Evenwicht, je leven

Paula Hijne

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/

  1. 1d ago

    14 De wind in mijn oren

    Het is raar om de wind luid en duidelijk in je oren te horen, terwijl ik helemaal geen hoortoestellen in heb.  (Afb Pixabay HelloCdd20) Volledig transcript:  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Naast het fysieke evenwicht vertel ik ook over gehoorverlies en tinnitus en af en toe ook over Ménière. En dit is een aflevering die gaat over de tinnitus en ook het gehoorverlies en daarbij ook mijn hoortoestellen. Dit is seizoen 12, aflevering 14: De wind in mijn oren. Ik heb namelijk iets raars meegemaakt. Maar ik ga dat eerst even inleiden. Al een paar weken is de tinnitus heel luid. En sowieso fluctueert dat geluid voortdurend en kan het ook enorm fluctueren, dat het heel luid is en wat zachter en dan weer heel luid. En dat komt ook doordat het gehoorverlies steeds fluctueert als gevolg van de Ménière. Dus het gehoorverlies is niet elke dag precies hetzelfde. Ik heb er niet zo veel bij stilgestaan dat de tinnitus zó ontzettend luid was. En waarschijnlijk kwam het ook wel door de verkoudheid en de pijn in mijn rug, dus daar ging al mijn aandacht ook wel naartoe. En gelukkig gaat het allemaal weer beter.  Afgelopen week ging ik op de fiets weer naar het dorp, ging ik gelukkig weer naar buiten. En op de fiets had ik de wind mee. Ik had mijn hoortoestellen in, was geen enkel probleem. Eenmaal bij de Oude Bieb aan de tafel bij de gebarenoefengroep -we hebben altijd een vaste tafel waar we aan zitten met de groep- merkte ik op hoeveel moeite ik had met het spraakverstaan met de mensen die toen allemaal om de beurt binnen kwamen en aan de tafel kwamen zitten. Ik kon ze nauwelijks verstaan. Ik heb toen mijn hoortoestellen luider gezet. Gelukkig kan ik het volume gewoon op het knopje op mijn hoortoestel luider zetten. En zo kon ik in ieder geval iedereen wel verstaan. En er is ook altijd een schrijftolk bij. Wat ik mis, kan ik dan lezen op de tablet die dan voor mijn neus staat. Het nadeel van dat volume hoger zetten van de hoortoestellen was wel weer dat de koffiemachine ook veel luider was. Dat geluid kwam veel harder binnen. Dat gebeurde maar af en toe, want die koffiemachine is niet de hele tijd aan, die gaat maar af en toe aan.  De gebarenles, ja ik noem het even les, het is een gebarenoefengroep, we oefenen samen, maar ik begeleid het. Dat was een hele leuke les. We hebben ook een deel in stilte gedaan, zoals een spelletje waarbij we gingen vingerspellen en daar mochten ze geen stem bij gebruiken. Dat is best moeilijk voor een hele groep vrouwen hoor, om geen stem te gebruiken, om niet te praten tussendoor. 'k Merk dat ik zelf af en toe ook toch iets zeg. Maar we hebben zo veel mogelijk geprobeerd om zonder stem te doen. Dan hoef ik ook niet te luisteren. Dat is ook heel fijn voor mijn oren. Dat is even mijn oren niet hoef te gebruiken.  Maar afijn, de les was voorbij, gezellige les. Mensen vonden het écht heel erg leuk. Die gingen allemaal weg en ik ben nog even het dorp in gegaan voor een paar boodschappen. En ik ben bij verschillende winkels geweest. Onder andere naar de audicien, want ik moest schoonmaakdoekjes hebben voor mijn hoortoestellen. Al lopend, want ik heb de fiets even laten staan bij de Oude Bieb, al lopend had ik mijn hoortoestellen nog steeds in en op dat hogere volume. En dat vond ik helemaal niet erg, vond ik eigenlijk wel fijn, al die geluiden in de omgeving die waren zó hoorbaar. Daarna had ik een afspraak bij de kapper. En voordat ze mij gaat knippen, gaat ze altijd eerst mijn haren wassen. Maar voordat ik m'n haren laat wassen, had ik eerst mijn hoortoestellen uitgedaan. Die doe ik dan in zo'n klein zwart etuitje, dat ze veilig opgeborgen zijn, veilig in mijn tas. Maar ik deed die hoortoestellen uit en echt, álle geluiden waren gewoon ineens verdwenen. Wat ik nog wel hoorde, dat klonk heel dof en heel ver weg. Op een gegeven moment komt de kapper mij halen. En de kapper, zij had zelf nauwelijks stem, ze was heel erg ziek geweest, waarbij haar stem was aangetast. En ik had eigenlijk geen idee wat ze precies vertelde. Met zo'n hele ja, zachte stem. Maar ik ben natuurlijk vaker geweest en dan weet ik wel wat de bedoeling is. Als ze mijn haren gaat wassen, wat ik moet doen. En dat ik dan naar de stoel ga lopen waar ik geknipt ga worden. Ik weet in welke stoel ik moet zijn. Dat was wel een rustig half uurtje, want zij kon niets vertellen vanwege haar stem. Dat vond ik (ha) helemaal niet erg, want ik kon toch niets verstaan! En meestal kan ik wel via de spiegel haar nog volgen, want dan kan ik het spraakafzien doen. Want ze staat natuurlijk achter mij, maar met zo'n zachte stem kon ik het toch niet horen, dus we hebben niet gepraat. Meestal praten we over koetjes en kalfjes, dus veel mis je niet tijdens zo'n gesprek.  En eenmaal buiten, met een fris kort koppie, wilde ik op de fiets stappen en bedacht ik me opeens, dat ik vergeten was mijn hoortoestellen in te doen! Oké. Dan maar zonder. En dat was raar. Tijdens dat fietsen, miste ik ze. En ik miste ook al die buitengeluiden. Dat verkeer, die vogels. Alles was dus echt ook heel ver weg en dof. En tegelijkertijd, ik voelde me heel ja, bloot of zo. Ik weet niet precies hoe ik dat moet zeggen, hoe ik dat kan uitleggen. En ik moest ook juist héél erg aandachtig om me heen kijken. Om geen andere verkeersdeelnemers te missen. Andere fietsers, elektrische auto's, die je sowieso bijna niet hoort. Dus ik moest heel erg kijken en opletten!  En toen was er iets wat ik nog raarder vond! Vanaf het dorp reed ik langs de ijsbaan, dat is best een hele route zo en dan via de Sportlaan is dat bij ons, kun je helemaal weer naar de wijk waar ik woon. En daar reed ik langs en ik had wind tegen. En die wind, dat maakte me toch een lawaai in mijn oren!! Dat was zó hard!! Het was zo vol geluid! En... en ook wel een heel laag geluid, maar écht zó hard! In eerste instantie schrok ik daarvan. En ik besefte toen van 'oh ja, ik heb geen hoortoestellen in.' Maar ik bedacht me ook 'hoe kan het dan, dat ik de wind zó luid hoor? Want ik ben nu bijna doof. Hoe kan die wind dan zo luid zijn?' Kwam het omdat mijn oren nu niet afgesloten werden door die speakertjes die normaal dus in mijn oren zitten, van de hoortoestellen? Die speakertjes die hebben zo'n doompje en die sluiten dan toch mijn oren af. Ze sluiten het niet helemaal af, ik krijg nog steeds ook wel geluid van buiten binnen. Maar nu had ik dat niet, die gedeeltelijke afsluiting, het was gewoon helemaal open.  En ik weet, dat als ik mijn hoortoestellen in heb, die hebben een windruisblokkering. Waardoor ik de wind tegenwoordig veel minder hoor. Dus ik ben het ook niet meer gewend om wind in mijn oren te horen. En waar ik me vervolgens over verbaasde en me toen ook afvroeg: horen goedhorende mensen zonder hoortoestellen de wind ook zó luid in de oren?! Als je dan wind tegen hebt. Het is voor mij écht een tijd geleden dat ik de wind zo luid heb gehoord. Mijn vorige hoortoestellen die hadden namelijk geen windruisblokkering. En daardoor hoorde ik de wind, als ik tegenwind had, als ik zijwind had, die hoorde ik altijd heel luid, maar dat was dan wel veel hoger en scherper. Nu zonder hoortoestellen was het een veel voller geluid en veel lager. En toen vond ik het met die oude hoortoestellen, vond ik dat echt vervelend. Zo onprettig vaak die luide wind, dat ik het volume van mijn hoortoestellen dan echt een heel eind lager zetten of soms zelf wel uitzette, maar dan hield ik wel mijn hoortoestellen in. Maar sinds ik deze nieuwe hoortoestellen draag, heb ik dus nauwelijks last van de wind. En dat is dus alweer een paar jaar. Is écht veel aangenamer!  En dan snap je misschien wel dat, dat ik zo schrok toen ik ineens de wind wél zo luid weer hoorde. De wind had gewoon vrij spel! En die liet dus flink van zich horen, in mijn oren. Dus voortaan moet ik toch maar mijn hoortoestellen in doen, als ik weer ga fietsen. Als ik dan weer bij de kapper vandaan kom, eerst even de tijd nemen om die hoortoestellen weer in te doen. Ik bedenk me nu ook ineens, toen ik die ochtend op de heenweg naar het dorp fietste had ik wind mee, ik had mijn hoortoestellen in, maar ik had óók m'n capuchon over mijn helm heen gedaan, want het regende heel erg. Ja, en dan klinkt de buitenwereld natuurlijk sowieso heel anders. En het prettige is dat mijn hoortoestellen niet nat worden als ik die capuchon zo op doe. Ben ik blij dat ik dat ontdekt heb dat ik die gewoon over de helm heen kan doen. Zal geen gezicht zijn! Maar ik heb liever werkende hoortoestellen (ha) dan wanneer ze nat worden en dat er iets mee gebeurt.  Maar de wind in mijn oren.... op deze manier.... zonder hoortoestellen in, dat was voor mij weer even helemaal nieuw en helemaal anders. Dat wilde ik even met je delen, want het is raar dat ik met hoortoestellen in de wind nauwelijks hoor en zonder hoortoestellen, dan ben ik zelf bijna doof, dat ik dan de wind héél hard hoor. Dit was seizoen 12, aflevering 14: 'De wind in mijn oren' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer!

    14 De wind in mijn oren
  2. Oct 7

    13 Au mijn rug

    Af en toe heb ik, net als iedereen, rugpijn. Pijnlijk en vervelend, want dan kun je niet zo veel doen. Dat bewegen dan extra moeilijk is, als ook het evenwicht minder goed werkt, maakt het herstel des te lastiger. (afb Pixabay Anagret-Arlene) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van onder andere het boek 'Evenwicht in uitvoering'. Dat gaat over ons evenwichtssysteem. En deze aflevering gaat ook weer over mijn evenwicht in dit geval. Dit is seizoen 12, aflevering 13: Au, mijn rug! Ik deed de was in de wasmachine. Een tijdje geleden al en opeens 'tok', gaat het zo in mijn rug. Dat heb ik wel een keer eerder gehad en dat is wel een hele tijd geleden. Dat betekende dat ik me voorzichtig moest bewegen. Maar het was al snel duidelijk; de was ophangen, dat ging me niet meer lukken. Dus ik heb mijn man geroepen: ‘Wil jij verder de was ophangen, het lukt mij niet, ik kan het niet.’ Ik kon namelijk nauwelijks rechtop staan. Dus het was ook voorzichtig lopen, voorzichtig gaan zitten en als je dan weer ging staan, dan ook weer met beleid opstaan. Ja ondertussen wat paracetamol slikken om niet te veel pijn te hebben. De volgende dag ging ik naar de fysiotherapeut. En zij zei daar al: ja, ik wil daar helemaal niets aan doen, want het is net gebeurd. Dus dan is het eigenlijk ontstoken. Dus ze heeft mijn gebruikelijke spanning in nek en schouders behandeld. Dat is altijd sowieso heel fijn, want ik ga nog echt om de week naar de fysiotherapeut, omdat én door de tinnitus en doordat het evenwicht niet goed werkt, dat het nodig is dat mijn nek en schouders af en toe los gemaakt moeten worden. Ik krijg dat niet zelf voor mekaar om het los te houden. Zij zei al: ‘Je moet eerst wachten tot de ontsteking minder is.’  En ik had het zo rechts, aan de rechterkant, ter hoogte van mijn bil. En daar zit dan precies een plekje -dat kan ik dan ook helemaal zelf voelen ook- dat zorgt voor de pijn. Wat belangrijk was dat ik wel in beweging bleef, maar ik mocht helemaal niets forceren. Dat betekende ook dat ik helemaal niets kon doen. Tenminste niet buiten de deur. Ik had allerlei afspraken en ik heb alles moeten afzeggen. Dat was daarvoor ook al, omdat ik zo ontzettend verkouden was. En nu was het ook nog een keer nodig vanwege dan die pijn in mijn rug.   Na een paar dagen... die plek daar bij mijn bil, die werd wel minder, maar omdat ik toch wat moeizaam aan het bewegen was, en voorzichtig steeds, bleef er spanning in mijn hele onderrug. Zelfs mijn buikspieren aan de voorkant, m’n buik, die spande ik ook steeds extra aan. Maar dat deed dus ook pijn. Dat ging ook eigenlijk allemaal vastzitten.  Na zo'n zes dagen ben ik buiten gaan wandelen, hmmm en dat was wel al lastig, want dat deed toch weer pijn. Niet per se onder in mijn rug, maar wel weer op dat plekje, rechts bij mijn bil. En wat mij opviel tijdens dat lopen, is dan de extra moeite die ik moest doen om goed rechtop te blijven lopen en ook rechtdoor te lopen. Nou heb ik sowieso dat rechtdoor lopen op de stoep, dat is altijd met aandacht lopen. Maar nu moest ik daar nóg meer moeite voor doen. En dat komt dus hoogstwaarschijnlijk omdat die evenwichtsorganen niet meer goed werken. En als dan ook je rug dan pijn doet, dan ga je, om dat te verminderen misschien een beetje scheeflopen. En dat is dan weer een extra aanslag op je hele mobiliteit. Want er zijn veel minder correcties vanuit dat evenwicht, vanuit die evenwichtsorganen dus, je moet dat allemaal met je spieren opvangen. En dat is écht niet fijn!  Het was ook behoorlijk lastig om dus lekker te lopen, om soepel te lopen, om ..ehm.. een beetje ontspannen te lopen. Maar afijn, na een week ben ik dan toch weer naar de les gegaan, op de sportschool, de 60+ les. Ik had ook echt zoiets van, wie weet wat dat oplevert. En ik heb daar heel rustig aan gedaan. Ik heb geprobeerd het helemaal niet te forceren. Ik heb ook enkele oefeningen op een hele andere manier gedaan. Ik ging niet planken en niet springen. Juist om mijn rug toch een beetje te ontzien. En dat ging heel goed. Hoewel, bepaalde loopoefeningen, daar merkte ik een soort onzekerheid bij mezelf.  Na de les, tijdens het koffiedrinken, voelde ik me best wel beter. Ik heb even gedoucht en daarna gaan we dan met elkaar koffiedrinken. En ik ben gaan zitten daar op een houten stoel. Toen had ik echt zo van: nou, ja, gaat wel goed! Ik heb helemaal geen pijn meer en ..ehm.. ik zit lekker. Maar ja, helaas, toen ik eenmaal buiten liep, heb ik ook de sporttas in mijn hand, schoot het er toch weer in. Au! En met heel veel moeite ben ik toen naar huis gelopen. Ik had wederom weer geen telefoon mee. En dat was nogal dom dit keer, want ik had het beter wel kunnen doen, want dan had ik even naar huis kunnen bellen. En dan kon ik opgehaald worden. Dus ik ben heel voorzichtig, stap voor stap, via de stoep zo naar huis gelopen. En ook nog extra oppassen met alle stoepjes op en af.  Die middag had ik thuis zelfs moeite om goed op de stoel te zitten. Toen heb ik ook daar de houten stoel gepakt, een houten platte stoel, en daar ben ik op gaan zitten. Het bijzondere is dat ik dan veel minder pijn heb, dan wanneer ik op een zachte stoel ga zitten. Daar kwam ik achter! Ja, en dan is het gaan zitten en het opstaan, dat blijft elke keer dat je dat met heel veel aandacht moet doen.  Het werd me ook duidelijk dat een lichamelijk defect, wat het dan ook is, dat dat een veel grotere impact heeft op het bewegen als de evenwichtsorganen dus niet meer zo goed functioneren. Ja en hopelijk herstelt mijn rug dan wel goed, zodat ik weer heerlijk kan bewegen.  En nu zijn we ondertussen weer een week verder. En wat ik heb gemerkt na twee keer geen evenwichtsoefeningen te hebben gedaan in de kineses-les op de sportschool, hoe snel dat gevoel van een nou ja, redelijk goed evenwicht, hoe snel dat achteruitgaat! We doen altijd twee rondes in circuit-vorm. En die eerste ronde had ik écht moeite om me goed staande te houden op alle balansborden en de -ballen die er waren. We hebben altijd bij die kineses-les extra veel evenwichtsoefeningen. Maar ik had er moeite mee, alsof mijn lichaam even helemaal niet meer wist hoe het moest! En gelukkig ging dat in de tweede ronde alweer wat beter. Ondertussen hield ik natuurlijk ook mijn rug ook wel wat in de gaten. En ook allerlei ..ehm.. ja oefeningen waarbij ik echt zo had: nou hier belast ik veel te veel mijn rug mee, die heb ik niet uitgevoerd, heb ik iets anders gedaan. En dat is dus wel weer extra focus. Extra focus om me goed in evenwicht te houden en ook nog eens een keer dat ik niet ga forceren. Het is nu dus helemaal duidelijk geworden, dat het voor mij écht belangrijk is om dat evenwicht steeds weer te triggeren. Om elke keer weer evenwichtsoefeningen te blijven doen, zodat mijn evenwichtsgevoel toch sterk genoeg blijft. En nu, dat ik zo last had met mijn rug, was dat nóg duidelijker hoe belangrijk het is dat ik mijn evenwicht zo optimaal mogelijk houd. Dit was niet zo'n hele lange aflevering. En toch wilde ik dit graag vertellen, omdat het heel specifiek met dat evenwicht ook te maken heeft. Dit was seizoen 12, aflevering 13: ‘Au, mijn rug!’ van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer!

    13 Au mijn rug
  3. Sep 30

    12 Visuals

    Visuals zijn afbeeldingen die informatie, gegevens of een idee zichtbaar maken. We begrijpen beelden veel sneller dan lange teksten. Ik heb visuals, afbeeldingen, gebruikt om 100 dagen, elke dag, even te schrijven. (afb eigen foto van het schrift waar ik 100 verhalen in heb geschreven). Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert Paula Hijne. Ik ben auteur van 3 verschillende boeken. En in die boeken heb ik gebruik gemaakt van allerlei afbeeldingen. Deze aflevering gaat over afbeeldingen. Dit is seizoen 12, aflevering 12: Visuals Visuals, dat is een Engels woord voor beelden. Een visual is een grafische weergave of een afbeelding die informatie, gegevens of en idee zichtbaar maakt, want het menselijk brein begrijpt beelden veel sneller dan lange teksten. Beeld blijft vaak veel langer hangen. En dat is wel gek om dit te gaan vertellen in deze podcast, waar geen beeld bij is. Ja, behalve het plaatje wat bij deze podcast staat, maar verder is er geen beeld. Ik ga het proberen om het zo goed mogelijk uit te leggen, zodat je het toch voor je kan zien. Ik weet niet of het gaat lukken, maar ik ga het proberen. Bij een coachingstraject worden visuals gebruikt voor zelfinzicht, voor een andere mindset, voor ..ehm.. verandering van leefstijl en zo. En in mijn re-integratietraject in 2008, kwam er zo'n doosje met kaarten op tafel, visuals. Volgens mij heette het ook zo. En daar mocht ik uit kiezen. Al die plaatjes werden neergelegd. Eén grote brij aan plaatjes en ik moest daar eentje uit kiezen, die stond voor 'vroeger'. Dan één plaatje voor 'in het nú staan' en één plaatje kiezen voor ‘de toekomst’. En ik vond dat een hele leuke opdracht om te doen. Ik heb die plaatjes gekozen en daar heb ik ook een verhaal bij gemaakt, bij die drie plaatjes.  Vanaf dat moment ben ik begonnen met verzamelen van plaatjes om zelf visuals te maken. Plaatjes die ik had uitgekozen die plakte ik op een papier. Die knipte ik netjes uit. En die ging ik dan lamineren en zo heb ik allerlei verschillende groottes aan visuals in verschillende doosjes. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt om dat te maken, want ik heb er genoeg. Maar ik ben niet gestopt met het verzamelen van al die afbeeldingen! Plaatjes ..ehm.. foto's uit tijdschriften. En dan met name aansprekende kleurrijke afbeeldingen. Ook heel veel natuurfoto's, want in de natuur vind je heel veel metaforen.  Ja, en wat doe ik dan met al die plaatjes? Ja, ik knip ze dus uit. En dan orden ik ze in hele kleine plaatjes en dan iets groter en nog groter. Tot A4 formaat, want dat is ongeveer de grootste afbeelding die prettig is om mee te werken. En die bewaar ik allemaal. Ik heb hier verschillende dozen staan. Een soort laatjes zijn dat waar allemaal verschillende plaatjes in zitten. En ik heb hier nog een hele bak waar een heleboel in ligt die ik nog moet ordenen.  Met die plaatjes heb ik al heel wat collages gemaakt, op hele grote vellen papier. En hier in de praktijkruimte staan een paar kasten, een paar kledingkasten en daar zitten ja, totaal zo’n acht langwerpige collages op. Met allemaal een bepaald thema die ik daarvoor gekozen heb. Dat vond ik zó leuk om te maken.  En ik heb hier ook één hele grote hangen met allerlei insecten en spinnen. Zo'n grote plaat heb ik ook gemaakt voor beide zoons, want die houden heel erg van het determineren van insecten en spinnen. Ook zo'n grote collage hebben ze van mij gekregen en die hangen in hun huis. Ik heb al heel veel plaatjes dus nu. Heel veel afbeeldingen die gebruikt kunnen worden als visuals of die je kunt gebruiken dus voor die collages maken. En ik heb er al heel veel en toch kan ik niet stoppen met dat verzamelen van die plaatjes! Want elke foto in een tijdschrift die iets vertelt of waar een boodschap in zit of waar een metafoor aan te hangen is, ja, die ik juist ook mooi vind of juist heel lelijk of misschien zelfs eng, ja, die vind ik de moeite waard om te bewaren. En dat bewaren doe ik dus al héél lang.  In 2014 heb ik er op een andere manier gebruik van gemaakt. Ik ben namelijk toen begonnen met 100 dagen schrijven. Elke dag een stukje schrijven. Dat heb ik gedaan in een, in een schrift, ik heb eerst een schrift gekozen waarin ik dat wilde doen. Een A5-schrift met een vilten omslag, hele kleurrijke omslag. En dat schrift komt dan weer van een viltkunstenares uit Vlissingen. Die heb ik gekocht toen in de vakantie - 2014 hebben we het over. En mijn bedoeling was om elke dag daar een stukje in te schrijven. Het bijzondere is dat het hele schrift precies 100 dagen, heb ik daarin kunnen schrijven! Het zijn dus precies 100 bladzijden. Maar dat heb ik gedaan steeds naar aanleiding van plaatjes. Ik koos elke dag een plaatje, want toen had ik al een hele verzameling. En die plakte ik dan in aan de linkerkant en dan ging ik aan de rechterkant schrijven. Eén bladzijde lang. Niet langer. Als die bladzijde vol was dan stopte ik. En die afbeelding was dan de ingang waar ik over ging schrijven. En de ene keer was dat precies waar de tekst over ging. Dus de ene keer schreef ik over precies dat plaatje. En de andere keer ging mijn pen een hele andere kant op. En dat maakte niet uit, want het ging over het ja, het vrij schrijven. Creatief schrijven. Daar was ik dus toen al mee bezig. Als ik begon met kleine letters, dan kon ik heel veel tekst erop kwijt, op die bladzijde. Maar begon ik met grote letters, dan werd het een kortere tekst.  En een paar van die dagen, die wil ik nu met je delen in deze podcast. Omdat het elke keer naar aanleiding van zo'n visual was. Nou, de schrijfgong… Dan begin ik met dag 2. Dit is geschreven in juli 2014. Ik had gekozen voor een afbeelding, dat zijn allemaal ..ehm.. knoesten in hout. En dat is helemaal blauw geschilderd of de fotograaf heeft het zo bewerkt dat het blauw werd, dat weet ik niet. Maar het zijn hele mooie vormen. Het zijn vormen zonder dat je direct ziet wat het is. En dat was de aanleiding waar ik dan over ging schrijven: Als kind van een jaar af 12 wilde ik alleen boeken lezen met dingen erin die echt kunnen gebeuren. De realiteit. De werkelijkheid. En tekenen deed ik nauwelijks, want dat leek dan nergens op, want ik kon de werkelijkheid niet op papier zetten. Pas veel later ging ik fantasy lezen. Hoewel, 'Kruistocht in spijkerbroek' was natuurlijk wel fantasy, maar waarschijnlijk vond ik dat verhaal realistisch genoeg om het te lezen. Ik heb het al een keer eerder verteld; 'Kruistocht in spijkerbroek' was één van mijn eerste boeken die ik kreeg die ik serieus ging lezen. Misschien is het gekomen door het lezen van fantasy dat ik nu ook durf te tekenen! Tekenen van vormen. Abstract, grillig. En eigenlijk stelt het niets voor en is het wel steeds één geheel. En vooral felle kleuren, vol op! Van tevoren weet ik wat het gaat worden. En steeds weer ben ik dan zelf verrast (ha) van het resultaat. Het gaat dan ook niet om esthetische vormen, om schoonheid, het gaat niet om werkelijkheid. Hoewel elke vorm en elke kleur al bestaat. En ook elke combinatie bestaat al. Dus hoe werkelijk wil je het hebben? En ik zou de hele dag wel willen tekenen, plakken, kleuren, kneden, vormen en af en toe schrijven. Net als een kunstenaar. Het is jammer dat ik tussendoor moet werken. En dan: dag 7. De afbeelding daarvan is een hele kast met allemaal kleine laatjes erin waar van alles in kan. En dan begin ik de tekst met: het schrijven zelf is al heerlijk. Vooral in een mooi, leeg schrift dat langzaam gevuld wordt én met een fijne pen. Schrijven is eigenlijk slow denken. Net zoals je nu slow cooking hebt en slow food. Als je de dingen wilt opschrijven, moet je denken niet te snel gaan, anders ben je het kwijt wat je wilde schrijven. Praten is veel sneller. Je kunt ook makkelijker iets opnieuw zeggen. Herhalen, verbeteren of toevoegen of ontkennen. Bij schrijven staan de woorden ineens zwart op wit op papier. Ja op wit, afhankelijk of je wit papier hebt of crème papier of gekleurd papier. Dat maakt natuurlijk niet uit. En ook, het kan zijn dat ik een hele andere kleur pen gebruik. Het staat er op dat papier en dat blijft er staan. Ja, behalve als je dan het uitscheurt en weggooit of als je het schrift weggooit. Dag 10. De afbeelding is een distel. Een hele mooie blauwe distel die je in de duinen tegenkomt. Wat is er mooier dan een uitgebloeide distel in de blauwe lucht? Ik zou het niet zo weten, want een bloeiende distel in de blauwe lucht valt nauwelijks op. Het is de stekeligheid en tegelijkertijd de breekbaarheid, als stro. De vergane glorie van een trotse bloem. Een stoere zee/duin bloem die bestand is tegen het zilte water en de harde zeewind. En ja, ik heb iets met uitgebloeide bloemen. De vergankelijkheid van het leven. De eindigheid. En de oneindigheid. Want in die uitgebloeide bloem, zie je de zaadknoppen al zitten. Klaar voor een hele rits nieuwe bloemen. Nu nog stevig ingepakt om een hele winter te kunnen overbruggen. Elk jaar weer opnieuw. Het is gewoon en tegelijk wonderschoon en wonderbaarlijk voor wie er oog voor heeft. En dan dag 12. De afbeelding is een plaatje met hele oude boeken op een ook heel verweerde oude tafel. En wat ik toen schreef: welke schrijfstijl spreekt mij aan, vind ik prettig in een boek? Bij een zelfhulpboek vind ik het fijn als ik als lezer rechtstreeks aangesproken wordt door de schrijver. Dat die als het ware met je meedenkt en voor mij denkt. Zodat ik het niet zelf hoef te bedenken. Bij een roman, een fictieboek, vind ik het fijn dat er beschreven wordt wat er gebeurt. Zonder al te veel zware beelden. Ik wil me niet volledig voor kunnen stellen hoe een situatie is. Want zonder dat beeld en die geluiden en de geuren kan ik afstand houden en toch helemaal op gaan in het verhaal. Kan ik wel helemaal meegenomen worden. Dat wil zeggen, dat ik kan meevoelen zonder de emotie zélf te ervar...

    12 Visuals
  4. Sep 23

    11 Wie wil ik zijn?

    Een filosofische vraag waar ik het antwoord op probeer te vinden. (afbeelding in de studio gemaakt, door Han Koopman) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 12, aflevering 11: Wie wil ik zijn? Je zult het wel horen aan mijn stem; ik ben zwaar verkouden. En dat vind ik helemaal niet leuk! Het rare is sinds ik in 2006 uit gevallen ben, ben ik heel lang niet verkouden geweest. Ik werkte ook niet in het onderwijs, want in het onderwijs word je continu besmet door kinderen, dat je verkouden wordt. Dus dat had ik regelmatig. Maar toen dus járen niet! Tot 2021, kreeg ik corona, echte corona dus, de variant die er op dat moment was. En vanaf die tijd ben ik regelmatig weer verkouden. Alsof m'n hele weerstand weer anders is geworden. En dat je dan dus steeds vatbaarder bent. Erg balen, want dan kan ik gewoon een paar dagen heel weinig doen. Terwijl ik zo veel wil doen. Er zit nog zo veel in mijn hoofd en er zijn zoveel dingen waarvan ik vind dat ik die moet doen! Nou ja, 'moeten' zit niet echt in mijn vocabulaire. Die ik wíl doen, maar die ik op dit moment dus écht niet kan uitvoeren.  Maar even terug weer naar de titel van deze aflevering. 'Wie wil ik zijn?' Dat komt naar aanleiding van de tekst, een korte regel: 'ik ben geworden wie ik wil zijn'. 'Ik ben geworden wie ik wil zijn', deze titel heb ik al weken in mijn hoofd. En daar wilde ik ook al eerder over vertellen, maar had dat nog niet gedaan. Dat doe ik dus bij deze. En dat komt ook naar aanleiding van de tekst die ik heb gelezen van Bert Sloots. Van Even Epibreren. En die wil ik even voorlezen. In retraite. Terug naar waar je vandaan komt terug naar je kern steeds rustiger in de stilte naar wie je écht bent. Terug in je binnenste. bij het buitenste vandaan kijk je in de spiegel wie daar nu eigenlijk staat. Even los van het bekende kom je jezelf tegemoet en ga je met wie je hebt gevonden weer ergens naartoe. Ja, en dan die titel, die ik net al noemde, ben ik geworden wie ik wil zijn? Het is zo'n filosofische vraag die niet zomaar is te beantwoorden. En ik vraag me af of ik er eerder wel eens over nagedacht heb, wie ik wil zijn. Ik kan daar niet eens direct antwoord op geven. Voor 2006 stond ik er sowieso nooit bij stil en na 2006 was ik wel zoekend, maar ik had helemaal geen doel voor ogen op dat moment. Hoe en wat ik wilde zijn. Bij mijn afscheid op school, dat was in de zomer 2008, gaf ik aan -naar aanleiding van een lied van Bløf- ik ben bijna waar ik zijn moet. En dan geen 'moeten', maar 'willen'! Ik ben bijna waar ik zijn wil. Alleen, ook toen wist ik niet precies waar dat was! En dat grote schilderij van de Vuurvogel, de man die op het vliegend tapijt ergens naartoe gaat en nog niet eens weet waar die gaat landen, hij is op weg. Ben ik dan nog steeds op weg!? Als je nieuwsgierig bent naar dat verhaal over dat schilderij, ik heb daar eerder over gesproken in deze podcast. Dat is seizoen 2, aflevering 2: ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.’ Daar ga ik uitgebreid in op dat schilderij en wat dat allemaal met me heeft gedaan.  Maar die man op dat tapijt is op weg. En ben ik dan nog steeds op weg? Ben ik nog niet geland? Ben ik nog niet degene die ik wil zijn? Want steeds weer komt dat natuurlijk weer naar boven hè! Wie ik wil zijn. Wat voor mens wil ik zijn? Leven met andere mensen in gelijkwaardigheid. Dat is een utopie. Want ik leef in een omgeving vol van luxe en mogelijkheden. Mijn levensstandaard is hoog. Zelfs als ik op de camping ben in zo'n hele kleine caravan. Ook dan blijft die levensstandaard hoog. En toch komt steeds de vraag naar boven of ik in gelijkwaardigheid leef met mijn medemensen. Maar even terug naar de kern dan: wie zie ik als ik in de spiegel kijk? Nou, dan zie ik een vrouw met kort haar, een bril, een kleine neus, hier en daar een rimpel, blauwe ogen. Maar dat is uiterlijk. Wat zie ik als ik mijzelf in de ogen kijk? Écht kijk! Nou ja, op dit moment als ik in de spiegel kijk, dan zie ik een gezicht met een beetje waterige ogen en zo, door die verkoudheid. Maar meestal, als ik mezelf écht in de ogen kijk, dan zie ik iemand die tevreden is. Dan ben ik tevreden met wie ik ben.  En is dat het doel van het leven?! Tevreden zijn met alles wat er op dit moment is? Omdat er geen pijn is. Weinig zorgen. En ook dat er geen zorgen zijn waar ik me op dit moment zorgen over zou moeten maken. Hoewel, er zijn meerdere mensen in mijn omgeving die ziek zijn. Zelfs een paar die ernstig ziek zijn. Daar kan ik me wel af en toe zorgen om maken. Maar deze mensen hebben allemaal ook hun eigen proces, net zoals ik mijn eigen proces ga.  En wie ben ik? Wie wil ik zijn? Want dat is de titel van deze aflevering. Als ik niet meer op weg ben naar wie ik wil zijn, welke doelen kan ik dan stellen? En zijn er dan nog doelen nodig? Of zijn die doelen er alleen om de tijd te vullen? ..Ehm.. een zinvolle tijdsbesteding? Wat wordt er van mij verwacht? En dat is een beetje een verkeerde vraag, want ik ben op zoek naar wie ik ben en niet op zoek naar wat anderen van mij willen.  Hoe wil ik mijn tijd besteden in relatie tot wie ik wil zijn. Misschien is dat wel de vraag. Wil ik van betekenis zijn voor andere mensen? Zonder ego? Als dat mogelijk is? Tot hoever wil ik iets voor anderen betekenen? Of mag ik volledig voor mezelf kiezen? En van daaruit, vanzelf naar boven laten komen wat dat voor anderen zou kunnen betekenen. Is dat wat het zo moeilijk voor mij maakt om groots te gaan creëren? Om ..ehm.. kunstwerken te gaan maken. Met papier en verf en kleur en lijm, naald en draad. Zonder verder doel dan alleen de creatie vanzelf te laten gebeuren. Durf ik dat niet te doen, omdat het voor niemand in mijn omgeving nodig is dat ik dat ga doen? Waarom durf ik dat dan nu wel hier uit te spreken? Ik heb het er wel vaker over gehad. En waarom ga ik het niet uitvoeren? Wat houdt me tegen? Ja, dan heb ik altijd nog weer de redenen van: eerst nog dit en nog dat... Zoals boeken verkopen. En dat is de opgave die Roel, die mijn man, mij steeds weer aan mij oplegt. En dat weet ik zelf ook wel, maar marketing is minder aan mij besteed. Terwijl ik weet dat het wel nodig is. En toch hoef ik er niet steeds op gewezen te worden. Maar kan het niet gewoon tegelijkertijd? En creëren én zorgen voor die PR? Afgelopen dagen heb ik door die zware verkoudheid best veel gelezen. Is dat lezen dan wel een zinvolle tijdsbesteding? De laatste jaren lees ik voornamelijk alleen in de zomervakantie. Terwijl ik vroeger altijd aan het lezen was. 's Morgens vroeg en 's avonds laat in bed. En ik stond zelfs wel eens vroeger op om lang te kunnen lezen! Ik weet nog als klein kind, dat vond ik geweldig! Heel vroeg opstaan of eigenlijk wel in bed blijven, maar wakker zijn, en dan meteen lezen en dan al een uur of zo helemaal in zo'n verhaal zitten en dan pas opstaan. Ook gewoon als ik naar school moest daarna. Maar waarom blijf ik niet lezen als ik dan thuis ben? Waarom is dat nu alleen maar voorbehouden aan vakantie? Tegenwoordig, 's avonds na het eten, dan ben ik aan het tekenen. Of aan het kleuren. En dan heb ik zelf een eigen tekening gemaakt, die ben ik dan weer zelf aan het inkleuren. Of ik ben aan het haken. Aan het puzzelen. Maar ik kan dat natuurlijk ook afwisselen met af en toe lezen. Wat gek dat ik dat dan helemaal niet doe! Of moet ik dan gewoon even een interessant boek hebben wat ik elke keer wil terugpakken. Dat zou het kunnen zijn ook.  Maar ja, zo ben ik dus heel veel woorden weer verder en vind nog geen antwoord op de vraag of ik ben geworden wie ik wil zijn. Ik zou er zelfs wel een heel boek over kunnen schrijven (ha!). Dat wil ik dan ook wel gaan doen, maar hoe dan!? 'Eerst de andere boeken verkopen', zegt Roel. En dat trek ik me dan toch weer aan. Ga ik mijn eigen weg volgen? Wil ik blijven schrijven? Wil ik blijven creëren en dat met woorden doen? Omdat het schrijven zélf al zo zinvol is voor mij. Ook al geef ik nog steeds geen antwoord op mijn zelf gestelde vraag. Dat merk je wel (ha!).  Is het een vraag die vraagt naar de essentie van het bestaan? De zin van het leven. Volgens mij heb ik daar wel eens eerder ook over verteld. Maar moet er een ‘zin van het leven’ zijn om zinvol en voluit te leven? En leef ik voluit? Of leef ik met de handrem erop? Daar lijkt het namelijk op, op dit moment. Wat beperkt mij dan? Wat houdt mij tegen om wat te doen?! De vraag of ik geworden ben wie ik wilde zijn, is bij deze dus nog steeds (ha) niet beantwoord, omdat ik nog helemaal niet precies weet wie ik wil zijn! En zolang ik daar de woorden niet voor heb gevonden, weet ik geen antwoord of ik het ook ben geworden! Ja, en dan zie ik dat schilderij weer voor me, van die man op dat vliegende tapijt en ik ben nog steeds op reis. Ik ben nog steeds op weg! En zal ik dan blijven reizen, omdat ik nog niet precies weet waar ik wil landen?! Ja, misschien is het dat wel. Ik denk dat ik hier nog uren over na kan denken, over wie ik wil zijn, maar misschien heb ik over een paar uur ook nog geen antwoord. Dus ik laat het bij deze. Dat is niet zo'n hele lange aflevering geworden. En als jij wél precies al weet wie jij bent, laat je het mij dan weten? Want dan kan ik daar misschien iets mee. Daar kan ik dan weer inspiratie uit halen van: oh ja, zo kun je dat ook zien. Dit was seizoen 12, aflevering 11: 'Wie wil ik zijn?' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne - ietwat met een verkouden stem en ik hoop dat dat volgende week gewoon weer helemaal over is. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

    11 Wie wil ik zijn?
  5. Sep 16

    10 Even niet meedoen

    Soms is het goed om te besluiten dat ik niet mee ga doen. (eigen afbeelding) Volledig transcript volgt nog: Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik krijg wel eens de vraag: hoe kom je aan al die onderwerpen voor je podcast? Ja..., ik heb een hele tijd geleden al een lijst gemaakt met allerlei onderwerpen. En de meeste onderwerpen staan er nog op, want meestal maak ik een aflevering met een thema dat op dat moment voor mij heel actueel is of recent is gebeurd. En zo ook deze aflevering. Dit is vorige week gebeurd, het is nu dat ik deze aflevering maak, 15 september en vorige week liep ik hier tegenaan. Dit is seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Ja, beschadigde evenwichtsorganen, je kunt er écht wel last van hebben. Ik had last van een koortslip en een paar nachten had ik ook niet goed geslapen. Ik had ook veel hitte-buien. En die kwamen om de haverklap en de tinnitus, die was loeihard. Dat had ik in eerste instantie niet eens in de gaten. Maar in een van die doorwaakte en doorweekte nachten, viel het me op! De tinnitus, hield die mij weer uit de slaap? Want ik lag niet te malen of te piekeren. Dus dat kon het helemaal niet zijn! Zou het dan toch veel te luide geluid zijn dat mij zelf uit de slaap houdt? Op woensdagochtend had ik mijn sporttas ingepakt en de les begint dan, de sportles waar ik aan meedoe, begint om kwart over 10. Meestal ga ik dan om half 10 of zo naar de sportschool. En nu was het iets later. Want ik was ja, druk aan het opruimen in mijn praktijkruimte, dus ik was de hele ochtend al in touw. En ik vergat een beetje de tijd. En om kwart voor 10 ging ik pas weg en onderweg voelde ik al dat ik niet zo stevig liep. Het voelt dan alsof ik een beetje zweef. En de avond ervoor had ik al een ja, iets van een korte draaiduizeligheid gehad, gelukkig zat ik wel in de stoel dus er gebeurde verder niets, maar dat voelde ik wel heel even. Maar dat was kort dus ik heb er verder niet bij stil gestaan. Maar afijn, tijdens dat lopen ging het moeizaam. En ik moest goed opletten dat ik recht liep en dat ik niet tegen de lantaarnpaal op liep.  Op de sportschool ben ik zoals gewoonlijk op de cross-trainer gaan staan. Daar begin ik altijd eerst mee, voordat de les begint. En toch voelde ik al dat het heel anders is dan andere dagen, anders was. Het was natuurlijk vorige week. Ik ben naar de trainer gegaan en hij keek me al ietwat bezorgd aan. En toen ik zei dat ik me niet helemaal prettig voelde, zei hij al: 'ja, dat zie ik aan je ogen.' En ik gaf aan dat ik wel mee ging doen met de les, maar dat ik misschien halverwege toch zou stoppen als het niet zou gaan.  Terwijl we stonden te wachten, voordat de les begon, met de hele groep samen, vroeg een medesportgenoot aan mij: 'hoe gaat het met je?' En ik zei al: 'ja ..ehm.. niet zo goed.' 'Ja, ik zie het aan je ogen,' zei ze toen terug. En ik vertelde ook een beetje over de instabiliteit en toen vroeg zij van: 'kan dat dan door de verandering van de luchtdruk komen?' En dat zou wel eens kunnen kloppen. Sinds ik Ménière heb, ben ik extra gevoelig voor al die weersveranderingen. Vooral die weersveranderingen die ja, grote veranderingen. En waarom bedenk ik dat dan niet zelf?!  Zo stonden we nog een tijdje te praten en toen zei ze ook: 'nou luister goed naar je lichaam'. En toen besloot ik: ik ga naar huis. Ik ga níet meedoen met de les. Dat heb ik tegen te trainer gezegd. En ik ben naar huis gegaan. Ik ben mij eerst gaan aankleden. Rustig de trap af. Ik kwam beneden en ze stonden al verbaasd bij de receptie dat ik al naar huis ging. Van 'hè, je hebt nu toch nog de les?' Dus ik vertelde dat ik me niet zo lekker voelde en dat ik dus naar huis ging. Toen wilden ze me niet zomaar laten gaan. Moest er niet iemand even meelopen? Of was het niet een idee om even te vragen of iemand mij naar huis kon brengen met de auto? Ja, misschien was dat toch wel een slim idee. Toen heb ik gevraagd... ik kan mijn man even bellen, maar ik heb nooit de mobiele telefoon mee, dus ik kreeg de telefoon van hun en ik heb gevraagd aan hem van: 'wil je mij tegemoet komen lopen?' Dan kom ik gewoon wel lopend naar huis en dan kon hij naar mij toe komen lopen. En eenmaal buiten in de koele lucht, toen voelde ik me gelukkig wel weer wat prettiger. En halverwege was mijn man dan bij me en zijn we hand in hand verder naar huis gelopen.  Na een tijdje rustig zitten, ik heb even geen koffiegedronken, ik kon nog niet lezen, dat lukte niet echt. Maar na een tijdje rustig zitten, ben ik gaan douchen. Heel rustig aan. En na de lunch ben ik op de bank gaan liggen en vervolgens heb ik de héle middag liggen slapen. Na het avondeten ben ik niet zo laat naar bed gegaan en heb ik weer de hele nacht geslapen! En dat was dus hard nodig! Waarschijnlijk was ik zó vermoeid dat ik dat niet eens in de gaten had dat het moeheid was. En dat het slapen mij ontzettend geholpen heeft. Want de volgende dagen die gingen weer goed. Ik kon weer fietsen. Ik ben op vrijdagochtend naar de yogales geweest. Daar zijn allerlei balansoefeningen bij en zelfs dat ging goed! Want dat heb ik ook als ik zo'n wiebeldag heb gehad, dat dan even daarna, de dagen daarna, al die balansoefeningen best moeilijk zijn. En dat was in dit geval niet zo.  Is zo'n wiebeldag, zo'n even-niet-dag, is dat nou het gevolg van de Ménière? En heeft dus dan toch echt die luchtdrukverandering daar invloed op? Of is er iets heel anders in mijn lijf aan de hand, wat ik helemaal niet weet? Maar in ieder geval is een van de functies van de evenwichtsorganen en van het hele evenwicht, dat is autonome beïnvloeding. Het reguleert de hartslagfrequentie. Het reguleert de bloeddruk en de ademhaling. In 'Evenwicht in uitvoering', in dat boek daar heb ik een heel hoofdstuk over geschreven, over die autonome beïnvloeding. Hoeveel invloed hebben de evenwichtsorganen hierop? Op die regulatie? De regulatie van die hartslag en bloeddruk en ademhaling? En welke gevolgen zijn er als die evenwichtsorganen dan niet meer helemaal goed werken? Wordt de hartslag en de bloeddruk en de ademhaling dan toch echt anders? Gaat dat niet meer helemaal zoals het bij gezonde evenwichtsorganen gaat? En zorgt dat ook voor die klachten van die hitte-buien? Dus de temperatuur in mijn lichaam, dat dat toch niet helemaal goed gereguleerd wordt. En zorgt dat dus ook voor die instabiliteit? Ik heb daar geen antwoord op gevonden. Toen niet en nu nog steeds niet! Volgens mij is er ook nauwelijks onderzoek naar gedaan, naar wat de gevolgen zijn als die evenwichtsorganen dus niet meer goed werken. Vooralsnog is het goed luisteren naar wat mijn lichaam aangeeft, het serieus nemen heel belangrijk en dan ook af en toe de keuze maken: ik doe even niet mee! Dit was weer een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Dit was seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

    10 Even niet meedoen
  6. Sep 9

    9 Praten, zeggen, vertellen

    Er zijn verschillende woorden voor praten. Ook in gebaren. Hoe zit dat met luisteren?  (afb handvorm voor praten- website Nederlands Gebarencentrum) Volledig transcript  Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen. Vroeger had ik nooit gedacht dat ik spreker zou worden. Ik wist niet eens dat het woord spreker bestond en dat het een soort beroep zou kunnen zijn. Daar ben ik pas veel later achter gekomen. Deze aflevering gaat over dat ik aan het spreken ben, maar meer over de woorden die allemaal te vinden zijn rondom het woord 'praten'. En hoe ben ik daar dan aan gekomen om daar een hele aflevering over te maken? Tijdens de gebarenoefengroep was het thema: werkwoorden. Zo zocht ik de gebaren op voor praten, zeggen en spreken. En sindsdien is het online gebarenwoordenboek van het Nederlands Gebarencentrum gratis en daar staan de gebaren dan met een filmpje. Dan zie je hoe het gebaar en ook de beweging gemaakt moet worden. En onder dat filmpje staat de handvorm, de vorm van hoe je je hand moet houden. En daaronder vind je gebaren die een link hebben met het woord dat je hebt opgezocht. Bijvoorbeeld het woord praten. Het gebaar voor praten, dat is met de handvorm 'open snavel'. Nou, je kunt met je hand een open snavel maken en in het filmpje zie je dat de snavel een paar keer open en dicht gaat. En dat je dat doet ter hoogte ongeveer van je mond.  Onder dat filmpje staan er gebaren voor: door elkaar praten, niet over willen praten en spreken. En dan kun je ook daar weer de filmpjes van vinden. En bij spreken staan de woorden erbij van: bespreken en overleggen. Daar zijn aparte gebaren voor. Als je dan verder gaat zoeken, dan zijn er ook gebaren voor: roepen, zeggen, schreeuwen en gillen, waarschuwen, vragen, antwoorden en zelfs de woorden uitleggen, verklaren, motiveren, vertellen, beargumenteren. Die hebben allemaal een eigen gebaar. En de meeste gebaren die worden dan vanaf mondhoogte gemaakt. Zo ook het gebaar voor toespraak, dat doe je ook vanaf je mond.  Vergaderen is een gebaar op borsthoogte. Dat is wel weer een beetje gek, want vergaderen doe je toch vaak met gesproken woorden. Dus dan wordt juist heel veel gepraat. Tenzij natuurlijk alle deelnemers doof zijn en Nederlandse gebarentaal de voertaal is. Maar meestal is vergaderen toch met gesproken woorden!  En opvallend is dat voor babbelen, kletsen en fluisteren, dat daar ook gebaren voor zijn. Maar er zijn zelfs twee gebaren voor! Ééntje voor als je babbelt in gebarentaal en hoe je babbelt in gesproken taal, daar is ook een gebaar voor. En zo is het ook voor kletsen en fluisteren. Dat vond ik wel heel grappig om te zien, dat fluisteren dus ook echt twee verschillende gebaren heeft. Als je dat in gebarentaal doet is het een ander gebaar dan wanneer je met gesproken woorden aan het fluisteren bent en daar een gebaar over maakt. En verder is er een gebaar voor communiceren en communicatie. Dat is hetzelfde gebaar. En dat wordt ook vaak gebruikt. Communiceren is natuurlijk veel breder dan alleen praten, want communiceren is natuurlijk ook mailen, dat is bellen, dat is WhatsAppen, op allerlei manieren. Terwijl het gebaar van communiceren toch weer ook vanuit de mond gebeurt. Het is een grote open C-hand, 2 C-handen en daarmee beweeg je heen en weer. Dat is het gebaar voor communiceren.  Maar in de Nederlandse taal hebben we nog meer woorden voor een manier van praten. Zoals ..ehm.. kwebbelen, ratelen, kakelen, klessebessen, murmelen. En daar zijn geen speciale gebaren voor. Laat maar praten, dan weer wel. En ook roddelen en liegen. Dat kun je in gebaren laten zien.  En dat zijn allemaal woorden die ik net genoemd heb, die we kunnen uitspreken. En dat doen we met onze mond en met onze stem! En wat ik dan vreemd vind is dat er zo veel praat-woorden ook in gebaren zijn. En dat die gebaren dan ook zelfs vanuit de mond of ter hoogte van de mond worden uitgevoerd. Terwijl de gebaren er oorspronkelijk zijn voor mensen die doof zijn en voor wie de spraak niet logisch is. Zij horen zichzelf niet praten. Ze horen ook anderen niet praten. En ze weten niet eens hoe gesproken woorden klinken. En dan heb ik het over mensen die dan ook echt nou bijna volledig doof zijn. Die gebruiken de Nederlandse gebarentaal, NGT.  In de periode dat kinderen doof geboren werden, en wél moesten leren praten, maar geen gebaren mochten maken, kregen ze heel veel logopedie. Zo leerden ze zich verstaanbaar maken. Zonder dat ze het zelf konden horen. Het lijkt mij een onmogelijke opgave om dat te kunnen. En toch ken ik mensen die dat hebben geleerd en die ik goed kan verstaan. Andersom verstaan ze mij niet en zijn ze dus volledig aangewezen op spraakafzien. Dus ik moet ze altijd aankijken als ik iets zeg. Ik kan nooit iets tegen ze zeggen terwijl ze met hun rug naar me toe staan, want daar horen ze niks van. En gelukkig kan ik tegenwoordig mijn spraak ondersteunen met gebaren.  Maar, kan het zijn dat die veelheid aan gebaren rondom dat woord 'praten' uit de tijd komt dat er wel weer gebaren gemaakt mochten worden, maar het doven-onderwijs nog erg onder invloed stond van het alleen leren praten met stem. Het is sowieso vreemd dat er een hele periode is geweest dat mensen die doof geboren waren, dat ze geen gebaren mochten maken en toch allemaal moesten leren praten. Dus dat praten was toch altijd nog heel belangrijk! Ook al konden ze er zelf niets van horen. En dan iets anders. Een tegenstelling eigenlijk van praten. Voor het luisteren zijn er weinig andere woorden in onze taal. Er zijn wel verschillende manieren van luisteren. Je kunt selectief luisteren, professioneel luisteren, begrijpend, technisch of actief luisteren, empathisch luisteren. Er zijn zelfs 3 niveaus van luisteren: Intern, gericht en globaal luisteren.  En andere woorden voor luisteren zijn: horen, aanhoren, opletten, beluisteren of doen alsof je luistert. Doen alsof je luistert, dat is Oost-Indisch doof. Dat is echt wel een andere term, maar dat is eigenlijk een soort uitdrukking. En Oost-Indisch doof, dan doe je alsof je iemand niet hoort, omdat je geen zin hebt om te luisteren. Maar dat is een beetje een ouderwetse uitdrukking en die stamt vanuit het begin van de 19e eeuw. Dat is de tijd van Nederlands- Indië, volgens het Genootschap Onze Taal.  Het zijn allemaal vormen van luisteren zonder dat er andere aparte woorden voor zijn gemaakt. Dat is toch gek! En in gebarentaal worden gebaren voor horen en luisteren vanaf het oor gedaan, ook wel heel logisch dan. En zo zijn er ook gebaren voor: niet-luisteren en het ene oor in en het andere uit. Maar meer heb ik niet kunnen vinden. Of ja, nog eentje dan. Erbij horen. Maar ja, dat heeft weer helemaal niets met horen met je oren te maken. En dat er weinig gebaren voor luisteren zijn, dat vind ik dan weer niet zo raar. Mensen die doof zijn kunnen niet horen, dus waarom zou je er verschillende gebaren voor moeten hebben?! Maar dat er dan in de Nederlandse taal ook weinig andere woorden zijn in plaats van luisteren en allerlei vormen van luisteren, ja, dat valt mij op! Alsof het luisteren veel minder belangrijk is dan praten! Voor praten zijn er héél veel andere woorden, heb ik net allemaal verteld. En voor luisteren is dat er helemaal niet! Tenminste, ik heb ze niet gevonden. Als jij ze wel weet? Laat het me dan weten.  En dan podcast, ja dat is hét medium waar gepraat wordt. Waar iets gezegd wordt of verteld. Ik spreek, ik vraag iets aan je, ik roep iets, ik leg uit, ik verklaar, ik motiveer. En soms waarschuw ik voor iets. ..ehm.. ik ratel en kwebbel en klets erop los! En jij, jij hoort mij! En als het even kan, luister je ook en begrijp je wat ik zeg. Maar meer is er niet. Is toch opmerkelijk, vind je niet?! Dit was seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen. Een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer.

    9 Praten, zeggen, vertellen
  7. Sep 2

    8 Opruimen

    Tijdens het opruimen van flink wat spullen, kwam ik erachter dat er verschillende manieren van opruimen zijn. En waarom vind ik het zo moeilijk om spullen weg te doen? (foto eigen afbeelding van spullen die ondertussen beter zijn opgeruimd) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. De ene keer vertel ik over ons fysieke evenwicht en over hoe dat werkt, ons evenwicht. En de andere keer is het iets met het psychisch evenwicht waar ik zelf mee te maken heb. En de andere keer is het weer iets wat mij bezighoudt, waar ik mee bezig ben, wat ik doe. Waar ik iets bijzonders over te vertellen heb, of wat me is opgevallen. En dit is weer zo'n aflevering dat uiteindelijk zorgt het dat het mij wel weer in evenwicht brengt. Dit is seizoen 12, aflevering 8: Opruimen. We zijn aan het opruimen, hier in huis. En met name in de garage. De garage bij ons bestaat uit twee delen. Het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. En het achterste deel dat is ja, onze opbergruimte. Ik kan het eigenlijk niet anders noemen. Daar staan een heleboel spullen in, gereedschap. Daar staat de koelkast, een extra koelkast met ook allerlei voorraden die we hebben aan eten. En zo ook een heleboel andere spullen die ik wil bewaren. Maar we krijgen daar nu een thuisbatterij. Dus die hele ruimte die moest sowieso leeg.  En toen hebben we bedacht, als we hem even helemaal leeg maken, dan kunnen we er een nieuwe vloer in leggen en ook behang. We hebben het plafond ook helemaal gewit. En alles is eruit! En ondertussen staan er nieuwe kasten in. Kasten met allemaal deurtjes, want we hadden allemaal planken staan, waar allemaal kratten op staan. Dat zie je dus de hele tijd. Dan zie je wel wat er is, want er staat op die kratten wat erin zit. Alleen, bij elkaar wordt het toch wel een rommeltje. Nou mag dat ook wel, want het is die garage. En toch wilden we dat opgeruimd hebben. Daar zijn we dus flink mee bezig. Een heleboel staat buiten bij ons onder de koof, dus het staat droog. Het is ook niet erg als het regent. En ondertussen staan de nieuwe kasten in dat deel van de garage.  We wachten nog op de thuisbatterij. Als die eenmaal geplaatst is, dan kunnen we ook alles in de kasten weer netjes opruimen. Er moeten ook nog wat extra planken in de kasten. Daar wachten we nog op, op de plankdragers, die zijn nog nodig. Zodat we al die spullen die daar stonden op een losse manier, dat bij elkaar goed verzameld zijn en zo. En dat het netjes allemaal achter deuren zit. Dan zie je dat verder niet meer. Dat vinden we eigenlijk wel netjes. Het mag wel een keer! En ik heb ook hierboven in mijn praktijkruimte, waar ik nú bezig ben, waar ik nu deze podcast opneem, daar stonden een héleboel spulletjes die ik had gekregen van een vriendin van mij, knutselspullen en zo. Want ze weet dat ik van allerlei dingen wil gaan maken en dat heeft zij voor mij verzameld. Maar dat heeft hier allemaal gestaan. En ik had wel een deel opgeruimd, maar een heel deel nog niet. Dus ook dat opruimen was ook nodig! Dus ik ben ook hier flink aan de gang gegaan. In de ruimte waar ik nu sta. En nu is er weer allemaal ruimte naast mij. Ik kan nu ook weer normaal bij het raam komen. Kan het raam opendoen, zonder dat ik over tassen en zo heen hoef te hangen.  En met dat opruimen, dacht ik ineens van: je hebt verschillende vormen van opruimen. Opruimen, bedacht ik zelf, dat is ook het ordenen. Het ordenen van dingen, voorwerpen. Bijvoorbeeld de puzzels, die wil ik dan netjes bij elkaar allemaal hebben. Ik wil de boeken netjes bij elkaar hebben. Tijdschriften, daar ligt een tijdschrift en daar en daar en dat dat weer bij elkaar komt. En dat dan ook de tijdschriften, dat ze bij elkaar horen. Dát is alles over het horen. Dát gaat ..ehm.. over een heel ander onderwerp. Dát gaat weer over een heel ander onderwerp. En daar dus, ja, nette stapeltjes van maken. Dan heb ik het ook weer goed geordend. Een andere vorm is het verplaatsen van die spullen. Dat doe je bij ordenen natuurlijk ook al, maar als ik bedenk dat sommige dingen die ergens liggen, dat het niet zo'n handige plek is, dan verplaats ik dat naar een andere plek. Ja, is dat dan opruimen? Er ligt bijvoorbeeld iets op tafel, nou een puzzel. Er ligt een puzzel op tafel, niet gemaakt, gewoon in een doos. En die ligt daar dan in de weg, want ik wil daar andere dingetjes neerzetten. Ik wil daar mijn kopje thee kunnen neerzetten. Dan is het handig dat ik die puzzel op een andere plek ga neerleggen! Dus dan ga ik verplaatsen.  Dan nóg een andere vorm is het netjes leggen. Het kan wel eens zijn dat ik een stapel boeken heb, en dat gaat een beetje schots en scheef. Dat dat een nette stapel is. Dus het netjes leggen is ook een vorm van opruimen. Als ik bedenk wat ik dan nog meer heb... Het kan ook zijn, spullen in de kast. Dan zie ik dat allemaal dat het een beetje schots en scheef staat, dan ga ik dat toch weer netjes achter elkaar zetten. Bijvoorbeeld in de koelkast. In de koelkast heb ik verschillende potjes staan. Dat zoet bij zoet staat en dan mooi achter elkaar. En dan als het gaat om bijvoorbeeld de augurken en de uitjes dat die ook achter elkaar staan. En zo maak je het weer netjes! Een andere vorm weer van opruimen, is dat je het ergens gaat opbergen. Dus je hebt iets, bijvoorbeeld die puzzels weer, en die puzzels die liggen dan in de weg. Die ga ik ook niet op dat moment verplaatsen naar een ander plekje in dezelfde kamer. Maar ga ik ergens anders opbergen. In een kast of in een la. En soms doe ik spullen in een doos. En dan doe ik meerdere dingen in een doos, zodat het allemaal wel bij elkaar ligt. Het kan ook af en toe in een krat. Totdat ik dat weer nodig heb of dat ik het weer ergens anders naartoe kan brengen. We kunnen ook opbergen hier in huis, sowieso natuurlijk in de kasten. Maar ook achter schotten. We hebben verschillende schotten hier. Een beetje onder het schuine dak zit dat dan. We hebben hier een schot, daar zit al het speelgoed van de kinderen nog achter. En bij ons op de slaapkamer hebben we een schot, onder het schuine dak, en daar liggen alle kampeerspullen achter. En boven op zolder, daar hebben we een héle grote ruimte, achter het schot. Daar staan alle kerstspullen. Daar staan oude foto's die we nog willen bewaren. Daar liggen de kussens ook die we nodig hebben voor de... voor de meubels buiten, als we in de zomer lekker buiten willen zitten, die zitten allemaal daarachter het schot. En dan is die andere vorm ook van opruimen, spullen naar een andere ruimte brengen. Er zijn dus spullen in die garage, die we heel graag daar weer willen hebben of die ík daar graag weer wil hebben. Maar ik heb daar ook spullen uitgehaald die ik weer naar een andere plek hebt gebracht. Die óf naar zolder zijn gegaan óf hier naar mijn praktijkruimte, dus dan kan je ze ook naar een andere ruimte brengen, op die manier kan je ook opruimen. Nóg een hele andere manier van opruimen is het wegdoen van spullen. En dat wegdoen dat kan zijn dat er spullen zijn die we aan de kinderen geven. Of aan familie. Dat we aan familie vragen 'heeft iemand hier nog wat aan?' Er zijn ook spullen die kunnen naar de kringloopwinkel. En er zijn spullen die we naar de stort doen. Gewoon omdat het ouderwets is. We denken dat niemand daar iets meer aan heeft, dingen die stuk zijn. Dingen die al zo verkleurd zijn, daar kan een ander ook niet zo veel aan hebben. Dus dan gaan we dat weggooien.  En dat wegdoen van spullen uit het huis, dat vind ik het allermoeilijkst. En ik heb me toen afgevraagd: waarom vind ik dat nou zo moeilijk? Mijn man zegt het ook altijd van 'de meeste spullen hier in huis die zijn van jou.' Hij is veel makkelijker in het wegdoen van spullen. Maar waarom vind ik dat dan zo moeilijk!? Voor een deel komt dat, van de spullen die emotionele waarde hebben. Waar ik herinneringen aan heb, zodat ik nog kan terugdenken. Of teruglezen. ..ehm.. brieven die ik bewaard heb. Spullen van de scouting, toen ik zelf als klein meisje kabouter was. Die spullen wil ik eigenlijk niet wegdoen! Dat zijn herinneringen, daar wil ik naar terug kunnen kijken. Zo zijn er ook nog allerlei spullen van de kinderen hier in huis, wat herinneringen zijn. Waarvan ik denk dat het ook emotionele waarde kan hebben voor de kinderen. Allebei de jongens wonen nog niet in een compleet huis. Als zij allebei in een eigen woning zitten met meer ruimte, dan gaan al die spullen ook naar hun toe. Hun eigen spullen die wij hier nog verzameld hebben. Geldt ook voor dat speelgoed wat hier nog in huis ligt, wat eigenlijk van hun is. Maar daarom vind ik 't wel moeilijk om spullen weg te doen, wegens die emotionele waarde! En ander aspect daarvan, waarom ik het zo moeilijk vind, is dat, ik ben ook spullen aan het verzamelen. En die verzameling wil ik dan uitbreiden. Ik ga het wel eens een keer hebben over een verzameling die ik hier in huis heb, die zich heel langzaam uitbreidt en soms in.... met een heleboel dingen tegelijk. Heb ik volgens mij nog nooit eerder over gehad. Maar het is leuk, als je iets hebt, dat dat meer wordt. Bijvoorbeeld wel die puzzels ook die ik heb, af en toe wil ik ook een nieuwe puzzel kunnen maken. Niet een puzzel die ik al 2 of 3 keer heb gemaakt, dan vind ik het leuk om een nieuwe puzzel te maken. Maar daardoor breid ik natuurlijk de hele set met puzzels... dat wordt steeds meer. Eigenlijk een verzameling geworden.  Er zijn ook spullen waarbij ik dan heb van hè, die heb ik heel vaak gebruikt! Nu niet, maar ik ga het zéker nog wel weer een keer gebruiken. Dus wil ik het niet wegdoen, want het is zo bruikbaar nog. En het is nog goed. Dus waarom zou je het wegdoen? We hebben er de ruimte voor. Het ligt niet in de weg. Nou, dat kan ik gewoon nu nog bewaren, gaan we niet weggooien. Handig om nog een keer te gebruiken.  En er zijn ook spullen die ik heel weinig heb...

    8 Opruimen
  8. Aug 26

    7 Lichtschijnsel

    Licht in de nacht, daar schrok ik van als klein meisje. Ik kwam erachter wat het was en daarna werd het een veilig licht. (afb van de vuurtoren Burgh Haamstede-Pexels-DiePhotoPotato) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 7: Lichtschijnsel. En dan begin ik met een verhaal uit het boek: 'De 7 eigenschappen van effectief leiderschap' van Stephen Covey. In dat boek staat een verhaal wat is geschreven door Frank Koch: ‘Twee oorlogsschepen die voor de oefening deel uitmaakten van het eskader waren al dagen bezig met manoeuvres in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde stond ik op de uitkijk. Het was al avond. Flarden mist belemmerden een goed zicht. De kapitein bleef daarom zelf op de brug en hield alle bewegingen goed in de gaten. Vlak nadat de duisternis was ingevallen, meldde een wacht 'licht aan stuurboord.' 'Recht of niet', riep de kapitein? 'Recht kapitein', antwoordde de wacht. Er bestond gevaar voor een aanvaring. De kapitein riep tegen de seiner: 'Sein: aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden.' Er werd terug geseind: advies aan u, verander uw koers 20 graden. De kapitein zei: 'Sein: ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden'. 'Ik ben stuurman 2e klas', was het antwoord, 'verander uw koers 20 graden'. De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: 'Sein: dit is een oorlogsschip, verander uw koers 20 graden'. En daarop kwam het signaal: ‘Dit is een vuurtoren’. En wij veranderden van koers.’ Dit verhaal is een paradigmawisseling. Een paradigma is een soort referentiekader wat je hebt, een soort model, en dat verandert compleet! Op het moment dat je denkt nog steeds dat het een schip is -in dit geval bij deze kapitein- dan denk je dat die ander ook heen en weer kan gaan. Maar op het moment dat hij wist 'het is een vuurtoren', moest hij wel zelf veranderen. Dus hij had elke keer in z'n hoofd dat het een schip was! Door die omkeer, ja een vuurtoren, dan moet jij wel aan de kant.  Nou, dit verhaal gaat over vuurtorens. Gaat niet over paradigmawisselingen, maar over vuurtorens. Ik heb namelijk iets met vuurtorens. En dan niet om te beklimmen of te fotograferen. Nee, het gaat om het licht van de vuurtoren. En dat roept een beetje bijzondere gevoelens bij mij op. Dat komt, als klein meisje, ik denk dat ik een jaar of 3, 4 jaar was, gingen wij naar Renesse. In een klein vakantiehuisje. Vakantiehuisje, Renesse ligt in Zeeland, een beetje in de buurt van de zee. We gingen ook vaak naar de zee. En in dat huisje sliep ik boven in een stapelbed en dan keek ik uit door een klein raampje. Toen we daar nog maar net waren, werd ik 's nachts wakker, en ik zag steeds licht in mijn kamer. Een beetje regelmatige lichtflitsen. Nou was ik als meisje vaak wel bang voor allerlei dingen, allerlei nieuwe dingen ook. Dingen die ik niet begreep. En ik begreep al wel dat die lichtflitsen waren niet van onweer. Maar wat dan wel? Ik vond dat raar! En ik vond het ook zo spannend dat ik toch mijn ouders wel riep. En mijn vader die kwam bij me en die vertelde dat dat het licht van de vuurtoren was. Vuurtoren... Wat was een vuurtoren?! Ik had geen enkel idee! Vuur is brand. En dat is eng.  De volgende dag zijn we naar de vuurtoren gegaan. Mijn vader wilde dat graag aan mij laten zien, want hij vond het ook helemaal niet fijn dat het mij bang maakte natuurlijk. En eenmaal dichtbij, keek ik op naar die reusachtige toren met het licht bovenin. Het was dan overdag, dus het licht kon ik niet zien. Maar mijn vader vertelde waarom dat nodig was. Het ging over ja, het was iets met schepen, scheepsroutes. En het voorkomen van het stranden van een schip. Ik begreep dat ook niet helemaal, maar ik snapte wel het belang van het licht. Die vuurtoren die liet niet voor niks zijn licht schijnen. Daarna keek ik er dus met andere ogen naar, naar dat schijnsel van dat vuurtorenlicht. Ja, we bleven daar een paar weken in dat huisje en dat werd een beetje een vertrouwd licht. Het was helemaal niets om bang voor te zijn.  En later, ik denk dat ik een jaar of 11, 12 was, gingen we naar een huisje op Terschelling. Vlakbij de Brandaris. De hele grote vuurtoren daar op dat eiland. En ook daar zag ik het licht steeds in mijn slaapkamer. Toen wist ik wat het was, dus het was helemaal niets om eng te vinden. Het voelde juist wel veilig! Het licht schijnt er om de schepen veilig te laten varen en de juiste route te laten volgen.  En een paar jaar geleden gingen we naar een huisje in Egmond aan Zee. Vanuit de slaapkamer van dat huisje, keken we naar de vuurtoren. Alweer! En ik vond het wel bijzonder, dat we alweer op een vuurtoren uit keken. Later, toen we naar Texel gingen en vaker naar Texel gingen, ook daar hebben we regelmatig de vuurtoren gezien. We gaan er ook heel vaak naartoe. Vlakbij de vuurtoren, gaan we rondom heen wandelen, gaan we naar het strand. En die vuurtoren zie je zelfs van kilometers afstand boven de duinen uit, kun je die zien. Ik denk dat ik ook meerdere keren wel het licht van de vuurtoren op Texel ook heb gezien, als we 's avonds laat nog door de duinen aan het wandelen waren. Op de camping in Zeeland, daar kwamen we een aantal jaren geleden, kwamen we daar weer, daar zijn we vroeger ook wel geweest, maar toen is het me eigenlijk niet opgevallen. Maar toen we dus een paar jaar geleden op die camping weer kwamen, ging ik 's nachts naar het toilet en de hemel was helder en het was koel buiten. Je kon veel sterren zien. En ik zag daar steeds licht langs komen, net zo over de struiken heen. Beetje een regelmatig licht dat steeds weer te zien was. En op dat moment besefte ik: hé, dat is de vuurtoren van Westkapelle.  Elke nacht keek ik er naar uit. Dan hoopte ik ook dat het een heldere nacht zou zijn. Want dat licht, dat is dus kilometers ver te zien! En elke keer als ik dan 's nachts dat licht zag, dan doet me dat denken aan die allereerste kennismaking als klein meisje in dat stapelbed in Renesse in dat vakantiehuisje, door dat kleine raampje heen kijkend.  En dan valt me op, in mijn hele leven ben ik best vaak vuurtorens tegengekomen. En ik heb het even opgezocht. Als je dan weet dat al die vuurtorens op een andere manier licht maken. Je hebt daar die van West Schouwen. Dat is de vuurtoren in Haamstede, de allereerste die ook ooit gezien heb - die heeft 3 schitteringen per 15 seconden. En de Brandaris op Terschelling die heeft een schitterlicht om de 5 seconden. En die van Egmond aan Zee, dat is een ..ehm.. ja, heeft op een andere manier... heeft steeds 10 seconden licht en dan weer even niet, denk ik. Op een hele andere manier dan schitteringen. Dan heb je die van Texel, Eierland. Dat is bij de Cocksdorp helemaal, maar ze noemen hem Eierland, die heeft 2 schitteringen per 10 seconden. En die bij Westkapelle, heet het Hoge Licht, die heeft een schitterlicht om de 3 seconden. En die van het Hoge Licht dat is het licht wat wij zien, want je hebt ook daar in Westkapelle het Lage Licht. Het Noorderhoofd is dat, maar die kunnen wij niet zien vanaf de camping, waar we dan steeds zitten.  En die schitteringen, ik dacht altijd dan dat die lamp dus zo draaide dat er allerlei schitteringen inzitten, maar het is andersom. Het is gewoon een vaste lamp en daarom heen zit een soort optiek. En de optiek is een soort in groepen verdeeld, die heeft een soort openingen en geen openingen en die draait er omheen! Die optiek die draait om de lamp heen en daardoor heb je steeds dat er dus een deel is waar een versterkt licht doorheen komt en bij een ander dat het dan tegengehouden wordt en dat veroorzaakt die schittering. Dat wist ik eerst niet, als klein meisje. Ik dacht gewoon, het is één lamp. En ik denk dat het heel vroeger ook zo was. Dat het alleen maar één lamp was die altijd brandde. Maar op een gegeven moment zijn ze dan met die optieken gaan werken en dat heeft natuurlijk te maken om dan te herkennen welke vuurtoren het is. Als je langs de kust vaart en ze hebben allemaal hetzelfde licht dan weet je nog niet precies waar je bent. En aan die verschillende schitterlichten kun je dus bepalen welke vuurtoren, of eigenlijk bij welke plaats je in de buurt bent. Dus dat is wel heel handig bedacht. Dat doet me ook denken aan het verhaal van Lampje. Lampje, dat is een boek van Annet Schaap, een kinderboek geschreven in 2017. En in 2018 kreeg dat de Woutertje Pieterse Prijs. Dat is ook bekroond met de Zilveren Griffel in 2018. Het is ook een muziekvoorstelling geweest. En in 2023 is er een vierdelige televisieserie van gemaakt, dus toen kon je de beelden er ook allemaal bij zien. En ik weet ook nog dat we die gezien hebben. Maar een klein stukje van het begin van het boek gaat dan ook speciaal over die vuurtoren. Het verhaal dus van Lampje en dat begint zo: ‘Een eiland dat nog een beetje vast zit aan het vasteland, als een losse tand aan een draadje, heet een schiereiland. Op dit schiereiland staat een vuurtoren. Een hoge, grijze die 's nachts zijn licht rond laat gaan over de kleine stad aan zee. Zo zorgt hij ervoor dat de schepen zich niet te pletter varen op de rots die daar zo onhandig ligt in het midden van de baai. Zo zorgt hij ervoor dat de nacht wat minder donker lijkt. En dat grote land, de wijde zee wat minder groot en wijd. In het huis naast de toren woont de vuurtorenwachter Augustus met zijn dochter. En als het schemert, moet het licht van de vuurtoren al branden. En het meisje steekt het altijd aan. Iedere avond klimt ze de 61 treden op, maakt een roestig deurtje in de lenskap open, ontsteekt de pit, draait het mechaniek op dat de lens in het rond laat draaien, doet het deurtje dicht en klaar. Het was zwaar werk toen ze nog kleiner was. Maar nu zijn haar armen sterk geworden en haar benen klimmen makkelijk de trappen op en af, twee keer per dag. Drie...

    7 Lichtschijnsel

About

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/