil. Rust, aanpassing van training of soms zelfs het besluit om niet te starten. In de aflevering van deze week onderzoeken Gerrit en Jurgen wat er écht gebeurt als je sport met pijnstillers. Helpen NSAID’s of paracetamol je prestatie, of maskeren ze vooral signalen die je juist serieus moet nemen? Samen met sportarts Guido Vroemen hoor je welke risico’s toenemen bij ultralopen, marathons en triatlons met pijnstillers. En waarom doorgaan soms meer kost dan het oplevert. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat kan er misgaan als je preventief een pijnstiller neemt vóór een wedstrijd? Preventief gebruik komt vaker voor dan veel sporters denken. Het idee is dat je pijn voor bent en daardoor beter presteert. In de aflevering wordt duidelijk dat dit een gevaarlijke aanname is. Preventief gebruik verhoogt het risico op bijwerkingen, terwijl er geen bewezen prestatievoordeel tegenover staat. Zeker bij marathons en triatlons kan het combineren van pijnstillers, warmte en uitdroging leiden tot ernstige medische problemen. 2. Wat is het verschil tussen NSAID’s en paracetamol voor sporters? NSAID’s remmen ontstekingen en beïnvloeden daarmee ook herstelprocessen in het lichaam. Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend, maar remt ontsteking niet op dezelfde manier. Dat maakt paracetamol niet automatisch veilig tijdens sport. Volgens sportarts Guido Vroemen kan paracetamol signalen van oververhitting maskeren, wat juist tijdens lange inspanningen gevaarlijk kan zijn. Beide middelen zijn dus geen slimme standaardoplossing voor sporters. 3. Wat zegt de wetenschap over prestatieverbetering door pijnstillers? De wetenschap laat geen overtuigend prestatievoordeel zien van pijnstillers bij sport. In sommige onderzoeken worden kleine effecten gevonden bij uitputtingstesten, maar die zijn wisselend en beperkt. Belangrijker is dat minder pijn voelen niet hetzelfde is als beter presteren. In de aflevering wordt benadrukt dat cafeïne consistenter effect laat zien dan pijnstillers. Pijnstillers kunnen het gevoel veranderen, maar maken je lichaam niet beter voorbereid op inspanning. 4. Wat zijn de grootste risico’s van pijnstillers tijdens marathons en triatlons? Volgens Guido Vroemen nemen de risico’s vooral toe bij langdurige inspanning. NSAID’s verhogen de kans op maag en darmbloedingen, nierproblemen en in sommige gevallen hartproblemen. Die risico’s worden groter bij warmte en uitdroging, omstandigheden die juist bij marathons, triatlons en ultralopen vaak voorkomen. In marathonstudies zijn ernstige complicaties vooral gezien bij sporters die ontstekingsremmers gebruikten, niet bij deelnemers die dat niet deden. 5. Wat is een verstandige keuze als je pijn hebt rond een wedstrijd? De belangrijkste boodschap uit de aflevering is dat pijnstillers vaak een signaal maskeren. Als je pijn ervaart waarvoor je denkt een pil nodig te hebben, is dat een moment om kritisch te zijn. Soms is extra rust, het aanpassen van je doel of zelfs niet starten de slimste keuze. Slimmer Presteren betekent luisteren naar je lichaam en beseffen dat doorgaan met pijnstilling op de lange termijn meer kan kosten dan het oplevert. Handige bronnen en links:Aflevering 229 over pijn met Robert van der Noord:...

    58 min
  8. ‘Omarm de kou!’: zin en onzin volgens thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt

    12/19/2025

    ‘Omarm de kou!’: zin en onzin volgens thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt

    Dit is de 250e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: ‘Omarm de kou!’: zin en onzin volgens thermofysioloog Wouter van Marken LichtenbeltINLEIDING: Koud douchen, ijsbaden, trainen in de kou.Het klinkt stoer, het voelt extreem en het zou je beter maken als sporter. Maar klopt dat eigenlijk wel? In de aflevering van deze week duiken Gerrit en Jurgen in de wetenschap achter kou. Ze spreken met hoogleraar thermofysiologie Wouter van Marken Lichtenbelt, die al decennialang onderzoekt wat kou écht doet met het menselijk lichaam. Geen challenges, geen Instagram-hypes, maar feiten. Je hoort waarom kou wel degelijk een prikkel is, maar geen wondermiddel. Waarom wennen aan kou iets anders is dan fitter worden. En waarom veel populaire claims over ijsbaden en koud douchen verder gaan dan de wetenschap toelaat. Een nuchter, helder en soms confronterend gesprek voor iedereen die zich afvraagt of koude training zinvol of onzin is. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Wat gebeurt er in je lichaam als je jezelf blootstelt aan kou? Volgens Wouter van Marken Lichtenbelt reageert het lichaam op kou vooral door warmte te willen behouden. Dat gebeurt via rillen en via processen in spieren en vetweefsel die extra energie kosten. Het energieverbruik stijgt daardoor tijdelijk, maar keert daarna snel terug naar normaal. Kou werkt dus als een acute stressprikkel. Het zet het lichaam even aan, maar leidt niet vanzelf tot langdurige aanpassingen zoals training dat wel doet. 2. Wat is het verschil tussen wennen aan kou en fitter worden door training? Wouter benadrukt dat koude acclimatisatie iets anders is dan training. Door herhaalde blootstelling aan kou voelen mensen zich sneller comfortabel en gaan ze minder rillen. Dat is vooral een aanpassing in het zenuwstelsel en in gedrag. Bij training en hitte-acclimatisatie neemt de fysieke capaciteit aantoonbaar toe. Kou verandert dus vooral de tolerantie, niet de conditie of prestatiecapaciteit van sporters. 3. Wat zegt de wetenschap over koud douchen of ijsbaden na het sporten? Koud douchen en ijsbaden kunnen pijn tijdelijk verminderen en als prettig worden ervaren. Dat betekent volgens Wouter niet automatisch dat het herstel beter verloopt. Koude onderdrukt ontstekingsreacties die juist nodig zijn voor trainingseffecten. Bij krachtsport is dat duidelijk aangetoond, bij duursporters is het bewijs minder sterk maar ook daar is het voordeel onzeker. Kou kan comfort geven, maar draagt niet vanzelf bij aan beter worden. 4. Wat is de rol van bruin vet bij blootstelling aan kou? Bruin vet helpt bij warmteproductie en wordt actiever bij kou. Wouter nuanceert het idee dat dit een grote invloed heeft op het metabolisme van volwassenen. De hoeveelheid bruin vet is beperkt en het effect op het totale energieverbruik is klein. Kou kan bruin vet activeren, maar dat weegt niet op tegen de effecten van bewegen en trainen. Het idee dat kou je stofwisseling structureel versnelt is wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd. 5. Wat kan een sporter praktisch meenemen uit dit gesprek over koude training? De belangrijkste les is volgens Wouter realistisch blijven. Kou is geen wondermiddel en vervangt training niet. Voor sporters zit de waarde vooral in het leren omgaan met kou en stress, bijvoorbeeld bij wintertrainingen of wedstrijden in koude omstandigheden. Wie beter wil presteren, haalt meer winst uit consistente training, goede slaap en passende voeding. Kou kan een aanvulling zijn, zolang je weet wat het wel en niet doet. Handige bronnen en links:Aflevering 121 over sporten in de kou en waar je op moet letten: a...

    59 min

About

Over sport, onderzoek en innovatie. Jouw wekelijkse kop koffie met wetenschapsjournalist Jurgen van Teeffelen en middle-aged-man-in-lycra Gerrit Heijkoop. Voor mensen die hun grenzen willen verleggen, maar daarbij de grens tussen 'onzin' en 'zinvol' niet uit het oog willen verliezen.

You Might Also Like