Fantasyfans

De plek voor fans van fantasy, sciencefiction en andere fictie.

Fantasyfans is de Nederlandstalige podcast voor liefhebbers van fantasy, boeken en verhalen. Presentator Roderick Vonhögen ontmoet schrijvers, illustratoren, cosplayers, kunstenaars en andere makers uit de Nederlandse en Vlaamse fantasywereld. Ontdek nieuwe fantasyboeken en auteurs, luister naar de verhalen achter bijzondere werelden en personages en maak kennis met de creativiteit van cosplayers, tekenaars en andere makers. Ook bezoeken we fantasyfestivals zoals Castlefest en Elfia, waar fantasy fans, schrijvers en makers samenkomen. Of je nu graag fantasy leest, zelf verhalen schrijft, aan cosplay doet of gewoon nieuwsgierig bent naar de mensen achter het genre, Fantasyfans laat je kennismaken met wat er allemaal leeft in de fantasywereld. Nieuwe interviews en verhalen verschijnen regelmatig. fatherroderick.substack.com

  1. 1일 전

    Fantasy maakte iets wakker dat ik jarenlang was vergeten

    Vorige week kwam ik thuis van Castlefest met een probleem. Ik wilde ineens van alles maken. Een eigen fantasykostuum leek me geweldig. Ik wilde trinkets gaan kleien om op festivals te ruilen. En nadat ik op Castlefest een kunstenares had geïnterviewd over haar schilderijen, kreeg ik ook ineens ontzettend veel zin om weer te gaan schilderen. Weer, inderdaad. Want terwijl ik naar haar werk keek, herinnerde ik me iets dat ik eigenlijk jarenlang was vergeten. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Dat jongetje dat altijd zat te knutselen Als kind tekende en schilderde ik voortdurend. Ik bouwde bouwpakketten, tekende strips voor de schoolkrant en besloot op een gegeven moment dat ik wilde leren aquarelleren. Dus haalde ik een boek uit de bibliotheek waarin stap voor stap werd uitgelegd hoe je een Ierse rotskust kon schilderen. Van mijn zakgeld kocht ik goedkoop papier, een paar kwasten en een doosje aquarelverf. Mijn eerste schilderij was natuurlijk weinig meer dan een kopie van het voorbeeld. Maar ik had het wel zelf gemaakt. En ondertussen ontdekte ik hoe verf en water zich op papier gedroegen, hoe je kleuren mengde en hoe je met een paar penseelstreken iets kon maken wat er daarvoor nog niet was. Later verdween die hobby langzaam uit mijn leven. Werk, studie en andere interesses namen het over. Ik bleef creatief bezig, maar vooral met woorden, audio, video en computers. Tot Castlefest. Waarom fantasy zo aanstekelijk creatief is Misschien herken je dat gevoel als je zelf weleens naar Castlefest, Elfia of een ander fantasyfestival gaat. Je bent er voortdurend omringd door mensen die dingen hebben gemaakt. Iemand heeft maanden gewerkt aan een kostuum. Een ander verkoopt zelfgemaakte sieraden of keramiek. Schrijvers hebben jarenlang aan een boek gewerkt. Illustratoren tonen hun tekeningen en schilderijen. Muzikanten spelen hun eigen muziek. En als je met die mensen praat, hoor je opvallend vaak hetzelfde verhaal. Ze konden het ooit ook niet. Ze zijn gewoon begonnen. Ik sprak ooit een cameraman die in zijn vrije tijd zijn eigen kleding bleek te maken. Hij had zichzelf leren naaien door tutorials op YouTube te bekijken en oude kleding van de kringloop uit elkaar te halen. Tijdens de Vierdaagse sprak ik met Mireille van Pixie Spirit Fest over mijn wens om ooit zelf een fantasykostuum te maken. Haar reactie kwam ongeveer neer op: dat kun je gewoon leren. En op Castlefest stond ik dus ineens naar schilderijen te kijken en dacht ik: wacht eens even. Dit heb ik vroeger ook gedaan. Waarom ben ik daar eigenlijk ooit mee gestopt? Drie uur later was het elf uur Dus bestelde ik een stapeltje kleine velletjes papier en een piepklein doosje waterverf. Klein beginnen, leek me verstandig. Niet meteen proberen de Nachtwacht te schilderen. Mijn eerste onderwerp wist ik ook meteen: een middeleeuwse kat. In middeleeuwse manuscripten vind je de vreemdste dieren in de kantlijnen. Katten hebben soms bijna menselijke gezichten, rare verhoudingen en doen dingen die een normale kat nooit zou doen. Mijn kat kreeg daarom een to-dolijst met daarop hoeveel muizen hij die dag nog moest vangen. Ik begon te tekenen. Daarna kwam de verf erbij. Toen ik uiteindelijk op de klok keek, was het elf uur. Ik had drie uur zitten schilderen. Geen telefoon. Geen televisie. Geen besef van tijd. Alleen een klein stukje papier, een paar kleuren en een behoorlijk vreemde kat. En ik had me kostelijk vermaakt. “Daar heb ik geen tijd voor” Dat zette me ook aan het denken over een zin die ik mezelf vaak hoor zeggen. Daar heb ik geen tijd voor. Ik heb geen tijd om te schilderen. Geen tijd om trinkets te maken. Al helemaal geen tijd om te leren hoe je een fantasykostuum maakt. Maar als ik op een festival iemand ontmoet die drie maanden aan een kostuum heeft gewerkt, heeft die persoon meestal ook gewoon een baan, een huishouden en allerlei andere verplichtingen. Het verschil is dat hij of zij besloot er tijd voor te maken. Je kunt natuurlijk niet alles doen. Maar misschien is “geen tijd” soms ook een manier om te zeggen dat iets geen prioriteit heeft gekregen. Dat besef was voor mij misschien wel het mooiste souvenir dat ik van Castlefest mee naar huis nam. Niet iets wat ik bij een kraampje heb gekocht, maar de zin om zelf weer iets te maken. Van fantasyboek tot zeemeermingeit Het grappige is dat dit niet de eerste keer is dat een fantasyfestival dat met me doet. Anderhalf jaar geleden sprak ik op Elfia met een aantal schrijvers. Een van hen vroeg waarom ik eigenlijk niet zelf een fantasyboek schreef. Inmiddels ben ik dat boek aan het schrijven. Op Runeheim en Castlefest ontdekte ik trinket trading. Nu wil ik kleine monnikjes gaan kleien die ik bij een volgend festival kan meenemen om te ruilen. En die ene middeleeuwse kat heeft inmiddels ook alweer gevolgen. Nadat ik hem op Instagram zette, stelde iemand voor dat ik een hele verzameling middeleeuwse fantasiedieren zou maken. Mijn volgende opdracht is een geit met een zeemeerminstaart. Ik heb geen idee hoe je die tekent. En misschien is dat juist het leuke. Wat heb jij altijd al willen maken? Fantasy draait voor mij steeds minder alleen om de werelden die anderen hebben bedacht. Het nodigt uit om zelf mee te doen. Je hoeft daarvoor geen boek te schrijven of maandenlang aan een spectaculair cosplaykostuum te werken. Je kunt beginnen met een velletje papier. Een stukje klei. Een naald en draad. Een verhaal van één pagina. En je hoeft er ook nog niet goed in te zijn. Misschien is dat zelfs de belangrijkste les die ik opnieuw moet leren. Als kind vroeg ik me helemaal niet af of mijn aquarel goed genoeg was. Ik wilde gewoon ontdekken wat er gebeurde als ik die kwast op het papier zette. Deze week gaat de Fantasyfans-podcast daarom over fantasy en creativiteit. Daarnaast vertel ik over de schrijvers en verhalenvertellers die deze week in de podcast voorbijkwamen, begin ik aan een nieuwe kookrubriek met festivalfoodrecepten en heb ik een boekentip voor iedereen die graag duizend pagina’s lang in de middeleeuwen wil verdwijnen. En ondertussen ligt er hier nog een leeg velletje papier. Te wachten op die zeemeermingeit. Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  2. 1일 전

    Zijn D&D-campagne werd een complete fantasywereld

    Het begon zoals zoveel avonturen in Dungeons & Dragons beginnen: een paar vrienden rond een tafel en een dungeon master die een wereld voor ze verzint. Alleen bleef het daar voor Jarl Versavel niet bij. “Er is een grote grap onder dungeon masters: we moeten ons eigen boek schrijven. We zeggen dat al vaker.” Zijn medespelers vonden zijn campagne goed genoeg om daadwerkelijk op papier te zetten. Jarl nam hun advies iets serieuzer dan ze hadden verwacht. “Ze geloofden niet dat ik het gedaan had tot ik drie boeken in mijn handen had.” Inmiddels is de Vlaamse auteur alweer een paar stappen verder. De wereld die ooit ontstond voor zijn D&D-campagne vormt het decor voor steeds nieuwe verhalen. In oktober verschijnt bij uitgeverij Read More zijn nieuwe boek De Premiejagers van Barbon Lane, waarin hij een heel andere kant van die wereld laat zien: komische fantasy. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Een klassieke fantasywereld Voor zijn oorspronkelijke trilogie koos Jarl bewust voor herkenbare high fantasy. Mensen, elfen en dwergen bevolken zijn wereld Thaxadar. De dwergen wonen onder de grond en in de bergen, de elfen in de bossen. Daar voegde hij één zelfbedacht volk aan toe: de Outcasts, of verstotelingen. Ooit waren zij dienaren van de Duistere Heer, maar ze hebben zich aan zijn invloed ontworsteld en leven nu voornamelijk als zeevaarders. Daarbij liet Jarl zich onder meer inspireren door de Vikingen. Heel toevallig is dat niet. Zijn eigen voornaam is Scandinavisch. Een jarl was een edelman of belangrijke bestuurder in de Vikingwereld. “In mijn hoofd is het zo dat mijn ouders dachten toen ze mijn naam kozen: die gaat vast fantasy schrijven.” Vijf tegen vijf Ook het conflict waarmee zijn boeken begonnen, klinkt op het eerste gezicht vertrouwd: licht tegenover duisternis. Maar in Jarls wereld draait het uiteindelijk om de balans tussen beide. De godin van het licht accepteert dat duisternis bestaat, zolang het evenwicht maar bewaard blijft. De god van het duister wil dat evenwicht juist doorbreken. Hun strijd wordt uiteindelijk niet langer alleen door de goden zelf uitgevochten. Ook de bewoners van de wereld raken erbij betrokken. Centraal staat Talina, een jonge vrouw die door de godin van het licht wordt uitgekozen om haar krachten te dragen. Ze moet vier andere uitverkorenen vinden en de wereld verenigen tegen het oprukkende duister. Maar als er vijf uitverkorenen van het licht zijn, vereist de balans ook een tegenhanger. Vijf tegen vijf. Het kleine gezelschap groeit uiteindelijk uit tot een conflict van leger tegen leger. De oorsprong in Dungeons & Dragons is daarin nog goed zichtbaar. Talina heeft bijvoorbeeld eigenschappen die doen denken aan een paladin. Een elf in het gezelschap gebruikt natuurkrachten zoals een druïde. Bovendien verschijnt magie voor het eerst in de wereld dankzij deze uitverkorenen. Wat als je spelers iets totaal anders doen? Toch is het niet alleen aan de personages en hun vaardigheden te merken dat Jarls schrijverschap bij D&D begon. Misschien belangrijker is wat hij achter het scherm als dungeon master leerde: je verhaal loopt bijna nooit zoals je had bedacht. Stel dat je urenlang een avontuur in een duister bos hebt voorbereid. En vervolgens zeggen je spelers: “Ik wil eigenlijk liever naar de hoofdstad.” Daar zit je dan met je donkere bos. Als dungeon master moet je razendsnel kunnen schakelen. Jarl geeft een voorbeeld: misschien wordt de duistere invloed die oorspronkelijk in het bos zat ineens een sekte in de hoofdstad, met connecties in de hoogste kringen van de adel. “Je pakt elementen die je al hebt en je steekt ze gewoon in een ander jasje.” Die manier van denken nam hij mee naar zijn boeken. Hij plant zijn verhalen niet van begin tot eind uit, maar kijkt tijdens het schrijven waar ze hem brengen. Dungeons & Dragons noemt hij dan ook een goede leerschool voor improviseren binnen een verhaal. Als je personages geesteskinderen worden Er bleek wel een belangrijk verschil tussen een spel leiden en een roman schrijven. Hoe langer Jarl met zijn personages bezig was, hoe moeilijker het soms werd om ze iets aan te doen. Een hoofdpersoon moet nu eenmaal tegenslagen krijgen. Personages worden gevangengenomen, verslagen of raken op andere manieren in de problemen. Maar als schrijver weet je precies wie daarvoor verantwoordelijk is. “Dan merk je dat je daar soms wel moeite mee hebt. Ik denk dan: ah, het doet wel pijn. Ik wil ook rap door dit hoofdstuk zijn, want hoe rapper het gedaan is, hoe beter.” Zijn personages werden een soort geesteskinderen. En uiteindelijk kwam het moment waarop hij afscheid van ze moest nemen. “Je typt ‘einde’ en dat is ook eventjes van: en nu?” Een wereld hoeft niet te eindigen Het antwoord bleek eenvoudig: Thaxadar bestond nog. De oorspronkelijke strijd was voorbij, maar waarom zou daarmee ieder verhaal in die wereld verteld zijn? Jarl schreef inmiddels Het ontwakende vuur, dat zich vierhonderd jaar later afspeelt. Geen nieuwe epische strijd om het lot van de wereld, maar een persoonlijker wraakverhaal. Voor De Premiejagers van Barbon Lane maakt hij een nog veel grotere sprong. Meer dan duizend jaar na zijn oorspronkelijke trilogie keert hij opnieuw terug naar Thaxadar, maar dit keer met een totaal ander soort verhaal. “In een wereld kunnen niet alleen maar de grote dingen gebeuren, maar er gebeuren ook kleine dingen in de wereld, zoals de bakker die zijn brood bakt.” Dat besef gaf Jarl de vrijheid om zich af te vragen hoe het gewone leven in zo’n fantasywereld eruitziet. Want ook als er geen oorlog tussen licht en duisternis woedt, moeten mensen nog steeds hun brood verdienen, hun problemen oplossen en zich blijkbaar verzekeren tegen de risico’s van het dagelijks leven. Daar komt Jarls liefde voor Britse humor goed van pas. Voor De Premiejagers van Barbon Lane liet hij zich inspireren door Monty Python, ‘Allo ‘Allo!, Fawlty Towers, Douglas Adams en Terry Pratchett. Die droge en soms absurdistische humor probeert hij te vertalen naar een Nederlandstalige fantasywereld. Een van de vondsten in het boek is een verzekeringsmaatschappij. Want hoe werkt een verzekering eigenlijk in een wereld waarin draken en goblins echt bestaan? “Hoe werkt dat met een brandverzekering? Heb je een drakenclausule? Of tegen goblinplunderingen, ben je daar wel tegen verzekerd?” Het is een heel andere manier om naar Thaxadar te kijken. Niet langer vanuit uitverkorenen die de wereld moeten redden, maar vanuit mensen die in die wereld gewoon hun werk proberen te doen. Juist daardoor kan Jarl een wereld die ooit voor een epische D&D-campagne ontstond telkens opnieuw gebruiken voor een ander soort verhaal. De Premiejagers van Barbon Lane verschijnt in oktober bij uitgeverij Read More. Van dungeon master naar auteur Die stap naar een uitgever betekent ook een nieuwe fase in Jarls schrijverschap. Zijn eerdere boeken gaf hij zelf uit, zowel in het Nederlands als in het Engels. Daarbij moest hij niet alleen schrijven, maar ook zelf mensen zoeken voor de cover, de vormgeving verzorgen, boeken laten produceren en vervolgens proberen ze te verkopen. Voor een beginnende selfpublisher zijn fantasybeurzen en comic cons belangrijk, maar een stand kost geld. Je moet dus voldoende boeken meenemen en verkopen om zo’n weekend rendabel te maken. Tegelijkertijd ontstond juist daar een kleine groep lezers die hij regelmatig opnieuw tegenkwam. Bij een uitgever wordt een deel van dat werk overgenomen. Vormgeving, covers, distributie en aanwezigheid op evenementen hoeven niet langer allemaal op zijn eigen schouders terecht te komen. Voor Jarl is het nog nieuw terrein. “Ik heb nog geen ervaring met een uitgeverij, dus we zien dan wel wat dat geeft.” Geen Netflix-serie nodig Aan het einde van ons gesprek vraag ik Jarl wie hij over tien jaar hoopt te zijn. Het is een vraag waarop fantasyauteurs gemakkelijk kunnen beginnen over internationale bestsellers, Netflix-series en Hollywoodverfilmingen. Jarl niet. “Ik hoop iemand te zijn zoals ik nu nog altijd ben.” Natuurlijk zou succes leuk zijn. Maar zijn ideale toekomstbeeld blijkt verrassend bescheiden. Een stapel boeken. Goede recensies. Mensen die langskomen om een praatje te maken en zeggen dat ze van zijn verhalen hebben genoten. “Dan ben ik zeker tevreden.” Misschien past juist die bescheiden ambitie goed bij een schrijver die ooit helemaal niet van plan was om auteur te worden. Het begon met een Dungeons & Dragons-campagne voor een paar vrienden. Daaruit groeide een trilogie, en uit die trilogie een fantasywereld waarin Jarl steeds weer nieuwe verhalen blijkt te kunnen ontdekken. Soms zijn dat grote verhalen over licht en duisternis en het lot van de wereld. Soms over verzekeringen tegen drakenschade. En ondertussen blijft Jarl eigenlijk doen wat hij ooit als dungeon master al deed: kijken waar zijn fantasie hem deze keer naartoe brengt. Links: * Website en webwinkel van Jarl Versavel * Facebook | TikTok * Uitgeverij ReadMore Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  3. 2일 전

    'Ik had nooit verwacht dat mijn fantasyverhaal me zoveel zou doen'

    Matt Falcon beschouwt zichzelf niet als een bijzonder emotioneel persoon. Toch gebeurde er tijdens het schrijven van zijn eerste fantasyroman iets wat hij niet had zien aankomen. “Ik ben bijna te trots om te vertellen dat ik meermalen zelf in huilen ben uitgebarsten om dingen die ik geschreven heb.” Tijdens het schrijven van Tethered to Darkness raakte hij steeds sterker betrokken bij zijn personages en hun wereld. Het verhaal dat hij zelf bedacht had, begon iets met hem te doen. Eind 2025 verscheen het boek, het eerste deel van de fantasyserie Veil of Sands. Tijdens Novio Magica sprak ik met Matt Falcon, het schrijverspseudoniem van Thijs de Valk, over de wereld die hij creëerde, de invloed van zijn eigen ervaringen daarop en de onverwacht lange weg naar zijn debuut. Een wereld achter de woestijn In Tethered to Darkness maken we kennis met Shen, een jongen die opgroeit in een wereld waarvan het grootste gedeelte bestaat uit onleefbare woestijn. Shen woont in een van de gebieden waar mensen nog wèl kunnen overleven. Zijn vader is er de heerser, maar bepaald geen welwillende. “Zijn vader is de tiran in dat gebied. En die houdt iedereen weg van ontwikkeling en van kennis.” Shen groeit op met de verhalen en overtuigingen die zijn vader en diens omgeving hem meegeven. Gaandeweg ontdekt hij dat veel daarvan helemaal niet waar is. Met hulp van zijn moeder besluit hij uiteindelijk buiten de grenzen van de bewoonde wereld op zoek te gaan. “En daar begint het verhaal eigenlijk pas echt.” Er gaat letterlijk een nieuwe wereld voor hem open. Shen ontmoet andere wezens en ontdekt dat magie bestaat. Wat hij altijd als de werkelijkheid heeft beschouwd, blijkt slechts een klein deel van een veel grotere wereld te zijn. Van Egypte naar een fantasywereld Een deel van de sfeer van die wereld komt voort uit Matts eigen ervaringen. “Ik ben in Egypte geweest en het speelt zich af in een woestijn natuurlijk. Dus vandaar dat er bij mij automatisch, denk ik, dat soort beelden op de cover zijn gekomen.” Die uitstraling is meteen zichtbaar op de omslag van Tethered to Darkness. Daarop staat Shen met een gloeiend zwaard dat reageert op magie, tegen een achtergrond die de woestijnwereld van het verhaal oproept. Voor Matt was het belangrijk dat er een personage op de cover kwam, maar het bleek nog behoorlijk lastig om te bepalen hoeveel je daarop laat zien. “Er moet genoeg informatie op staan, maar niet te veel.” Gelukkig kreeg hij hulp van een illustrator. Die vroeg hem eerst zelf een voorbeeldtekening te maken. “Ik kan absoluut niet tekenen, dus dat dit eruit is gekomen is nog steeds voor mij een wonder.” Een verhaal dat zijn schrijver veranderde Hoe langer Matt in die wereld doorbracht, hoe meer hij merkte dat het schrijven niet alleen gevolgen had voor zijn personages. “Hoe meer ik schreef, hoe meer ik merkte dat het ook iets met mij deed.” Zijn eigen ontwikkeling begon volgens hem zelfs invloed te krijgen op de ontwikkeling van het verhaal. “Het kan bijna een soort van therapeutische werking op jezelf hebben.” Dat hij vervolgens emotioneel werd door scènes die hij zelf had bedacht, was voor hem een verrassende ervaring. Hij schreef tenslotte zijn eerste roman en had nog nooit meegemaakt hoe sterk een band met zelfbedachte personages kon worden. “Dat laat ook wel zien dat je dus echt een band opbouwt met de personen en met het verhaal.” Het boek veranderde terwijl hij eraan werkte. Maar hetzelfde gold blijkbaar voor de schrijver. Zeven keer hetzelfde boek Tethered to Darkness ontstond dan ook niet in één keer. Na zijn eerste versie kwam voor Matt misschien wel het moeilijkste moment van het hele proces: teruglezen wat hij had geschreven. “Ik had een eerste draft geschreven. En wat ik toen heel lastig vond was daarna de draft teruglezen en denken: dit is totaal niet het niveau dat ik wil dat het heeft.” De structuur van het verhaal klopte volgens hem wel. De uitvoering nog niet. “Toen kwam ik er pas echt achter van: oké, hier begint het eigenlijk pas.” Dus begon hij te herschrijven. En daarna nog een keer. En nog een keer. “Ik zeg ook altijd tegen vrienden en familie: ik denk dat ik hem zeven keer geschreven heb.” Daarmee werd de totstandkoming van zijn eerste fantasyroman ook een leerschool. Bij iedere versie zag hij nieuwe dingen die anders of beter konden. Alles zelf leren Daar kwam nog bij dat Matt ervoor koos zijn boek zelf uit te geven. Als selfpublisher moest hij zich daardoor niet alleen bezighouden met schrijven en redigeren, maar ook met de vormgeving, productie en promotie van zijn boek. “Er zit een hele grote leercurve in die twee jaar. Ik heb allemaal dingen geleerd die ik daarvoor nog nooit heb gedaan.” Toch zou hij die ervaring niet willen missen. “Het is echt een geweldig proces geweest.” Ook tijd vinden om te blijven schrijven hoort daarbij. Daar heeft Matt een opvallend nuchtere kijk op. Op de vraag hoe hij dat combineert met de rest van zijn leven, antwoordt hij met één woord: “Discipline.” Voor hem werkt schrijven daarin niet anders dan sporten of een andere hobby waar je graag tijd aan besteedt. “Er is gewoon tijd voor vrijmaken.” Als anderen jouw wereld binnenstappen Na twee jaar kwam uiteindelijk het moment waarop Tethered to Darkness daadwerkelijk werd gedrukt. Toen veranderde er opnieuw iets. De wereld die tot dan toe vooral in Matts hoofd en op zijn computer had bestaan, werd ineens toegankelijk voor andere mensen. En die gingen er iets van vinden. “Het was zenuwslopend.” Vooral bekenden vond hij spannend. “Je wilt heel graag dat zij het leuk vinden.” Tot nu toe zijn de reacties volgens Matt overwegend positief. Al voegt hij er lachend aan toe dat bekenden misschien gewoon niet negatief hebben durven zijn. Ook recensies van andere lezers volgt hij. “Alle feedback die ik krijg wil ik graag in ieder geval kunnen lezen. Of ik er dan iets mee doe is een tweede.” Een verhaal waarvan zelfs de schrijver het einde nog niet kent Tethered to Darkness is Book One of the Veil of Sands. Hoeveel delen er uiteindelijk nodig zullen zijn om het volledige verhaal te vertellen, weet Matt zelf nog niet. Er bestaat wel een grotere verhaallijn in zijn hoofd, maar tijdens het schrijven laat hij ruimte om daarvan af te wijken. “Ik heb van tevoren altijd een beeld en dan, al schrijvende, verandert dat.” Dat is geen probleem. Integendeel, Matt heeft die onzekerheid nodig om zelf nieuwsgierig te blijven naar zijn verhaal. “Als ik van tevoren al weet wat ik ga schrijven, dan is het niet meer leuk.” Daarmee staat ook na twee jaar schrijven, herschrijven en publiceren nog lang niet alles vast. Shen heeft pas een eerste stap gezet buiten de wereld die hij dacht te kennen. Matt Falcon heeft met Tethered to Darkness zijn eerste stap als romanschrijver gezet. Waar hun reis precies eindigt, moet zelfs de schrijver nog ontdekken. Links: * Matt Falcon’s website * Instagram | TikTok | Threads | Bluesky * Bestel ‘Tethered to Darkness’ Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  4. 3일 전

    Een goed verhaal is nooit hetzelfde

    In een klein, schemerig huisje op een fantasyfair in Archeon zit het publiek muisstil te luisteren. Uit een draagbaar luidsprekertje klinkt muziek. Geen podium, geen schijnwerpers of projectieschermen. Alleen twee verhalenvertellers, een paar eenvoudige attributen en een oud volksverhaal dat al eeuwen wordt doorgegeven. Aan het einde van de voorstelling spreek ik met Erik Maassen, beter bekend als De Sprookspreker, en zijn dochter Merlijn, die optreedt als De Kletsprater. Samen brengen zij middeleeuwse ridderverhalen, sprookjes en oude volksvertellingen opnieuw tot leven, precies zoals verhalenvertellers dat eeuwen geleden deden op jaarmarkten en in herbergen. Van geschiedenisles naar kampvuur Voor Erik begon het ruim vijftien jaar geleden. Hij werkte jarenlang als docent geschiedenis, maar miste het vertellen van verhalen. Tegelijk raakte hij betrokken bij middeleeuwse re-enactment. “Die twee dingen heb ik eigenlijk bij elkaar gebracht.” Zo ontstond De Sprookspreker. Wat begon met middeleeuwse ridderverhalen groeide uit tot optredens op fantasyfestivals, historische evenementen en vertelvoorstellingen door heel Nederland. Zijn repertoire bestaat uit oude volksverhalen, ridderromans en sprookjes die hij telkens opnieuw vertelt, zonder dat ze ooit precies hetzelfde klinken. Opgegroeid tussen de verhalen Toen Erik begon, was Merlijn nog een kleuter. Nu staat ze als negentienjarige naast hem op evenementen. Verhalen vertellen zat er al vroeg in. “Altijd,” zegt Erik als ik vraag of er thuis veel werd voorgelezen. “Ook met de hele familie erbij.” Merlijn herinnert zich nog goed welke verhalen haar het meest bijbleven. “Hoe Roeland ridder werd vond ik altijd heel leuk.” En ook De Zes Zwanen, het sprookje over een meisje dat haar betoverde broers probeert te redden. Zelf ontdekte ze later een eigen manier van vertellen. Ze speelde al van jongs af aan toneel en musicals. Uiteindelijk ontstond het idee om verhalen te combineren met poppenspel. “Waarom zou ik die verhalen niet met een pop vertellen?” Zo ontstond haar eigen alter ego: De Kletsprater, met onder meer een jonge draak die het onmogelijke wil: ridder worden. Een kostuum helpt je een verhaal binnen te stappen Opvallend is dat vader en dochter niet alleen verhalen vertellen, maar er ook uitzien alsof ze rechtstreeks uit de Middeleeuwen zijn gestapt. Alle kostuums worden door Merlijn zelf gemaakt. “Ik maak bijna alles.” Zodra ze de kleding aantrekt, verandert er iets. “Ik merk dat ik er heel anders van ga staan. Anders lopen, anders praten.” En het doet ook wat met het publiek: het helpt het publiek om in een nieuwe wereld te stappen. “Je doet dat met je stem, met je bewegingen, maar ook met je kleding.” De film die in je hoofd ontstaat Wat maakt iemand eigenlijk een goede verhalenverteller? Volgens Erik draait het niet om grote gebaren of een luide stem. Juist afwisseling is belangrijk. “Hard praten, zacht praten, langzaam praten, snel praten.” En vooral: toewerken naar het juiste moment. “Je moet naar een climax opbouwen.” Maar het mooiste moment komt pas daarna. “Als je in de ogen van de mensen kunt zien dat ze in een hele andere wereld zitten.” Hij glimlacht. “Dat kan je echt zien.” Voor hem is dat het bewijs dat een verhaal zijn werk doet. “Dan heb ik altijd het gevoel: het lukt vandaag.” Oude verhalen blijven leven Hoewel hun verhalen gebaseerd zijn op eeuwenoude volksvertellingen, liggen ze nooit helemaal vast. Erik combineert soms verschillende bronnen tot één nieuw verhaal. Merlijn schrijft juist ook volledig nieuwe vertellingen, zoals het verhaal over een jonge draak die ridder wil worden. Toch blijft improvisatie een belangrijk onderdeel van hun optredens. Zelfs wanneer er muziek meespeelt. “Dan moet je soms ineens een paar zinnen improviseren omdat je merkt dat je tien seconden voorloopt op de muziek.” Juist daardoor blijft ieder optreden uniek: een verhaal leeft. En verandert met iedere verteller én met ieder publiek. Waarom verhalen nooit af zijn Erik bracht ooit een bundel met zijn verhalen uit. Toch ontdekte hij al snel dat papier ook een nadeel heeft. “Als je de verhalen eenmaal hebt opgeschreven, dan veranderen ze niet meer.” En dat vindt hij jammer, want juist het mondeling vertellen houdt verhalen levend. “Je kunt tien of vijftien jaar lang hetzelfde verhaal in je repertoire hebben. En in de loop van de tijd verandert het.” Volgens hem is dat geen probleem, integendeel. “Dat is eigenlijk prima.” Een traditie die doorgaat Aan ideeën voor nieuwe verhalen ontbreekt het niet. Merlijn droomt ervan om ooit een sprookje te vertellen waarin het handwerk uit het verhaal letterlijk tot leven komt. Ze noemt het Grimm-sprookje De schietspoel, het klosje en de naald, over een meisje dat uitblinkt in handwerken. “Aangezien ik ook de kostuums maak en veel handwerkvormen doe, lijkt het me leuk om dat verhaal te vertellen én die handwerkvormen tegelijkertijd te doen.” Erik ziet zichzelf juist al staan in een van de historische huizen van Archeon, omringd door de muurschilderingen van de middeleeuwse ridderroman Walewein. “Die roman zou ik op die plek nog wel eens willen vertellen. Dan heb je helemaal met illustraties eromheen. Dan komt het verhaal echt tot leven.” Het typeert hoe zij naar verhalen kijken: als levende vertellingen die met iedere nieuwe verteller en elk nieuw publiek een beetje veranderen. Misschien is dat wel waarom sprookjes en volksverhalen de eeuwen hebben overleefd. Niet omdat ze altijd hetzelfde bleven, maar omdat iedere generatie ze opnieuw vertelt. Soms is daar alleen iemand voor nodig die begint met de woorden: “Er was eens...” Links: * De Sprookspreker website * Facebook | Instagram | YouTube | Spotify * De sprookspreker vertelt - Middeleeuwse voorleesverhalen door Erik Maassen Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  5. 4일 전

    "Een oorlog dwingt je te kiezen"

    Wat doe je als de wereld waarin je leeft uit elkaar dreigt te vallen? En hoe bepaal je wat juist is wanneer geen enkele keuze zonder gevolgen blijft? Dat zijn de vragen die centraal staan in de Revolutie-serie van Larissa Klein Bennink. Met het verschijnen van Herovering in februari 2026 kwam een einde aan een fantasyreeks waaraan ze bijna acht jaar werkte. Ik kijk met haar terug op die reis, van een kinderdroom tot een afgeronde vierdelige serie. Een steampunkwereld met luchtschepen en magie De wereld van Revolutie voelt vertrouwd en vreemd tegelijk. “Het is een fantasywereld in een steampunksetting,” vertelt Larissa. “Denk qua sfeer een beetje aan Victoriaans Engeland. Er zijn luchtschepen, veel stoom en koper.” Buskruit bestaat wel, maar is zeldzaam. Wie een pistool draagt, is volgens haar wereld “heel rijk, heel gevaarlijk of allebei.” In die wereld volgen we verschillende personen: Naria is de erfgename van de Koperen Troon, maar draagt een gevaarlijk geheim met zich mee: ze bezit magie, terwijl die in haar koninkrijk al generaties verboden is. Daarnaast zijn er Elias, de kapitein van een luchtpiratenschip, Alan, die een persoonlijke afrekening heeft met de koninklijke familie, en Adelard, de raadsheer die achter de schermen een eigen agenda volgt. Hun verhalen kruisen elkaar voortdurend, terwijl een burgeroorlog onafwendbaar dichterbij komt. Een slechterik die zichzelf gelijk geeft Van alle personages blijkt juist de antagonist het leukst om te schrijven. “Adelard is een verschrikkelijk persoon,” zegt Larissa lachend. “Maar hij is zó leuk om te schrijven.” Dat komt doordat hij zichzelf nooit als schurk ziet. Hij is ervan overtuigd dat alles wat hij doet uiteindelijk het rijk dient. Zelfs als daarvoor onschuldigen moeten sterven of complete gebouwen worden opgeblazen. “Wat ik doe is voor het grotere goed.” Juist die interne logica maakt hem geloofwaardig. “Het leuke was om hem door de serie heen steeds verder te laten afglijden. Eerst snap je hem nog. Maar op een gegeven moment denk je: nu ben je echt veel te ver gegaan.” Personages die veranderen Niet alleen Adelard ontwikkelt zich. Ook Alan maakt een van de grootste veranderingen door. Na een beslissing in het eerste boek sloeg de stemming onder haar lezers volledig om. “Eerst kreeg ik berichten: Alan is mijn favoriete personage. En dan dacht ik alleen maar: wacht maar tot je verder bent.” Niet veel later volgden nieuwe reacties. “Verdorie, ik haat hem.” Voor Larissa was dat stiekem precies de reactie waarop ze hoopte. Want Alan is geen slechterik. Hij is iemand die verkeerde keuzes maakt, verblind door zijn verleden, en pas later beseft welke schade hij heeft aangericht. Zijn grootste strijd is niet tegen een vijand, maar tegen zichzelf. Een wereld die bleef groeien Aan de wereld van Revolutie werkte Larissa al sinds 2017. Ze begon met beelden in haar hoofd, verzamelde inspiratie op Pinterest en liet haar wereld langzaam groeien. “Ik ben heel erg een beelddenker.” Maar veel details ontstonden pas doordat anderen vragen stelden. “Dan moest ik ineens nadenken: hoe werkt dit eigenlijk? En dan ontdekte ik tijdens het beantwoorden zelf hoe mijn wereld in elkaar zat.” Zo groeide die wereld langzaam uit tot een plek met een eigen geschiedenis, technologie en maatschappelijke verhoudingen. Groeien als schrijver Als ze haar eerste boek nu terugleest, ziet Larissa meteen hoeveel ze heeft geleerd. “Ik had sommige dingen echt anders kunnen doen.” Het is een bewijs dat ze als schrijver is gegroeid. Die groei verliep niet altijd vanzelf. Er waren periodes waarin het mentaal minder goed ging. Dan voelde iedere redactieopmerking zwaarder dan normaal en kostte schrijven veel meer energie. Toch werkte juist dat ook door in haar verhalen. “Je groeit mee met je personages.” Soms ontdekte ze zelfs dat een scène die ze jaren eerder had geschreven niet meer klopte. “Het gevoel was nog hetzelfde. Maar het personage niet meer.” Toen wist ze dat niet alleen haar personages waren veranderd. Zijzelf was dat ook. Keuzes zonder goede antwoorden Onder alle magie, luchtschepen en politieke intriges ligt een vraag die de hele serie verbindt. Hoe maak je de juiste keuze als er geen perfecte oplossing bestaat? Een burgeroorlog dwingt ieder personage om partij te kiezen. Niet iedereen hanteert daarbij dezelfde moraal. “Hoe bepaal je wie jij wilt zijn, waar jij voor wilt staan en waar jij voor wilt vechten?” Die vraag krijgt extra lading doordat Larissa ook actuele thema’s verwerkt. Discriminatie speelt een belangrijke rol in haar wereld. Niet op basis van huidskleur, maar van afkomst en uiterlijk. Artificiali, mensen met mechanische ledematen worden bijvoorbeeld als tweederangs burgers behandeld, omdat oude vooroordelen nog altijd voortleven. “Het zijn ook gewoon personen. Met een verhaal, een mening en een visie.” En juist daardoor nodigt haar fantasywereld uit om ook anders naar onze eigen wereld te kijken. Het einde van een tijdperk Voor Larissa was het verschijnen van Herovering meer dan alleen de publicatie van een nieuw boek. Het betekende afscheid nemen. “Je bent supertrots, want je kunt zeggen: mijn serie is af.” Maar tegelijk voelde het vreemd. “Ik ben niet klaar met schrijven. Ik ben ook niet klaar met deze wereld. Maar ik ben wel klaar met deze personages.” Jarenlang groeide ze samen met hen op. Hun verhaal is nu verteld. En juist daarom voelt het einde dubbel. Niet omdat de wereld nu ophoudt te bestaan, maar omdat de mensen die haar al die jaren bevolkten eindelijk hun bestemming hebben bereikt. Links: * De website van Larissa Klein Bennink * Facebook | Instagram | TikTok * Bestel de Revolutie-serie Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  6. 6일 전

    "Ik wilde, net als Tolkien, een hele wereld bouwen"

    Wat als Atlantis niet alleen een legende was, maar een beschaving die miljoenen jaren geleden werkelijk bestond? Die vraag liet Tycho Scholten al op zijn twaalfde niet meer los. Het idee groeide uit tot de Pangaea-trilogie, een fantasyreeks waaraan hij meer dan tien jaar werkte. Op Castlefest ontmoeten we een schrijver die inmiddels de volledige trilogie achter zich heeft liggen. Acht jaar nadat hij hier als jonge debutant zijn eerste roman presenteerde, staat hij nu achter dezelfde tafel met een afgerond verhaal. Een fantasywereld op een oercontinent Het idee ontstond al op de basisschool. “In groep acht hoorde ik voor het eerst over Pangaea,” vertelt Tycho. “Dat oerkontinent van tweehonderd miljoen jaar geleden fascineerde me meteen.” Daar kwamen nog andere inspiratiebronnen bij, zoals de Nicolas Flamel-serie van Michael Scott en De kinderen van Húrin van Tolkien. Langzaam begonnen de puzzelstukjes in elkaar te vallen. “Ik wilde, net als Tolkien, een eigen wereld bouwen. Een trilogie. Een complete geschiedenis.” In plaats van een volledig nieuwe wereld te bedenken, gebruikte hij Pangaea als uitgangspunt. “Het was eigenlijk een blanco canvas waarop ik mijn eigen beschavingen en culturen kon plaatsen.” Waar Atlantis vandaan komt In Tycho’s versie van de geschiedenis bestaat Atlantis echt. Niet als een verzonken eiland uit de Griekse mythologie, maar als een machtige stad op het oercontinent. “Ik zie een stad met drie ringen voor me, witte muren, een citadel in het midden, tempels en pilaren. Een beetje in de sfeer van het oude Griekenland.” Daar arriveert ook een van zijn hoofdpersonen. Xugan is de enige overlevende van een aanval op zijn thuisstad. Zijn reis brengt hem naar Atlantis, waar hij hulp hoopt te vinden tegen een naderende invasie. Maar al snel blijkt dat zijn band met de stad veel dieper gaat dan hij zelf beseft. “Het verhaal is eigenlijk ook een zoektocht naar wie hij werkelijk is en waar hij vandaan komt.” Personages die met je meegroeien Tycho begon aan de trilogie toen hij twaalf was. Het eerste boek verscheen rond zijn achttiende. De twee vervolgdelen volgden steeds ongeveer drie jaar later. In die jaren veranderde niet alleen het verhaal. Hijzelf veranderde ook. “Toen ik jong was, draaide alles om avontuur en spanning. Later kreeg ik veel meer oog voor karakterontwikkeling.” Daardoor kregen ook zijn personages steeds meer diepgang. “Op een gegeven moment dacht ik niet meer alleen: jij doet dit. Maar: daarom doe jij dit.” Sommige personages verrasten hem zelfs. “Ik zette ze bewust op een kruispunt. Links of rechts. En toen namen ze een andere afslag dan ik oorspronkelijk had bedacht.” Achteraf verbaasde hem dat niet. Terwijl hij aan de trilogie werkte, leerde hij zijn personages steeds beter kennen. Daardoor begonnen hun keuzes steeds vanzelfsprekender te voelen. Een wereld die steeds dieper werd Vanaf het begin wist Tycho hoe de trilogie ongeveer zou eindigen. Toch veranderde onderweg bijna alles. “Ik had een grote lijn. Maar eerdere versies van boek twee en drie zagen er heel anders uit.” In plaats van het eerste boek achteraf te herschrijven, koos hij een andere aanpak: hij bouwde verder op wat er al lag. “Ik zie het een beetje als lagen metaal die over elkaar worden gevouwen.” De wereld, de personages en de geschiedenis waren er al. Met ieder nieuw boek legde hij nieuwe verbanden, totdat alle verhaallijnen samenkwamen in de ontknoping. “Het voelde uiteindelijk alsof het allemaal al in potentie in het eerste boek aanwezig was.” Afscheid nemen van een wereld Toen het derde deel eindelijk verscheen, voelde Tycho vooral opluchting. Na jaren schrijven was de trilogie voltooid. Maar tijdens het schrijven van de laatste scène gebeurde er iets onverwachts. “Toen besefte ik ineens dat ik afscheid aan het nemen was.” Dat bleek emotioneler dan hij had verwacht. “Ik dacht eerst: nu ben ik ervan af. Maar later merkte ik dat die wereld toch nog steeds een beetje bij me blijft.” Voorlopig keert hij er niet naar terug. Zijn aandacht gaat nu uit naar poëzie, essays en theaterteksten. Er ligt al een idee voor een nieuw groot verhaal, maar dat wil hij rustig laten groeien. “Ik wil het de tijd geven om te ontstaan voordat ik me weer aan zo’n groot project verbind.” Een trilogie die met zijn schrijver meegroeit Terugkijkend vraagt Tycho zich weleens af of hij niet té jong debuteerde. “Je groeit als schrijver zo enorm. Dan zie je ook de kinderziektes van je eerste boek.” Toch overheerst de dankbaarheid. Juist doordat hij al jong begon, kon hij groeien terwijl hij aan dezelfde trilogie bleef werken. De boeken groeiden met hem mee. Pangaea was voor Tycho ooit een blanco canvas waarop alles nog mogelijk was. Inmiddels heeft hij het continent gevuld met steden, mythen, helden en een geschiedenis die tientallen miljoenen jaren omspant. De trilogie is voltooid, maar de wereld leeft voort. Je hoeft alleen het eerste boek open te slaan om er binnen te stappen. Links: * Tycho’s website en Substack * Facebook | Instagram | About Books * Bestel de Pangaeatrilogie Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  7. 8월 8일

    Castlefest is meer dan een fantasyfestival

    Van Castlefest en trinket trading tot draken, AI en een stapel nieuwe boeken: in de eerste live-aflevering van de Fantasyfans-podcast ontdekte ik opnieuw waarom ik zo graag deel uitmaak van deze wereld. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Zodra je het terrein rond Kasteel Keukenhof oploopt, verandert er iets. Natuurlijk zijn er de podia, kraampjes en prachtige kostuums, maar wat me vooral trekt is dat zoveel bezoekers zelf iets toevoegen aan die wereld. Dat zie je bijvoorbeeld aan de cosplay en kostuums. Op een comic cons kom je veel bekende personages tegen. Op Castlefest zie je daarnaast opvallend veel mensen die zelf iets hebben bedacht en gemaakt. Soms spectaculair, soms juist eenvoudig. Ik liep er zelf gewoon rond met mijn priesterboordje. Mijn vaste grap is inmiddels dat ik eigenlijk iedere dag aan het cosplayen ben. Dit jaar ging ik ook weer als verslaggever op pad. Daardoor kon ik eindelijk doen wat ik op zo’n festival het allerleukste vind: op mensen afstappen en vragen wat hun verhaal is. Zo interviewde ik een indrukwekkende Saruman met een Witch-king op de achtergrond. Ik sprak iemand in een prachtig zelfgemaakt bijenkostuum. Ik dook de bordspellentent in om te ontdekken wat daar allemaal gebeurde. En bijna iedere keer bleek achter iets wat er van buitenaf vooral mooi, grappig of vreemd uitzag een veel interessanter verhaal te zitten. Een opvallend goed boekenjaar Voor boekenliefhebbers viel er dit jaar ook behoorlijk wat te ontdekken. Op Castlefest stonden opvallend veel Nederlandse auteurs met een nieuw boek, een nieuw deel van een serie of zelfs hun debuut. Robin Rozendal presenteerde bijvoorbeeld Het Elfde Vuur, het derde deel van haar Levende Steden-serie. Het uitgangspunt alleen al vind ik geweldig: steden die daadwerkelijk leven, een bewustzijn hebben en zelfs trauma’s met zich meedragen. Cocky van Dijk stond er met De Zilverbinder, het tweede deel van haar Doodschap-serie. Mathijs Hulster had na zeven jaar zijn Portaaltrilogie afgerond. Charlotte de Winter had een nieuw verhaal dat teruggrijpt op de geschiedenis van haar Sleuteldrager-serie. Ook sprak ik Mirjam Kerrar-Mol, die op Castlefest debuteerde met Dochter van de Hel, en Sandy Butchers over Schild van Zilver, haar uitgebreide Nederlandstalige versie van Bonds of Blood and Silver. Sandy combineert schrijven bovendien met illustreren en voorzag haar boek van haar eigen artwork. Ook Ariadne Zwaan en Pepijn Hamer waren er met hun debuutromans De prijs van orde en Hollandos - Ogen van de Prins. Een aantal van deze gesprekken staat inmiddels als losse aflevering in de Fantasyfans-podcast. De rest komt eraan. Mijn leeslijst is er in ieder geval niet korter op geworden. En toen ontdekte ik trinket trading Een van mijn favoriete ontdekkingen van de afgelopen tijd heeft eigenlijk niets met boeken te maken. Trinket trading. Ik zag het voor het eerst op Runeheim. Mensen stonden bij elkaar met kleine zakjes en doosjes vol zelfgemaakte voorwerpen, sleutelhangers, boekenleggers en andere miniatuurschatten. Die ruilden ze met elkaar. Mijn innerlijke tienjarige werd onmiddellijk wakker. Als kind verzamelde ik van alles: postzegels, stickers, knikkers, beeldjes en allerlei kleine dingetjes waarvan waarschijnlijk niemand behalve ik begreep waarom ze zo belangrijk waren. Trinket trading combineert dat verzamelen met iets wat ik nog veel leuker vind: zelf iets maken en daarmee contact leggen met iemand anders. Op Castlefest kwam ik de trinket traders opnieuw tegen en ditmaal ben ik er gewoon op afgestapt. Een fragment van dat gesprek zette ik later online en daar kwamen meteen reacties van andere traders op. Nu wil ik natuurlijk zelf trinkets maken. Mijn huidige plan? Kleine monnikjes, gebaseerd op personages uit de fantasywereld waarover ik zelf schrijf. Dit kan gevaarlijk uit de hand lopen. Wat als de supercomputer alles weet? Fantasy gaat gelukkig niet alleen over ontsnappen naar andere werelden. Soms helpt fictie ons juist om beter naar onze eigen wereld te kijken. Dat kwam mooi naar voren in de grote Sciencefiction & Fantasyboekenclub op Facebook die John van Hal een aantal jaren geleden begon. Iedere maand staat daar een ander thema centraal. Deze maand gaat het over kunstmatige intelligentie in fantasy en sciencefiction. Niet alleen over de huidige discussie rond generatieve AI, maar vooral over de vraag hoe schrijvers in het verleden al nadachten over intelligente machines en hun invloed op mensen en samenlevingen. Een voorbeeld dat mijn aandacht trok is Anne McCaffreys beroemde serie De Drakenrijders van Pern. Die boeken lijken op het eerste gezicht klassieke fantasy met draken en drakenrijders, maar gaandeweg blijken sciencefictionelementen een belangrijke rol te spelen. Daar hoort ook AIVAS bij, een geavanceerd computersysteem dat grote invloed krijgt op de wereld van Pern. Het is precies het soort verhaal waar sciencefiction goed in kan zijn. Je haalt een ontwikkeling uit onze eigen wereld, vergroot die uit en vraagt vervolgens: wat zou dit met ons doen? Ik heb ooit een deel van het eerste Pern-boek gelezen. Nu staat de serie opnieuw op mijn lijst. Verbeelding is geen vlucht Daarmee kwam ik tijdens de podcast uiteindelijk bij iets wat voor mij veel groter is dan alleen boeken lezen. Op Castlefest zie je duizenden mensen die voor een paar dagen samen een andere wereld maken. Ze naaien kostuums, schrijven verhalen, tekenen, spelen muziek, verzinnen personages en geven elkaar kleine zelfgemaakte voorwerpen. Je zou dat escapisme kunnen noemen. Ik denk dat er meer gebeurt. Fantasy geeft ons de mogelijkheid om ons voor te stellen dat de wereld anders kan zijn. Dat betekent niet dat we onze ogen sluiten voor alles wat er misgaat. Verbeelding kan ons juist helpen om alternatieven te zien. Misschien is dat wel een van de redenen waarom ik me zo thuis voel in deze community. We wachten niet tot iemand anders een fantastische wereld voor ons maakt. We beginnen er zelf aan. Wat ligt er op mijn nachtkastje? Aan het einde van de podcast deel ik ook wat ik zelf lees, kijk of ontdek. Deze week liggen er drie heel verschillende boeken op mijn stapel. Ik ben eindelijk begonnen aan The Name of the Wind van Patrick Rothfuss. Een beroemd boek dat jarenlang aan me voorbij is gegaan, totdat ik een beduimeld exemplaar vond in het tweedehands boekenkastje bij mijn plaatselijke supermarkt. De eerste hoofdstukken hebben me in ieder geval nieuwsgierig gemaakt naar de rest. Daarnaast ben ik begonnen aan Dungeon Crawler Carl van Matt Dinniman. LitRPG, gaming, bizarre humor en een kat genaamd Donut. Vooral de audioboekversie is een belevenis op zichzelf. En dan is er nog Het Lied van Alchemie, de verhalenbundel die verscheen rond het vijftienjarig bestaan van FantasyWereld. Verschillende Nederlandse auteurs schreven verhalen die zich afspelen in dezelfde cozy fantasywereld. Een mooie manier om in één boek verschillende schrijvers te ontdekken. Mijn leeslijst groeit sneller dan mijn beschikbare leestijd. Dat zal voor veel fantasyfans waarschijnlijk herkenbaar zijn. Maar misschien hoort dat er gewoon bij. Volg Fantasyfans.nl op Facebook en Instagram! Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  8. 8월 7일

    Wakker worden in de wereld van de doden

    Wat als een oud-Egyptisch masker de toegang blijkt te zijn tot de wereld van de doden? Dat is het intrigerende uitgangspunt van de Portaaltrilogie van Mathijs Hulster. Op Castlefest sprak ik met hem over zijn driedelige fantasyreeks, de zeven jaar die hij nodig had om het slotdeel af te ronden en de bijzondere werelden die zijn lezers onderweg ontdekken. “Een maand geleden is mijn derde boek uitgekomen. De afsluiter van de serie. Daar heb ik zeven jaar over gedaan.” Mathijs Hulster staat zichtbaar trots achter de tafel van uitgeverij Zilverspoor op Castlefest. Na drie boeken en jaren van schrijven, herschrijven en schaven is de Portaaltrilogie eindelijk compleet. Wat ooit begon als één verhaal, groeide onderweg uit tot een ambitieus fantasy-epos waarin de grenzen tussen leven en dood langzaam vervagen. “Ik dacht eigenlijk dat het één boek zou worden,” grinnikt hij. “Maar inmiddels zijn het er drie.” Een masker naar de wereld van de doden De titel verraadt het al: de Portaaltrilogie draait om werelden die met elkaar verbonden zijn. Maar het eerste portaal blijkt geen magische deur of mysterieuze poort te zijn. “Het eerste portaal is eigenlijk een masker,” legt Mathijs uit. “De hoofdpersoon zet een oud-Egyptisch masker op en wordt wakker in de wereld van de doden.” Hoofdpersoon Jessy ontdekt al snel dat ze daar eigenlijk niet hoort. Zij leeft nog, terwijl vrijwel iedereen om haar heen gestorven is. Terwijl ze probeert terug te keren naar haar eigen wereld, raakt ze verwikkeld in een drieduizend jaar oude vloek en ontdekt ze dat verschillende werelden veel nauwer met elkaar verbonden zijn dan ze ooit had kunnen vermoeden. Naast de wereld van de levenden en de wereld van de doden speelt ook een tussenrijk, geïnspireerd door de Egyptische mythologie, een belangrijke rol. Verder zijn er legendarische plaatsen als de Dwaaldomeinen en het mythische Rijk der Hemelen, waarvan niemand zeker weet of ze werkelijk bestaan. “Langzaam wordt steeds meer duidelijk over al die werelden,” zegt Mathijs. “Maar ik ga natuurlijk niet verklappen hoe.” Zeven jaar voor één boek Waarom liet het laatste deel eigenlijk zeven jaar op zich wachten? Mathijs hoeft niet lang na te denken. “Eigenlijk alles wat lang kon duren, duurde ook lang.” Het manuscript groeide uit tot een dikker boek dan gepland. Er werd intensief geredigeerd, complete perspectieven gingen op de schop en ondertussen moest hij alle verhaallijnen uit de eerste twee delen op een bevredigende manier samenbrengen. “Een laatste boek schrijven is echt anders. In eerdere delen kun je nog nieuwe lijnen uitzetten. Nu moest alles bij elkaar komen.” Juist dat maakte het schrijven ingewikkelder dan hij had verwacht. Een fysiotherapeut die liggend schrijft Naast schrijver is Mathijs fysiotherapeut. Dat blijkt verrassend goed samen te gaan. Tenminste... zolang hij niet achter een bureau hoeft te zitten. “Ik lig meestal op de bank,” bekent hij lachend. “Met een kussen onder mijn laptop, een kop koffie of thee ernaast en muziek zonder zang.” Hans Zimmer komt regelmatig voorbij. Net als epische fantasymuziek, melodische trance of simpelweg vogelgeluiden. “Tijdens de eerste versie van een hoofdstuk beleef ik het verhaal echt. Dan kom ik in een soort diepe extase.” Zijn medische achtergrond helpt hem ondertussen om lichamelijke klachten te voorkomen. “Blijf vooral bewegen. En zorg voor voldoende afwisseling. Dat is uiteindelijk veel belangrijker dan de perfecte schrijfhouding.” Van zelf uitgeven naar een uitgever De Portaaltrilogie is niet zijn eerste boek; al op zijn zeventiende gaf Mathijs in eigen beheer een fantasyroman uit. “Dat was heel kleinschalig,” vertelt hij. “Gewoon laten drukken en verkopen aan vrienden en kennissen.” Inmiddels werkt hij samen met uitgeverij Zilverspoor, waar zijn serie onder het Zilverbron‑label wordt uitgegeven. Dat bevalt hem goed. “Bij selfpublishing komt zó veel kijken. Marketing, vormgeving, productie. Ik ben blij dat ik me nu vooral op het schrijven kan richten.” Dat is ook nodig. Naast zijn werk als fysiotherapeut moet iedere vrije avond zorgvuldig worden verdeeld. “Als ik geen baan had gehad, had ik waarschijnlijk geen zeven jaar over dit boek gedaan.” Op naar sciencefiction Nu de Portaaltrilogie is afgerond, ligt er alweer een nieuw project te wachten. Het eerste idee daarvoor dateert al uit 2014. Het wordt geen fantasy, maar een sciencefictionthriller. De hoofdpersoon is een jonge vrouw die al twee jaar een relatie heeft, maar vrijwel niets weet over haar vriend. Ze kent zijn familie niet, weet niet wat hij doet en krijgt op al haar vragen ontwijkende antwoorden. Uiteindelijk stelt ze hem een ultimatum. “Als ik voor middernacht niet weet wie je bent, maak ik het uit.” Wie die mysterieuze man werkelijk is? Mathijs moet lachen. “Ik weet een groot deel al. Maar ik weet nog steeds niet precies wie hij is.” Dat is precies hoe hij graag schrijft. Met een duidelijke rode draad en een bestemming voor ogen, maar ook met genoeg ruimte om zich onderweg nog te laten verrassen door zijn eigen verhaal. Misschien is dat wel de mooiste belofte voor zijn volgende boek. Links: * De website van Mathijs Hulster * Facebook | Instagram * Bestel de Portaaltrilogie Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

소개

Fantasyfans is de Nederlandstalige podcast voor liefhebbers van fantasy, boeken en verhalen. Presentator Roderick Vonhögen ontmoet schrijvers, illustratoren, cosplayers, kunstenaars en andere makers uit de Nederlandse en Vlaamse fantasywereld. Ontdek nieuwe fantasyboeken en auteurs, luister naar de verhalen achter bijzondere werelden en personages en maak kennis met de creativiteit van cosplayers, tekenaars en andere makers. Ook bezoeken we fantasyfestivals zoals Castlefest en Elfia, waar fantasy fans, schrijvers en makers samenkomen. Of je nu graag fantasy leest, zelf verhalen schrijft, aan cosplay doet of gewoon nieuwsgierig bent naar de mensen achter het genre, Fantasyfans laat je kennismaken met wat er allemaal leeft in de fantasywereld. Nieuwe interviews en verhalen verschijnen regelmatig. fatherroderick.substack.com