Inzet in het KNIL en de weigering tot demobilisatie Molukse militairen vormden jarenlang een loyaal en essentieel onderdeel van het Nederlandse koloniale leger, het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL),. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 werd besloten het KNIL op te heffen,. De Molukse militairen weigerden de overstap te maken naar het nieuwe Indonesische leger of op Java te demobiliseren,. Zij vreesden voor hun veiligheid en bleven bovendien trouw aan de in april 1950 uitgeroepen onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (RMS),,. Omdat demobilisatie op de Molukken of in Nederlands Nieuw-Guinea politiek en praktisch onmogelijk was, besloot de Nederlandse regering in 1951 om 12.500 Molukse militairen met hun gezinnen via een dienstbevel "tijdelijk" naar Nederland te brengen,,,,. Ontslag en isolatie (Jaren '50) Direct na aankomst in Nederland kregen de militairen collectief ontslag, wat betekende dat zij direct hun militaire status en inkomsten verloren,,. Dit werd door de Molukkers ervaren als een onverteerbaar verraad,,. Omdat men uitging van een spoedige terugkeer naar de Molukken, werd integratie in de Nederlandse samenleving actief tegengegaan,,. Zij mochten aanvankelijk niet werken en werden geïsoleerd gehuisvest in woonoorden, waaronder voormalige concentratiekampen zoals Vught en Westerbork (Woonoord Schattenberg),,,,. Overgang naar woonwijken en de arbeidsmarkt (Jaren '60) Toen eind jaren vijftig duidelijk werd dat een terugkeer een illusie was, paste de overheid haar beleid aan richting integratie,,. De woonoorden werden gesloten en de bewoners verhuisden naar tientallen nieuwgebouwde Molukse woonwijken, verspreid over Nederlandse gemeenten,,. Molukkers moesten nu zelf in hun onderhoud voorzien, maar vonden door hun taalachterstand en eerdere uitsluiting voornamelijk werk in laaggeschoolde beroepen of in de industrie,,. Radicalisering en geweld (Jaren '70) De aanhoudende slechte sociaaleconomische positie, de wrok over het ontslag en het besef dat Nederland de droom van een vrije RMS niet zou steunen, leidden in de jaren zeventig tot radicalisering bij de tweede generatie,,. Uit frustratie en wanhoop voerden Molukse jongeren gewelddadige acties uit, zoals de bezetting van de Indonesische ambassade in Wassenaar (1970),, en treinkapingen bij Wijster (1975) en De Punt in combinatie met een schoolgijzeling (1977),,. Proces van omdenken (Jaren '80 tot heden) Na de bloedige afloop van deze gijzelingsacties drong het besef door dat geweld de Molukse gemeenschap alleen maar schaadde,. De focus van de gemeenschap verschoof van de RMS-strijd naar emancipatie, beter onderwijs en een permanente toekomst in Nederland,,. De derde en vierde generatie is inmiddels grotendeels geassimileerd en verlaat steeds vaker de Molukse wijken voor studie en werk,. Desondanks blijft de verbondenheid met de Molukse cultuur en de sterke sociale cohesie in de overgebleven Molukse woonwijken nog altijd van groot belang.