Evenwicht, je leven

Paula Hijne

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/

  1. 14 Richtingsgevoel

    1H AGO

    14 Richtingsgevoel

    Een goed richtingsgevoel heb ik geërfd van mijn vader. Ik ben daar heel blij mee. Zo kan ik overal komen en de weg terug herinneren. Voor een goed richtingsgevoel heb je dan ook je geheugen nodig. (eigen foto van papieren plattegronden) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van onder andere het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dit is seizoen 11, aflevering 14: Richtingsgevoel. In het boek 'Evenwicht, in uitvoering', heb ik het over functie 2, ruimtelijke oriëntatie. Want om goed te kunnen bewegen in je omgeving, is een goede ruimtelijke oriëntatie nodig. En wat is dan ruimtelijke oriëntatie? Dat is het vermogen je plaats te bepalen ten opzichte van de aarde en andere objecten op de aarde. En de evenwichtsorganen, die verdeeld zijn in de statoliet-organen en de halfcirkelvormige kanalen, die zorgen daar samen voor. Maar die evenwichtsorganen doen dit niet alleen. Er zijn meerdere factoren belangrijk voor een goede, ruimtelijke oriëntatie. Dat zijn de ogen, de oren en ook het geheugen. En één specifiek onderdeel van die ruimtelijke oriëntatie is het richtingsgevoel. En daar wil ik het deze podcast met je over hebben. Míjn richtingsgevoel. Bij richtingsgevoel gaat het om, ja eigenlijk het ordenen van visuele informatie. En dat kun je op twee manieren doen. Dat kun je doen door herkenningspunten, dat je die onthoudt. Dus daar is het geheugen echt heel belangrijk bij. Of de afstanden of die richting onthouden. Ook dan is het geheugen dus heel belangrijk. En dan gaat het over bijvoorbeeld dat je nog weet: 2e weg rechts. Of aan het einde van het pad moet ik linksaf. En ik denk dat ik een combinatie van die twee heb. Dat ik zowel herkenningspunten gebruik als dat ik de richting onthoud. Het zijn bij mij vaak ook de beelden van de omgeving die bij me blijven. Ik denk dat ik dat richtingsgevoel geërfd heb van mijn vader. Als ik namelijk ergens een keer ben geweest, dan onthoud ik hoe ik daar kan komen. Mijn vader had dat ook. Mijn vader die moest echt alles vanaf een plattegrond lezen om de weg te vinden. Je had toen nog geen navigatiesysteem, zoals we dat zo mooi nu hebben. En hij reed heel Nederland door. Voor zijn werk moest hij overal naartoe. Dus hij had dan altijd een kaart bij zich van, ja de hele plattegrond van Nederland en ook waarschijnlijk de plattegronden van al die verschillende plaatsen. Dan had je nog niet van die wegenboeken waar alle plaatsen in staan. Maar het voordeel voor hem was, als hij één keer ergens was geweest, dan wist ie de volgende keer precies hoe hij moest rijden. Sowieso wist ie alle grote wegen, hoe ie moest komen bij al die steden, die wist hij allemaal al uit zijn hoofd. En dan ook binnen de stad waar hij dan moest zijn, dat onthield hij ook als hij daar één keer was geweest. Hij verdwaalde ook nooit. Nou heb ik nog wel eens, dat ik kan verdwalen, maar dan heeft het met andere omstandigheden te maken. Maar ik heb wel dat richtingsgevoel. Ik weet ook nog bijvoorbeeld precies hoe ons huis in Vlaardingen er uit zag. We woonden daar in een flat. En ik weet nog precies hoe die flat eruitzag. Ik kan hem eigenlijk nog helemaal zo tekenen, van wat waar was. En ik weet ook nog de weg hoe ik dan vanuit huis naar school liep. En dan moet je bedenken, ik was een jaar of 4, nou dan zal ik met mijn moeder nog naar school zijn gegaan, dat zij me altijd bracht. Maar ik denk dat ik met een jaar of 6 al alleen naar school liep en ik weet nog de weg hoe ik moest lopen! Via de stoep langs de sporthal, langs het sportveld en ook daar de bocht om en dan kwam ik langs eerst een andere school en dan de tweede school, daar moest ik dan zijn. Ik weet zelfs nog waar mijn vriendinnen woonden! Oh ja, dan moet je daar door lopen en dan kom je op een gegeven moment daar bij die en die flat. Die beelden, die heb ik nog steeds ja, op mijn netvlies! Die kan ik terug halen. En zo weet ik ook nog dat wij vroeger gekampeerd hebben in Brielle op de camping. We hadden daar met de caravan en de tent een plek in de hoek van een veld. En ik weet nog precies hoe ik dan naar het toiletgebouw moest lopen. We hadden toen ook nog geen toilet in de caravan, dus je moest ook echt 's nachts eruit! We zullen ook wel eens een emmer hebben gebruikt, maar ik ben toch wel heel vaak daar naar dat toiletgebouw gelopen en ik weet nog precies waar dat dan was! En ook hoe we vanaf die campingplaats daar naar het water gingen. Waar we heel veel gezwommen hebben. En ik denk dat ik ook zelfs nog heel veel plekken weet waar wij later gekampeerd hebben. Ook toen ik zelf al volwassen was. Hoe dat dan eruitzag, waar we dan stonden ten opzichte ook van de ingang en ten opzichte van het toiletgebouw. Erg belangrijk als je aan het kamperen bent en je hebt zelf geen wc bij je, dan ga je toch vaak naar dat toiletgebouw. En zo weet ik nog heel veel wegen en weggetjes. Zo zijn er ook allerlei tussendoor weggetjes. Niet alleen op de camping, maar op allerlei plekken waar ik gewoond heb. Waar ik vaak ben geweest. Er zijn natuurlijk wel heel wat weggetjes gesneuveld in de loop der jaren en daar is nu een snelweg of er is een woonwijk. En toch kan ik nog wel aanwijzen, waar dat weggetje dan liep. Of waar die straat dan liep. Ik weet ook de straat waar ik geboren ben. Daar zijn wij, toen ik ouder was, toen woonden we niet meer in die plaats, ik ben in Almelo geboren. En ik weet dat ik daar geboren ben in een straat vlakbij de spoorwegovergang en die straat bestaat allang niet meer. Het is een hele grote brede weg geworden. Maar ik kan nog steeds aanwijzen in Almelo waar dat is geweest. Dat is dus niet altijd zo. Dat richtingsgevoel is niet altijd helemaal heel goed. We waren in februari in de Efteling en daar was ik in het begin heel erg zoekend. Want daar is zó veel veranderd! En ook wat nieuw voor me was! En aan het eind van de dag, toen we daar meerdere keren al heen en weer waren gelopen, toen wist ik wel een beetje hoe ik moest lopen. Van de ene naar de andere attractie en zo. En van daaruit wist ik dan ook wel, oh dan moeten we die kant op voor de uitgang. Want ik zag waar we eerder langs waren gelopen. Dus dan zijn het ook echt allemaal herkenningspunten die ik dan onthouden had. Toch heb ik een goede plattegrond gemist, want het liefst bekijk ik het dan van papier. Zoals mijn vader dat vroeger deed, op papier kijken. Dan heb ik dat op een gegeven moment wel in mijn hoofd zitten. En als ik op mijn telefoon kijk en dan GPS aanzet en dan dus ga kijken hoe ik dan zou moeten lopen, vind ik dat toch alweer lastiger. Dus ja, ik heb het liefst dat in mijn handen. Plat zo. Maar als ik eenmaal de weg weet, dan vergeet ik hem heel lang niet meer. Onze oudste zoon die heeft hetzelfde. Die heeft ook dat goede richtingsgevoel. En onze jongste zoon heeft dat richtingsgevoel niet. Tenminste, hij heeft het alleen als hij echt met aandacht om zich heen kijkt, dus heel bewust kijkt van hé, waar loop ik nu? En waar moet ik naartoe? Dan kan ie het een beetje onthouden. Beetje herkenbaar, dat heeft mijn man ook wel. Die vond het ook in de Efteling één grote chaos. Maar ook hij kan, net als allebei mijn zoons, heel goed op een plattegrond kijken en kunnen ze met een goede plattegrond ook overal komen. Gelukkig maar. Ergens vind ik dat wel gek, want een plattegrond, dat je alles van bovenaf bekijkt. Terwijl ik zelf de wereld nog nooit van bovenaf heb gezien! Ik heb nooit in een vliegtuig gezeten, nooit in een luchtballon of een helikopter. Alleen als ik hoog in een huis sta, op een flat of zo, dan heb ik nog wel eens dingen van bovenaf gezien. Maar dan is het ook toch wel weer vertekend. Maar geef mij maar die plattegrond om goed te kunnen kijken. Ja, wat kan ik nog meer zeggen over dat richtingsgevoel? Soms, als ik niet in slaap kom, dan bedenk ik het weggetje van de camping in Oostkapelle naar het strand toe. Dat was een klein tussendoor weggetje, een fietspad. En vlakbij de kerk daar kon je het fietspad op. En dat is een heel slingerweggetje, beetje langs de bebouwing, langs huizen heen. Als ik niet in slaap kan vallen, dan denk ik hoe die route ook alweer was. En we waren ook al een paar jaar niet in Zeeland op vakantie geweest, dus dan moet ik daar heel goed over nadenken hoe dat paadje ook alweer liep. Maar sinds twee jaar komen we wel weer in Zeeland en gaan we ook weer naar Walcheren, Oostkapelle, ligt op Walcheren. En dan fietsen we overal naartoe. Dus we hebben ook dat weggetje weer opgezocht daar in Oostkapelle. Dat kleine fietspaadje tussendoor naar het strand. En nou is de omgeving wel wat veranderd. Maar dat fietspad, dat is nog precies hetzelfde. Dat was toen al zo en dan praat ik over, ik denk wel 20 jaar geleden, en dat is nu nog steeds zo. En deze weg, ook dat fietspaadje, hebben we heel vaak gelopen. Want in de zomervakantie, als we dan naar Oostkapelle gingen, toen de kinderen nog klein waren, dan gingen we lopend naar het strand. Met een gehuurde bolderkar vol met strandspullen en de jongste die ging dan in de bolderkar en dan liepen we met de oudste zoon en wij met zijn tweeën liepen we de hele weg naar het strand. En dan kom je ook op een gegeven moment aan het eind van het fietspad, ga je weer een andere grote weg op en dan weer een stukje bos. En dan kom je bij de duinen. En de duinen ga je omhoog en omlaag. Meer dan een uur duurde dat dan, voordat je bij het strand was. En ook andersom, natuurlijk weer als je naar huis ging. Was altijd een hele tocht. Dus we hebben hem wel heel vaak gedaan. Dan is dat geheugen van dat weggetje, ja, dat is helemaal ingeprent. En het grappige is dat die weg dus nog precies hetzelfde is. En als we dan op de terugweg waren naar Oostkapelle, dan gingen we even langs de supermarkt boodschappen doen en zo liepen we dan door naar de camping. Zijn ook we...

    15 min
  2. 13 Gesprek

    MAY 20

    13 Gesprek

    In gesprek met mezelf, heb ik dat weleens gedaan? Gesprek met de jonge Paula. En over lesgeven, presenteren en interactie. (eigen foto) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dan gaat het over ons fysieke evenwicht, maar ook heel vaak over mijn psychisch evenwicht. Wat houdt mij in evenwicht? Of wat brengt mij uit evenwicht? Daar deel ik ook graag over hier in deze podcast. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 13: Gesprek. Ik kreeg een vraag en die vraag was: Welk gesprek zou je graag willen voeren, maar stel je steeds uit? En die vraag heb ik een tijdje op me in laten werken. Omdat ik er geen antwoord op heb. Ik denk ook dat niet alles besproken hoeft te worden. En dat is wel nodig als ik iets niet begrijp en toch graag wil begrijpen. Of als ik zelf geen oplossing heb en er wel een oplossing nodig is. Of iets dat blijft knagen en waar een ander bij kan helpen om het te verhelderen. Als ik een gesprek zou moeten voeren en het uitstel, dan is het ook maar de vraag of het een echte noodzaak is. Als ik iets gezegd wil hebben en verwacht dat het niet veel zal uithalen, ja, dan heb ik er gewoon geen zin in om er dan energie in te steken. Dus dan is het wachten op de nodige energie of erin berusten dat ik niet mijn mening geef aan de ander. Of zou ik zo'n gesprek in vragen kunnen doen? Zodat de ander zich verantwoord in plaats van dat ik zeg wat ik van die ander vind. Ja, misschien is het moeilijkste gesprek wel met mezelf! Ja, en dan kom ik op een uitspraak die ik gelezen heb: 'Wanneer je echt luistert, hoor je niet alleen woorden, maar voel je ook emoties'. Ja dat is dan de kunst van het luisteren. Tussen de woorden door luisteren. Wat wordt er niet gezegd en is er wel te zien? En zou dat ook kunnen als ik een gesprek met mezelf houd? En dat voor de spiegel doe? Zodat ik mezelf in de ogen kijk? Zou ik dan alles durven zeggen en als het niet zo is, herken ik dat dan bij mezelf? Ik heb dat nog nooit gedaan! Tenminste niet bewust. Meestal als ik naar mezelf kijk in de spiegel, dan kijk ik wel liefdevol. Ik ben er zoals ik ben. En ik zie er zo uit en dat is oké. En vaak ook zonder oordeel. En de meeste keren in de spiegel kijken is ook om te kijken of mijn haar goed zit en of mijn kleding goed zit. Dus dan kijk ik niet echt in mijn ogen. Dan zie ik wel het hele plaatje en daar kan ik een oordeel over hebben dat iets niet goed zit. Dat ik mijn haar nog even moet doen. Toch andere kleding aan. Maar dat bedoel ik dan niet. Met als ik zou praten tegen mezelf in de spiegel, hoe zou ik dat dan doen? Hier op mijn werktafel waar ik hier de podcast opneem, aan de statafel. Als je me al langer volgt, dan heb je dat ook wel eens eerder gehoord. Ik sta graag. Want dan ben ik actief bezig. Ben ik veel actiever, dat doe ik ook tijdens de radio-opname. Dan sta ik, dan ben ik veel meer aanwezig. Bij de radio-opname, in dat geval met de ander. Omdat ik aan het luisteren ben naar de ander. Maar als ik hier nu sta, dan vind ik het staan ook prettiger. En op mijn werktafel hier heb ik een paar foto's staan van mezelf. Dan ben ik zo rond de 20, 25 jaar en dat is een jonge Paula. En ook daar kijk ik dan steeds met warme gevoelens naar. Ook, ook zij mocht er zijn! En die foto's die zijn gemaakt op momenten dat ik me goed voelde. En ik heb wel eens de neiging om met die jonge Paula een gesprek aan te gaan. Welke dromen had zij? Hoe stond ze toen in het leven? Ja, ietwat naïef? Onwetend. Niet van plan om de hele wereld te ontdekken, maar een beetje dicht in de buurt te blijven. Liefst een bekende omgeving. En vandaar uit nieuwe dingen ondernemen. Ze wilde gaan werken. Ze wilde mensen ontmoeten. En vooral kinderen. Want in die periode was het onderwijs ingaan, dat was mijn doel. Lesgeven. Ik wilde kennis delen. Ik wilde nieuwe dingen leren aan kinderen die nog heel veel te leren hadden. Ja, dat lesgeven, jaren heb ik dat mogen doen. Waarbij elk kind een uniek kind was. Waarbij elk kind op eigen wijze mocht leren. En het liefst in eigen tempo. Dat lukte niet altijd, omdat er natuurlijk allerlei methodes, schoolmethodes gevolgd moesten worden, en er moesten resultaten behaald worden. Maar dat unieke in die kinderen, ben ik altijd wel blijven zien. Nu doe ik dat al jaren niet meer! Ben al jaren niet meer in het onderwijs. Wat dat betreft is de manier waarop ik nu met mensen werk, een hele andere manier dan dat ik toen lesgaf. Ik was heel veel aan het zenden tijdens dat lesgeven. En natuurlijk kreeg ik heel veel terug. Want dat doe je met kinderen. Het is steeds wel een reflectie van heen en weer gaan, van hoe ze het doen. Hoe ze het op een andere manier kunnen oppakken. Maar het lijkt erop alsof ik nu met veel meer interactie dingen wil overbrengen. Bij een presentatie is dat soms wel eens minder. Maar ja, dan weet ik ook wel dat die mensen juist komen om te luisteren naar wat ik vertel! Bij de gebarenoefengroep, die begeleid ik en tegelijkertijd doen we het helemaal samen. Iedereen doet mee en als ik iets niet weet, dan zoekt iemand anders het gebaar op en die leert het dan aan de groep. En dat vind ik zó leuk om op die manier te begeleiden. Ik bedenk wel de vorm, het spelletje. Beetje op een didactische manier, wat er zo inzit dat ik dat niet eens bewust meer doe. Dat gaat vanzelf. Maar dat we dat samendoen, dat maakt wel dat het een hele andere manier van leren is. En met name ook de herhaling is heel belangrijk. Daarom is het ook zo leuk dat we dat elke week doen. En zo zou elke vorm van leren moeten gaan. Dat het niet alleen zenden is, oh ja maar nu denk ik, als ik een presentatie geef, dan kijk ik de luisteraars wel altijd aan. Dan heb ik oogcontact, dan zie ik hun reacties. Daar reageer ik ook op. En dat is met of zonder woorden. Dus er is wél interactie! Ook dan! Grappig is dat. Ik heb het zelfs online als ik de mensen kan zien, dat ik ook daarop kan reageren. Dat ik zie wat er gebeurt bij die ogen. Ik zie wanneer ze afdwalen. Ik zie wanneer ze juist heel erg betrokken zijn. Dus ook dan is er wél interactie. Maar tijdens een podcast, dan ben ik wel alleen aan het zenden. Wat ik nu doe hier. En toch ik zie jou, als luisteraar voor me. Ik vertel dit aan jou. Ik deel dit met jou. En ik weet niet eens of je het oppakt, of je begrijpt wat ik vertel of het iets met jou doet! Ja, wat dat betreft is een podcast maken wel vreemd! Ik ben voortdurend met mezelf in gesprek en deel dat ook nog eens met jou! Maar durf ik dan alles te zeggen? Of is er heel wat tussen die woorden door heen te horen? Wat ik niet zeg? Nou dat is aan jou om te bepalen. Ik denk dat ik heel veel wel deel. Maar er zijn zeker onderwerpen waar ik ver weg van blijf. Ik weet wel één onderwerp, daar heb ik over geschreven waarbij ik nog steeds twijfel, ga ik dat vertellen hier, in de podcast? Ik vind dat namelijk best spannend. En wie weet durf ik het op een gegeven moment. Maar zeker weten dat ik níet alles vertel hier aan jou. Gewoon ook omdat het niet nodig is. Maar dat gesprek met mezelf in de spiegel, dat is nog wel iets... Ja, wie weet, ga ik dat nog een keer doen. Dit was seizoen 11, aflevering 13: Gesprek. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. En tot de volgende keer.

    9 min
  3. 12 Wees stil

    MAY 13

    12 Wees stil

    Er is veel te vertellen over stilte. Stil zijn, hoort dat ook bij in-het-nu zijn?  (eigen foto) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. De vorige aflevering had de titel: Oorverdovend. In die aflevering heb ik het ook gehad over oorverdovende stilte. En nu wil ik even verder gaan over die stilte. Wat is daar nog meer mee dan alleen oorverdovende stilte? Er zijn heel veel vormen van stilte. Dit is seizoen 11, aflevering 12: Wees stil. Dan begin ik even met een Chinees spreekwoord: 'Wees niet bang om langzaam te gaan. Wees alleen bang om stil te staan.' Dat blijkt dus een Chinees spreekwoord te zijn en dan heb ik echt zoiets van: klopt dat wel? 'Wees niet bang om langzaam te gaan.' Dat mag dus. Maar wat is dan stil staan? Nou, daarin wil ik je een beetje meenemen in deze aflevering. Ik ben niet zo snel. Vroeger niet. En nu al helemaal niet. Ik doe de dingen bedachtzaam, met aandacht. En dat kost tijd. En dat is helemaal niet erg. Zo lang ik me niet gehaast voel, want door haast er is minder aandacht en kan ik juist misstappen. Fouten maken. Dingen over het hoofd zien. En met aandacht dan ben ik veel meer in het 'nu'. Dat is ook prettiger. Dan is er meer controle in mijn handelen. En af en toe sta ik wél stil. En als ik stil sta dan, ja ben ik daar niet bang voor. Het is dus voor mij zonder bang te zijn. Want ook al lijkt het stil, in mijn gedachten -en volgens mij gebeurt het ook heel erg onbewust en ook heel ver weg- dan gaat het steeds weer door. En dan ligt dat ergens te sudderen en ineens komt het dan tevoorschijn. Ja, het kan dan van alles zijn. Dat kan een idee zijn of een voorbeeld wat ik wil noemen of wat ik graag wil gaan doen. En dat komt meestal op de meest onverwachte plekken en tijden! Hoewel, juist als ik er niet bewust mee bezig ben -en ik heb dus toch wel een oplossing nodig of een idee nodig, en als ik het dan even laat liggen, en dat is dan voor mij ook een vorm van stil staan- dan komt het juist tevoorschijn! Ha, dan lijkt het wel alsof ik er toch op heb gewacht. Want ik weet dat het zo werkt. Stil staan is voor mij dus helemaal niet erg. Ik heb dan tijd om rustig om me heen te kijken. En soms zelfs met verwondering. In ieder geval met aandacht. Dan is eigenlijk dat ook in het 'nu' zijn, dat lijkt wel alsof dat een vorm is van stil staan. Zou dat kloppen? Ja en dan heb ik het niet direct over het letterlijke stil staan, want als ik aan het bewegen ben, aan het wandelen ben of aan het sporten ben, dan ben ik ook heel vaak in het 'nu' aanwezig. Dan ben ik precies daar, wat ik aan het doen ben, is precies hetzelfde als wat ik voel en als wat ik zie. Dan is 'nu' niet direct een synoniem voor stil staan. Maar oké. Ik heb hier wel eerder een keer over geschreven. En dat was naar aanleiding van een uitspraak van Lao Tse. Ik had deze tekst gelezen bij 'Dagelijkse Gedachte', dat krijg ik elke dag, krijg ik dat binnen en dan lees ik dat. En soms zijn er van die uitspraken, die vind ik mooi en die schrijf ik op. En daar doe ik dan wat mee. Dit is ook zo'n uitspraak: 'Wees stil. De wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren. Wees stil.' Stil is dan een niet-praten, geen geluiden maken. Of is deze stilte van 'wees stil' in deze uitspraak, is deze stilte de uitnodiging om niets te doen? Om niet in beweging te komen? Of juist stil zijn in gedachten? En dan ook 'De wereld onthult zichzelf'. Als ik dat dan lees, dan heb ik zo van hè, is er dan iets wat verborgen is? Ligt daar iets verborgen? Wat wordt er dan verborgen? Is dat iets geheims? Of is dat iets wat er altijd is, zichtbaar voor ieder, maar wat we niet zien, omdat we er niet op letten!? Omdat we geleefd worden door de mensen, door andere mensen, door het werk, door de verwachtingen waaraan we willen voldoen? Omdat we op de automatische piloot leven. En geen tijd nemen om stil te vallen. En gek vind ik het dat zo’n uitspraak: 'Wees stil, de wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren'. Zo'n uitspraak is voor mij in eerste instantie heel helder. Maar als ik het goed lees, en nog een keer lees, wat daar nou precies staat, dan roept het alleen maar vragen op! De wereld onthult zich. Dan gaat het over beeld. Over wat er te zien is. Wat nu niet wordt gezien, omdat we niet stil zijn. En daar zie ik dan een discrepantie. Een discrepantie, want stil zijn heeft met gehoor te maken. Met geluid. Met luisteren. En onthullen, dat is tevoorschijn komen, dat is beeld. Dat is wat er te zien is! En gehoor en zicht zijn twee verschillende zintuigen. Als het gehoor niet werkt, als je doof wordt of doof bent, dan ben je afhankelijk van het zicht. En het gevoel. Als het zicht niet werkt, dan wordt er aanspraak gedaan op het gehoor. Dan ga je intenser luisteren. En ook daar gebruik je je gevoel wel bij. Maar wat als beide zintuigen, gehoor en zicht, niet werken!? Dan kan de ander niet ingezet worden om te compenseren. En dan kun je alleen maar afgaan op het gevoel. En gelukkig is er dan heel wat te voelen. Met handen en voeten. De temperatuur. Droog, nat. Ruiken. Proeven. Je kunt de wind voelen. De zon. De regen. Je kunt materialen voelen. De vormen ervan. Hard en zacht. En misschien wordt er wel bedoeld met 'wees stil', zet je gehoor en zicht uit en voel om je heen, de wereld! De wereld in al zijn vormen, met al je andere zintuigen. Dan is luisteren eigenlijk een metafoor voor voelen. Want als luisteren bedoeld wordt met je oren opvangen en interpreteren, dan gaat het dus wél over geluid en dan betekent 'wees stil' afwezigheid van spraak en geluiden maken. Ja, als ik dit dan allemaal zo vertel... het gaat ook niet vanzelf; stil zijn! En helemaal als je dat nooit eerder hebt gedaan. Daar bedoel ik mee dan, dat je zonder gehoor en zonder zicht, stil bent. En dat is wel te oefenen. En dat kan ook heel spannend zijn, want als je niks ziet en niks hoort, dan ben je afhankelijk van alleen die andere zintuigen. Er zijn mensen die hebben het syndroom van Usher. Die mensen die raken heel langzaamaan hun zicht en gehoor kwijt. En die gaan de wereld dus op een gegeven moment op een hele andere manier beleven. En dan wordt leven wel een hele opgave. Maar als je dan op een andere manier leert voelen, dan kun je daar wel heel wat mee doen! Maar zou dat de bedoeling zijn, van die uitspraak? De uitspraak van: 'Wees stil, de wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren'? Ik stel me even zo voor dat je dus niets kan zien en niet kan horen, is dat dan stilte? Ik ben er ook nog niet helemaal over uit. Volgens mij heb ik wel vaker dat ik een aflevering met een vraag afsluit, omdat ik het antwoord ook niet weet. Af en toe raak ik zelf ook een beetje in de war hè! Dan gaat het alle kanten op. Dat heeft ook te maken met dat 'nu'. En dat doet me weer denken aan een vraag die ik pasgeleden gelezen heb en waar ik zelf ook weer antwoord op heb gegeven. En die vraag was: ‘Welk moment van vandaag zou je anders kunnen ervaren als je er je volledige aandacht aan zou geven?’ En dan ga ik al meteen, dan heb ik dat woord 'een moment, een moment in volledige aandacht' een moment dat is een tel. Dat is een seconde. En dat is wel erg kort. En dan is het raar om momenten te noemen. Fijner vind ik het dan als het een hele tijd lukt om met volledige aandacht iets te doen. Om dan aanwezig te zijn. Als ik volledig erbij ben door niets te denken, dan komen er juist allerlei ideeën binnen waar ik vervolgens verder over nadenk. Dat nadenken en dat uitwerken, daar verder op ingaan, gebeurt steeds weer in het 'nu'. Dus het is best een rare gedachte 'leven in het 'nu'' als je beseft dat dat ook kan betekenen dat je met volledige aandacht iets opschrijft of iets vertelt, zoals ik nu ook dit aan jou vertel. Dat dat ook leven in het 'nu' is. En dan is ook die hele uitspraak: 'leven in het 'nu'', is ook een uitspraak door iemand uitgedacht. En ik begrijp wat er bedoeld wordt met leven in het 'nu' en als ik dit nu weer zo opschrijf dan heb ik zo van: alles wat we doen, doen we in het 'nu'. Ik ga hier nog een keer weer verder op in. Ik denk dat die uitspraak: 'Wees stil' ook wel even nu heel goed past. Wees stil. Ik ben hierna even weer helemaal stil... Dank je wel voor het luisteren naar de podcast 'Evenwicht, je leven'. Seizoen 11, aflevering 12: Wees stil. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En tot de volgende keer!

    10 min
  4. 11 Oorverdovend

    MAY 6

    11 Oorverdovend

    Je hoort het wel vaker, het woord 'oorverdovend', maar wat betekent het eigenlijk? Wanneer is iets oorverdovend?  (foto: Pixabay- AsoyID) Volledig transcript  Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En je luistert naar Paula Hijne. Dit keer begin ik weer helemaal zelf in plaats van dat het het radioprogramma is, want de vorige twee afleveringen dan hoorde je meteen al dat het de intro was van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?' Maar dit keer weer een solo-aflevering. Dit is seizoen 11, aflevering 11: Oorverdovend. Oorverdovend. Ja. Wat is dat een gek woord! Of is het eigenlijk wel een logisch woord? En dat ben ik eens gaan uitzoeken. Je zou kunnen denken bij het woord oorverdovend dat het gaat om een stofje dat het oor doof maakt. Zoals ook door narcose kan gebeuren. Gentamicine is zelfs een vloeistof die het oor en de evenwichtsorganen helemaal uitschakelt. En dan het oor ook blijvend doof maakt. Maar dat wordt niet bedoeld met het woord oorverdovend. Oorverdovend is een bijvoeglijk naamwoord. Het hoort voor een zelfstandig naamwoord te staan en dan zegt het iets over dat zelfstandige naamwoord. Bijvoorbeeld zoals de ‘blauwe’ auto of het ‘grote’ huis. Maar welk woord past er dan voor oorverdovend? Hoe kan het als bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden? Is dat dan ..ehm.. oorverdovend applaus? Of oorverdovende herrie? Dat vind ik trouwens een beetje dubbelop. Ik heb dat voorbeeld wel gevonden, oorverdovende herrie. Maar herrie wil al zeggen dat het een heel luid geluid is. En dat geldt ook namelijk voor het woord oorverdovend. Dat woord hoort bij lawaai. Het geluid is extreem luid. Het is keihard. Het is hels. Het is zó hard dat het bijna doof maakt. Of, hoe het ook uitgelegd wordt: het oor kan niets anders meer waarnemen dan het geluid zelf en geen andere geluiden meer. Het woord oorverdovend is in de taal een stijlfiguur. Het is een contradictie. En contradictie betekent een tegenstelling. Een tegenspraak of tegenstrijdigheid. En dat wil zeggen: een situatie waarbij twee beweringen of waarnemingen die elkaar uitsluiten, tegelijkertijd waar moeten zijn. Ze noemen het ook wel contradictio in terminis. En voorbeelden daarvan zijn: een humane oorlog. En dat is raar want een oorlog is nooit humaan! Of bindend studie-advies. Ook zo'n raar woord, terwijl het vaak gebruikt wordt. Maar advies is juist iets wat níet bindend is. Want daarom is het een advies. Vloeibaar ijs. Ook zo raar! Want het is pas ijs als het in een vaste toestand komt. Een plastic glas. Dat is ook een hele vreemde. Het is óf plastic óf het is glas! Het kan niet tegelijkertijd! Terwijl we wel weten wat er bedoeld wordt, want het is namelijk zo'n bekertje van plastic. Dat had je natuurlijk allang begrepen! Wat ook een contradictie is, is eerlijke politicus. Jammer ook dat dat helemaal niet bestaat, toch? Met deze voorbeelden die ik net gaf, begrijp ik het woord oorverdovend nog niet helemaal. Het oor is een lichaamsdeel. En het bestaat uit een oorschelp en een buitenoor, middenoor, binnenoor. En verdovend wil zeggen dat het niet meer goed werkt. Dat iets verdoofd is, zodat het geen pijn meer doet! Zoals dan bij narcose ook gebeurt. En zowel het oor als de oorschelp dat kan allemaal verdoofd worden. Maar dat betekent dat woord oorverdovend dus weer niet hè! Het gaat om geluid van buitenaf dat zó luid is dat het binnenoor niet meer goed kan werken. En ook het doorgeven van de geluidsprikkels, door de gehoorbeentjes die in het middenoor zitten, die werken dan niet goed meer. Eén van de gehoorbeentjes is er zelfs voor gemaakt om te luid geluid te dempen, voordat het doorgegeven wordt aan het binnenoor. En als dat dus niet meer goed werkt, als dat niet gedempt meer kan worden, dan kan er echt schade ontstaan in het binnenoor. En dat ontstaat weer in het slakkenhuis, want in het slakkenhuis daar zit ons eigenlijke gehoororgaan. En geluid kan dus oorverdovend zijn. Maar wat als je tinnitus oorverdovend is? Want zo voelt het wel, af en toe bij mij. Het geluid wat ik binnenin mijn hoofd hoor, dat is dan zó ontzettend luid! Het lijkt dan wel of er een soort scherm zit. En geluid van buitenaf moet dan eerst door dat scherm heen, en dat betekent ook dat spraakverstaan steeds moeilijker voor mij wordt. Juist als mijn eigen tinnitus heel luid is, wordt het moeilijker om geluid van buitenaf goed te ontvangen. Goed op te vangen. Dan gaan we weer even terug naar het geluid van buitenaf. Dan kun je het hebben over oorverdovende muziek. En gelukkig kun je bij oorverdovende muziek, veel te luide muziek, kun je gehoorschade voorkomen door het dragen van goede gehoorbescherming. Nog beter zou het zijn om het volume bij concerten, feesten en partijen om dat veel zachter te zetten. En in het vakblad Hoordetail stond een artikel over OORMERK. En dan OORMERK met hoofdletters geschreven. Dat is een nieuw live muziek-concept met een herkenbaar keurmerk. Een soort van label dat garandeert dat je naar een concert kunt gaan zonder oordoppen en zonder risico op gehoorschade. Waarom accepteren mensen dat een avondje uit risico's met zich meebrengt voor hun gehoor?! Het is zelfs zo, dat bij hoge volumes, dus bij veel te luid geluid, de details en de dynamiek in de muziek verdwijnt. Het geluid wordt ook veel platter, het wordt minder gelaagd. En dit heeft Mike Manders gezegd die het initiatief OORMERK helemaal omarmt. Mike Manders is een geluidstechnicus. OORMERK zelf is een initiatief van Chris van Kreij en Mike Hendrixen. Wat zij zeggen: als je goed mixt, de muziek goed mixt, op een lager niveau, op een lager volume bedoelen ze dan, dan hoor je meer nuance. Je hoort meer ruimte en meer emotie. En dan kun je veel meer genieten van de muziek. Muziek die je raakt. En die je morgen ook nog goed kunt horen! Want er is geen gehoorschade. En dan hebben zij als slogan: ‘je geniet harder als de muziek zachter staat’. Als dat nou echt overal in Nederland 'gewoon goed' wordt, en dat dat keurmerk OORMERK bij elk concert standaard wordt, dan hebben we geen last meer van oorverdovende muziek. En dan is het een bijvoeglijk naamwoord hè! Wat is dan oorverdovende stilte? Hier gaat het ook over een stijlfiguur. Het is een oxymoron. Een oxymoron dat zijn tegenstrijdige woorden die tegengestelde betekenissen met elkaar combineert. Een voorbeeld is dan bijvoorbeeld ‘oud nieuws’. Of ‘georganiseerde chaos’. Een ‘publiek geheim’. ‘Per ongeluk expres’. En dus ook oorverdovende stilte. Dat klinkt best gek hè? Dat is écht een tegenstelling. Want oorverdovend is dat hele veel geluid en stilte is juist dat er helemaal geen geluid is. En het betekent dan ook ‘oorverdovende stilte’, dan gaat het om de stilte die enorm en veelzeggend is. Dat is dat als er iets gezegd wordt en niemand reageert daarop, dan kan dat voelen als een oorverdovende stilte. Of het kan ook betekenen dat het aangeeft hoe zwaar de afwezigheid van geluid is. Dat er juist helemaal geen geluid te horen is. En dan lijkt het wel alsof je doof bent! Dat bedoelen ze dan met oorverdovende stilte. En ja met al die mogelijkheden rondom oorverdovend, ja, ik blijf het nog steeds een heel gek woord vinden. Ik weet niet wat jij ervan vindt? Ik heb het uitgezocht, ik denk dat ik het nog steeds een raar woord blijf vinden. Oorverdovend. Dit was seizoen 11, aflevering 11: Oorverdovend, van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

    10 min
  5. 10 Zonder beeld 2

    APR 29

    10 Zonder beeld 2

    Dit is het interview met Chris van Wijk, 2e uur. Van het radioprogramma Hoor jij wat ik hoor? Zonder de muziek. Deze aflevering is 38 minuten. Volledig transcript  Ja, welkom terug bij het tweede uur ‘Hoor jij wat ik hoor?’ En ik ben in gesprek met Chris van Wijk. Chris, die ziet de wereld op een hele andere manier. En daar hebben we het ook over, daar ben ik ook heel erg nieuwsgierig naar. En hij heeft al in het eerste uur daar heel veel over verteld. We gaan daar nu even mee verder. Want Chris, er zijn heel veel woorden die pas betekenis krijgen als je ze kunt zien. Bijvoorbeeld kleuren. We hebben het net al even gehad over kleuren, even, tijdens de muziek werd dat even zo besproken. Maar kleuren, die heb jij niet hoeven leren op school. Ooit. - Nee, (ha) maar ik wil eigenlijk beginnen met zeggen, kleuren zijn voor mij eigenlijk, heel gek misschien dat ik het zeg, maar kleuren hebben voor mij geen betekenis. Nee, daarom. Maar zo zijn er, denk ik, heel veel dingen die andere kinderen op de basisschool allemaal leren, die jij nooit hebt hoeven leren, omdat je het niet kan zien.  - Hoeven leren, kunnen leren. Ja, inderdaad, maar klopt. Ja, er zijn wel dingen die ik natuurlijk anders heb. Maar net zoals we het eerder al hadden. Braille leren. Ik bedoel, een ziend kind hoeft geen braille te leren. Dat heb ik natuurlijk wel moeten doen, dus.. Ja, dat wel. Er zijn wel dingen anders dan regulier onderwijs. Ja, maar bijvoorbeeld ..ehm.. afstanden. Jij kunt wél iets invoelen wat een afstand is. Als het gaat over dat je weet dat je van Weesp naar Zeewolde gaat. Dan weet je dat daar een bepaalde afstand tussen zit. - Dat weet ik puur omdat ik dat heb opgezocht op Google. Ik weet dat het ongeveer 35 kilometer zou moeten zijn. Ja, maar heb je dat ook dan op school geleerd? Kilometers, meters, centimeters. Kwam dat ook aan bod? - Geleerd als in? Nou ja, bij rekenen bijvoorbeeld. Het is een onderdeel bij rekenen. En dan moest je het omrekenen. Hoeveel meter is een kilometer. - Oh, zo. Oh ja man, dat is heel ver terug. Het hele metriekstelsel. - Nou, niet zo gedetailleerd in elk geval. Nee, kijk. En als we het hebben over haardracht. Over hoe mensen hun haar dragen. Zegt dat iets voor jou? - Nou, mij persoonlijk niet. …Ehm… ik weet natuurlijk wel dat er heel veel mogelijk is. Ja, nee, maar voor mij heeft dat verder niet veel toegevoegde waarde. (ha) Nee, nee. Iemand kan heel lang haar hebben. Of juist heel kort haar. Het kan stekelig zijn. Of heel krullerig. - Dat klopt. Zeker. Dat zijn details. Maar ja, goed, ik heb ja, zolang ik dat haar niet voel heb ik daar verder… ja, betekent dat voor mij niet zoveel. En als we het hebben over kleding, je noemde het zelf al. Uiterlijk zegt jou niet zoveel. Maar kleding is wel wat je aandoet. Wat een bepaald gevoel heeft. Hoe dat op je lichaam is en zo. - Ha, ik moet even terugdenken aan alle keren dat ik met mijn moeder kleding ben gaan kopen. En dat ze mij dan iets aandeed, waarvan ze zei: ‘Het ziet er goed uit’. En ik zei: ‘Mam, dit zit niet goed. Ik ga het niet dragen. Dus koop het vooral ook niet. Nee, dus het moet wel goed zitten, qua gevoel. Qua, hoe het op je armen zit. Op je huid zit. Op je nou ja, op je billen zit. - Ja, dat is leidend. Zeker. Ja, daarom, het gaat meer om het gevoel, wat het dan geeft. - Het gaat voor mij meer om het gevoel. De ziende wereld om je heen, wil nog wel dat je er goed of netjes uitziet. Maar dat is voor mij, ja bijzaak wat dat betreft. Want het moet vooral lekker zitten. Wat wel bij jou ook helpt als informatie is ook de geur. Dat is wel voor jou een informatiebron, hè? Hoe iemand ruikt. Hoe een omgeving ruikt. - Geur kan voor mij heel veel duidelijk maken. Ja. Ja, dat kan ik me voorstellen. Dat dat dan leidend kan zijn in waar je bent. En ook of je je daar prettig voelt. Of niet. - Ja zeker. Ja, nou zijn er heel veel woorden. Voor het woord ‘zien’. We kunnen kijken. We kunnen turen. Loeren. Focussen. Staren. Dat zijn allemaal woorden die we gebruiken voor ‘zien’. Toen ik dat opschreef, dacht ik van hoe zit het eigenlijk bij horen? Ken jij andere woorden, die op die manier passen bij horen? - Ehm… nee. Ik heb het ook niet gevonden. - Tenminste, niet dat ik weet. Gek is dat toch!! Dat we dus bij zien, ongelófelijk veel andere woorden hebben. En dat we bij horen, dan heb je het over geluid… heb je allerlei soorten tonen. De vorm van het geluid. - Ja, het waarnemen van geluid. Maar nee horen. Verder dan horen kom ik ook niet echt eigenlijk. Nee gek is dat hè? Die vond ik heel gek. Nou, heb ik zelf ook weer ontdekt. Maar het klopt ook dat jij daar geen andere woorden voor hebt. Jij weet wel, denk ik, of een stem voor jou prettig klinkt. Of niet. - Ik heb ooit in een tv-uitzending gezegd -dat geldt overigens nog steeds- en dat is zo'n 14 jaar terug (langer zelfs) ehm… maar dat, ja voor mij is ook stem leidend of hoe ik me bij iemand voel. Vrienden of zo. Kies ik ook voor een heel groot deel uit om de stem. Als iemand een lelijke stem heeft, ja dan… dat trekt mij niet. Dan denk ook bij mezelf van nou ja… dan ga ik er toch zo min mogelijk een gesprek mee aan, want, ja, dat bevalt niet, zeg maar. Het klopt niet in mijn ogen. Dan kun je er ook niet zoveel mee. Nee, dat kan ik me voorstellen. Dat juist… jouw gehoor is dus ook veel beter ontwikkeld. - Fijn dat je dat ook al gelijk goed benoemd. (ha). Ja maar de meeste mensen -en ik snap dat ook wel weer- die zeggen dan ‘Ja, maar je bent blind toch. Dan kun je het ook veel beter horen?’ Wie zegt dat? Ik denk dat ik me inderdaad veel beter concentreer op mijn gehoor. Omdat ik ervan afhankelijk ben. Maar of ik het ook daadwerkelijk beter hoor? Dat betwijfel ik. Nou, dat zijn nuances, jij hoort andere nuances in geluid dan wat wij horen. Gebruik jij ook echolocatie? -Echo-localisatie? Jazeker. Niet extreem vaak. Er zijn mensen die er veel gedrevener in zijn dan ik. Maar echo-localisatie kan voor mij wel inderdaad van pas komen. Jij hoort als jij een muur nadert? - Als ik me daarop focus, dat moet ik er wel bij zeggen, ja dat kun je horen, ja. Oké, ja. Dan is voor jou ook gehoorbescherming in situaties waar heel veel geluid is, voor jou nog essentiëler om te gebruiken. - Ik ga nergens heen zonder gehoorbescherming, als het om festivals of concerten gaat. Ik kan me goed voorstellen. Dat is zeker belangrijk dan. En Chris, jij bent zelf DJ bij de Lokale Omroep Zeewolde. Er zijn dus waarschijnlijk luisteraars die jouw programma wel eens hebben gehoord. Of tenminste op het moment dat jij ook de muziek hebt ingestuurd, en zo. Wat voor muziek draai jij in het programma wat jij dan deelt? - Ik moet het even breder trekken; ik ben inderdaad DJ in vrije tijd. Dat klopt. Ik draai over het algemeen Psytrance. En ehm.. ja, ik lever inderdaad eens in de vier weken een mix aan voor de Lokale Omroep Zeewolde. Verder draai ik wel eens op feestjes, bruiloften van mensen. Vorig jaar ook wel op het Beachfestival hier gedraaid, in Zeewolde. Dat gaat dit jaar waarschijnlijk weer gebeuren. Dus er zijn mensen die jou waarschijnlijk wel gehoord hebben toen? Of gezien hebben op het podium? -Die kans bestaat, ja. Ja, oké, dus dan is het Chris van Wijk die dan bij het Beachfestival de muziek heeft geregeld. - Ik als DJ Cbeats heb dat gedaan. Ja, Sea beats? - Gewoon C. De C van mijn naam en dan Beats. Oké. Oké. En de muziek die jij uitkiest, luister jij dan ook eerst naar de teksten, die daar dan in voorkomen? - ehm… nou Punt 1 Psytrance is over het algemeen niet heel erg tekstueel. Maar voor mij is over het algemeen, ook in muziek, toch hoe… qua… hoe muziek in elkaar zit leidender dan de tekst. Ja. Oké. De combinatie van instrumenten? Van melodie? - Tekst, tuurlijk tekst kan [niet verstaan] breken, maar… nee, als ik een nummer hoor dan let ik eerst op hoe klinkt het? Als het dan interessant klinkt, dan denk ik oké. Dan ga ik me focussen op tekst. Maar nee, voor mij echt inderdaad hoe het klinkt is leidend. Ja. Melodielijnen en zo? Ja, en welke instrumenten er gebruikt worden, want dat is een groot verschil. Dat is een groot verschil. - Of je een tune hoort; ja of nee. Dat is ook een afgang. Ja! Nou, tegenwoordig is er heel veel AI-muziek natuurlijk. Hoor jij verschil? Of het AI is? - Ik wil zeggen ‘ja’. Ik weet dat er mensen zijn die dat namelijk kunnen horen. Er zijn geluidtechnici die dat verschil heel duidelijk kunnen horen. - Zeker. Als je goed luistert kun je dat horen. Waaraan hoor je dat? Toch wat instrumenten met AI. Ik weet niet, het klinkt gewoon kunstmatig. Je hoort gewoon… Je hoort aan iets dat het niet ingespeeld is door een keyboard of wat dan ook. Ja, dat vind ik dan knap. Want voor mij, ik hoor die nuances niet meer in de muziek. Dat is voor mij allemaal weg. Ik hoor soms ook hele bepaalde instrumenten niet. - Dat is jammer. En bij nieuwe muziek is dat ook lastig, hè? Want bij nieuwe muziek kan mijn brein niks invullen. Dus dan is het af en toe, nieuwe muziek is gewoon chaos. Dan heb ik echt van wat hoor ik nou toch?! - Oh jeetje. Ja, kan me dat niet heel goed voorstellen, maar ik kan me wel voorstellen dat dat voor jou... dat het anders is. Ja. Ja. We gaan even luisteren weer naar Ben Platt, want we hebben toch ook muziek in dit programma. Andere muziek dan wat jij draait dan tijdens jouw DJ, als jij als DJ werkt. Ben Platt is een zanger. - Ken ik ook. Ja, ken je hem wel? - Ja zeker. Dit nummer heet Older. Wanneer je jong bent,...

    38 min
  6. 9 Zonder beeld 1

    APR 22

    9 Zonder beeld 1

    Dit is het volledige interview met Chris van Wijk. Radio opname Hoor jij wat ik hoor? 1e uur. Zonder de muziek. Deze aflevering is 36 minuten. (beeld is zwart, Chris ziet geen beelden) Volledig transcript  'Hoor jij wat ik hoor?' met Paula Hijne. Welkom bij 'Hoor jij wat ik hoor?'. Zoals gezegd een programma van Paula Hijne. Ik ben Paula Hijne, ik ben vrouw, ik ben ongeveer 1.64 lang. Ik draag een bril. En ik draag hoortoestellen. En dat is even om aan te geven, voor mijn gast, dat die een bepaald beeld van mij kan hebben. (ha) En ik ga mijn gast van alles vragen over hoe hij de wereld ziet. Mijn gast is namelijk Chris van Wijk. Welkom Chris. - Dank je wel. Ik heb altijd een eerste vraag in mijn programma. En daar wil ik mee beginnen. Ik weet niet of je mijn programma wel eens gehoord hebt, maar mijn eerste vraag is altijd: 'Hoor jij wat ik hoor?' - Dat is voor mij heel letterlijk. Ik denk het wel. Omdat voor mij namelijk mijn gehoor vanwege mijn gezichtsbeperking, ja eigenlijk gewoon essentieel is. En ik me daar heel erg op focus. Kun jij ook jezelf even voorstellen, Chris aan de luisteraars die jou nog helemaal niet kennen? - Ja, zeker. Ik ben Chris van Wijk. Ik ben 33. Ik ben volledig blind en ik ben woonachtig in Weesp. En verder ja, ..ehm... veel bezig met muziek, DJ'en in mijn vrije tijd. En ..ehm.. ja, wat kan ik verder over mezelf vertellen? Heel veel, maar dat komt aan de hand van de vragen wel, denk ik. Ja, zeker, ik heb heel veel vragen aan jou. Want ik hoorde dit van jouw moeder en jouw moeder vertelde ook wel dat jij heel graag daar over wil vertellen, over het feit dat jij de wereld anders ziet. Omdat de blind bent. Je noemde het net even heel snel. (ha) - Ja, voor mij is het natuurlijk. Ja, ik zie het zelf als je normaalste zaak van de wereld. Ik weet niet beter. Maar ik snap inderdaad dat het voor heel veel mensen iets gecompliceerder ligt ja. Het is iets anders ja en in zoverre ken ik het dat een beperking je in bepaalde dingen de wereld anders laat zien. Bij mij is het letterlijk de wereld horen, omdat ik juist niet goed hoor. - Exact ja. En dan, ik weet ook dat ik doof kan worden, dus dan dat ik ook strakjes een heleboel dingen niet meer kan horen. Onder andere ook muziek niet meer. Dat weet ik nu al, dat er een moment komt dat dat voor mij helemaal weg is. Maar jij hebt nog nooit kunnen kijken. Je hebt nooit kunnen zien. Klopt dat? - Nou, ja ik was, op zich het klopt, alleen ik ben wel ziend geboren, maar ik ben blind geworden na een half jaar. Vanwege mijn vroeggeboorte. Ja? - Door een netvliesloslating. En daarom ook dat jij, nou ja,.... Jij weet niet meer bewust dat jij iets gezien hebt dan? - Nee zeker niet, nee! Dan was je dus heel klein in. ..ehm.. wanneer wist jij zelf dat jij iets had wat andere mensen niet hadden? - Oh dat vind ik een hele goede vraag. ..ehm.. dat weet ik echt niet meer. Ik denk, ja, dat is gewoon natuurlijk vrij snel dat het je duidelijk wordt. Omdat je ja, je ouders laten dingen doorschemeren, je merkt gewoon dat je bepaalde signalementen mist die anderen wel meemaken. Ja, ja.... Het is een heel natuurlijk proces gewoon, denk ik, voor mij geweest. Heel natuurlijk, omdat ook jouw ouders daar dan op een natuurlijke manier mee omgingen? - Ja. Ja, die mazzel heb ik wel gehad ja. Ik heb inderdaad geluk gehad, altijd wel ..ehm.. ouders gehad die mij nou ja... Ja die mij daarin meenamen maar ook wel gewoon..... Ja, daar gelukkig normaal mee omgingen. Maar mij ook probeerden te betrekken bij het ja, bij alle normale dingen zeg maar. Bij alle dingen die in het gezin zo gebeurde dan? Hoe groot was jullie gezin? - ..Ehm.. 3 kinderen. En 2 ouders. Dus je hebt 2 broers, zussen? - Ik heb 2 zusjes, ja. 2 zussen. Zusjes? - Ja, ik ben zelf de oudste. Jij bent de oudste, kijk oké! Je hebt dus eigenlijk wel een andere jeugd gehad dan kinderen die kunnen zien? Hoe is jouw jeugd verlopen waarvan jij weet dat het anders is geweest? - Oeh dat vind ik een hele goede vraag. Maar ook gelijk een serieuze vraag, want ja, je hebt het over mijn jeugd. ..ehm.. laat ik het zo zeggen, ik was een jaar of 11, 12 toen ik me eigenlijk heel erg begon te beseffen dat ik heel veel dingen niet kon die zienden wel konden. Kijk ja.... - Dat kon dan gaan van op de computer spelen, tot buiten spelen, tot kleuren, tot ..ehm..... nou ja noem het allemaal maar op. Dus ik merkte heel snel dat ik daar wel.. ja hoe zeg je dat? Dat ik het anders moest gaan vormgeven. Dat dat ook best wel eventjes ..ehm.. nou, de nodige, ja, irritaties en frustraties heeft veroorzaakt ja. Ja, dat is dus toch wel gebeurd. Het is niet zo dat het allemaal vanzelf is gegaan? - Integendeel, nee. Oké. Naar wat voor een school ben jij gegaan dan? - Ik heb al mijn onderwijs meegemaakt op speciaal onderwijs. Ik ben naar Bartiméus in Zeist geweest. Je hebt zo maar globaal gezien 2 organisaties in Nederland voor blinden en slechtzienden. Je hebt Bartiméus in Zeist en nog een locatie in Lochem en weet ik allemaal. En je hebt Visio en dat is tussen... Meer in de omgeving Amsterdam. En ja ik heb de middelbare school en basisschool me gemaakt in Bartiméus. Dat is in Zeist eigenlijk. In Zeist? Oké. In Zeist aan de Utrechtseweg, ik weet niet of je dat weet? Dat adres? - Dat zijn inderdaad belangrijke details, maar dat klopt ja. Ja, want naast Bartiméus, zit ..ehm.. het Zonnehuis Stenia. - Ik weet niet of het nog zo is, maar toen was het wel zo. Toen was het wel zo. Nou daar heb ik namelijk gewerkt toen ik veel jonger was. (ha) - Oh dat meen je niet, zie je de wereld is klein... Ja, ja en wij kwamen ook heel veel mensen tegen daar die met blindengeleidenstokken liepen of met honden die dan van Bartiméus kwamen en die langs ons huis ook kwamen. - Daar kon ik er zo één van geweest zijn. HAHA! HAHA! Ja, nou, nee dat is wel... Jij bent 33, nee het is voor mij langer geleden dat ik daar gewerkt heb. Maar het zal nog steeds zo zijn dat daar ook heel veel mensen lopen die daar wel over de stoep, de weg, die zichtbaar zijn binnen Zeist! - Ja. Zeist is daar denk ik ook wel goed op ingesteld. - ..Ehm.. ja Zeist is daar onder andere goed op ingesteld. Maar ik heb ook zelf ..ehm.. een goede 10 jaar in Ermelo gewoond ..ehm.. daar was het ook goed.... qua voorzieningen eigenlijk. En waar zat je in Ermelo? - Ik ..ehm.. qua opleiding bedoel je? Ja, want daar heb je ook gewoond in Ermelo? - Ik heb gewoond in Ermelo. Ja, in het centrum. In het centrum? - Ja. Want daar is ook een instantie wat voor mensen is, die doof zijn en mensen die slechtziend zijn, blind zijn zelfs, daar is ook een locatie voor. - Ja. Maar daar zat je niet? - Nou, je hebt zeg maar inderdaad Sonneheerdt, ik denk dat je daarop doelt? Ja. - Dat is inderdaad met een groot terrein en appartementen en ..ehm.. hoe heet dat een opleidingslocatie. Dat had je. Maar je hebt ook nog inderdaad in een woonwijk ..ehm.. een 2 ja... een woning, die ze van 2 woningen 1 woning hebben gemaakt, dat heette de Wittenborgh en daar heb ik zelf zo'n 10 jaar gewoond. Dat was meer in het centrum maar wel met andere visie op beperkten. Oké. En in wat voor een huis woonde je dan? Woonde je echt helemaal op jezelf of was je daar met een groep mensen samen? - Nou, om een lang verhaal kort te maken, eigenlijk, je had je eigen kamer en sanitair en zo. Dat werd gedeeld. Je had gewoon 2 huiskamers, dus dat was een groepsding en je had een kamertje voor jezelf. Daar kwam het eigenlijk op neer, ja. Oké, en er was ook begeleiding bij in dat huis? - Ja, daar was in principe continu begeleiding aanwezig ja. En wat voor een opleiding heb jij gedaan, Chris? - Mijn laatste opleiding was een mbo secretarieel opleiding. Oké. En dat heb je dan ook in Ermelo gedaan? - Dat heb ik toen in Ermelo gedaan, ja. Ja. Je noemde net helemaal in het begin dat je in Weesp woont. Hoe ben je dan in Weesp terecht gekomen? - Gelukkig via een goede vriendin van mij. Ik woonde daar dus in Ermelo in die groepswoning en ik was daar wel een beetje klaar mee. Als in: ik woonde daar al 10 jaar en ik ja, ik wou gewoon privacy. Ik begon me te irriteren aan dingen. Regeltjes ga de dan natuurlijk overtreden op een gegeven moment. En daar word je dan op aangekeken. Dus ik wou gewoon een plekje voor mezelf en toen via een vriendin van mij die zei op een gegeven moment: 'In Weesp hebben ze... -nou nu komen we bij Visio, dat is die andere organisatie- hebben ze een woontrain-traject. Zeg maar om zelfstandig te leren wonen met 2-3 keer per week ambulante begeleiding en verder mag je het zelf uitzoeken. Je hebt je eigen appartement'. Ik zeg: 'Nou dat is perfect. Geef me maar een email-adres dan kan ik even een mailtje sturen'. Ja. - Nou, dat gedaan en ..ehm..... ja, toen 2 weken later op intakegesprek gekomen en toen ben ik daar 3 maanden later ongeveer naar toe verhuisd. Oké, toen was je welkom daar. (ha) - Daar was gelukkig een appartement vrij. Ja. Ja, oké. Daar moest je natuurlijk wel op wachten. En hoelang woon jij nu al in Weesp? - We zitten nu op de 4 jaar. Ruim. 4 jaar? - Maar ik moet er wel bij zeggen, wel in een 2e appartement binnen Weesp, want bij dat woontrain-traject hoorde dus een appartement, maar dus ook de regel erbij: als je dat traject hebt af gemaakt, ja dan moet je ook dus voor jezelf woonruimte al dan niet hebben. Dus ik was, toen ik daar woonde eigenlijk vrij snel op zoek naar woonruimte. Dus dan ga je gewoon via de reguliere wegen zoeken...

    36 min
  7. 8 IJdelheid of veiligheid

    APR 15

    8 IJdelheid of veiligheid

    Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. Dit jaar is het op 15 april De Dag van de Fietshelm. Streven is dat binnen 10 jaar een kwart van de Nederlanders een helm dragen tijdens het fietsen. Wat mij betreft mogen dat er veel meer zijn. (eigen foto van mijn rode helm) Volledig transcript  Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 8: IJdelheid of veiligheid? Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. En ik heb het er wel eens eerder over gehad. En het is een knalrode! Dus die valt wel op! En die kleur die matcht niet altijd met mijn jas en kleding, maar daar hou ik dan ook helemaal geen rekening mee. En als ik een keer weg fiets, zonder helm, dan mis ik iets. Net zoals de autogordel. Als ik die niet om heb, dan voel ik dat direct als we gaan rijden. Dan mis ik dat. En dat heb ik dus met fietsen ook. Mijn helm is dus standaard geworden. En dat was niet eens zo eenvoudig om een goed passende helm te vinden. Ik heb namelijk een klein hoofd, eigenlijk maat kinderhelm. Maar een kinderhelm past niet, want die bolling van dat hoofd is dan veel te klein. Niet elk merk heeft kleine maten. En na vele helmen gepast te hebben, lukte dat bij een gespecialiseerde fietsenwinkel. Dat was een winkel gespecialiseerd in fietskleding en allerlei accessoires en zo, waaronder dan ook helmen. En het is geworden een Lazerhelm. Lazer met l a z e r. In omvang is die tussen de 54 en 61 centimeter. Hij is 270 gram en hij is van februari 2023. Dat staat nog steeds op een klein stickertje achterin de helm. En met een soort wieltje, in dat binnenframe van die helm, dan kan ik 'm zo draaien dat hij op de kleinste stand staat en dan past ie dus op mijn hoofd. En de bandjes om mijn nek, die moet ik wel steeds goed aantrekken, want die gaan tijdens gebruik, tijdens het fietsen en zo, raakt het toch wel steeds losser. Of als ik hem weer afdoe. En die moet ik elke keer voordat ik de helm opdoe, moet ik die bandjes wel weer even goed doen. En de helm heeft ook een kleine zonneklep en daardoor hoef ik niet per se mijn zonnebril op te zetten, in de zomer. Vooral in de zomer als de zon hoog staat, dan valt er net genoeg schaduw zo voor mijn ogen, over mijn ogen heen en dat is fijn, dan hoef ik niet altijd een zonnebril op. Dus kortom, met helm op fietsen is al heel gewoon geworden. En was dat maar voor iedereen zo. Dit jaar is het op 15 april, de Dag van de Fietshelm. Je hebt overal dagen voor, dus ook de Dag van de Fietshelm. En de campagne hiervoor heet: Zet 'm op! Het streven is om binnen 10 jaar een kwart van de Nederlandse fietsers aan de helm te krijgen. Dat is dus 25 %. In 2024 was dat zo'n 5 %. Dat is informatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. En bij fietsers die ouder dan 75 waren, was dat 20 %. Het streven is dus 25 % van alle Nederlanders, dat die een helm dragen. Dat is één op de vier! Ik vind dat heel erg weinig. Het streven zou moeten zijn ..ehm.. 80 % of misschien wel 100 %, dat iedereen met een helm op fietst. Want wielrenners, MTB'ers, cross-fietsers, skiërs, ..ehm.. schaatsers - schaatsers weet ik niet helemaal precies- maar al die andere sporters die dragen een helm! Zonder helm is hun sport zelfs helemaal onverantwoordelijk, toch? Voor deze groep sporters hoort de helm dus bij de standaarduitrusting. Dus waarom niet voor elke fietser in Nederland?! Toen ik een dame van boven de 80 ernaar vroeg, dat is een dame die met mij meedoet aan de sportles, op de sportschool, zij zei dat ze het niet nodig vond voor al die korte stukjes die ze fietst. Alleen als ze een lange fietstocht gaat maken, dan doet ze de helm op. Dus ze heeft wel een helm. En dan lijkt het alsof er op korte ritjes niets kan gebeuren. Maar je bent op de weg, je hebt maken met medeweggebruikers, je moet ergens oversteken, je kunt niet overal op een fietspad rijden. Dus ook op korte ritjes lijkt mij, dat je net zo’n groot risico loopt als op een lange fietstocht, toch? En dan een dame van boven de 80 die rijdt op een schitterende elektrische driewielfiets, en daarmee vloog ze uit de bocht. Ze is toen helemaal omgevallen en met haar hoofd echt op de grond gekomen. Lelijk verwond. Uiteindelijk is het goed afgelopen. Ze heeft een tijd in het ziekenhuis gelegen en gerevalideerd. En zij droeg ook geen helm. Ook voor mensen met een driewielfiets geef ik aan, ook dan is het goed om een helm te dragen. Dat ongeluk wat zij had, zij vloog echt uit de bocht, had ook helemaal niet te maken met medeweggebruikers. En de weg zelf was verder prima. Ze ging met een te grote snelheid de bocht door, waardoor ze de bocht niet goed kon nemen. Er zijn ook vrouwen die zeggen dat hun haar in de war komt. Ja, en ik moet natuurlijk altijd wel even mijn haar fatsoeneren als ik mijn helm afdoe, maar tijdens het fietsen heb ik daardoor nooit de haren meer in mijn gezicht. Dat had ik vroeger wel en nu nauwelijks. Nou heb ik ook korter haar, maar dan nog, ik heb altijd nog wel een pony, en die zou dan altijd nog in je gezicht kunnen waaien. Maar met een helm op gebeurt dat niet! En ook mijn haar wordt nauwelijks nat door de regen. Er zitten wel wat gaten in maar ja, toch, ik merk als ik in de regen fiets, dat mijn haar toch minder nat is geworden. Enige waar ik wel echt rekening mee moet houden is tijdens het op- en afzetten, dat is mijn bril en mijn hoortoestellen, want ja, die moeten wel goed blijven zitten. Moet ik altijd even goed controleren. Sowieso mijn bril merk ik meteen, maar mijn hoortoestellen moet ik altijd even checken, zitten ze nog goed in mijn oren. En ik hoorde ook van een man dat hij niet zo goed weet waar hij de helm moet laten als hij de fiets ergens parkeert. Nou ja, dat is iets om over na te denken. Dat weet ik nog wel, dat dat bij mij ook een van die dingen was wat ik me afvroeg toen ik een helm ging dragen, van wat doe ik ermee? Waar laat ik hem? Nou, ik doe hem tegenwoordig altijd in mijn fietstas. Ik heb gewoon standaard fietstassen op mijn fiets zitten. En ik doe hem daar altijd in de tas. Op dezelfde plek. En dat doe ik ook als ik thuis ben, als de fiets thuis staat. Ook dan gaat die in de fietstas. Dan kan ik hem dus nooit vergeten. Of als ik hem vergeet op te doen, heb ik hem altijd bij me. Kan ik hem zo weer wél op doen. Is me trouwens nog maar één keer gebeurd in het afgelopen jaar, dat ik hem even vergeten was. En 'm dus ook direct miste toen ik even aan het fietsen was, hè, wat ben ik vergeten en ineens: hé mijn helm. Maar omdat hij in mijn tas zat, kon ik hem zo weer op doen. En mijn man die doet ook de helm op en als hij de fiets parkeert, dan zet ie de helm vast aan de ketting waarmee hij ook de fiets vastzet aan een hek of aan een stang of een paal. En heel soms neem ik mijn helm mee, als ik een ..ehm.. tas heb die groot genoeg is om 'm in te doen, want ja, hij is maar 270 gram dus hij weegt helemaal niets. Hij is alleen best wel groot. Dus je moet wel een beetje een ruime tas hebben. En dat doe ik vooral als ik weet dat daar, waar ik de fiets parkeer, dat daar heel veel mensen langs lopen en zo, en dat vind ik nog wel eens ongemakkelijk worden. Dan doe ik de helm wel even in mijn eigen tas, dat vind ik dan net even wat makkelijker. Maar zo zijn er dus heel wat redenen om geen helm op te zetten. En het blijkt dat veel Nederlanders het ook gênant vinden. Dat las ik nu in de Kampioen, het magazine van de ANWB. Toen ik dat las dacht ik ook echt: zijn wij dan zo ijdel, dat we zelfs voor onze veiligheid geen helm willen dragen. Ik zeg dan 'we' maar daar bedoel ik dus de Nederlanders in algemene zin, want ik heb wél zelf altijd mijn helm op. En soms is het zelfs zo, als ik aan het wandelen ben, en er is even heel veel verkeer en ik moet daar oversteken, dat ik dan even aan mijn hoofd voel, ik heb mijn helm toch wel op?! Maar ja, die heb ik dus nooit op tijdens het wandelen, en dat mis ik dan! Er zijn ook getallen: Fietsers met helm hebben bij een botsing 60 % minder kans op ernstig en 70 % minder kans op dodelijk hoofd- en hersenletsel dan fietsers zonder helm. En dat is nogal een verschil! Fietshelmen kunnen dus een ernstige afloop voorkomen. Maar ja, ze voorkomen natuurlijk geen ongeluk hè! Want een ongeluk kan verschillende oorzaken hebben. En natuurlijk geldt dan ook het eigen fietsgedrag. Maar ook hoe het wegdek is. Of dat wel goed loopt of daar geen kuilen zitten of gaten, obstakels waar je tegenaan of overheen moet fietsen waardoor je kan vallen. Je hebt ook te maken met medeweggebruikers. Het zicht, staan er bomen in de weg of struiken, zodat je niet goed de hoek om kunt kijken. Met de weersomstandigheden. Slecht zicht bij... als het mistig is. Welke verlichting is er? Als dat donker is. Is er wel goede verlichting? En anders kun jij met je eigen fietslampen de weg vóór je verlichten. Stel dat er overal fietspaden zouden zijn? En dat overal waar geen fietspaden zijn, de weg zó is ingericht dat je heel veilig kunt fietsen, dan is het nog aan jezelf om dat veilig te doen! Ja, en dan pleit ik ervoor om maximaal 18 tot 20 kilometer per uur te rijden. Dat vind ik zelf een prettige snelheid. Dan kan ik namelijk alles nog wel goed overzien zonder dat ik te snel ga. En fietsspiegels gebruiken. Heb ik het wel eens vaker over gehad. Ik heb er twee op de fiets. Aan allebei de kanten, dus ik kan altijd achter me en schuin naast me zien, in één blik, als ik er even in kijk. Ik hoef er ook niet lang in te kijken. Want ik kijk voornamelijk naar voren, dat is het meest belangrijke als ik fiets. Er zijn tegenwoordig zelfs richtingaanwijzers voor op de fiets. Echt, ik heb het pasgeleden in een advertentie gezien. Ik ga nog even uitzoeken hoe dat is en hoe dat werkt en of dat ook op mijn fiets kan. Want dan hoef je niet per se je hand meer helemaal uit te steken. En in som...

    15 min
  8. 7 Evenwicht in beweging

    APR 8

    7 Evenwicht in beweging

    Tijdens de presentatie bij BeweegInn in Zeewolde ging het over ons zintuig evenwicht. Het was bijzonder om dit te mogen vertellen in dit unieke beweegcentrum. (foto is uitspraak die staat op de website van BeweegInn) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik maak deze podcast naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht. En daar vertel ik ook graag over. Dit is seizoen 11, aflevering 7: Evenwicht in beweging. Pas geleden heb ik een presentatie gehouden over het evenwicht. Het was alweer even een tijdje geleden. Het is zo fijn dat ik weer mocht vertellen over dat fascinerende zintuig. Dat heb ik gedaan in een beweegcentrum hier in Zeewolde. Het is geen sportschool. Want dat zou je bijna denken. Maar een sportschool, daar hebben mensen bepaalde associaties bij en dit beweegcentrum heeft als doel om mensen weer te laten bewegen, die niet bekend zijn met een sportschool of waarvoor dat een veel te hoge drempel is, om dat te gaan doen. Het zijn ook mensen die misschien nooit gesport hebben of juist een bepaalde beperking hebben, waardoor ze weer heel langzaamaan weer moeten gaan bewegen. In dit beweegcentrum hebben ze zo'n 12 toestellen staan, in één grote ruimte. En die hebben allemaal een soort motor, die zijn motor-ondersteunend. En als je dat gaat doen, dan is er een soort circuit-training. Je gaat zo al die apparaten langs. Het lijkt wel op andere beweegcentra, sportscholen die er zijn, waar ook zo'n circuit is waar je de apparaten achter elkaar zo gaat doen. Maar het verschil hierbij is, dat die motorondersteuning er is. Dat je dan als je daar op gaat zitten, dat het apparaat jou beweegt. En dan ben je wel in beweging, ook al doet het apparaat het. Het mooie is dat dat heel zacht kan zijn en heel erg ondersteunend. Maar dat je, als je meer kracht hebt of in bepaalde spiergroepen meer kracht hebt en op dat apparaat gaat zitten, dan kan je juist de kracht gebruiken, dan kan je er tegenin gaan. En dan wordt het actief en uitdagend. De bedoeling is dat de mensen die daar komen, op een gegeven moment weer meer vertrouwen krijgen in hun eigen lichaam. Dat ze zich sterker voelen. Dat ze zich soepeler voelen. En de klachten die ze hebben, dat die dan verminderen. Kortom, het gaat over plezier in bewegen. Om opnieuw weer plezier te krijgen in bewegen. Of misschien, als je dat nooit hebt meegemaakt, dat je daar dus plezier in krijgt. En dat zijn ook de zes pijlers die zij hebben in het beweegcentrum. Dat is: samen zijn en plezier. Een andere pijler is spierkracht. Flexibiliteit. Evenwicht. Energie en uithoudingsvermogen. En de zesde pijler is het mentale en sociale welzijn. Het is namelijk niet alleen maar in beweging zijn. Het is ook het samen komen met andere mensen, die ook daar in het centrum komen, waar je gezellig een praatje mee kan maken. Er is koffie en thee. Er is een gezellige tafel waar je kunt zitten. En toch houd je ook steeds contact met die ruimte waar al die mensen ook in beweging zijn. In die ruimte daar mocht ik die presentatie houden. Het is heel mooi, want die apparaten staan allemaal langs de wand en daardoor heb je een hele grote middenruimte vrij. En daar hebben ze gezellig wat planten staan en een tafeltje. Maar dat hebben we weggehaald en daar konden de stoelen allemaal neergezet worden en zodoende konden de mensen gaan luisteren naar mijn verhaal. Best een grote ruimte. Want zo hadden we wel ruimte voor 40 mensen! En zo veel mensen kwamen er dan ook luisteren naar dat verhaal over het evenwicht. En ik wil dat verhaal, wat ik verteld heb, wil ik hier nu delen en dan zal je waarschijnlijk, als je mij al heel lang volgt, er dingen weer in herkennen. Want tuurlijk herhaal ik een heleboel dingen over het evenwicht. Want dat is precies wat ik wil meegeven! Wat ik zo graag wil uitdragen. Ik begon met het welkom. En ik vertelde dat een vriendin aan wie ik vertelde dat ik bezig was met het boek over het evenwicht, en toen zei zij ineens: ik wist niet dat het evenwicht een zintuig is. En met dat zij dat zei, besefte ik ineens wat voor een belangrijk iets ik had om steeds te gebruiken. Juist de benadrukken dat het evenwicht een zintuig is! Wat voor mij al zo logisch was, is dus helemaal niet logisch! Ik heb toen heel kort even verteld over wie ik ben. En dat er ook weinig bekend is over het evenwicht. Dat mensen daar niet zo veel over weten. En toen zei ik: Laten we even stilstaan bij het evenwicht. Toen zei ik het nog een keer: Laten we even stilstaan bij het evenwicht. En toen hadden ze het nog niet door. Dus toen heb ik gevraagd: willen jullie allemaal komen staan. En we gaan even allemaal stilstaan. Dan zie ik de mensen al denken: hè, wat gaan we nu dan doen? En ..ehm.. dacht dat we kwamen luisteren, moeten we ook nog iets doen. (ha) En tijdens dat stilstaan, heb ik gevraagd of ze wilden voelen wat er gebeurde in hun lichaam. En dat was best moeilijk. En ik zie het gebeuren, maar ze hebben het zelf niet eens in de gaten. Wat ik zag namelijk was dat ze heel langzaam aan het bewegen waren. Niet iedereen. Maar de meeste mensen waren heel langzaam, heel zachtjes een beetje aan het wiebelen, naar voren en naar achteren. En dat was wat ik wilde horen ook, dat ze het zelf zouden voelen. En gelukkig was het er toen iemand die ook zei: Ik ga een beetje heen en weer. En dat werd beaamd door een heleboel andere mensen die ineens hadden van: Oh ja, dat heb ik ook. Toen heb ik ze wel weer laten zitten, want deze doelgroep mensen die er waren, waren mensen wel op leeftijd. En dan is het wel mooi om te zien dat er zo veel mensen die al ouder zijn, dat die toch geïnteresseerd zijn in dat evenwicht. Waarschijnlijk ook omdat de eigenaar van dit beweegcentrum aangeeft hoe belangrijk het is om dat steeds te blijven trainen. En ik heb toen ook verteld: Ons evenwicht staat altijd aan! Want de vraag was dan ook: hoe komt het dat we steeds zo'n klein beetje bewegen? Ja, dan zeggen ze van dat evenwicht is steeds aan het werk. Dat is steeds voor ons aan het zorgen dat je rechtop blijft staan. Ja, dat evenwicht doet dat, maar waardoor komt het dat je dan tóch nog een beetje beweegt? En dat is altijd een hele moeilijke vraag. En ik ga 'm nu hier dus in de podcast vertellen. Dus kom je een keer bij mij bij een presentatie en ik doe deze oefening, dan weet je al (ha) wat daar het antwoord op is: ‘We zijn namelijk altijd aan het ademen. En tijdens dat ademen, is er een kleine beweging in ons lichaam. En door die kleine beweging, is je evenwicht steeds aan het werk om dat de corrigeren. Ons evenwicht staat dus altijd aan. Het werkt altijd! Omdat we altijd aan het ademen zijn. En verder is het super gevoelig!’ Dat heb ik ook laten zien. Als ik met mijn ogen knipper, heeft het evenwicht dat allang gevoeld. Als ik mijn vinger strek dan is er al heel snel, supersnel een reactie gegaan naar die evenwichtsorganen die daar iets mee kunnen doen. Als ik m'n, ook al heb ik mijn schoenen aan, mijn grote teen omhoog doe, dan gaat er een heel snelle kettingreactie, zó snel, die evenwichtsorganen hebben het allang gevoeld dat dat gebeurde. Het is dan ook ons snelst werkende zintuig wat we hebben. Zo super gevoelig is het. En het derde principe, het derde inzicht wat ik in ieder geval wilde delen: Functie 1 en dat is perceptie. En perceptie is het voelen van het bewegen. Het voelen dat je bewogen wordt of zelf in beweging bent. Dat je vooruitgaat of achteruit. Opzij gaat. Of omhooggaat. Of ronddraait. Dat gevoel, dat je weet, ik ben aan het bewegen en ik ben aan het vooruit gaan of achteruitgaan. Een tweede kenmerk daarvan, van die perceptie, is het voelen: waar is de aarde? En dat voelen, waar is die aarde, dat is een hele belangrijke behoefte die we hebben. Het is zelfs een belangrijkere behoefte dan de behoefte aan eten. En als je dat beseft, dan krijg je door hoe belangrijk ons evenwicht voor ons hele lichaam is. Maar die behoefte weten we vaak niet. Dat weet je pas op het moment dat je het niet meer kunt voelen. En waarom vind ik hem dan heel belangrijk? Omdat ik weet hoe het voelt als je de aarde niet kunt voelen. En dat is, wanneer ik zo'n heftige aanval van draaiduizeligheid hebt. Heb ik natuurlijk al heel vaak over gehad. Ga ik nu verder niet op in. Maar het vertellen over die aanval van draaiduizeligheid en wat er dan met mij gebeurt, dat heb ik gebruikt om uit te leggen hoe belangrijk het is om die aarde te voelen. Toen heb ik de vraag gesteld: waar zit het evenwicht? Of eigenlijk, de evenwichtsorganen. En het grappige was, normaal krijg ik van die nietszeggende blikken zo van: nee, geen idee, weet ik eigenlijk niet. Nu waren er meerdere mensen die zeiden: het zit in je oor. Dan denk ik, nou volgens mij is daar gewoon over gesproken. Nou weet ik ook dat mijn boek af en toe daar op tafel ligt. Waar de mensen allemaal koffiedrinken met elkaar. En ik denk dat het daardoor ook wel eens besproken is. De evenwichtsorganen zitten in ons binnenoor. En toen heb ik dat even uitgelegd aan de hand van een hele grote plaat waar het oor op staat. In dat oor zitten dus twee zintuigen. Daar zit het gehoororgaan. En daar zitten de evenwichtsorganen. Ik heb ook verteld dat het evenwicht voor verschillende sensaties zorgt. Want het kan ook heel fijn zijn om in een draaimolen te zitten of een zweefmolen of als je aan het balanceren bent en je bent over een randje aan het lopen, hoe leuk is het als dat lukt!? Al die sensaties met het evenwicht kan ook heel prettig zijn. Daarna heb ik verteld over de samenwerking. De samenwerking tussen linker en rechter evenwichtsorganen, die samenwerking is heel essentieel. Dat heb ik laten zien door het voor- en achteroverbuigen. Met links en rechts dat die samenwerken. En met het 'nee' schudden van het hoofd. De samenwerking is zó dat we alle bewegingen in de ruimte...

    18 min

About

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/