Evenwicht, je leven

Paula Hijne

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/

  1. 9 Zonder beeld 1

    5D AGO

    9 Zonder beeld 1

    Dit is het volledige interview met Chris van Wijk. Radio opname Hoor jij wat ik hoor? 1e uur. Zonder de muziek. Deze aflevering is 36 minuten. (beeld is zwart, Chris ziet geen beelden) Volledig transcript  'Hoor jij wat ik hoor?' met Paula Hijne. Welkom bij 'Hoor jij wat ik hoor?'. Zoals gezegd een programma van Paula Hijne. Ik ben Paula Hijne, ik ben vrouw, ik ben ongeveer 1.64 lang. Ik draag een bril. En ik draag hoortoestellen. En dat is even om aan te geven, voor mijn gast, dat die een bepaald beeld van mij kan hebben. (ha) En ik ga mijn gast van alles vragen over hoe hij de wereld ziet. Mijn gast is namelijk Chris van Wijk. Welkom Chris. - Dank je wel. Ik heb altijd een eerste vraag in mijn programma. En daar wil ik mee beginnen. Ik weet niet of je mijn programma wel eens gehoord hebt, maar mijn eerste vraag is altijd: 'Hoor jij wat ik hoor?' - Dat is voor mij heel letterlijk. Ik denk het wel. Omdat voor mij namelijk mijn gehoor vanwege mijn gezichtsbeperking, ja eigenlijk gewoon essentieel is. En ik me daar heel erg op focus. Kun jij ook jezelf even voorstellen, Chris aan de luisteraars die jou nog helemaal niet kennen? - Ja, zeker. Ik ben Chris van Wijk. Ik ben 33. Ik ben volledig blind en ik ben woonachtig in Weesp. En verder ja, ..ehm... veel bezig met muziek, DJ'en in mijn vrije tijd. En ..ehm.. ja, wat kan ik verder over mezelf vertellen? Heel veel, maar dat komt aan de hand van de vragen wel, denk ik. Ja, zeker, ik heb heel veel vragen aan jou. Want ik hoorde dit van jouw moeder en jouw moeder vertelde ook wel dat jij heel graag daar over wil vertellen, over het feit dat jij de wereld anders ziet. Omdat de blind bent. Je noemde het net even heel snel. (ha) - Ja, voor mij is het natuurlijk. Ja, ik zie het zelf als je normaalste zaak van de wereld. Ik weet niet beter. Maar ik snap inderdaad dat het voor heel veel mensen iets gecompliceerder ligt ja. Het is iets anders ja en in zoverre ken ik het dat een beperking je in bepaalde dingen de wereld anders laat zien. Bij mij is het letterlijk de wereld horen, omdat ik juist niet goed hoor. - Exact ja. En dan, ik weet ook dat ik doof kan worden, dus dan dat ik ook strakjes een heleboel dingen niet meer kan horen. Onder andere ook muziek niet meer. Dat weet ik nu al, dat er een moment komt dat dat voor mij helemaal weg is. Maar jij hebt nog nooit kunnen kijken. Je hebt nooit kunnen zien. Klopt dat? - Nou, ja ik was, op zich het klopt, alleen ik ben wel ziend geboren, maar ik ben blind geworden na een half jaar. Vanwege mijn vroeggeboorte. Ja? - Door een netvliesloslating. En daarom ook dat jij, nou ja,.... Jij weet niet meer bewust dat jij iets gezien hebt dan? - Nee zeker niet, nee! Dan was je dus heel klein in. ..ehm.. wanneer wist jij zelf dat jij iets had wat andere mensen niet hadden? - Oh dat vind ik een hele goede vraag. ..ehm.. dat weet ik echt niet meer. Ik denk, ja, dat is gewoon natuurlijk vrij snel dat het je duidelijk wordt. Omdat je ja, je ouders laten dingen doorschemeren, je merkt gewoon dat je bepaalde signalementen mist die anderen wel meemaken. Ja, ja.... Het is een heel natuurlijk proces gewoon, denk ik, voor mij geweest. Heel natuurlijk, omdat ook jouw ouders daar dan op een natuurlijke manier mee omgingen? - Ja. Ja, die mazzel heb ik wel gehad ja. Ik heb inderdaad geluk gehad, altijd wel ..ehm.. ouders gehad die mij nou ja... Ja die mij daarin meenamen maar ook wel gewoon..... Ja, daar gelukkig normaal mee omgingen. Maar mij ook probeerden te betrekken bij het ja, bij alle normale dingen zeg maar. Bij alle dingen die in het gezin zo gebeurde dan? Hoe groot was jullie gezin? - ..Ehm.. 3 kinderen. En 2 ouders. Dus je hebt 2 broers, zussen? - Ik heb 2 zusjes, ja. 2 zussen. Zusjes? - Ja, ik ben zelf de oudste. Jij bent de oudste, kijk oké! Je hebt dus eigenlijk wel een andere jeugd gehad dan kinderen die kunnen zien? Hoe is jouw jeugd verlopen waarvan jij weet dat het anders is geweest? - Oeh dat vind ik een hele goede vraag. Maar ook gelijk een serieuze vraag, want ja, je hebt het over mijn jeugd. ..ehm.. laat ik het zo zeggen, ik was een jaar of 11, 12 toen ik me eigenlijk heel erg begon te beseffen dat ik heel veel dingen niet kon die zienden wel konden. Kijk ja.... - Dat kon dan gaan van op de computer spelen, tot buiten spelen, tot kleuren, tot ..ehm..... nou ja noem het allemaal maar op. Dus ik merkte heel snel dat ik daar wel.. ja hoe zeg je dat? Dat ik het anders moest gaan vormgeven. Dat dat ook best wel eventjes ..ehm.. nou, de nodige, ja, irritaties en frustraties heeft veroorzaakt ja. Ja, dat is dus toch wel gebeurd. Het is niet zo dat het allemaal vanzelf is gegaan? - Integendeel, nee. Oké. Naar wat voor een school ben jij gegaan dan? - Ik heb al mijn onderwijs meegemaakt op speciaal onderwijs. Ik ben naar Bartiméus in Zeist geweest. Je hebt zo maar globaal gezien 2 organisaties in Nederland voor blinden en slechtzienden. Je hebt Bartiméus in Zeist en nog een locatie in Lochem en weet ik allemaal. En je hebt Visio en dat is tussen... Meer in de omgeving Amsterdam. En ja ik heb de middelbare school en basisschool me gemaakt in Bartiméus. Dat is in Zeist eigenlijk. In Zeist? Oké. In Zeist aan de Utrechtseweg, ik weet niet of je dat weet? Dat adres? - Dat zijn inderdaad belangrijke details, maar dat klopt ja. Ja, want naast Bartiméus, zit ..ehm.. het Zonnehuis Stenia. - Ik weet niet of het nog zo is, maar toen was het wel zo. Toen was het wel zo. Nou daar heb ik namelijk gewerkt toen ik veel jonger was. (ha) - Oh dat meen je niet, zie je de wereld is klein... Ja, ja en wij kwamen ook heel veel mensen tegen daar die met blindengeleidenstokken liepen of met honden die dan van Bartiméus kwamen en die langs ons huis ook kwamen. - Daar kon ik er zo één van geweest zijn. HAHA! HAHA! Ja, nou, nee dat is wel... Jij bent 33, nee het is voor mij langer geleden dat ik daar gewerkt heb. Maar het zal nog steeds zo zijn dat daar ook heel veel mensen lopen die daar wel over de stoep, de weg, die zichtbaar zijn binnen Zeist! - Ja. Zeist is daar denk ik ook wel goed op ingesteld. - ..Ehm.. ja Zeist is daar onder andere goed op ingesteld. Maar ik heb ook zelf ..ehm.. een goede 10 jaar in Ermelo gewoond ..ehm.. daar was het ook goed.... qua voorzieningen eigenlijk. En waar zat je in Ermelo? - Ik ..ehm.. qua opleiding bedoel je? Ja, want daar heb je ook gewoond in Ermelo? - Ik heb gewoond in Ermelo. Ja, in het centrum. In het centrum? - Ja. Want daar is ook een instantie wat voor mensen is, die doof zijn en mensen die slechtziend zijn, blind zijn zelfs, daar is ook een locatie voor. - Ja. Maar daar zat je niet? - Nou, je hebt zeg maar inderdaad Sonneheerdt, ik denk dat je daarop doelt? Ja. - Dat is inderdaad met een groot terrein en appartementen en ..ehm.. hoe heet dat een opleidingslocatie. Dat had je. Maar je hebt ook nog inderdaad in een woonwijk ..ehm.. een 2 ja... een woning, die ze van 2 woningen 1 woning hebben gemaakt, dat heette de Wittenborgh en daar heb ik zelf zo'n 10 jaar gewoond. Dat was meer in het centrum maar wel met andere visie op beperkten. Oké. En in wat voor een huis woonde je dan? Woonde je echt helemaal op jezelf of was je daar met een groep mensen samen? - Nou, om een lang verhaal kort te maken, eigenlijk, je had je eigen kamer en sanitair en zo. Dat werd gedeeld. Je had gewoon 2 huiskamers, dus dat was een groepsding en je had een kamertje voor jezelf. Daar kwam het eigenlijk op neer, ja. Oké, en er was ook begeleiding bij in dat huis? - Ja, daar was in principe continu begeleiding aanwezig ja. En wat voor een opleiding heb jij gedaan, Chris? - Mijn laatste opleiding was een mbo secretarieel opleiding. Oké. En dat heb je dan ook in Ermelo gedaan? - Dat heb ik toen in Ermelo gedaan, ja. Ja. Je noemde net helemaal in het begin dat je in Weesp woont. Hoe ben je dan in Weesp terecht gekomen? - Gelukkig via een goede vriendin van mij. Ik woonde daar dus in Ermelo in die groepswoning en ik was daar wel een beetje klaar mee. Als in: ik woonde daar al 10 jaar en ik ja, ik wou gewoon privacy. Ik begon me te irriteren aan dingen. Regeltjes ga de dan natuurlijk overtreden op een gegeven moment. En daar word je dan op aangekeken. Dus ik wou gewoon een plekje voor mezelf en toen via een vriendin van mij die zei op een gegeven moment: 'In Weesp hebben ze... -nou nu komen we bij Visio, dat is die andere organisatie- hebben ze een woontrain-traject. Zeg maar om zelfstandig te leren wonen met 2-3 keer per week ambulante begeleiding en verder mag je het zelf uitzoeken. Je hebt je eigen appartement'. Ik zeg: 'Nou dat is perfect. Geef me maar een email-adres dan kan ik even een mailtje sturen'. Ja. - Nou, dat gedaan en ..ehm..... ja, toen 2 weken later op intakegesprek gekomen en toen ben ik daar 3 maanden later ongeveer naar toe verhuisd. Oké, toen was je welkom daar. (ha) - Daar was gelukkig een appartement vrij. Ja. Ja, oké. Daar moest je natuurlijk wel op wachten. En hoelang woon jij nu al in Weesp? - We zitten nu op de 4 jaar. Ruim. 4 jaar? - Maar ik moet er wel bij zeggen, wel in een 2e appartement binnen Weesp, want bij dat woontrain-traject hoorde dus een appartement, maar dus ook de regel erbij: als je dat traject hebt af gemaakt, ja dan moet je ook dus voor jezelf woonruimte al dan niet hebben. Dus ik was, toen ik daar woonde eigenlijk vrij snel op zoek naar woonruimte. Dus dan ga je gewoon via de reguliere wegen zoeken...

    36 min
  2. 8 IJdelheid of veiligheid

    APR 15

    8 IJdelheid of veiligheid

    Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. Dit jaar is het op 15 april De Dag van de Fietshelm. Streven is dat binnen 10 jaar een kwart van de Nederlanders een helm dragen tijdens het fietsen. Wat mij betreft mogen dat er veel meer zijn. (eigen foto van mijn rode helm) Volledig transcript  Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 8: IJdelheid of veiligheid? Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. En ik heb het er wel eens eerder over gehad. En het is een knalrode! Dus die valt wel op! En die kleur die matcht niet altijd met mijn jas en kleding, maar daar hou ik dan ook helemaal geen rekening mee. En als ik een keer weg fiets, zonder helm, dan mis ik iets. Net zoals de autogordel. Als ik die niet om heb, dan voel ik dat direct als we gaan rijden. Dan mis ik dat. En dat heb ik dus met fietsen ook. Mijn helm is dus standaard geworden. En dat was niet eens zo eenvoudig om een goed passende helm te vinden. Ik heb namelijk een klein hoofd, eigenlijk maat kinderhelm. Maar een kinderhelm past niet, want die bolling van dat hoofd is dan veel te klein. Niet elk merk heeft kleine maten. En na vele helmen gepast te hebben, lukte dat bij een gespecialiseerde fietsenwinkel. Dat was een winkel gespecialiseerd in fietskleding en allerlei accessoires en zo, waaronder dan ook helmen. En het is geworden een Lazerhelm. Lazer met l a z e r. In omvang is die tussen de 54 en 61 centimeter. Hij is 270 gram en hij is van februari 2023. Dat staat nog steeds op een klein stickertje achterin de helm. En met een soort wieltje, in dat binnenframe van die helm, dan kan ik 'm zo draaien dat hij op de kleinste stand staat en dan past ie dus op mijn hoofd. En de bandjes om mijn nek, die moet ik wel steeds goed aantrekken, want die gaan tijdens gebruik, tijdens het fietsen en zo, raakt het toch wel steeds losser. Of als ik hem weer afdoe. En die moet ik elke keer voordat ik de helm opdoe, moet ik die bandjes wel weer even goed doen. En de helm heeft ook een kleine zonneklep en daardoor hoef ik niet per se mijn zonnebril op te zetten, in de zomer. Vooral in de zomer als de zon hoog staat, dan valt er net genoeg schaduw zo voor mijn ogen, over mijn ogen heen en dat is fijn, dan hoef ik niet altijd een zonnebril op. Dus kortom, met helm op fietsen is al heel gewoon geworden. En was dat maar voor iedereen zo. Dit jaar is het op 15 april, de Dag van de Fietshelm. Je hebt overal dagen voor, dus ook de Dag van de Fietshelm. En de campagne hiervoor heet: Zet 'm op! Het streven is om binnen 10 jaar een kwart van de Nederlandse fietsers aan de helm te krijgen. Dat is dus 25 %. In 2024 was dat zo'n 5 %. Dat is informatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. En bij fietsers die ouder dan 75 waren, was dat 20 %. Het streven is dus 25 % van alle Nederlanders, dat die een helm dragen. Dat is één op de vier! Ik vind dat heel erg weinig. Het streven zou moeten zijn ..ehm.. 80 % of misschien wel 100 %, dat iedereen met een helm op fietst. Want wielrenners, MTB'ers, cross-fietsers, skiërs, ..ehm.. schaatsers - schaatsers weet ik niet helemaal precies- maar al die andere sporters die dragen een helm! Zonder helm is hun sport zelfs helemaal onverantwoordelijk, toch? Voor deze groep sporters hoort de helm dus bij de standaarduitrusting. Dus waarom niet voor elke fietser in Nederland?! Toen ik een dame van boven de 80 ernaar vroeg, dat is een dame die met mij meedoet aan de sportles, op de sportschool, zij zei dat ze het niet nodig vond voor al die korte stukjes die ze fietst. Alleen als ze een lange fietstocht gaat maken, dan doet ze de helm op. Dus ze heeft wel een helm. En dan lijkt het alsof er op korte ritjes niets kan gebeuren. Maar je bent op de weg, je hebt maken met medeweggebruikers, je moet ergens oversteken, je kunt niet overal op een fietspad rijden. Dus ook op korte ritjes lijkt mij, dat je net zo’n groot risico loopt als op een lange fietstocht, toch? En dan een dame van boven de 80 die rijdt op een schitterende elektrische driewielfiets, en daarmee vloog ze uit de bocht. Ze is toen helemaal omgevallen en met haar hoofd echt op de grond gekomen. Lelijk verwond. Uiteindelijk is het goed afgelopen. Ze heeft een tijd in het ziekenhuis gelegen en gerevalideerd. En zij droeg ook geen helm. Ook voor mensen met een driewielfiets geef ik aan, ook dan is het goed om een helm te dragen. Dat ongeluk wat zij had, zij vloog echt uit de bocht, had ook helemaal niet te maken met medeweggebruikers. En de weg zelf was verder prima. Ze ging met een te grote snelheid de bocht door, waardoor ze de bocht niet goed kon nemen. Er zijn ook vrouwen die zeggen dat hun haar in de war komt. Ja, en ik moet natuurlijk altijd wel even mijn haar fatsoeneren als ik mijn helm afdoe, maar tijdens het fietsen heb ik daardoor nooit de haren meer in mijn gezicht. Dat had ik vroeger wel en nu nauwelijks. Nou heb ik ook korter haar, maar dan nog, ik heb altijd nog wel een pony, en die zou dan altijd nog in je gezicht kunnen waaien. Maar met een helm op gebeurt dat niet! En ook mijn haar wordt nauwelijks nat door de regen. Er zitten wel wat gaten in maar ja, toch, ik merk als ik in de regen fiets, dat mijn haar toch minder nat is geworden. Enige waar ik wel echt rekening mee moet houden is tijdens het op- en afzetten, dat is mijn bril en mijn hoortoestellen, want ja, die moeten wel goed blijven zitten. Moet ik altijd even goed controleren. Sowieso mijn bril merk ik meteen, maar mijn hoortoestellen moet ik altijd even checken, zitten ze nog goed in mijn oren. En ik hoorde ook van een man dat hij niet zo goed weet waar hij de helm moet laten als hij de fiets ergens parkeert. Nou ja, dat is iets om over na te denken. Dat weet ik nog wel, dat dat bij mij ook een van die dingen was wat ik me afvroeg toen ik een helm ging dragen, van wat doe ik ermee? Waar laat ik hem? Nou, ik doe hem tegenwoordig altijd in mijn fietstas. Ik heb gewoon standaard fietstassen op mijn fiets zitten. En ik doe hem daar altijd in de tas. Op dezelfde plek. En dat doe ik ook als ik thuis ben, als de fiets thuis staat. Ook dan gaat die in de fietstas. Dan kan ik hem dus nooit vergeten. Of als ik hem vergeet op te doen, heb ik hem altijd bij me. Kan ik hem zo weer wél op doen. Is me trouwens nog maar één keer gebeurd in het afgelopen jaar, dat ik hem even vergeten was. En 'm dus ook direct miste toen ik even aan het fietsen was, hè, wat ben ik vergeten en ineens: hé mijn helm. Maar omdat hij in mijn tas zat, kon ik hem zo weer op doen. En mijn man die doet ook de helm op en als hij de fiets parkeert, dan zet ie de helm vast aan de ketting waarmee hij ook de fiets vastzet aan een hek of aan een stang of een paal. En heel soms neem ik mijn helm mee, als ik een ..ehm.. tas heb die groot genoeg is om 'm in te doen, want ja, hij is maar 270 gram dus hij weegt helemaal niets. Hij is alleen best wel groot. Dus je moet wel een beetje een ruime tas hebben. En dat doe ik vooral als ik weet dat daar, waar ik de fiets parkeer, dat daar heel veel mensen langs lopen en zo, en dat vind ik nog wel eens ongemakkelijk worden. Dan doe ik de helm wel even in mijn eigen tas, dat vind ik dan net even wat makkelijker. Maar zo zijn er dus heel wat redenen om geen helm op te zetten. En het blijkt dat veel Nederlanders het ook gênant vinden. Dat las ik nu in de Kampioen, het magazine van de ANWB. Toen ik dat las dacht ik ook echt: zijn wij dan zo ijdel, dat we zelfs voor onze veiligheid geen helm willen dragen. Ik zeg dan 'we' maar daar bedoel ik dus de Nederlanders in algemene zin, want ik heb wél zelf altijd mijn helm op. En soms is het zelfs zo, als ik aan het wandelen ben, en er is even heel veel verkeer en ik moet daar oversteken, dat ik dan even aan mijn hoofd voel, ik heb mijn helm toch wel op?! Maar ja, die heb ik dus nooit op tijdens het wandelen, en dat mis ik dan! Er zijn ook getallen: Fietsers met helm hebben bij een botsing 60 % minder kans op ernstig en 70 % minder kans op dodelijk hoofd- en hersenletsel dan fietsers zonder helm. En dat is nogal een verschil! Fietshelmen kunnen dus een ernstige afloop voorkomen. Maar ja, ze voorkomen natuurlijk geen ongeluk hè! Want een ongeluk kan verschillende oorzaken hebben. En natuurlijk geldt dan ook het eigen fietsgedrag. Maar ook hoe het wegdek is. Of dat wel goed loopt of daar geen kuilen zitten of gaten, obstakels waar je tegenaan of overheen moet fietsen waardoor je kan vallen. Je hebt ook te maken met medeweggebruikers. Het zicht, staan er bomen in de weg of struiken, zodat je niet goed de hoek om kunt kijken. Met de weersomstandigheden. Slecht zicht bij... als het mistig is. Welke verlichting is er? Als dat donker is. Is er wel goede verlichting? En anders kun jij met je eigen fietslampen de weg vóór je verlichten. Stel dat er overal fietspaden zouden zijn? En dat overal waar geen fietspaden zijn, de weg zó is ingericht dat je heel veilig kunt fietsen, dan is het nog aan jezelf om dat veilig te doen! Ja, en dan pleit ik ervoor om maximaal 18 tot 20 kilometer per uur te rijden. Dat vind ik zelf een prettige snelheid. Dan kan ik namelijk alles nog wel goed overzien zonder dat ik te snel ga. En fietsspiegels gebruiken. Heb ik het wel eens vaker over gehad. Ik heb er twee op de fiets. Aan allebei de kanten, dus ik kan altijd achter me en schuin naast me zien, in één blik, als ik er even in kijk. Ik hoef er ook niet lang in te kijken. Want ik kijk voornamelijk naar voren, dat is het meest belangrijke als ik fiets. Er zijn tegenwoordig zelfs richtingaanwijzers voor op de fiets. Echt, ik heb het pasgeleden in een advertentie gezien. Ik ga nog even uitzoeken hoe dat is en hoe dat werkt en of dat ook op mijn fiets kan. Want dan hoef je niet per se je hand meer helemaal uit te steken. En in som...

    15 min
  3. 7 Evenwicht in beweging

    APR 8

    7 Evenwicht in beweging

    Tijdens de presentatie bij BeweegInn in Zeewolde ging het over ons zintuig evenwicht. Het was bijzonder om dit te mogen vertellen in dit unieke beweegcentrum. (foto is uitspraak die staat op de website van BeweegInn) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik maak deze podcast naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht. En daar vertel ik ook graag over. Dit is seizoen 11, aflevering 7: Evenwicht in beweging. Pas geleden heb ik een presentatie gehouden over het evenwicht. Het was alweer even een tijdje geleden. Het is zo fijn dat ik weer mocht vertellen over dat fascinerende zintuig. Dat heb ik gedaan in een beweegcentrum hier in Zeewolde. Het is geen sportschool. Want dat zou je bijna denken. Maar een sportschool, daar hebben mensen bepaalde associaties bij en dit beweegcentrum heeft als doel om mensen weer te laten bewegen, die niet bekend zijn met een sportschool of waarvoor dat een veel te hoge drempel is, om dat te gaan doen. Het zijn ook mensen die misschien nooit gesport hebben of juist een bepaalde beperking hebben, waardoor ze weer heel langzaamaan weer moeten gaan bewegen. In dit beweegcentrum hebben ze zo'n 12 toestellen staan, in één grote ruimte. En die hebben allemaal een soort motor, die zijn motor-ondersteunend. En als je dat gaat doen, dan is er een soort circuit-training. Je gaat zo al die apparaten langs. Het lijkt wel op andere beweegcentra, sportscholen die er zijn, waar ook zo'n circuit is waar je de apparaten achter elkaar zo gaat doen. Maar het verschil hierbij is, dat die motorondersteuning er is. Dat je dan als je daar op gaat zitten, dat het apparaat jou beweegt. En dan ben je wel in beweging, ook al doet het apparaat het. Het mooie is dat dat heel zacht kan zijn en heel erg ondersteunend. Maar dat je, als je meer kracht hebt of in bepaalde spiergroepen meer kracht hebt en op dat apparaat gaat zitten, dan kan je juist de kracht gebruiken, dan kan je er tegenin gaan. En dan wordt het actief en uitdagend. De bedoeling is dat de mensen die daar komen, op een gegeven moment weer meer vertrouwen krijgen in hun eigen lichaam. Dat ze zich sterker voelen. Dat ze zich soepeler voelen. En de klachten die ze hebben, dat die dan verminderen. Kortom, het gaat over plezier in bewegen. Om opnieuw weer plezier te krijgen in bewegen. Of misschien, als je dat nooit hebt meegemaakt, dat je daar dus plezier in krijgt. En dat zijn ook de zes pijlers die zij hebben in het beweegcentrum. Dat is: samen zijn en plezier. Een andere pijler is spierkracht. Flexibiliteit. Evenwicht. Energie en uithoudingsvermogen. En de zesde pijler is het mentale en sociale welzijn. Het is namelijk niet alleen maar in beweging zijn. Het is ook het samen komen met andere mensen, die ook daar in het centrum komen, waar je gezellig een praatje mee kan maken. Er is koffie en thee. Er is een gezellige tafel waar je kunt zitten. En toch houd je ook steeds contact met die ruimte waar al die mensen ook in beweging zijn. In die ruimte daar mocht ik die presentatie houden. Het is heel mooi, want die apparaten staan allemaal langs de wand en daardoor heb je een hele grote middenruimte vrij. En daar hebben ze gezellig wat planten staan en een tafeltje. Maar dat hebben we weggehaald en daar konden de stoelen allemaal neergezet worden en zodoende konden de mensen gaan luisteren naar mijn verhaal. Best een grote ruimte. Want zo hadden we wel ruimte voor 40 mensen! En zo veel mensen kwamen er dan ook luisteren naar dat verhaal over het evenwicht. En ik wil dat verhaal, wat ik verteld heb, wil ik hier nu delen en dan zal je waarschijnlijk, als je mij al heel lang volgt, er dingen weer in herkennen. Want tuurlijk herhaal ik een heleboel dingen over het evenwicht. Want dat is precies wat ik wil meegeven! Wat ik zo graag wil uitdragen. Ik begon met het welkom. En ik vertelde dat een vriendin aan wie ik vertelde dat ik bezig was met het boek over het evenwicht, en toen zei zij ineens: ik wist niet dat het evenwicht een zintuig is. En met dat zij dat zei, besefte ik ineens wat voor een belangrijk iets ik had om steeds te gebruiken. Juist de benadrukken dat het evenwicht een zintuig is! Wat voor mij al zo logisch was, is dus helemaal niet logisch! Ik heb toen heel kort even verteld over wie ik ben. En dat er ook weinig bekend is over het evenwicht. Dat mensen daar niet zo veel over weten. En toen zei ik: Laten we even stilstaan bij het evenwicht. Toen zei ik het nog een keer: Laten we even stilstaan bij het evenwicht. En toen hadden ze het nog niet door. Dus toen heb ik gevraagd: willen jullie allemaal komen staan. En we gaan even allemaal stilstaan. Dan zie ik de mensen al denken: hè, wat gaan we nu dan doen? En ..ehm.. dacht dat we kwamen luisteren, moeten we ook nog iets doen. (ha) En tijdens dat stilstaan, heb ik gevraagd of ze wilden voelen wat er gebeurde in hun lichaam. En dat was best moeilijk. En ik zie het gebeuren, maar ze hebben het zelf niet eens in de gaten. Wat ik zag namelijk was dat ze heel langzaam aan het bewegen waren. Niet iedereen. Maar de meeste mensen waren heel langzaam, heel zachtjes een beetje aan het wiebelen, naar voren en naar achteren. En dat was wat ik wilde horen ook, dat ze het zelf zouden voelen. En gelukkig was het er toen iemand die ook zei: Ik ga een beetje heen en weer. En dat werd beaamd door een heleboel andere mensen die ineens hadden van: Oh ja, dat heb ik ook. Toen heb ik ze wel weer laten zitten, want deze doelgroep mensen die er waren, waren mensen wel op leeftijd. En dan is het wel mooi om te zien dat er zo veel mensen die al ouder zijn, dat die toch geïnteresseerd zijn in dat evenwicht. Waarschijnlijk ook omdat de eigenaar van dit beweegcentrum aangeeft hoe belangrijk het is om dat steeds te blijven trainen. En ik heb toen ook verteld: Ons evenwicht staat altijd aan! Want de vraag was dan ook: hoe komt het dat we steeds zo'n klein beetje bewegen? Ja, dan zeggen ze van dat evenwicht is steeds aan het werk. Dat is steeds voor ons aan het zorgen dat je rechtop blijft staan. Ja, dat evenwicht doet dat, maar waardoor komt het dat je dan tóch nog een beetje beweegt? En dat is altijd een hele moeilijke vraag. En ik ga 'm nu hier dus in de podcast vertellen. Dus kom je een keer bij mij bij een presentatie en ik doe deze oefening, dan weet je al (ha) wat daar het antwoord op is: ‘We zijn namelijk altijd aan het ademen. En tijdens dat ademen, is er een kleine beweging in ons lichaam. En door die kleine beweging, is je evenwicht steeds aan het werk om dat de corrigeren. Ons evenwicht staat dus altijd aan. Het werkt altijd! Omdat we altijd aan het ademen zijn. En verder is het super gevoelig!’ Dat heb ik ook laten zien. Als ik met mijn ogen knipper, heeft het evenwicht dat allang gevoeld. Als ik mijn vinger strek dan is er al heel snel, supersnel een reactie gegaan naar die evenwichtsorganen die daar iets mee kunnen doen. Als ik m'n, ook al heb ik mijn schoenen aan, mijn grote teen omhoog doe, dan gaat er een heel snelle kettingreactie, zó snel, die evenwichtsorganen hebben het allang gevoeld dat dat gebeurde. Het is dan ook ons snelst werkende zintuig wat we hebben. Zo super gevoelig is het. En het derde principe, het derde inzicht wat ik in ieder geval wilde delen: Functie 1 en dat is perceptie. En perceptie is het voelen van het bewegen. Het voelen dat je bewogen wordt of zelf in beweging bent. Dat je vooruitgaat of achteruit. Opzij gaat. Of omhooggaat. Of ronddraait. Dat gevoel, dat je weet, ik ben aan het bewegen en ik ben aan het vooruit gaan of achteruitgaan. Een tweede kenmerk daarvan, van die perceptie, is het voelen: waar is de aarde? En dat voelen, waar is die aarde, dat is een hele belangrijke behoefte die we hebben. Het is zelfs een belangrijkere behoefte dan de behoefte aan eten. En als je dat beseft, dan krijg je door hoe belangrijk ons evenwicht voor ons hele lichaam is. Maar die behoefte weten we vaak niet. Dat weet je pas op het moment dat je het niet meer kunt voelen. En waarom vind ik hem dan heel belangrijk? Omdat ik weet hoe het voelt als je de aarde niet kunt voelen. En dat is, wanneer ik zo'n heftige aanval van draaiduizeligheid hebt. Heb ik natuurlijk al heel vaak over gehad. Ga ik nu verder niet op in. Maar het vertellen over die aanval van draaiduizeligheid en wat er dan met mij gebeurt, dat heb ik gebruikt om uit te leggen hoe belangrijk het is om die aarde te voelen. Toen heb ik de vraag gesteld: waar zit het evenwicht? Of eigenlijk, de evenwichtsorganen. En het grappige was, normaal krijg ik van die nietszeggende blikken zo van: nee, geen idee, weet ik eigenlijk niet. Nu waren er meerdere mensen die zeiden: het zit in je oor. Dan denk ik, nou volgens mij is daar gewoon over gesproken. Nou weet ik ook dat mijn boek af en toe daar op tafel ligt. Waar de mensen allemaal koffiedrinken met elkaar. En ik denk dat het daardoor ook wel eens besproken is. De evenwichtsorganen zitten in ons binnenoor. En toen heb ik dat even uitgelegd aan de hand van een hele grote plaat waar het oor op staat. In dat oor zitten dus twee zintuigen. Daar zit het gehoororgaan. En daar zitten de evenwichtsorganen. Ik heb ook verteld dat het evenwicht voor verschillende sensaties zorgt. Want het kan ook heel fijn zijn om in een draaimolen te zitten of een zweefmolen of als je aan het balanceren bent en je bent over een randje aan het lopen, hoe leuk is het als dat lukt!? Al die sensaties met het evenwicht kan ook heel prettig zijn. Daarna heb ik verteld over de samenwerking. De samenwerking tussen linker en rechter evenwichtsorganen, die samenwerking is heel essentieel. Dat heb ik laten zien door het voor- en achteroverbuigen. Met links en rechts dat die samenwerken. En met het 'nee' schudden van het hoofd. De samenwerking is zó dat we alle bewegingen in de ruimte...

    18 min
  4. 6 Wat is er te zien?

    APR 1

    6 Wat is er te zien?

    Door het minder horen luister ik met mijn ogen. Maar hoe zit dat als je niets kunt zien? Ik heb een man geïnterviewd in mijn radioprogramma. Hij is blind. Ik mocht hem van alles erover vragen. Hoe beleeft hij de wereld om zich heen?  (Het radioprogramma is in april 2026 elke zondagavond te beluisteren, van 20.00 tot 21.00 uur). (Foto is een afbeelding gemaakt door Daniela Postma) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Den podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel ook over zien en horen, 2 zintuigen die ik ook heel veel gebruik. En die ik ook nodig heb, naast mijn fysieke zintuig evenwicht en daar vertel ik ook graag over. Maar dit keer gaat het over zien en horen. Seizoen 11, aflevering 6: Wat is er te zien? Dat doet me denken aan het spelletje van vroeger wat wij wel deden. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. En dat was altijd een spelletje wat we konden doen in elke omgeving waar we waren. Je had er ook verder niets voor nodig, dan alleen je ogen en dat je dus kon rondkijken. En dit spelletje doe ik ook af en toe in de gebarengroep en dan doen we het in gebaren. En dan gaat iedereen mee rondkijken. En wat ze dan bedoelen? Zo van: dan zeg ik ..ehm.. ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en de kleur is blauw. Dan gaan ze om zich heen kijken, waar vinden we iets wat blauw is. En dat kunnen ze aanwijzen, maar anders moeten ze het uitbeelden. Van wat ze dan precies bedoelen. Helemaal als ze er niet bij kunnen. Dus zo veel mogelijk in gebaren doen we dat dan. En ik luister dan ook met mijn ogen. Ik heb het mondbeeld nodig om iemand goed te kunnen verstaan en dat komt natuurlijk omdat ik zelf veel minder goed kan horen. Nou, wat als je blind bent? Hoe ervaar je dan je omgeving? En hoe belangrijk is horen dan? In het boek 'Evenwicht, in uitvoering' staat daar een heel verhaal over. En misschien heb ik het ooit eerder wel een keer voorgelezen, maar ik ga het nu nog een keer doen, want dit is een mooie inleiding om daarna ook nog een ander verhaal over dat blind-zijn te kunnen vertellen. Dit is een verhaal van Marco en het staat in de ik-vorm. Dus overal waar ik 'ik' zeg dat is dan Marco die dat vertelt: Kijken met mijn oren. Ik heb een visuele beperking of eigenlijk ben ik blind. En tijdens mijn geboorte had ik een zicht van 25 %. En langzaamaan werd het zicht minder. Vanaf mijn 25e jaar is mijn zicht nog maar 5 %. Ik kan nét licht en donker onderscheiden. En heel soms zie ik wat contrast. Als het donker is, zie ik helemaal niets. Het lopen in een vertrouwde omgeving, zoals in mijn huis en tuin, dat gaat goed. Ik heb dan geen stok nodig. Daarbuiten gebruik altijd een stok. En sinds mijn zicht 5 % is heb ik een hulphond. Hij behoedt mij voor obstakels op de weg en ook voor obstakels die uitsteken, zoals uithangborden. De hond kijkt tot zo'n twee meter hoog. En bij onveilige situatie blokkeert hij mij de weg door voor me te gaan staan. Of hij begeleidt mij ergens omheen. Hij zoekt altijd de meest veilige weg. De hond fungeert als mijn ogen. De stok is een hulpmiddel om ook zelf de obstakels te voelen of te ondergrond. En ik maak de hele dag gebruik van mijn oren. Door mijn hoofd te bewegen, richting het geluid, weet ik waar het vandaan komt. En hoor ik ook of het geluid dichtbij of veraf is. En veel geluiden worden weerkaatst door de omgeving. Een muur klinkt anders dan een houden schutting of metalen deur. Ik voel het ook als ik dichtbij een muur kom. De temperatuur is dan anders. Als ik in een onbekende ruimte kom, is het moeilijker om een beeld te vormen van de omgeving. Ik moet dan veel heen en weer bewegen met mijn hoofd om het goed te kunnen horen. Daar word ik wel eens duizelig van. Ik denk ook dat dit komt doordat ik geen horizon kan zien. Toen ik vroeger nog wel wat zicht had, maakte ik gebruik van de horizon. En nu kan ik mij niet meer ergens op richten. Ik heb geen houvast. Ik doe niet meer aan bewegingssport. Want ik vind het moeilijk namelijk om te rennen, want ik ben bang om te vallen en te botsen. Dus ik heb een andere sport gevonden: luchtbuks-schieten met een geweer. Dat is geweldig om te doen! Dit verhaal heb ik zelf van deze Marco (het is een andere naam, ik weet zijn naam niet meer, ik heb hem Marco genoemd) van Marco zélf gehoord. En die vertelde ook over dat luchtbuks-schieten, waarbij ik dat dan ook gek vind, je ziet niet waar je naartoe schiet. Hoe doe je dat dan? En dan blijkt ook dat alles op gehoor gaat en dat dan iemand anders moet melden of het wel of niet ..ehm.. gelukt is. Voor mijn radioprogramma wilde ik ook écht een keer iemand interviewen die blind is. En zo kwam ik in contact met een man die vlak na de geboorte blind is geworden. Deze man is ook DJ bij de Lokale Omroep Zeewolde, dus eigenlijk is het een soort collega van mij. Maar we kenden elkaar nog helemaal niet. Via de mail had ik contact met hem. En hij schreef toen ook naar mij terug: en leuk, ik kijk ernaar uit! Dat vind ik al bijzonder, dat iemand die blind is, toch de woorden gebruikt van zien en kijken. En dat waren natuurlijk voor mij ook allemaal vragen die naar boven kwamen; hoe zit dat dan? Ik mocht ook alles vragen! Dat heb ik ook gedaan. En in het begin toen ik net begon met het interview, of eigenlijk voordat we het interview begonnen, wilde ik gaan uitleggen hoe de studio eruitzag. Hij zei toen al: je hoeft het niet uit te leggen, hoe de studio er helemaal uitziet, want ik heb er toch geen beeld van. Ik kan er ook geen beeld van maken! Maar toen kwam dus het interview en heb ik alles mogen vragen wat ik wilde vragen. En ik heb ook gevraagd hoe het was in zijn jeugd. Hoe hij is opgegroeid en naar welke school hij is geweest. Nou dat is in Bartiméus, onder andere, geweest in Zeist. Daar zit een groot instituut waar kinderen naar school gaan en waar ze dan ook van alles leren wat nodig is om in de maatschappij te kunnen functioneren. En ook de gewone dingen die je op school moet leren. Ik heb ook gevraagd van: we hebben communicatie via de mail. Hoe gaat dat dan? Hoe lees jij de mail? En dan blijkt dat alles gaat met voorlezen. Een mechanische stem die dan voorleest wat er is geschreven. Dat gebeurt met WhatsApp en dat gebeurt dan ook met de mail. Dat is een bepaalde instelling die je kunt gebruiken. Hij gebruikt verder ook geen beeldscherm. Maar hij heeft dus wel een computer om dus wel op die manier contact te maken. Ik heb gevraagd naar braille. En hij heeft braille wel leren lezen, maar dat gaat best langzaam. En tegenwoordig is geluid en geluidsopnames en het laten ..ehm.. voorlezen dat is zo ver gevorderd, dat als je het allemaal zou moeten voelen, via braille, via lezen, dat dat veel langer duurt dan wanneer je er even naar luistert. Dat gaat veel sneller. Dus dat vindt hij veel prettiger om te gebruiken. Ik heb ook gevraagd wat hij doet als ie in een onbekende omgeving komt. En waar let ie dan op? En hoe die buiten loopt. Dat is onder andere met een blindegeleidestok. En toen heeft hij ook uitgelegd hoe hij daar dan precies mee loopt en dat die daarmee ook kan horen op wat voor een ondergrond hij loopt. Obstakels kan hij daarmee voelen. En hij gaat ook niet zonder blindegeleidestok naar buiten. Dat is iets wat heel belangrijk is. En voor hem is het een bewuste keuze om geen hulphond te nemen. Ik heb ook gevraagd naar het verkeer, hoe hij zichzelf verplaatst. Wat hij daar speciaal over vertelde is dat hij bij het station vaak vraagt om reisassistentie. Dat moet je allemaal van tevoren aanvragen. Maar dan is er op het station iemand die jou begeleidt naar de trein of uit de trein naar waar je verder mee laat vervoeren. Dat kan een regiotaxi zijn. Daar maakt hij ook vaak gebruik van. En dan staat de regiotaxi klaar, maar dan is er iemand die vanaf het station hem daarnaar toe brengt. Dat is wel wat ie steeds weer aangeeft, je moet het zelf allemaal organiseren. Je moet het regelen van tevoren. Dus op het moment dat je ergens naartoe wilt, moet je goed nadenken: wat is mijn reis, hoe ga ik reizen en wat heb ik daarvoor nodig? En wie heb ik daarvoor nodig? Hij maakt dan ook graag gebruik -ik heb het idee dankbaar gebruik- van mensen die hem komen ophalen en hem weer thuisbrengen. Ik heb ook gevraagd naar kermisattracties. Of hij daar wel eens in heeft gezeten. En hij vindt het geweldig! Dat gevoel wat het geeft om in een kermisattractie te zitten, of eigenlijk zo'n pretpark attractie. In zo'n grote boot, die Vliegende Hollander, in de Efteling. Of in een achtbaan. Hij vindt dat écht heel fijn om te voelen. En dat is natuurlijk ook wat extra ontwikkeld is, dat je, als je blind bent, en je kunt het niet zien, dat je alles ook op gevoel doet. Niet alleen op het gehoor, maar dus ook heel erg op het gevoel. We hebben het ook gehad over het feit dat als je blind bent, hoef je bepaalde dingen helemaal niet te leren. Wat je vroeger op de basisschool leerde, al heel vroeger, dat zijn de kleuren. Je leert op een gegeven moment afstanden; kilometers, centimeters. Kleuren heeft hij helemaal natuurlijk nooit geleerd. Dat kan ook helemaal niet. Hij weet dat het bestaat, maar hij heeft er geen enkel beeld van. Maar ook afstanden, kon hij zich eigenlijk niet herinneren. Dan weet hij wel dat als hij ergens naartoe gaat, dat het een tijdje duurt voordat je er bent, maar hij heeft niet echt ideeën van wat een afstand dan precies is, omdat hij dat nooit gezien heeft. En toen gaf ik ook aan van: als ik nadenk over woorden voor zien, dan hebben we het over zien en kijken. We hebben het over turen en loeren, focussen en staren. En toen heb ik gevraagd aan hem, maar hoe zit het dan eigenlijk bij horen? Hebben we bij horen wel andere woorden? En we kwamen daar eigenlijk niet op! We konden niet bedenken wat voor andere woorden er voor ‘horen’ zijn die vergelijkbaar zijn met dat staren en dat loeren, wat bij he...

    16 min
  5. 5 Hoor de muziek

    MAR 25

    5 Hoor de muziek

    Tijdens het dansweekend bij het Dansklooster besefte ik ineens dat er een tijd komt dat ik de muziek niet meer kan horen. Dat kwam even heftig binnen. (eigen foto van het huisje (kota) bij het Helios Centrum in Heerde) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 5: Hoor de muziek. Ik ben een heel weekend gaan dansen. Georganiseerd door het Dansklooster. En als je al lang deze podcast luistert, dan weet je misschien nog wel dat ik eerder heb verteld over het dansen. Dat was seizoen 4, aflevering 18: deze dans is voor mij. Het is al een hele tijd geleden maar je kunt hem nog steeds terugluisteren. Dansen is voor mij iets magisch! Als ik mijn eigen bewegingen mag maken, dan heb ik nauwelijks last van mijn verminderde evenwichtsgevoel. Mijn naamgebaar is een lemniscaat, het oneindigheidssymbool. En ik vind dat zo'n sierlijke beweging, als ik met mijn hand die 8-vorm maak en dat past dan ook wel bij mijn stijl van dansen. Dat sierlijke. En Dansklooster had een lente-retraite georganiseerd in Heerde, in het Helios Centrum. En dan vrijdag kwamen we daar aan. En ik zeg 'we' want ik kon meerijden met iemand die in Nijkerk woont. Heel prettig, want ik hoef dan niet met het openbaar vervoer. En kon ik toch mijn eigen dekbedje meenemen. En wat een héérlijke ontmoeting was dat met het team van het Dansklooster. Ik ben een heleboel jaren niet geweest, bij het Dansklooster. Ik heb daar vroeger meerdere keren mee gedanst met weekenden, met dansdagen. Maar de laatste jaren niet. Dus dit was weer de vervolg-kennismaking, zeg maar. Maar het voelde zó vertrouwd toen ik het team weer zag! Vooral degenen die 15 jaar geleden het Dansklooster hebben opgericht. Mathilda en Michael. En het voelde dus heel vertrouwd, terwijl de locatie voor mij helemaal nieuw was. Voor Dansklooster trouwens ook, het was de eerste keer dat zij daar dan waren. En ook alle andere deelnemers kende ik niet, op ééntje na. En dat was een man die heb ik eerder ontmoet in het Samayaklooster, waar ik ook eerder met een dansweekend mee heb gedaan. En op het terrein van het Helios Centrum daar staan verschillende kleine huisjes en er is zelfs een boomhut bij! En ik sliep met de dame waar ik was meegereden, in een heel schattig klein ja, hutje. Een kleine kota, een houten blokhutje. Daar waren twee slaapkamers in gemaakt. En zo had je gewoon een heel eigen klein plekje. Het was wel een heel klein kamertje, maar het was net groot genoeg om daar heerlijk te kunnen slapen, om daar overdag gewoon even heerlijk te kunnen zijn! Het dansen dat werd gedaan in een grote Finse kota, een groot houten gebouw met een soort puntdak, want dat heeft zo'n kota dan. En daar zit dus heel veel hoogte in. Als je daar dan binnen bent, dan kijk je echt de lucht in, in zo'n punt. En ja die hoogte maakt wel dat het een hele fijne ruimte is. Juist omdat het heel luchtig daardoor voelt of zo. Ik weet niet hoe ik dat precies moet uitleggen. Eigenlijk moet je dat zelf even ervaren als je daar bent. Het was ook heel sfeervol ingericht. Er waren ook klapdeuren die open konden, dus je kon ook zelfs naar buiten. En het had ook een hele prettige houten dansvloer. Heel prettig om op te lopen. Het was niet te koud of zo. Je kon gewoon met je blote voeten daar lopen. En je kon dan door die deuren die open konden, kon je kijken naar een grote vijver. En alle andere ramen waren ook dat je uitkeek op de natuur. Op de tuin die er rondom heen was. En sowieso, dat hele terrein dat was eigenlijk één grote tuin met ook allerlei hoogtes daarin. En een ..ehm.. groot grasveld. Er was zelfs een heel besloten plekje, daar lag allemaal grint, maar dat was een soort vuurplek waar je dan -waarschijnlijk met elkaar- kunt zitten en daar vuur kunt maken. En daar heel besloten zo, zo binnenin kon zitten. Er waren allemaal van die kleine verrassingsplekjes daar. En kleine geintjes die ze daar ook hadden in die tuin. Een klein beeldje wat op een schommel zit. Een klein draakje op een schommel en die hing dan aan een boom en die kon je dan heen en weer bewegen. En het grappige was, dat dat draakje, dat had een glimlach en op het moment dat je hem heen en weer ging bewegen dan zag je die glimlach steeds tevoorschijn komen. Ik heb daar zelf zó staan lachen toen ik dat deed, toen ik dat zo zat aan te kijken! Meteen een goed ideetje dat we hier thuis ook wel zoiets kunnen maken, we hebben genoeg bomen dus, wie weet komt er wel ergens een schommel te hangen met een of ander leuk beestje erin. Maar die tuin daar bij het Helios Centrum, die bomen, die heggen, overal lentebloemen die tevoorschijn komen, die al voorzichtig uit de bol zo omhoogkomen. Het paste allemaal bij die lente-retraite. En ook het weer was heel wisselend. Toen we aankwamen was het nog best aangenaam. Kon je ook nog buiten zitten en zo. Maar de zaterdag was het koud en mistig! En op zondag was er ineens een hele blauwe lucht en was er volop zon, maar was er wel een beetje een koele wind. Dus we hebben van alles meegemaakt. En op vrijdagavond, na het eten -het hele weekend was er trouwens heel lekker eten, er werd voor ons gekookt. We hebben wel ouderwets corvee gehad. We moesten helpen met het eten brengen en de borden heen en weer sjouwen, opruimen, afwassen. En dat was ook wel heel leuk om dat samen te kunnen doen. Maar na het eten, op die vrijdagavond, werd het weekend officieel geopend, in de ruimte waar we het hele weekend zouden gaan dansen. En eerst was er een deelcirkel. In een deelcirkel mocht je iets delen, met een talking stick in je hand. Op het moment dat je die stick in je handen hebt, dan ben jij aan het praten. En de andere mensen niet. Dan mocht je iets delen over jezelf en je mocht ook vertellen met welke lentevraag je dit weekend in bent gegaan. Was van tevoren al in die mail genoemd, van denk daar eens over na. En zo waren er mensen die hadden het over dat ze iets wilden loslaten. Of dat ze wilden gaan ervaren of de keuze die zij gemaakt hebben of dat wel helemaal oké is. Of ..ehm.. mensen die zichzelf écht weer in hun lijf wilden voelen. Omdat ze veel te veel in hun hoofd bezig zijn, wilden ze juist met het dansen weer terug naar dat gevoel! En het kon ook zijn dat je zonder vraag of intentie natuurlijk dat weekend in kwam. Dat je dan juist kwam om jezelf te verrassen! En ik ben begonnen met het vertellen in gebaren ook, dus ik praatte en ik maakte er gebaren bij en ik vertelde: ik ben schrijver en spreker én ik weet dat ik op een gegeven moment doof word. En dit weekend wil ik zonder woorden de dans ingaan. Om dan te ervaren hoe het is om helemaal geen woorden te horen, om geen woorden te gebruiken. En dan kan ik wel in gebaren praten, maar dan verder dus zonder het gesproken woord. En zo gingen we de hele avond vrij dansen. En voor dat vrij dansen heb ik ook helemaal geen woorden nodig. Dat bleek al gauw! Woordenloos zijn en dan zonder gedachten. Zonder aannames. Zonder oordelen of verwachtingen. Zonder verhalen. En dan alleen maar op die muziek dansen! Mijn eigen dans. En als ik dan een ander ontmoette in die dans, dan was dat met mijn ogen. En met de bewegingen, met onze handen. Dat is zó heerlijk! En het is ook zo'n tijd geleden dat ik zo gedanst heb op prachtige muziek! En 's avonds na de dans ben ik heerlijk gaan slapen op dat eigen plekje in die kleine houten kota. Het enige was dat ik 's nachts nog wel even naar buiten moest lopen om naar het toilet te gaan. Die was dan gelukkig vlakbij, maar ik moest wel even naar buiten. En weer terug. En dan weer gelukkig m'n warme bedje in. De volgende dag was er 's ochtends een speciale danssessie. Het was namelijk een Biodanza workshop. En bij Biodanza, dan worden er opdrachten gegeven. Opdrachten op allerlei verschillende manieren. Waar je ook bij samen danst of waarbij op een bepaald thema gedanst werd. Waar je elkaar steeds ontmoet in de dans, maar ook juist de ruimte krijgt om ook je eigen dans te doen, maar dan met een bepaalde opdracht. En deze ochtend, tijdens die lente-retraite, ging het ook over de vrouwelijke en mannelijke energie. In de bewegingen. In de dans die je deed. En de muziek was daar ook echt heel zorgvuldig voor uitgekozen. Dat je zelf ook voelde of het een mannelijke energie had of een vrouwelijke energie en dat dan ook in beweging kon laten zien. En toen kwam er een opdracht, dat de groep in tweeën werd gedeeld. Ik vormde met een paar mensen een soort buitenkring. En de andere helft van de groep die danste dan in het midden. Op de muziek. En dat was de muziek van... het nummer Music van John Miles. Dat begint met: 'Music was my first love'. Dat is rockmuziek uit 1976, het is eigenlijk een heel oud nummer. En ik stond te kijken en te luisteren en de dansers in die binnenkring liefdevol aan te moedigen. En dan komt ineens in die tekst de zin: 'music of the future and music of the past.' En dat herhaalt zich een paar keer. Dat interpreteerde ik als de muziek in de toekomst, wordt voor mij muziek uit het verleden. Want ik besefte ineens dat er een moment komt, dat ik de muziek niet meer zal kunnen horen. Ik weet dat ik doof word. En dat er dus een moment komt dat ook de muziek wegvalt. En toen ik dat hoorde, voelde ik de tranen bij mezelf opkomen. En ik vocht er eerst even tegen, zo van: dat wil ik niet laten zien ..ehm..... maar ze waren helemaal niet tegen te houden! Toen het lied eenmaal voorbij was, werden de rollen omgedraaid. De buitenkring, die mensen mochten naar binnen en mochten dan zelf gaan dansen. En de andere groep ging als een buitencirkel, een veilige buitencirkel om ons heen staan. En ik had natuurlijk de keus kunnen maken om eruit te kunnen stappen, maar ik besloot toch om dit aan te gaan, om daar middenin, tussen al die andere mensen te gaan staan. En te gaan voelen, wat...

    15 min
  6. 4 Verbaasd

    MAR 18

    4 Verbaasd

    Ik ben vaak verbaasd over dingen die ik hoor, zie of zelf bedenk. Zelfs over de onderwerpen waar ik al heel wat over weet, zoals het evenwicht en gehoorverlies. Of ben ik eerder verbijsterd of verwonderd?  (Foto: pixabay- honest_graphic) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Dit is ook de enige podcast die gaat over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en daarnaast vertel ik ook graag over gehoorverlies, over tinnitus, over beperkingen waar ik zelf mee te maken heb. Waar ik zelf mee moet leren leven. En ook allerlei hersenspinsels, allerlei dingen die mij opvallen, die deel ik ook heel graag in deze podcast met jou! Dit is seizoen 11, aflevering 4: Verbaasd. Af en toe kan ik helemaal verbaasd zijn. Door iets wat ik zie, wat ik hoor, wat ik merk. En ook wat ineens zomaar even opplopt in mijn hoofd. En dat is in dit geval ook zo. Ik was erover aan het nadenken over het rechtop lopen van de mens. En in het boek 'Evenwicht, in uitvoering', heb ik daar een stukje over geschreven. En dat ga ik nu eerst even voorlezen: Wij mensen kunnen iets bijzonders. Wij kunnen rechtop staan en lopen. Wij zijn de enige wezens die rechtop, op twee benen lopen. Ergens in de evolutie tussen de 4 miljoen en 2 miljoen jaar geleden, zijn er voorouders van de mens geweest die rechtop zijn gaan staan en op twee benen zijn gaan lopen. Tegen de zwaartekracht in! En dat is moedig geweest. Of was het een noodzaak? Is het met vallen en opstaan gegaan? Zoals een baby leert staan en lopen? En dat zal zeker meer energie en aandacht gekost hebben. En toch had het voordelen, want anders hadden onze voorouders het rechtop lopen niet vol gehouden. Nou, en dat zat ik een keer even zo, ja, ik denk 's morgens vroeg te bedenken over dat rechtop lopen dat het best wel bijzonder is. En ook dat we dat doen op twee voeten. Twee kleine oppervlakten die we gebruiken om dan rechtop te lopen. En dat is in verhouding met dat hele lichaam, dat grote lange lichaam wat naar boven steekt, is dat best bijzonder dat we dat dan kunnen. En dan besef je ook wel dat die voeten heel erg belangrijk zijn en dat je die ook goed moet verzorgen. En dat je helemaal in onze wereld, dat je goed schoeisel moet hebben om je niet te bezeren. En toch was ik ineens heel verbaasd, kwam ineens zo naar boven ploppen, in mijn hoofd, dat wij de enige wezens zijn die rechtop lopen. Je zou denken dat als er zo veel voordelen aan zijn, dat er dan veel meer dieren ook rechtop zouden zijn gaan lopen. Dus hoe is het mogelijk dat alleen de mens het enige wezen is?! Dat is toch best raar!? En dan zijn er wel dieren die af en toe even omhoog kunnen komen. Maar dan nog hebben die nooit, als ze rechtop staan, en misschien een enkel dier wel, maar dan is het maar tijdelijk, dat dan alle gewrichten van boven naar beneden vanaf het hoofd helemaal naar beneden toe, dat die allemaal onder elkaar zitten. Verticaal dus. En als dat bij de mens komt door de herseninhoud, door dat we dat zo gevormd hebben in de evolutie. De hersenen is ook een beetje, die hebben een hele ingenieuze werking. En dat is toch eigenlijk prachtig hè, hoe dat dan werkt? Er zitten zo ontzettend veel verbindingen in ons brein. En het is ook nog eens neuroplastisch. Als er een fout ontstaat, waardoor je dus klachten krijgt, of een beperking dan, op den duur komen er weer nieuwe verbindingen, andere verbindingen en dan herstelt het weer een beetje, of verbetert het weer een beetje. Zoals ook mijn eigen evenwichtsgevoel, alle input die normaal door de evenwichtsorganen komen, die zijn bij mij veel minder. Maar dan door veel te trainen lukt het toch redelijk om dat evenwicht sterk te houden. En dat doe ik dan met goed kijken. Door mijn spieren goed te blijven gebruiken. Door de tast, met het voelen en zo. En daar dus ook bewust van te zijn. En met name ook met aandacht dus bewegen. Dan kom ik een heel eind. En blijft het evenwicht best sterk. En dan ben ik toch wel heel verbaasd, als het zo allemaal werkt. En dat evenwicht zo belangrijk is, dat er dan zo weinig over bekend is! En onbekend blijft. Over dat zintuig 'evenwicht'. En ik heb gemerkt dat zelfs fysiotherapeuten, die gespecialiseerd zijn in vestibulaire revalidatie, dat die zelfs de basisprincipes van het evenwicht niet eens kunnen uitleggen! Er zullen zeker fysiotherapeuten zijn die dat goed kunnen, maar ik heb ook mensen ontmoet die dat dus niet kunnen uitleggen. En eigenlijk zou je als fysiotherapeut of welke therapeut ook die werkt met mensen met evenwichtsklachten, dat je ook geïnteresseerd bent in de complete werking van het evenwicht. En dan gaat het niet alleen om de problemen te snappen die je ermee krijgt, maar juist wat daarvoor nodig is. Dat je dus het hele evenwichtssysteem begrijpt, zodat je dan ook de uitval van de evenwichtsorganen, dat je dat beter kunt uitleggen. En ook om dan te beseffen wat er dan wel of niet mogelijk is voor herstel! Want dat is tot een bepaalde hoogte mogelijk. Dat is handig om dat te weten. Om te beseffen dat je een klant die bij jou komt met evenwichtsklachten, dat daar een bepaalde grens aanzit wat je die nog allemaal kunt meegeven. Want je kunt niet meer alles volledig doen zoals je eerst deed, als er eenmaal evenwichtsverlies is. En ja, en dan wil ik dat heel graag veranderen. Ik wil dat die kennis wél veel meer gedeeld wordt. Maar het gaat nog steeds in hele kleine stapjes. En dan even terug naar die verbazing. Ik verbaas me namelijk om nog heel veel meer dingen. Het is bekend dat er steeds meer mensen zijn die te maken krijgen met gehoorverlies. En het komt omdat we ouder worden, maar ook omdat er overal geluid om ons heen is. Er is voortdurend geluid. Er zijn nauwelijks stille plekken te vinden in Nederland. Mensen zijn er ook al helemaal aan gewend om altijd geluid te horen, via de oortjes. Altijd luisteren naar muziek, gesprekken, naar de tv, naar de radio, films, games. Het lijkt wel of we verslaafd zijn aan geluid. En als gehoorverlies zó veel grote problemen gaat opleveren, met name ook bij uitval van het werk en zo, en er steeds grotere zorgkosten komen, en dat ook de vergoeding van hoortoestellen en de hoorzorg omhoog zou moeten (maar dat dat steeds minder wordt), krijg je steeds meer mensen die te maken krijgen met gehoorverlies, die dan ook niet helemaal op te lossen is. Dan verbaas ik me er weer over dat de handhaving van het aantal decibellen in de horeca en bij concerten, ja, die handhaving, weet ik niet of ze er écht op letten, maar dat er geen wettelijke limiet nog is voor het aantal decibel wat aan geluid te horen mag zijn. Ik heb het even opgezocht. Als je in een restaurant komt, dan mag de achtergrondmuziek tot zo'n 70 decibel zijn. En als er stevige achtergrondmuziek is dan mag het tot 90 decibel. Live-muziek bij bruiloften en partijen mag dan tot 100 decibel. Maar concerten die mogen tot wel 105 decibel. Nou, als je weet dat boven de 85 decibel er al kans is op gehoorschade! En bij 103 decibel dat dat dan binnen een paar minuten al tot gehoorschade kan leiden, dan is het vreemd dat er nog steeds zo'n hard geluid gedraaid mag worden. In 2023, toen hebben ze er weer over nagedacht, maar toen is aangegeven dat het niet verplicht is om de muziek zachter te zetten dan 100 decibel. Ze wilden namelijk van 103 naar 100 decibel. En als je weet dat dat een verdubbeling is; van 100 naar 103, dan is het veel en veel luider. En we willen het juist naar beneden hebben. Maar het is niet verplicht om het zachter te zetten dan 100 decibel. Dus bij concerten heb je best kans dat het misschien -zelfs bij professionele concerten- dat het wel tot 110 decibel kan gaan. Nou onbegrijpelijk dat dat kan. Dan verbaas ik me erover dat dat dus nog steeds mag! En ik hoop zó dat er weer meer aandacht komt voor een nieuwe wet. Want strenge regelgeving dat werkt echt wel. Alleen het moet dan wel natuurlijk gehandhaafd worden. Dat is wel een voorwaarde. Ja, verbazing! Ik noem het dan verbazing, maar misschien is het eerder ook verbijstering of bevreemding. Als ik nou over dat, dat ik dan ineens naar boven krijg van goh, wij zijn het enige wezen wat rechtop loopt. Dan is het meer een soort bevreemding. Maar verbazing kan ook verwondering zijn. Ja, en hoe reageer ik eigenlijk als ik ontdek dat er iets vreemds is? Of anders is? Of raar? Dan denk ik dat het wel aan mijn gezicht te zien is. Mijn wenkbrauwen gaan dan omhoog en mijn ogen doe ik weer meer open. Ga ik ze meer opensperren. Ik ga meer rechtop staan! Af en toe valt mijn mond dan zelfs open. En ik heb het even opgezocht wat mensen zeggen als er verbazing is. Het kan zijn dat ze dan zeggen: asjemenou! Of jeminee. Of oooh of aaah! Sapperloot. Sapperdekriek! Er zijn dus echt een heleboel woorden die mensen uitspreken als er iets is wat ze verbaast. En ik zeg dan ook wel vaak: wauw! En dat is grappig, want dan zie ik een hele mooie foto van de vogel die de wouw is. En daar heb ik ook een verhaal over geschreven in het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Want die verbazing die heb ik altijd met mij meegedragen en dat verhaal ga ik ook even voorlezen: Duikelende roofvogels. Zo'n 20 jaar geleden zag ik in een weiland in Zeeland twee grote roofvogels die om elkaar heen buitelden in de lucht. Een schitterend gezicht, om twee van die grote vogels zo sierlijk, snel en soepel te zien bewegen. Roodbruin van kleur. Lange spitse staartveren. En ik had geen idee welke vogel het was. Pasgeleden, onderweg naar Zwitserland, zag ik hetzelfde duikelen van roodbruine roofvogels, heel behendig. En nu had ik het vogelboekje erbij. Dus op zoek naar de naam. Het was een rode wouw. Die stond al heel lang op mijn vogelwensenlijstje. En die had ik nog nooit in het écht gezien. Dacht ik. Wel dus! Twintig jaar geleden. Dat waren rode wouwen. De manier van vliegen en buitelen heeft toen zo vee...

    13 min
  7. 3 Net iets teveel

    MAR 11

    3 Net iets teveel

    Er zijn van die dagen dat het net iets teveel is. Dit keer was er teveel geluid op mijn oren. Hierdoor werd ik instabiel. En zo zijn er nog meer factoren die dan net iets teveel voor mij zijn. (foto: Pixabay) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 11, aflevering 3: Net iets te veel. Op 3 maart is het elk jaar de World Hearing Day. De dag van het gehoor. En dat is een internationale bewustwordingsdag waarop de wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, aandacht vraagt voor gehoor, gehoorverlies en professionele gehoorzorg. En het thema dit jaar was: Blijf erbij horen. En op deze dag hebben PlanPlan adviesbureau en WERKelijk Horen een mini-symposium gehouden. Er waren drie verschillende lezingen. Eentje ging over een gezonde geluidsomgeving op de werkvloer. En de tweede lezing over gehoorverlies op de werkvloer met inzichten en de rol van de bedrijfsarts en de derde lezing ging over ‘Meten is weten’: de technische verschillen tussen enkelvoudige en meerkanaalssolo-apparatuur. En ik ben daarbij aanwezig geweest. Ik wilde dat ook goed kunnen volgen. Ik heb ook gevraagd: zijn er schrijftolken bij aanwezig? Nou, was allemaal prima geregeld. Maar wat daar verder ook bij was, we konden Auracast uit gaan proberen. De mensen die dat in Nederland willen uitzetten, die waren daar ook bij aanwezig. En Auracast dat is een ja, een nieuwe Bluetooth technologie. Dat is een audio-zender die dan geluid draadloos kan uitzenden naar een onbeperkt aantal ontvangers. En dat kunnen mensen zijn met een koptelefoon of met oortjes in, of die hoortoestellen dragen. Dus het is niet alleen voor de mensen met gehoorverlies. En dan kan het gaan om omroepberichten op de stations of in de treinen. ..ehm.. bij een theatervoorstelling of bij een lezing of een audiotour door een museum. In allerlei openbare gelegenheden waar gesproken wordt en waar verschillende mensen de tekst moeten horen, daar kan Auracast echt een verschil zijn! En dat systeem van Auracast dat werkt zelfs veel eenvoudiger dan de traditionele luistersystemen. En dan heb je het over de ringleiding-systemen die nu nog in de kerken en in theaters aanwezig zijn. Nou, waarschijnlijk wordt dat allemaal vervangen door Auracast. Die audio-kwaliteit is daar ook best goed van, want Auracast die transporteert het geluid ja, met nauwelijks vertraging. En dat is heel prettig, want als jij zelf tv kijkt en je doet dat via Auracast en je kijkt naar iemand, dan wil je dat wat je hoort, dat je dat ook direct ziet of andersom; wat je ziet wil je ook horen. En dat kan ook in een vergadering zijn. Of als je luistert en kijkt naar een spreker op een podium. Dat is natuurlijk veel fijner als dat naadloos in elkaar over gaat. En wij mochten dus die Auracast uitproberen. Maar niet alle hoortoestellen zijn al geschikt voor Auracast. Mijn hoortoestellen ook niet. En toch heb ik het uitgeprobeerd. Met een eigen ringleiding-lus en een kleine ontvanger, die kreeg ik mee. En zo kon ik, dan moest ik wel ook mijn hoortoestel nog wel weer op de ringleiding-stand zetten, en dan kon ik dus alles heel goed horen. Dicht op mijn oren. Eigenlijk in mijn oren. Want via het hoortoestel, dat zit dichtbij het trommelvlies, krijg ik dat dus direct binnen. Ik had ook goed zicht op de spreker. Ik ben zo gaan zitten dat ik het goed kon zien. Ik kon ook de tekst van de schrijftolk steeds goed zien. Maar het was niet eens noodzakelijk om de hele tijd naar de spreker te kijken! Want juist omdat het geluid goed binnenkwam, kon ik het toch nou, redelijk goed volgen, door niet de hele tijd de spreker aan te kijken. En dat is ook wel eens fijn. Dan hoef ik niet de hele tijd spraak af te zien. En dat heb ik dus gedaan. Er waren twee lezingen achter elkaar, best lang. En daarna was het even pauze. En toen werd het eigenlijk al vrij snel duidelijk, dat geluid, dat ik net iets te veel op mijn systeem hoorde, op mijn geluidssysteem, op mijn eigen hoorsysteem, dat merkte ik tijdens het lopen. Ik ging namelijk lopen en ik merkte dat ik nou, nogal, in stabiel was. Ik had dus moeite om mezelf in evenwicht te houden. Of kwam het omdat die Auracast, dat geluid veel te hard was. Dat kan ook. Dat ik het eigenlijk wat zachter had moeten zetten. En op het moment dat die Auracast, dat ik dat ook uitzette, dan hoor je dus ook niets meer van wat er daar door de microfoon en zo gezegd wordt. Dat voelde alsof ik dan even doof was. Dus het was een heel groot verschil tussen het geluid aan via Auracast en daarna weer gewoon het met mijn eigen hoortoestellen doen. Lijkt of het ineens veel minder geluid is. Of kwam dat dat instabiele gevoel, kwam dat omdat er heel veel mensen waren in die ruimte? En het pad tussen de stoelen, we wilden even naar buiten toe, het was heel mooi weer, het pad tussen die stoelen was heel smal. En om niet te botsen tegen andere mensen, moest ik dus extra opletten en ook af en toe even houvast zoeken bij de stoelen. En na de pauze hadden we dus nog een keer een lezing, de laatste lezing over dat meten is weten. Allemaal heel interessant wat we hebben gehoord. Maar na afloop was er nog even tijd voor een borreltje, kon je nog even wat andere mensen spreken. Ook toen voelde ik dat mijn instabiliteit echt groter was. Ik moet altijd met aandacht lopen, maar toen moest ik het echt héél erg! Echt opletten, waar loop ik? Wie loopt hier vlakbij mij? Hoe kan ik die, nou, zo langslopen dat ik niet ga botsen. En ook de trappen af, ben ik toch maar weer helemaal aan de leuning gaan lopen, zodat ik me vast kon houden. Zelfs de stoep op en af merkte ik, dat ik dat met meer aandacht moest doen. En ik heb de hele week, heb ik me wiebeliger gevoeld. Ik merkte dat écht met dat ik af en toe mist stapte, dat ik echt nog een stap extra moest doen, een voet opzijzetten, om me in evenwicht te houden. En wat ook een trigger is, heb ik gemerkt, helemaal als ik dan al wat instabieler ben, is ook die stralende zon. Het was heel mooi weer en als ik dan buiten ben, dan is het dus zó ontzettend licht, ook daar moet ik denk ik weer helemaal aan wennen, ..ehm.. te veel licht tijdens het wandelen en tijdens het fietsen. Ook zelfs in de bus en in de auto. Dan heb je door dat felle licht ook heel veel last van alle schaduwen. De schaduwen van de bomen. We hebben een vaandel hier aan de vlaggenmast en die wappert dan en die schaduw die komt dan steeds langs. En ik merk dat dat licht, schaduw, licht, schaduw, die verschillen, dat dat ook iets doet met mijn evenwicht. En dat weet ik wel, alleen, dat was dus nu even veel heviger. Er was te veel afwisseling en dat zorgt écht voor desoriëntatie. Of komt die wiebeligheid door te veel staan? Vorige week dan, dit was vorige week, na dat mini-symposium, heb ik ook veel gestaan aan de statafel. En aan de statafel ben je ook wel steeds aan het corrigeren om goed rechtop te blijven staan en dat kost dan best veel energie. Doe ik dat dan te lang? Sta ik dan te lang aan die statafel? Of komt dat juist omdat ik me eerst wiebelig voel en dat ik dan, als ik dan aan die statafel sta, dat het dan moeilijker gaat? Ik merkte dat namelijk tijdens de online-bijeenkomst van het ROCOVF. Dat was een hele lange middag online. Gelukkig was ik dan wel thuis, ik hoefde niet ergens naar toe. En dat was twee dagen na het mini-symposium. Mini-symposium was op een dinsdag en dat ROCOVF donderdagmiddag. Ik had geen schrijftolken geregeld, want het grootste deel zou helemaal niet voor mij bestemd zijn, want het ging helemaal niet over Flevoland. Dus ik hoefde ook niet alles te kunnen volgen. De agenda vond ik heel onduidelijk dus, ik had echt zo van: wanneer is Flevoland aan de beurt? En dan zitten we heel lang te wachten met de schrijftolken: wat is dan belangrijk om te tolken? Dan nee, ik doe het zonder tolken. Heb ik wel de koptelefoon op gehad, zodat het geluid weer dichterbij me komt, dan kan ik het beter verstaan. Maar het was ook nog eens een keer zonder spraakafzien. Want de sprekers die zaten allemaal bij elkaar in een grote zaal en ik was met nog een paar andere mensen online. Maar dan zie je die sprekers heel klein in beeld en dan zie je niet echt het mondbeeld. Dus ik heb heel veel geluisterd op die middag. En met mijn hoortoestellen in is dat wel heel prettig. En een koptelefoon erbij, kan ik het nét even allemaal goed volgen. Maar ik denk dat dat geluid allemaal nét te veel was. Op dat moment, was het teveel. In aflevering 1 heb ik het gehad over van de hak op de tak. Al die verschillende taken. Al die taken die ik mezelf opleg. En dat voortdurende schakelen. Misschien was dat vorige week ook nét iets te veel. En dan per taak valt het helemaal niet zo op. Tijdens de overgang van die taken, dat ik merk dat ik meer wiebelig ben. En dat komt omdat ik me waarschijnlijk heel erg focus op die ene taak, waar ik mee bezig ben. En dan moet ik daarna weer even lopen en dat ik dan pas merk, oh ja hmmm, ik moet een beetje opletten. Ik moet met aandacht lopen. Wat dan niet meehelpt, is dan dat ik, ja, niet helemaal goed slaap. Dat ik niet diep genoeg slaap, denk ik. En dat zorgt ervoor dat mijn energieniveau 's ochtends vroeg eigenlijk al een beetje te laag is om de hele dag in volle actie te functioneren. Ja, en dan komt natuurlijk weer het energie-management om de hoek kijken. Nou, ik neem denk ik te weinig rustmomenten om dan te herstellen. En dan met name overdag, want 's nachts heb ik dat niet helemaal in de hand of ik wel of niet goed slaap. Maar overdag kan ik die rustmomenten natuurlijk wel pakken! Ik leg mezelf eigenlijk veel te veel taken op! Die ik aan het eind van de dag uitgevoerd wil hebben. Dat zie ik ook in mijn agenda wel staan. Dus ik denk dat het goed is dat ik mijn eigen energie-management weer wat meer aandacht ga geven. Dat ik wat meer ga letten op...

    13 min
  8. 2 Drempels

    MAR 4

    2 Drempels

    In ons dorp liggen verschillende soorten verkeersdrempels of verkeersheuvels. Twee soorten zijn heel onaangenaam om met de fiets erover of eromheen te gaan. Ook met een scootmobiel of elektrische rolstoel is dat niet te doen. Dit past niet in de inclusieve maatschappij. (eigen foto van een van de verkeersheuvels) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur, hoorcoach, presentator en ik zet mij in voor het creëren van een inclusieve samenleving. Dit is seizoen 11, aflevering 2: Drempels. Ja, in het kader van inclusie, hoort elke gemeente een Lokale Inclusie Agenda te hebben. En dan gaat het over toegankelijkheid. Toegankelijkheid op allerlei vormen, niveaus, zodat iedereen overal aan mee kan doen. En hier in het dorp doen we nu de vierde poging om de lokale inclusie-agenda handen en voeten te geven. Het is al driemaal eerder geprobeerd, niet gelukt. Niet goed van de grond gekomen. En dit keer de vierde poging, en ik hoop dat het nu wél van de grond komt. Dat we nu ook inderdaad drempels kunnen weghalen. En dan bedoel ik drempels in de breedste zin van het woord, want het gaat ook over, wat ik net zei over toegankelijkheid, het gaat over op allerlei niveaus, voor iedereen, dat iedereen mee kan doen! En de een heeft iets anders nodig dan de ander. Dus het gaat niet over gelijke behandeling. Het gaat wel over gelijkwaardigheid; dat we willen dat iedereen mee kan doen, ongeacht de handicap, de beperking die die dan heeft. Maar deze aflevering gaat het specifiek over de fysieke drempels. De verkeersdrempels. Deze podcast heet niet voor niks: drempels. Het doel van een verkeersdrempel is om het verkeer te vertragen. En dan hebben we het over gemotoriseerd verkeer. Een andere naam ervoor zijn verkeersremmers of snelheidsdrempels of verkeersheuvel. En die drempels die worden met name neergelegd in gebieden waar een lagere snelheid gewenst is. Om dan dus de verkeersveiligheid te verhogen. Dat is in woonwijken of bij scholen, waar heel veel voetgangersverkeer is. Ook bij openbare parkeerplaatsen, want daar wordt van alles geparkeerd, maar ook dus heel veel mensen die daar lopen. En daar worden dus allemaal van die drempels neergelegd. En de chauffeurs, de bestuurders van dat gemotoriseerde verkeer, die moeten dan hun snelheid matigen. En als je een lagere snelheid hebt, dan is er ook een kortere remweg en als er een kortere remweg is dan is de kans op verkeersongevallen veel kleiner. Dus je vermindert de kans op verkeersongevallen. Maar er is natuurlijk wel een effect van een verkeersdrempel. Dat is met name voor de bestuurder zelf, maar ook voor de omwonenden en voor andere gebruikers. Toen ik dat las dacht ik wel even van, wat zijn dan andere gebruikers? Nou, dan moet je denken aan fietsers, scootmobielen en elektrische rolstoelen. Want door het aanleggen van een verkeersdrempel op een verkeerde plek, dan verhoog je juist de kans op een verkeersongeval. En daar wil ik het in deze aflevering dus over hebben. Want de gemeente, die is verantwoordelijk voor die verkeersdrempels. En dan geven ze ook aan: bij een verkeersdrempel, kun je ook een verkeersbord neerzetten om te waarschuwen dat er een drempel aan komt. Dit is niet verplicht, het is wel aanbevolen. En vooral bij minder goed zicht, waar de verlichting minder is en ook als het vlak na een bocht komt. Nou is het wel weer het advies dat je een drempel niet moet plaatsen binnen 10 meter vanaf een bocht. Want anders krijg je hele gevaarlijke situaties. Het is ook om te voorkomen dat er schade is aan het voertuig. Zo zijn er ook normen en eisen gesteld aan verkeersdrempels. En dan staat erbij: onder andere niet te dichtbij huizen. En meestal worden er geen drempels aangelegd op busroutes. Als dat wel nodig is, dan zijn er busvriendelijke drempels. En een verkeersdrempel kan voor de veiligheid ook nog wel discutabel zijn, als het gaat over het snel kunnen rijden van een ambulance, brandweer en politie, want dan zijn die drempels ontzettend hinderlijk. Dus je moet goed nadenken, waar leg je de drempels neer, zodat ook dat vervoer, wat echt op snelheid moet rijden, dat die ook veilig kunnen rijden. Het heeft effect op het milieu, want bij het optrekken na de drempel, dan gebruik je meer brandstof. En als je gaat remmen is er meer fijnstof en als er veel drempels zijn, heb je ook bij drukte meer kans dat er file ontstaat en als er meer auto's achter elkaar staan, heb je sowieso weer een hogere uitstoot. Dat is natuurlijk anders alweer bij elektrische auto's. Dan is die uitstoot er niet. Maar nog niet iedereen rijdt elektrisch. Dus er zal nog steeds CO₂ uitstoot zijn dus ja, voor het milieu is het maar de vraag of het handig is. Als je het hebt over geluidsoverlast, dan, als er drempels liggen, dat het lawaai van snelrijdende voertuigen wordt dan wel minder. Alleen, je krijgt dan wel weer lawaai als gevolg van het remmen en het optrekken. En als je daar dus vlakbij bent, vlakbij woont, dan hoor je dus steeds dat remmen en optrekken. Misschien is het fijner om een geluid te horen wat gewoon op één toon is. Dat is anders dan dat optrekken en afremmen. Als er zwaar verkeer over die drempels heen gaat, dan heb je juist een heleboel extra geluiden die daarbij komen. Als er zwaar verkeer is met een aanhanger erbij waar allerlei dingen op liggen, dan rammelt dat natuurlijk aan alle kanten. Er zijn allerlei trillingen ook naast al die geluiden. Door die drempels, is ook de reistijd van de auto en van de bus, is ook weer wat langer. En dit kan allemaal toch ook wel weer voor frustratie zorgen bij bestuurders. Ja, en dan wil ik het hebben over de drempels die hier in het dorp zijn geplaatst. En dan hebben we het níet over de bestuurders. Ja, in eerste instantie wel, want ik ga het even over de buschauffeur hebben. Maar daarna, over juist al die andere gebruikers van de weg. En met name waar dan die drempels liggen. We hebben midden in het dorp, in het centrum, daar is de hele weg opnieuw ingericht. Heleboel is daar op de schop gegaan. Allemaal opgeruimd. Ze hebben allemaal nieuwe bestrating aangelegd, onder andere met drempels erbij. En dit zijn hele vervelende drempels voor de buschauffeur en ook voor de reizigers in de bus. Het is echt onaangenaam om over die drempels te gaan. Wat dit betreft is er dus een hele verkeerde keuze gemaakt van soorten drempels. Want er zijn ook busvriendelijke drempels. Waarom is dat daar niet aangelegd? Het is zelfs zo dat er beschadigingen komen aan de bus, door juist die verkeerde drempels die daar zijn neergelegd. En als ik kijk naar de drempels hier, in onze eigen straat, die vind ik helemaal niet zo heel vervelend. Die liggen in de hele breedte van de weg, van stoep tot stoep. En dat is dus een verhoging in de weg, gaat een beetje glooiend omhoog. En dan is het even plat en daarna gaat het weer glooiend omlaag. Het is eigenlijk een soort hoge hobbel. En die vind ik helemaal niet erg om daar met de fiets overheen te gaan. Maar dan... we hebben hier in het dorp twee nieuwe soorten drempels. Eéntje dat is een soort ronde verkeersheuvel. Ik noem het echt een verkeersheuvel, want het is niet zozeer een drempel, hij is helemaal rond. Je komt dan het fietspad af, rij je de straat in en dan kom je recht op die verkeersheuvel af. Als je daar recht overheen wil rijden, wat gewoon mag, want het is geen rotonde, dan is het echt kedeng! Het is een beetje een hoge rand, anders dan een hele glooiende rand. En dat is echt, dat is vervelend. Ik knal er gewoon tegenaan dan met de fiets. Helemaal niet goed voor mijn band ook. En ik schrok ook, de eerste keer dat ik daar kwam, schrok ik omdat ik het niet eens in de gaten had. Er zit wel een witte rand omheen en toch valt ie niet zo op. Nu ik dat weet, vermijd ik deze straten of als ik er dan toch doorheen moet omdat ik in die straat moet zijn, dan kan ik er wel óm heen. Zoals je ook normaal dat bij een rotonde doet. Alleen, er omheen... er is nauwelijks ruimte tussen dus die cirkel van de verkeersheuvel en de stoep; daar zit nog geen meter, misschien net één meter 30 of zo, dus dat is een hele kleine ruimte. En dan moet je heel erg oppassen dat je niet tegen de stoep rijdt en ook niet tegen die scherpe rand van die verkeersheuvel. En je moet je een hele scherpe bocht maken omdat het helemaal een cirkel is. Dus je moet er echt, ja, je kunt er niet eens ruim omheen, omdat die ruimte te kort is tussen die stoep en die rand. En bij sneeuw is die hele rotonde niet eens zichtbaar! Nou dan is het helemaal gevaarlijk, want dan kun je er echt tegenaan knallen. En je ziet het randje niet, dus je kunt er ook zo vanaf glijden. En dan ga je natuurlijk zo onderuit. Écht, ik begrijp niet dat ze deze grote cirkels zó hebben kunnen maken op een plek wat totaal niet handig is. Ik snap dat je het verkeer wil afremmen. Maar als je de bocht om wil, moet je altijd afremmen. Dus waarom zou je daar zo'n grote cirkel neerleggen die heel onhandig is om er goed omheen te rijden?! En ook niet prettig is om erop te rijden en weer af te rijden. Echt kedeng! Je rijdt er helemaal overheen en kedeng er weer af. En dan die andere drempel. Pas nieuw! Want de hele wijk die is gesaneerd. Ze hebben alle straten opengebroken, omdat de hele riolering vervangen moest worden. Ook daar moest de straat weer helemaal opnieuw bestraat worden en toen hebben ze gedacht: oh we kunnen daar ook wel drempels neerleggen! Nou, daar liggen dus een paar drempels en die zijn ovaalvormig. Ook wel weer met een witte rand er omheen, dus je kunt het wel zien. Maar, dan rij ik op het fietspad en ik ga de bocht om en vrij snel na de bocht ligt daar die drempel! Die verkeersheuvel. Ook weer zo'n rand van drie centimeter, niet meteen heel glooiend, maar echt dat je er tegenaan rijdt. Naast die verkeersheuvel da...

    16 min

About

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/