Evenwicht, je leven

Paula Hijne

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/

  1. 5d ago

    10 Even niet meedoen

    Soms is het goed om te besluiten dat ik niet mee ga doen. (eigen afbeelding) Volledig transcript volgt nog: Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik krijg wel eens de vraag: hoe kom je aan al die onderwerpen voor je podcast? Ja..., ik heb een hele tijd geleden al een lijst gemaakt met allerlei onderwerpen. En de meeste onderwerpen staan er nog op, want meestal maak ik een aflevering met een thema dat op dat moment voor mij heel actueel is of recent is gebeurd. En zo ook deze aflevering. Dit is vorige week gebeurd, het is nu dat ik deze aflevering maak, 15 september en vorige week liep ik hier tegenaan. Dit is seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Ja, beschadigde evenwichtsorganen, je kunt er écht wel last van hebben. Ik had last van een koortslip en een paar nachten had ik ook niet goed geslapen. Ik had ook veel hitte-buien. En die kwamen om de haverklap en de tinnitus, die was loeihard. Dat had ik in eerste instantie niet eens in de gaten. Maar in een van die doorwaakte en doorweekte nachten, viel het me op! De tinnitus, hield die mij weer uit de slaap? Want ik lag niet te malen of te piekeren. Dus dat kon het helemaal niet zijn! Zou het dan toch veel te luide geluid zijn dat mij zelf uit de slaap houdt? Op woensdagochtend had ik mijn sporttas ingepakt en de les begint dan, de sportles waar ik aan meedoe, begint om kwart over 10. Meestal ga ik dan om half 10 of zo naar de sportschool. En nu was het iets later. Want ik was ja, druk aan het opruimen in mijn praktijkruimte, dus ik was de hele ochtend al in touw. En ik vergat een beetje de tijd. En om kwart voor 10 ging ik pas weg en onderweg voelde ik al dat ik niet zo stevig liep. Het voelt dan alsof ik een beetje zweef. En de avond ervoor had ik al een ja, iets van een korte draaiduizeligheid gehad, gelukkig zat ik wel in de stoel dus er gebeurde verder niets, maar dat voelde ik wel heel even. Maar dat was kort dus ik heb er verder niet bij stil gestaan. Maar afijn, tijdens dat lopen ging het moeizaam. En ik moest goed opletten dat ik recht liep en dat ik niet tegen de lantaarnpaal op liep.  Op de sportschool ben ik zoals gewoonlijk op de cross-trainer gaan staan. Daar begin ik altijd eerst mee, voordat de les begint. En toch voelde ik al dat het heel anders is dan andere dagen, anders was. Het was natuurlijk vorige week. Ik ben naar de trainer gegaan en hij keek me al ietwat bezorgd aan. En toen ik zei dat ik me niet helemaal prettig voelde, zei hij al: 'ja, dat zie ik aan je ogen.' En ik gaf aan dat ik wel mee ging doen met de les, maar dat ik misschien halverwege toch zou stoppen als het niet zou gaan.  Terwijl we stonden te wachten, voordat de les begon, met de hele groep samen, vroeg een medesportgenoot aan mij: 'hoe gaat het met je?' En ik zei al: 'ja ..ehm.. niet zo goed.' 'Ja, ik zie het aan je ogen,' zei ze toen terug. En ik vertelde ook een beetje over de instabiliteit en toen vroeg zij van: 'kan dat dan door de verandering van de luchtdruk komen?' En dat zou wel eens kunnen kloppen. Sinds ik Ménière heb, ben ik extra gevoelig voor al die weersveranderingen. Vooral die weersveranderingen die ja, grote veranderingen. En waarom bedenk ik dat dan niet zelf?!  Zo stonden we nog een tijdje te praten en toen zei ze ook: 'nou luister goed naar je lichaam'. En toen besloot ik: ik ga naar huis. Ik ga níet meedoen met de les. Dat heb ik tegen te trainer gezegd. En ik ben naar huis gegaan. Ik ben mij eerst gaan aankleden. Rustig de trap af. Ik kwam beneden en ze stonden al verbaasd bij de receptie dat ik al naar huis ging. Van 'hè, je hebt nu toch nog de les?' Dus ik vertelde dat ik me niet zo lekker voelde en dat ik dus naar huis ging. Toen wilden ze me niet zomaar laten gaan. Moest er niet iemand even meelopen? Of was het niet een idee om even te vragen of iemand mij naar huis kon brengen met de auto? Ja, misschien was dat toch wel een slim idee. Toen heb ik gevraagd... ik kan mijn man even bellen, maar ik heb nooit de mobiele telefoon mee, dus ik kreeg de telefoon van hun en ik heb gevraagd aan hem van: 'wil je mij tegemoet komen lopen?' Dan kom ik gewoon wel lopend naar huis en dan kon hij naar mij toe komen lopen. En eenmaal buiten in de koele lucht, toen voelde ik me gelukkig wel weer wat prettiger. En halverwege was mijn man dan bij me en zijn we hand in hand verder naar huis gelopen.  Na een tijdje rustig zitten, ik heb even geen koffiegedronken, ik kon nog niet lezen, dat lukte niet echt. Maar na een tijdje rustig zitten, ben ik gaan douchen. Heel rustig aan. En na de lunch ben ik op de bank gaan liggen en vervolgens heb ik de héle middag liggen slapen. Na het avondeten ben ik niet zo laat naar bed gegaan en heb ik weer de hele nacht geslapen! En dat was dus hard nodig! Waarschijnlijk was ik zó vermoeid dat ik dat niet eens in de gaten had dat het moeheid was. En dat het slapen mij ontzettend geholpen heeft. Want de volgende dagen die gingen weer goed. Ik kon weer fietsen. Ik ben op vrijdagochtend naar de yogales geweest. Daar zijn allerlei balansoefeningen bij en zelfs dat ging goed! Want dat heb ik ook als ik zo'n wiebeldag heb gehad, dat dan even daarna, de dagen daarna, al die balansoefeningen best moeilijk zijn. En dat was in dit geval niet zo.  Is zo'n wiebeldag, zo'n even-niet-dag, is dat nou het gevolg van de Ménière? En heeft dus dan toch echt die luchtdrukverandering daar invloed op? Of is er iets heel anders in mijn lijf aan de hand, wat ik helemaal niet weet? Maar in ieder geval is een van de functies van de evenwichtsorganen en van het hele evenwicht, dat is autonome beïnvloeding. Het reguleert de hartslagfrequentie. Het reguleert de bloeddruk en de ademhaling. In 'Evenwicht in uitvoering', in dat boek daar heb ik een heel hoofdstuk over geschreven, over die autonome beïnvloeding. Hoeveel invloed hebben de evenwichtsorganen hierop? Op die regulatie? De regulatie van die hartslag en bloeddruk en ademhaling? En welke gevolgen zijn er als die evenwichtsorganen dan niet meer helemaal goed werken? Wordt de hartslag en de bloeddruk en de ademhaling dan toch echt anders? Gaat dat niet meer helemaal zoals het bij gezonde evenwichtsorganen gaat? En zorgt dat ook voor die klachten van die hitte-buien? Dus de temperatuur in mijn lichaam, dat dat toch niet helemaal goed gereguleerd wordt. En zorgt dat dus ook voor die instabiliteit? Ik heb daar geen antwoord op gevonden. Toen niet en nu nog steeds niet! Volgens mij is er ook nauwelijks onderzoek naar gedaan, naar wat de gevolgen zijn als die evenwichtsorganen dus niet meer goed werken. Vooralsnog is het goed luisteren naar wat mijn lichaam aangeeft, het serieus nemen heel belangrijk en dan ook af en toe de keuze maken: ik doe even niet mee! Dit was weer een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Dit was seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

    10 Even niet meedoen
  2. Sep 9

    9 Praten, zeggen, vertellen

    Er zijn verschillende woorden voor praten. Ook in gebaren. Hoe zit dat met luisteren?  (afb handvorm voor praten- website Nederlands Gebarencentrum) Volledig transcript  Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen. Vroeger had ik nooit gedacht dat ik spreker zou worden. Ik wist niet eens dat het woord spreker bestond en dat het een soort beroep zou kunnen zijn. Daar ben ik pas veel later achter gekomen. Deze aflevering gaat over dat ik aan het spreken ben, maar meer over de woorden die allemaal te vinden zijn rondom het woord 'praten'. En hoe ben ik daar dan aan gekomen om daar een hele aflevering over te maken? Tijdens de gebarenoefengroep was het thema: werkwoorden. Zo zocht ik de gebaren op voor praten, zeggen en spreken. En sindsdien is het online gebarenwoordenboek van het Nederlands Gebarencentrum gratis en daar staan de gebaren dan met een filmpje. Dan zie je hoe het gebaar en ook de beweging gemaakt moet worden. En onder dat filmpje staat de handvorm, de vorm van hoe je je hand moet houden. En daaronder vind je gebaren die een link hebben met het woord dat je hebt opgezocht. Bijvoorbeeld het woord praten. Het gebaar voor praten, dat is met de handvorm 'open snavel'. Nou, je kunt met je hand een open snavel maken en in het filmpje zie je dat de snavel een paar keer open en dicht gaat. En dat je dat doet ter hoogte ongeveer van je mond.  Onder dat filmpje staan er gebaren voor: door elkaar praten, niet over willen praten en spreken. En dan kun je ook daar weer de filmpjes van vinden. En bij spreken staan de woorden erbij van: bespreken en overleggen. Daar zijn aparte gebaren voor. Als je dan verder gaat zoeken, dan zijn er ook gebaren voor: roepen, zeggen, schreeuwen en gillen, waarschuwen, vragen, antwoorden en zelfs de woorden uitleggen, verklaren, motiveren, vertellen, beargumenteren. Die hebben allemaal een eigen gebaar. En de meeste gebaren die worden dan vanaf mondhoogte gemaakt. Zo ook het gebaar voor toespraak, dat doe je ook vanaf je mond.  Vergaderen is een gebaar op borsthoogte. Dat is wel weer een beetje gek, want vergaderen doe je toch vaak met gesproken woorden. Dus dan wordt juist heel veel gepraat. Tenzij natuurlijk alle deelnemers doof zijn en Nederlandse gebarentaal de voertaal is. Maar meestal is vergaderen toch met gesproken woorden!  En opvallend is dat voor babbelen, kletsen en fluisteren, dat daar ook gebaren voor zijn. Maar er zijn zelfs twee gebaren voor! Ééntje voor als je babbelt in gebarentaal en hoe je babbelt in gesproken taal, daar is ook een gebaar voor. En zo is het ook voor kletsen en fluisteren. Dat vond ik wel heel grappig om te zien, dat fluisteren dus ook echt twee verschillende gebaren heeft. Als je dat in gebarentaal doet is het een ander gebaar dan wanneer je met gesproken woorden aan het fluisteren bent en daar een gebaar over maakt. En verder is er een gebaar voor communiceren en communicatie. Dat is hetzelfde gebaar. En dat wordt ook vaak gebruikt. Communiceren is natuurlijk veel breder dan alleen praten, want communiceren is natuurlijk ook mailen, dat is bellen, dat is WhatsAppen, op allerlei manieren. Terwijl het gebaar van communiceren toch weer ook vanuit de mond gebeurt. Het is een grote open C-hand, 2 C-handen en daarmee beweeg je heen en weer. Dat is het gebaar voor communiceren.  Maar in de Nederlandse taal hebben we nog meer woorden voor een manier van praten. Zoals ..ehm.. kwebbelen, ratelen, kakelen, klessebessen, murmelen. En daar zijn geen speciale gebaren voor. Laat maar praten, dan weer wel. En ook roddelen en liegen. Dat kun je in gebaren laten zien.  En dat zijn allemaal woorden die ik net genoemd heb, die we kunnen uitspreken. En dat doen we met onze mond en met onze stem! En wat ik dan vreemd vind is dat er zo veel praat-woorden ook in gebaren zijn. En dat die gebaren dan ook zelfs vanuit de mond of ter hoogte van de mond worden uitgevoerd. Terwijl de gebaren er oorspronkelijk zijn voor mensen die doof zijn en voor wie de spraak niet logisch is. Zij horen zichzelf niet praten. Ze horen ook anderen niet praten. En ze weten niet eens hoe gesproken woorden klinken. En dan heb ik het over mensen die dan ook echt nou bijna volledig doof zijn. Die gebruiken de Nederlandse gebarentaal, NGT.  In de periode dat kinderen doof geboren werden, en wél moesten leren praten, maar geen gebaren mochten maken, kregen ze heel veel logopedie. Zo leerden ze zich verstaanbaar maken. Zonder dat ze het zelf konden horen. Het lijkt mij een onmogelijke opgave om dat te kunnen. En toch ken ik mensen die dat hebben geleerd en die ik goed kan verstaan. Andersom verstaan ze mij niet en zijn ze dus volledig aangewezen op spraakafzien. Dus ik moet ze altijd aankijken als ik iets zeg. Ik kan nooit iets tegen ze zeggen terwijl ze met hun rug naar me toe staan, want daar horen ze niks van. En gelukkig kan ik tegenwoordig mijn spraak ondersteunen met gebaren.  Maar, kan het zijn dat die veelheid aan gebaren rondom dat woord 'praten' uit de tijd komt dat er wel weer gebaren gemaakt mochten worden, maar het doven-onderwijs nog erg onder invloed stond van het alleen leren praten met stem. Het is sowieso vreemd dat er een hele periode is geweest dat mensen die doof geboren waren, dat ze geen gebaren mochten maken en toch allemaal moesten leren praten. Dus dat praten was toch altijd nog heel belangrijk! Ook al konden ze er zelf niets van horen. En dan iets anders. Een tegenstelling eigenlijk van praten. Voor het luisteren zijn er weinig andere woorden in onze taal. Er zijn wel verschillende manieren van luisteren. Je kunt selectief luisteren, professioneel luisteren, begrijpend, technisch of actief luisteren, empathisch luisteren. Er zijn zelfs 3 niveaus van luisteren: Intern, gericht en globaal luisteren.  En andere woorden voor luisteren zijn: horen, aanhoren, opletten, beluisteren of doen alsof je luistert. Doen alsof je luistert, dat is Oost-Indisch doof. Dat is echt wel een andere term, maar dat is eigenlijk een soort uitdrukking. En Oost-Indisch doof, dan doe je alsof je iemand niet hoort, omdat je geen zin hebt om te luisteren. Maar dat is een beetje een ouderwetse uitdrukking en die stamt vanuit het begin van de 19e eeuw. Dat is de tijd van Nederlands- Indië, volgens het Genootschap Onze Taal.  Het zijn allemaal vormen van luisteren zonder dat er andere aparte woorden voor zijn gemaakt. Dat is toch gek! En in gebarentaal worden gebaren voor horen en luisteren vanaf het oor gedaan, ook wel heel logisch dan. En zo zijn er ook gebaren voor: niet-luisteren en het ene oor in en het andere uit. Maar meer heb ik niet kunnen vinden. Of ja, nog eentje dan. Erbij horen. Maar ja, dat heeft weer helemaal niets met horen met je oren te maken. En dat er weinig gebaren voor luisteren zijn, dat vind ik dan weer niet zo raar. Mensen die doof zijn kunnen niet horen, dus waarom zou je er verschillende gebaren voor moeten hebben?! Maar dat er dan in de Nederlandse taal ook weinig andere woorden zijn in plaats van luisteren en allerlei vormen van luisteren, ja, dat valt mij op! Alsof het luisteren veel minder belangrijk is dan praten! Voor praten zijn er héél veel andere woorden, heb ik net allemaal verteld. En voor luisteren is dat er helemaal niet! Tenminste, ik heb ze niet gevonden. Als jij ze wel weet? Laat het me dan weten.  En dan podcast, ja dat is hét medium waar gepraat wordt. Waar iets gezegd wordt of verteld. Ik spreek, ik vraag iets aan je, ik roep iets, ik leg uit, ik verklaar, ik motiveer. En soms waarschuw ik voor iets. ..ehm.. ik ratel en kwebbel en klets erop los! En jij, jij hoort mij! En als het even kan, luister je ook en begrijp je wat ik zeg. Maar meer is er niet. Is toch opmerkelijk, vind je niet?! Dit was seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen. Een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer.

    9 Praten, zeggen, vertellen
  3. Sep 2

    8 Opruimen

    Tijdens het opruimen van flink wat spullen, kwam ik erachter dat er verschillende manieren van opruimen zijn. En waarom vind ik het zo moeilijk om spullen weg te doen? (foto eigen afbeelding van spullen die ondertussen beter zijn opgeruimd) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. De ene keer vertel ik over ons fysieke evenwicht en over hoe dat werkt, ons evenwicht. En de andere keer is het iets met het psychisch evenwicht waar ik zelf mee te maken heb. En de andere keer is het weer iets wat mij bezighoudt, waar ik mee bezig ben, wat ik doe. Waar ik iets bijzonders over te vertellen heb, of wat me is opgevallen. En dit is weer zo'n aflevering dat uiteindelijk zorgt het dat het mij wel weer in evenwicht brengt. Dit is seizoen 12, aflevering 8: Opruimen. We zijn aan het opruimen, hier in huis. En met name in de garage. De garage bij ons bestaat uit twee delen. Het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. En het achterste deel dat is ja, onze opbergruimte. Ik kan het eigenlijk niet anders noemen. Daar staan een heleboel spullen in, gereedschap. Daar staat de koelkast, een extra koelkast met ook allerlei voorraden die we hebben aan eten. En zo ook een heleboel andere spullen die ik wil bewaren. Maar we krijgen daar nu een thuisbatterij. Dus die hele ruimte die moest sowieso leeg.  En toen hebben we bedacht, als we hem even helemaal leeg maken, dan kunnen we er een nieuwe vloer in leggen en ook behang. We hebben het plafond ook helemaal gewit. En alles is eruit! En ondertussen staan er nieuwe kasten in. Kasten met allemaal deurtjes, want we hadden allemaal planken staan, waar allemaal kratten op staan. Dat zie je dus de hele tijd. Dan zie je wel wat er is, want er staat op die kratten wat erin zit. Alleen, bij elkaar wordt het toch wel een rommeltje. Nou mag dat ook wel, want het is die garage. En toch wilden we dat opgeruimd hebben. Daar zijn we dus flink mee bezig. Een heleboel staat buiten bij ons onder de koof, dus het staat droog. Het is ook niet erg als het regent. En ondertussen staan de nieuwe kasten in dat deel van de garage.  We wachten nog op de thuisbatterij. Als die eenmaal geplaatst is, dan kunnen we ook alles in de kasten weer netjes opruimen. Er moeten ook nog wat extra planken in de kasten. Daar wachten we nog op, op de plankdragers, die zijn nog nodig. Zodat we al die spullen die daar stonden op een losse manier, dat bij elkaar goed verzameld zijn en zo. En dat het netjes allemaal achter deuren zit. Dan zie je dat verder niet meer. Dat vinden we eigenlijk wel netjes. Het mag wel een keer! En ik heb ook hierboven in mijn praktijkruimte, waar ik nú bezig ben, waar ik nu deze podcast opneem, daar stonden een héleboel spulletjes die ik had gekregen van een vriendin van mij, knutselspullen en zo. Want ze weet dat ik van allerlei dingen wil gaan maken en dat heeft zij voor mij verzameld. Maar dat heeft hier allemaal gestaan. En ik had wel een deel opgeruimd, maar een heel deel nog niet. Dus ook dat opruimen was ook nodig! Dus ik ben ook hier flink aan de gang gegaan. In de ruimte waar ik nu sta. En nu is er weer allemaal ruimte naast mij. Ik kan nu ook weer normaal bij het raam komen. Kan het raam opendoen, zonder dat ik over tassen en zo heen hoef te hangen.  En met dat opruimen, dacht ik ineens van: je hebt verschillende vormen van opruimen. Opruimen, bedacht ik zelf, dat is ook het ordenen. Het ordenen van dingen, voorwerpen. Bijvoorbeeld de puzzels, die wil ik dan netjes bij elkaar allemaal hebben. Ik wil de boeken netjes bij elkaar hebben. Tijdschriften, daar ligt een tijdschrift en daar en daar en dat dat weer bij elkaar komt. En dat dan ook de tijdschriften, dat ze bij elkaar horen. Dát is alles over het horen. Dát gaat ..ehm.. over een heel ander onderwerp. Dát gaat weer over een heel ander onderwerp. En daar dus, ja, nette stapeltjes van maken. Dan heb ik het ook weer goed geordend. Een andere vorm is het verplaatsen van die spullen. Dat doe je bij ordenen natuurlijk ook al, maar als ik bedenk dat sommige dingen die ergens liggen, dat het niet zo'n handige plek is, dan verplaats ik dat naar een andere plek. Ja, is dat dan opruimen? Er ligt bijvoorbeeld iets op tafel, nou een puzzel. Er ligt een puzzel op tafel, niet gemaakt, gewoon in een doos. En die ligt daar dan in de weg, want ik wil daar andere dingetjes neerzetten. Ik wil daar mijn kopje thee kunnen neerzetten. Dan is het handig dat ik die puzzel op een andere plek ga neerleggen! Dus dan ga ik verplaatsen.  Dan nóg een andere vorm is het netjes leggen. Het kan wel eens zijn dat ik een stapel boeken heb, en dat gaat een beetje schots en scheef. Dat dat een nette stapel is. Dus het netjes leggen is ook een vorm van opruimen. Als ik bedenk wat ik dan nog meer heb... Het kan ook zijn, spullen in de kast. Dan zie ik dat allemaal dat het een beetje schots en scheef staat, dan ga ik dat toch weer netjes achter elkaar zetten. Bijvoorbeeld in de koelkast. In de koelkast heb ik verschillende potjes staan. Dat zoet bij zoet staat en dan mooi achter elkaar. En dan als het gaat om bijvoorbeeld de augurken en de uitjes dat die ook achter elkaar staan. En zo maak je het weer netjes! Een andere vorm weer van opruimen, is dat je het ergens gaat opbergen. Dus je hebt iets, bijvoorbeeld die puzzels weer, en die puzzels die liggen dan in de weg. Die ga ik ook niet op dat moment verplaatsen naar een ander plekje in dezelfde kamer. Maar ga ik ergens anders opbergen. In een kast of in een la. En soms doe ik spullen in een doos. En dan doe ik meerdere dingen in een doos, zodat het allemaal wel bij elkaar ligt. Het kan ook af en toe in een krat. Totdat ik dat weer nodig heb of dat ik het weer ergens anders naartoe kan brengen. We kunnen ook opbergen hier in huis, sowieso natuurlijk in de kasten. Maar ook achter schotten. We hebben verschillende schotten hier. Een beetje onder het schuine dak zit dat dan. We hebben hier een schot, daar zit al het speelgoed van de kinderen nog achter. En bij ons op de slaapkamer hebben we een schot, onder het schuine dak, en daar liggen alle kampeerspullen achter. En boven op zolder, daar hebben we een héle grote ruimte, achter het schot. Daar staan alle kerstspullen. Daar staan oude foto's die we nog willen bewaren. Daar liggen de kussens ook die we nodig hebben voor de... voor de meubels buiten, als we in de zomer lekker buiten willen zitten, die zitten allemaal daarachter het schot. En dan is die andere vorm ook van opruimen, spullen naar een andere ruimte brengen. Er zijn dus spullen in die garage, die we heel graag daar weer willen hebben of die ík daar graag weer wil hebben. Maar ik heb daar ook spullen uitgehaald die ik weer naar een andere plek hebt gebracht. Die óf naar zolder zijn gegaan óf hier naar mijn praktijkruimte, dus dan kan je ze ook naar een andere ruimte brengen, op die manier kan je ook opruimen. Nóg een hele andere manier van opruimen is het wegdoen van spullen. En dat wegdoen dat kan zijn dat er spullen zijn die we aan de kinderen geven. Of aan familie. Dat we aan familie vragen 'heeft iemand hier nog wat aan?' Er zijn ook spullen die kunnen naar de kringloopwinkel. En er zijn spullen die we naar de stort doen. Gewoon omdat het ouderwets is. We denken dat niemand daar iets meer aan heeft, dingen die stuk zijn. Dingen die al zo verkleurd zijn, daar kan een ander ook niet zo veel aan hebben. Dus dan gaan we dat weggooien.  En dat wegdoen van spullen uit het huis, dat vind ik het allermoeilijkst. En ik heb me toen afgevraagd: waarom vind ik dat nou zo moeilijk? Mijn man zegt het ook altijd van 'de meeste spullen hier in huis die zijn van jou.' Hij is veel makkelijker in het wegdoen van spullen. Maar waarom vind ik dat dan zo moeilijk!? Voor een deel komt dat, van de spullen die emotionele waarde hebben. Waar ik herinneringen aan heb, zodat ik nog kan terugdenken. Of teruglezen. ..ehm.. brieven die ik bewaard heb. Spullen van de scouting, toen ik zelf als klein meisje kabouter was. Die spullen wil ik eigenlijk niet wegdoen! Dat zijn herinneringen, daar wil ik naar terug kunnen kijken. Zo zijn er ook nog allerlei spullen van de kinderen hier in huis, wat herinneringen zijn. Waarvan ik denk dat het ook emotionele waarde kan hebben voor de kinderen. Allebei de jongens wonen nog niet in een compleet huis. Als zij allebei in een eigen woning zitten met meer ruimte, dan gaan al die spullen ook naar hun toe. Hun eigen spullen die wij hier nog verzameld hebben. Geldt ook voor dat speelgoed wat hier nog in huis ligt, wat eigenlijk van hun is. Maar daarom vind ik 't wel moeilijk om spullen weg te doen, wegens die emotionele waarde! En ander aspect daarvan, waarom ik het zo moeilijk vind, is dat, ik ben ook spullen aan het verzamelen. En die verzameling wil ik dan uitbreiden. Ik ga het wel eens een keer hebben over een verzameling die ik hier in huis heb, die zich heel langzaam uitbreidt en soms in.... met een heleboel dingen tegelijk. Heb ik volgens mij nog nooit eerder over gehad. Maar het is leuk, als je iets hebt, dat dat meer wordt. Bijvoorbeeld wel die puzzels ook die ik heb, af en toe wil ik ook een nieuwe puzzel kunnen maken. Niet een puzzel die ik al 2 of 3 keer heb gemaakt, dan vind ik het leuk om een nieuwe puzzel te maken. Maar daardoor breid ik natuurlijk de hele set met puzzels... dat wordt steeds meer. Eigenlijk een verzameling geworden.  Er zijn ook spullen waarbij ik dan heb van hè, die heb ik heel vaak gebruikt! Nu niet, maar ik ga het zéker nog wel weer een keer gebruiken. Dus wil ik het niet wegdoen, want het is zo bruikbaar nog. En het is nog goed. Dus waarom zou je het wegdoen? We hebben er de ruimte voor. Het ligt niet in de weg. Nou, dat kan ik gewoon nu nog bewaren, gaan we niet weggooien. Handig om nog een keer te gebruiken.  En er zijn ook spullen die ik heel weinig heb...

    8 Opruimen
  4. Aug 26

    7 Lichtschijnsel

    Licht in de nacht, daar schrok ik van als klein meisje. Ik kwam erachter wat het was en daarna werd het een veilig licht. (afb van de vuurtoren Burgh Haamstede-Pexels-DiePhotoPotato) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 7: Lichtschijnsel. En dan begin ik met een verhaal uit het boek: 'De 7 eigenschappen van effectief leiderschap' van Stephen Covey. In dat boek staat een verhaal wat is geschreven door Frank Koch: ‘Twee oorlogsschepen die voor de oefening deel uitmaakten van het eskader waren al dagen bezig met manoeuvres in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde stond ik op de uitkijk. Het was al avond. Flarden mist belemmerden een goed zicht. De kapitein bleef daarom zelf op de brug en hield alle bewegingen goed in de gaten. Vlak nadat de duisternis was ingevallen, meldde een wacht 'licht aan stuurboord.' 'Recht of niet', riep de kapitein? 'Recht kapitein', antwoordde de wacht. Er bestond gevaar voor een aanvaring. De kapitein riep tegen de seiner: 'Sein: aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden.' Er werd terug geseind: advies aan u, verander uw koers 20 graden. De kapitein zei: 'Sein: ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden'. 'Ik ben stuurman 2e klas', was het antwoord, 'verander uw koers 20 graden'. De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: 'Sein: dit is een oorlogsschip, verander uw koers 20 graden'. En daarop kwam het signaal: ‘Dit is een vuurtoren’. En wij veranderden van koers.’ Dit verhaal is een paradigmawisseling. Een paradigma is een soort referentiekader wat je hebt, een soort model, en dat verandert compleet! Op het moment dat je denkt nog steeds dat het een schip is -in dit geval bij deze kapitein- dan denk je dat die ander ook heen en weer kan gaan. Maar op het moment dat hij wist 'het is een vuurtoren', moest hij wel zelf veranderen. Dus hij had elke keer in z'n hoofd dat het een schip was! Door die omkeer, ja een vuurtoren, dan moet jij wel aan de kant.  Nou, dit verhaal gaat over vuurtorens. Gaat niet over paradigmawisselingen, maar over vuurtorens. Ik heb namelijk iets met vuurtorens. En dan niet om te beklimmen of te fotograferen. Nee, het gaat om het licht van de vuurtoren. En dat roept een beetje bijzondere gevoelens bij mij op. Dat komt, als klein meisje, ik denk dat ik een jaar of 3, 4 jaar was, gingen wij naar Renesse. In een klein vakantiehuisje. Vakantiehuisje, Renesse ligt in Zeeland, een beetje in de buurt van de zee. We gingen ook vaak naar de zee. En in dat huisje sliep ik boven in een stapelbed en dan keek ik uit door een klein raampje. Toen we daar nog maar net waren, werd ik 's nachts wakker, en ik zag steeds licht in mijn kamer. Een beetje regelmatige lichtflitsen. Nou was ik als meisje vaak wel bang voor allerlei dingen, allerlei nieuwe dingen ook. Dingen die ik niet begreep. En ik begreep al wel dat die lichtflitsen waren niet van onweer. Maar wat dan wel? Ik vond dat raar! En ik vond het ook zo spannend dat ik toch mijn ouders wel riep. En mijn vader die kwam bij me en die vertelde dat dat het licht van de vuurtoren was. Vuurtoren... Wat was een vuurtoren?! Ik had geen enkel idee! Vuur is brand. En dat is eng.  De volgende dag zijn we naar de vuurtoren gegaan. Mijn vader wilde dat graag aan mij laten zien, want hij vond het ook helemaal niet fijn dat het mij bang maakte natuurlijk. En eenmaal dichtbij, keek ik op naar die reusachtige toren met het licht bovenin. Het was dan overdag, dus het licht kon ik niet zien. Maar mijn vader vertelde waarom dat nodig was. Het ging over ja, het was iets met schepen, scheepsroutes. En het voorkomen van het stranden van een schip. Ik begreep dat ook niet helemaal, maar ik snapte wel het belang van het licht. Die vuurtoren die liet niet voor niks zijn licht schijnen. Daarna keek ik er dus met andere ogen naar, naar dat schijnsel van dat vuurtorenlicht. Ja, we bleven daar een paar weken in dat huisje en dat werd een beetje een vertrouwd licht. Het was helemaal niets om bang voor te zijn.  En later, ik denk dat ik een jaar of 11, 12 was, gingen we naar een huisje op Terschelling. Vlakbij de Brandaris. De hele grote vuurtoren daar op dat eiland. En ook daar zag ik het licht steeds in mijn slaapkamer. Toen wist ik wat het was, dus het was helemaal niets om eng te vinden. Het voelde juist wel veilig! Het licht schijnt er om de schepen veilig te laten varen en de juiste route te laten volgen.  En een paar jaar geleden gingen we naar een huisje in Egmond aan Zee. Vanuit de slaapkamer van dat huisje, keken we naar de vuurtoren. Alweer! En ik vond het wel bijzonder, dat we alweer op een vuurtoren uit keken. Later, toen we naar Texel gingen en vaker naar Texel gingen, ook daar hebben we regelmatig de vuurtoren gezien. We gaan er ook heel vaak naartoe. Vlakbij de vuurtoren, gaan we rondom heen wandelen, gaan we naar het strand. En die vuurtoren zie je zelfs van kilometers afstand boven de duinen uit, kun je die zien. Ik denk dat ik ook meerdere keren wel het licht van de vuurtoren op Texel ook heb gezien, als we 's avonds laat nog door de duinen aan het wandelen waren. Op de camping in Zeeland, daar kwamen we een aantal jaren geleden, kwamen we daar weer, daar zijn we vroeger ook wel geweest, maar toen is het me eigenlijk niet opgevallen. Maar toen we dus een paar jaar geleden op die camping weer kwamen, ging ik 's nachts naar het toilet en de hemel was helder en het was koel buiten. Je kon veel sterren zien. En ik zag daar steeds licht langs komen, net zo over de struiken heen. Beetje een regelmatig licht dat steeds weer te zien was. En op dat moment besefte ik: hé, dat is de vuurtoren van Westkapelle.  Elke nacht keek ik er naar uit. Dan hoopte ik ook dat het een heldere nacht zou zijn. Want dat licht, dat is dus kilometers ver te zien! En elke keer als ik dan 's nachts dat licht zag, dan doet me dat denken aan die allereerste kennismaking als klein meisje in dat stapelbed in Renesse in dat vakantiehuisje, door dat kleine raampje heen kijkend.  En dan valt me op, in mijn hele leven ben ik best vaak vuurtorens tegengekomen. En ik heb het even opgezocht. Als je dan weet dat al die vuurtorens op een andere manier licht maken. Je hebt daar die van West Schouwen. Dat is de vuurtoren in Haamstede, de allereerste die ook ooit gezien heb - die heeft 3 schitteringen per 15 seconden. En de Brandaris op Terschelling die heeft een schitterlicht om de 5 seconden. En die van Egmond aan Zee, dat is een ..ehm.. ja, heeft op een andere manier... heeft steeds 10 seconden licht en dan weer even niet, denk ik. Op een hele andere manier dan schitteringen. Dan heb je die van Texel, Eierland. Dat is bij de Cocksdorp helemaal, maar ze noemen hem Eierland, die heeft 2 schitteringen per 10 seconden. En die bij Westkapelle, heet het Hoge Licht, die heeft een schitterlicht om de 3 seconden. En die van het Hoge Licht dat is het licht wat wij zien, want je hebt ook daar in Westkapelle het Lage Licht. Het Noorderhoofd is dat, maar die kunnen wij niet zien vanaf de camping, waar we dan steeds zitten.  En die schitteringen, ik dacht altijd dan dat die lamp dus zo draaide dat er allerlei schitteringen inzitten, maar het is andersom. Het is gewoon een vaste lamp en daarom heen zit een soort optiek. En de optiek is een soort in groepen verdeeld, die heeft een soort openingen en geen openingen en die draait er omheen! Die optiek die draait om de lamp heen en daardoor heb je steeds dat er dus een deel is waar een versterkt licht doorheen komt en bij een ander dat het dan tegengehouden wordt en dat veroorzaakt die schittering. Dat wist ik eerst niet, als klein meisje. Ik dacht gewoon, het is één lamp. En ik denk dat het heel vroeger ook zo was. Dat het alleen maar één lamp was die altijd brandde. Maar op een gegeven moment zijn ze dan met die optieken gaan werken en dat heeft natuurlijk te maken om dan te herkennen welke vuurtoren het is. Als je langs de kust vaart en ze hebben allemaal hetzelfde licht dan weet je nog niet precies waar je bent. En aan die verschillende schitterlichten kun je dus bepalen welke vuurtoren, of eigenlijk bij welke plaats je in de buurt bent. Dus dat is wel heel handig bedacht. Dat doet me ook denken aan het verhaal van Lampje. Lampje, dat is een boek van Annet Schaap, een kinderboek geschreven in 2017. En in 2018 kreeg dat de Woutertje Pieterse Prijs. Dat is ook bekroond met de Zilveren Griffel in 2018. Het is ook een muziekvoorstelling geweest. En in 2023 is er een vierdelige televisieserie van gemaakt, dus toen kon je de beelden er ook allemaal bij zien. En ik weet ook nog dat we die gezien hebben. Maar een klein stukje van het begin van het boek gaat dan ook speciaal over die vuurtoren. Het verhaal dus van Lampje en dat begint zo: ‘Een eiland dat nog een beetje vast zit aan het vasteland, als een losse tand aan een draadje, heet een schiereiland. Op dit schiereiland staat een vuurtoren. Een hoge, grijze die 's nachts zijn licht rond laat gaan over de kleine stad aan zee. Zo zorgt hij ervoor dat de schepen zich niet te pletter varen op de rots die daar zo onhandig ligt in het midden van de baai. Zo zorgt hij ervoor dat de nacht wat minder donker lijkt. En dat grote land, de wijde zee wat minder groot en wijd. In het huis naast de toren woont de vuurtorenwachter Augustus met zijn dochter. En als het schemert, moet het licht van de vuurtoren al branden. En het meisje steekt het altijd aan. Iedere avond klimt ze de 61 treden op, maakt een roestig deurtje in de lenskap open, ontsteekt de pit, draait het mechaniek op dat de lens in het rond laat draaien, doet het deurtje dicht en klaar. Het was zwaar werk toen ze nog kleiner was. Maar nu zijn haar armen sterk geworden en haar benen klimmen makkelijk de trappen op en af, twee keer per dag. Drie...

    7 Lichtschijnsel
  5. Aug 19

    6 Spreken en luisteren

    In een groep ben ik te traag om goed mee te doen met plannen maken, oplossingen zoeken of snelle antwoorden geven. Nu pas weet ik waarom dat zo is. (Afb Roszie-Pixabay) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van de boeken 'Ménière in balans', 'Evenwicht in uitvoering' en 'hoor jij wat ik hoor?'. Dit is seizoen 12, aflevering 6: Spreken en luisteren. Spreken dat is praten, iets zeggen. En dat doe je met je mond. Hoewel, Nederlandse gebarentaal dat is praten, spreken, met je handen! Daar gebruik je je mimiek ook bij en je lichaamshouding. Dus het is niet alleen je handen, maar er is heel veel meer bij nodig om een goed gesprek te kunnen voeren in Nederlandse gebarentaal. Maar de meeste mensen spreken, doen ze dan met hun mond. Luisteren dat is naar iets of iemand luisteren. Dan richt je je aandacht op iets of iemand om dát of díe persoon te horen. En dat doe je dan met je oren. Hoewel, ik luister ook met mijn ogen. Jaren geleden heb ik een keer een tien-seconden-pitch moeten maken. Dat was dan naar aanleiding, omdat je als coach je kunt laten zien en ja, wat is voor jou dan bijzonder wat bij anderen anders is? Dus wat is jouw kenmerk, waar sta jij voor? En mijn tien-seconden-pitch ging dan ook: ik luister met mijn ogen, gevoel en intuïtie. En stel dan de vragen die je nodig hebt.  Ja, en dan spreken en luisteren. Dat doe je dan toch met al je zintuigen. Ik heb al die zintuigen nodig om een goed gesprek te kunnen volgen. Maar hoe kom ik er nou bij om deze podcast te maken? Het idee voor een podcast te maken over spreken en luisteren komt naar aanleiding van een artikel wat ik gelezen heb van Judith Veen met de titel: Niemand traint ze in luisteren. En ik lees even voor wat er... een klein stukje van dat artikel: ‘We trainen mensen in spreken, in presenteren, in vergadertechnieken, in assertief communiceren. Niemand traint ze in luisteren. Luisteren is actieve verwerking. Je brein filtert achtergrondgeluid waardoor je een gesprek kunt volgen. En je brein onderdrukt afleiding en onthoudt wat je moet onthouden. Maar daardoor word je moe van dat actief luisteren. En dat komt niet door al die taken die uitgevoerd zijn, maar het voortdurend filteren. Het schakelen. Het verstaan in een ruimte vol geluid er omheen. Luisteren we eigenlijk wel?’ Nou, die vraag 'Luisteren we eigenlijk wel?' van Judith Veen, dat triggerde mij natuurlijk. Dus ik heb ook gelezen wat de reacties waren van de mensen. Eén iemand die gaf als reactie, ene Patrice, die reageerde met: 'Als slechthorende luister ik heel bewust en soms ben ik vaak zozeer bezig met luisteren, dat ik zelfs geen tijd heb om te bedenken wat ik wil zeggen. En goede of slechte akoestiek en vergaderdisciplines spelen daar ook een rol bij.' En toen ik dat las, besefte ik ineens waarom ik het altijd zo moeilijk vind om in gezelschap, samen ideeën uit te werken. En dat heb ik mijn hele leven al gehad.  Vroeger, voordat ik hoortoestellen droeg, voor 2018, maakte ik vaak gebruik van spraakafzien. Nou zeg ik dit wel, maar ik ben mijn hele leven nog aan het spraakafzien. Maar toen was het écht noodzakelijk. Het was nodig namelijk om de ander te verstaan. Dat had ik toen, helemaal in het begin, jaren geleden toen ik nog jong was, had ik dat helemaal niet zelf in de gaten. Mijn man die had het wél in de gaten. Wij leerden elkaar kennen op de pedagogische academie, en hij vond dat ik altijd zo goed op de docenten lette. Alle lessen die wij samen hadden -hij zat wel in een andere klas, maar sommige lessen waren we dan samen- en dan viel hem altijd op dat ik zó geconcentreerd oplette. En pas toen ik wist dat ik gehoorverlies had, genetisch gehoorverlies, dus mijn hele leven dat ook al heb gehad- of al heb, dat ik dan het nodig heb om spraak af te zien. Dus ik was continu bezig bij de docenten om te volgen wat het hele gezicht, wat die mond, wat zij zeiden!  En helemaal later, toen ik zelf in het onderwijs werkte -met nog meer gehoorverlies, wat ik toen ook nog niet wist- was dat spraakafzien nog harder nodig. En ik weet dan nog, als we in een werkgroep bezig waren of tijdens een vergadering, dan deed ik bijna nooit mijn mond open, omdat ik niet goed wist wat ik wilde vertellen. Tenzij ik dat natuurlijk had voorbereid op papier. Dan had ik dat voor me liggen en dan kon ik dat gebruiken om te zeggen wat ik wilde zeggen. Maar nu snap ik eindelijk, dat doordat intensieve luisteren naar de anderen, ik geen ruimte had om zelf na te denken wat ik er nu van vond. Laat staan dan ook actief meedenken om ideeën aan te brengen of oplossingen te opperen. En pas na zo'n bijeenkomst of na een vergadering, dan wist ik wat ik had kunnen zeggen. En dan kwamen er allerlei ideeën naar boven, want dat lukte pas als ik in stilte was. Omdat ik dan ruimte had om zelf erover na te denken.  En nu pas besef ik dan ook hoeveel energie het kostte om een dag voor de klas les te geven. Waarbij ik continu moest inspelen op allerlei situaties die op dat moment gebeurden. Ja, dan was het ook geen wonder dat ik altijd héél moe was na een dag lesgeven! Totdat ik dat wist, dacht ik altijd dat ik te traag was. Omdat ik niet snel kon reageren. Omdat ik niet snel een juist antwoord kon geven. En ik had ook dan steeds weer bewondering, vooral als we in groepen bezig waren, had ik steeds weer bewondering voor anderen die zomaar, en dan pijlsnel, een idee naar voren brachten. Of een gevat antwoord gaven. Of ..ehm.. dan meteen de juiste actie uitvoerden. Ik weet nu; ik was ook traag. En dat kwam dus doordat ik keihard aan het werk was om te luisteren! Waardoor mijn eigen denken stil stond! Of dus heel langzaam werkte.  En ik heb ook al ontdekt, zelfs nu met hoortoestellen, lukt het me nog steeds niet om in snelheid mee te denken als ik in een groep ben. En helemaal als we dan met die groep samen iets moeten bedenken. Als we tot een oplossing moeten komen of zo. En vooral als we dan veel heen en weer gesproken wordt.  Heel anders is dat bij een-op-een gesprekken. Want dan hoef ik me maar op één persoon te richten. Ik besef me ook heel goed, dat deze podcast luisteren, ik spreek en jij luistert, en als je dan veel gehoorverlies hebt, dan is het moeilijk om een podcast te volgen. Want er is geen beeld bij. Je kunt niet spraakafzien. En daarom heb ik ook bij elke aflevering een volledig transcript staan, zodat je kunt luisteren en meelezen tegelijk. Dat is wat ik zelf ook elke dag doe als ik televisie kijk, naar een Nederlandse film waarbij niet standaard ondertiteling is dan heb ik de ondertiteling toch nodig, om mee te kunnen luisteren, mee te kunnen lezen wat er wordt gezegd. Als ik naar een Nederlandse film zit te kijken, dan duurt het ook even voordat ik doorheb dat de ondertiteling niet aan staat. Dan heb ik ook een gegeven moment van: Hè!? Ik heb een heleboel gemist, ik weet niet wat er nou gezegd is en dan pas, oh ja ik moet de ondertiteling aanzetten! Spreken en luisteren. Het zijn twee totaal verschillende dingen en ze hebben natuurlijk wel alles met elkaar te maken. En ik leer dan al spreken met mijn handen. Ik ben ook gewend om mijn handen te gebruiken als ik aan het praten ben. En daar komen dan automatisch dan ook al gebaren uit de Nederlandse gebarentaal bij, vooral bij mensen die ik voor het eerst ontmoet. Maar het luisteren in een groep dat blijft nog steeds moeilijk. En ik weet nu ook dus dat dat komt omdat ik echt te traag ben om snel te reageren als er een gesprek gaande is met heleboel verschillende mensen, dan ben ik ja, stil. Dan ben ik wel aanwezig, zonder actief mee te praten omdat dat nog steeds heel lastig voor mij is. Dit is seizoen 12, aflevering 6: Spreken en luisteren. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En de podcast heet 'Evenwicht, je leven'. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer.

    6 Spreken en luisteren
  6. Aug 12

    5 Slippers

    Over blote voeten, slippers, sandalen en wandelschoenen. Ik heb goed schoeisel nodig, om stevig te lopen en niet uit te glijden. Toch loop ik het liefste op blote voeten. (eigen foto) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel graag over het evenwicht, over míjn evenwicht. Maar ook over allerlei andere dingen die daar zijdelings toch mee te maken hebben. En dat is weer zo'n aflevering. Dit is seizoen 12, aflevering 5: Slippers. Ik wil vertellen zo over slippers, maar dan begin ik even over het lopen op blote voeten. Ik loop heel graag op blote voeten. Het liefst de hele dag door. En dat is in de zomer heel erg aangenaam, in de winter is dat een beetje koud en dan doe ik liever toch sloffen aan. Maar dat is meer voor de kou in plaats van dat ik op blote voeten zou willen lopen. Dat zou ik liever ook de hele dag, het hele jaar door, in ieder geval in huis, willen doen. En blote voeten buiten? Ik zou dat wel willen, maar ik vind het niet echt prettig. En dat komt ook omdat de stoep en de straat is helemaal niet gemaakt om op blote voeten te kunnen lopen. Als ik denk over het lopen in het gras, is het ook niet fijn. Want daar zijn, tegenwoordig heel veel teken en de teken dragen de ziekte van Lyme bij zich of eigenlijk een bacterie, die zorgt voor de ziekte van Lyme. Vind ik niet fijn. En ik ben ook al een keer in een hommel getrapt, toen ik op blote voeten liep. Die had ik niet gezien, zo'n klein hommeltje en ik ging daar bovenop staan en dat doet hartstikke veel pijn! Want die heeft me dus gestoken en aan de onderkant van je voet, dat wil je niet! Dus als ik buiten loop in het gras, onder andere op de camping of hier in de tuin, dan doe ik dus mijn slippers aan of ik doe klompen aan. Ik heb van die echte houten klompen en dat vind ik ook prettig om mee te lopen. Maar dan wel rondom het huis of op de camping. Ik ga daar niet mee naar buiten verder, naar de winkel toe of zo, want dan vind ik klompen niet echt handig. Dan doe ik toch weer liever mijn gewone schoenen aan. Want ik moet zeggen: ik loop ook niet op slippers naar de winkel. Ik heb het liefst gewoon goede, dichte schoenen die goed aan mijn voeten zitten. En een slipper, ja die gaat zo van je voeten af, dus dat is niet echt handig.  Verder even over die blote voeten; Ik heb een keer verbrande voeten gehad. We waren in Egmond aan Zee en ik had beetje eenvoudige sandalen aan. Met het lopen kreeg ik blaren achterop mijn hiel en dat werd zo pijnlijk, dat was helemaal niet fijn! Toen dacht ik: nou dan doe ik mijn schoenen uit en dan ga ik wel op blote voeten lopen. En we liepen aan de kant waar de zon ook scheen, op de straat, op de stoep. En het was in de meivakantie volgens mij, dus nog niet eens hoogzomer. En ik kwam thuis of eigenlijk in de 'bed and breakfast' waar we waren en ik deed daar mijn schoenen uit en ik had last van mijn voeten! Maar ik wist niet precies wat. En pas 's avonds kwam ik erachter dat mijn hele voetzolen, dat die verbrand waren! Die waren verbrand door het lopen op die hete tegels! Nu snap ik ook dat je eigenlijk honden niet moet laten lopen op hete tegels, want ik kan me voorstellen dat honden daar toch niet heel goed tegen kunnen, dat dat ook op een gegeven moment pijnlijk kan worden. In ieder geval ik ga niet meer lopen op blote voeten op de tegels, op straat, op beton, want dan kun je écht je voetzolen verbranden. En dat is pijnlijk! Probeer dat maar te voorkomen, door gewoon goede schoenen aan te doen. Maar ja, deze aflevering heet 'Slippers' dus ik wil het verder gaan hebben over die slippers. En dan denk je misschien aan teenslippers, maar teenslippers vroeger al had ik daar een hekel aan! Teenslippers die dan zo'n klein plastic stukje tussen je tenen hebt en dat vind ik zó onaangenaam! Ik kan niet lopen op teenslippers! Ja, ik kan het wel, maar dan loop ik er heel even op en het liefst wil ik ze zo snel mogelijk dan weer uit doen. Dus ik heb ze tegenwoordig al helemaal niet meer. En dat is best gek, want ik vind het heel lekker als iemand aan mijn voeten kriebelt. Een voetmassage. Graag zelfs! Dat vind ik heel fijn! Maar dat is dan tussen mijn tenen in, vooral tussen mijn grote en mijn tweede teentje, wil ik dat dan niet! Dat is een plekje, dat voelt onaangenaam! En dan moet ik zeggen: bij het masseren heb ik daar helemaal niet zo veel last van. Maar met het lopen in een, met een teenslipper, vind ik dat dus een heel onaangenaam gevoel. 'k Draag wel vaak slippers, en dat is zo'n slipper dan, gewoon met zo'n band over je wreef heen en dan kan je daar toch aardig op lopen. En ik heb al nu een stel slippers, nou die heb ik al jaren, want het, het is gewoon onverwoestbaar dat spul. En die slippers gebruik ik heel vaak dus op de camping en hier thuis. Ik heb ook slippers, altijd in mijn sporttas zitten. Na het sporten op de sportschool, dan ga ik altijd douchen en dan doe ik ook mijn slippers aan. En dat zijn dus andere slippers, dat zijn slippers die ik alleen maar gebruik op de sportschool. Dat is natuurlijk heel hygiënisch, maar voor mij is het een andere reden waarom ik dat doe. En dat is dat de kans op uitglijden dan veel kleiner is. Ik kan mijzelf moeilijk staande houden als ik uitglij. En in de douche, dat kan heel glad zijn, en hier op de sportschool is dat ook heel erg glad. Dan is de kans op uitglijden gewoon heel groot. Dus met die slippers wordt dat dus een heel stuk kleiner.  En zo doe ik dat ook op de camping. Als we op de camping zijn en het is ook een grote douchecabine, dan vind ik ook die slippers heel fijn om aan te hebben. Sowieso dus voor de hygiëne, maar ook om niet uit te kunnen glijden.  En ook sandalen, sandalen, een vergevorderde slipper, een slipper waar dus een heleboel aanzit, met meer bandjes en zo en dat ziet er ook wat leuker uit. Maar sandalen wil ik altijd met een dichte neus. Die open tenen vind ik niet zo fijn. Dan glijd ik steeds naar voren toe in zo'n sandaal. Dus ik heb het liefst een sandaal met een dichte voorkant. Zodat mijn tenen daarin zitten.  Alleen, vind die maar eens! Ik ben nu al twee jaar op zoek naar nette sandalen, maar ook sportief met een dichte voorkant. Ik heb ze heel lang gehad, met een dichte neus en een soort elastiekje aan de bovenkant. En die zaten heel prettig. Daar kon ik wel heel lang op lopen. Daar kon ik wel een heel stuk mee wandelen ook. Alleen die waren op een gegeven moment zó versleten aan de onderkant, dat brokkelde af! Dus die heb ik weggedaan! En zo'n soort sandaal heb ik niet meer kunnen vinden. Ik ga geregeld nu kijken, vooral in de zomer dus, in allerlei schoenenzaken. En ik vind niet die sandaal die ik voor ogen heb. Die prettig zit, die er wat sportief uitziet. Raar toch, dat ze dat helemaal niet maken!  Sowieso vind ik het prettig om goed schoeisel te dragen. Helemaal als het evenwicht niet zo goed werkt, dan wil je ook goede schoenen hebben. Die niet zomaar van je voeten gaan. Ze moeten stevig zitten. Dus het liefst ook dat ik ze wel kan verstellen en dat ik de veter dicht kan doen of met een gesp dat ik hem dicht kan doen. En dan is goed schoeisel belangrijk om goed te kunnen lopen.  Daarom vind ik blote voeten veel fijner, omdat ik veel beter voel wat er allemaal op de grond is. Met schoenen is dat wat minder. En toch draag ik natuurlijk heel vaak schoenen als ik naar buiten ga. En dan wil ik dat die schoenen goed aan m'n voeten zitten. En zo heb ik verschillende schoenen in verschillende kleuren, omdat ik dat ook een beetje vind passen bij wat je draagt.  En zo heb ik ook goeie wandelschoenen. Die heb ik pasgeleden weer aangedaan, want we gingen een excursie doen hier door de Stille Kern van Zeewolde. Een heel groot bosgebied. We zouden daar gaan struinen, maar we gingen daar toch via het pad helemaal lopen. Want de excursieleider die erbij was, die zei zelf al: ‘ja, je kunt hier door het hele gebied struinen, maar ik verdwaal dan altijd. En dat wil ik niet als er een hele groep bij is, want dat vind ik veel te spannend, dus we gaan via de route, via het pad helemaal lopen.’ Nou kennen wij het pad in de Stille Kern wel, dus we hebben meer geluisterd naar zijn verhalen en naar de vogels die hij aanwees, die wij niet meteen zagen. Er was alleen heel weinig te zien en dat is in de zomer ook wel een beetje logisch met vogels kijken.  Maar in ieder geval we hebben daar gelopen, gewandeld dus. En ik had mijn wandelschoenen aan. En op een gegeven moment kwamen we op een pad waar allerlei grove stenen lagen. Een soort, soort grind, maar meer een soort puin. Beetje wat ook heel stoffig is. En dat lopen op die stenen, dat was heel onaangenaam. Dus daarom was ik blij dat ik die wandelschoenen aan had. Het leek net een beetje alsof je door het zand loopt, dat is zwaar lopen en dat was hier ook bij. Echt, ik vond het vermoeiend! En we hadden al een heel eind gelopen over een redelijk goed pad. En het laatste stuk ging dan over dat hele grove pad, nou dat, echt, we waren moe! Dat merkten we al.  Het was ’s avonds, die excursie, het was al na een hele dag dat we bezig waren geweest hier in huis. En dan lopen over dat, dat grind, dat puin? Nee! Ik vond het niet fijn. Ik moest ook heel erg mijn aandacht richten op het lopen. Ik kon ook daardoor niet met de andere mensen die ook meeliepen met die excursie, om even een praatje te maken, want ik was continu gefocust op de route waar ik liep. Hoe ik liep, waar ik liep en dan zocht ik een beetje de plekken op waar het grind, dat puin, dat het een beetje erin geklonken was al, maar ja, alles wat zo losligt, dat is gewoon ongemakkelijk lopen!  En dat had met slippers dus al helemaal niet gekund! We hebben wel eens excursies meegemaakt dat er mensen meegaan en die lopen dan op slippers! Op teenslippers! En dan gaan ze daar dus twee uur mee lopen! Ik vind het heel knap dat er mensen zijn...

    5 Slippers
  7. Aug 5

    4 Dichtbij

    Wat ik later worden, is de vraag die ik mij zelf heb gesteld. Via allerlei wegen ben ik bijna waar ik zijn wil. Maar klopt dat wel? (afb Danielle Postma) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven', de podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit seizoen 12, aflevering 4: Dichtbij. Het is nu midden in de zomer. In de zomerschoolvakantie zelfs. En we zijn thuis. Dat is best vreemd, want we hebben ons hele leven vakantie gehouden in de zomerschoolvakantie. En dat komt omdat mijn man ook heel lang nog in het onderwijs heeft gewerkt, dus we waren afhankelijk van die zomerschoolvakantie. Hoewel, in corona-tijd zijn we natuurlijk twee jaar thuisgebleven, 2020, 2021, toen waren we ook niet weg. Maar al die andere vakanties waren we altijd, net als heel veel andere gezinnen, op vakantie en gingen we dus naar de camping in de zomer. En nu zijn we thuis, want we zijn al op vakantie geweest. De lange vakantie is al geweest. En de hele omgeving, ja die mensen zijn allemaal nu op vakantie. Het is ook rustig in het dorp. Aan de andere kant weer niet, want er zijn ook weer heel veel toeristen die door het dorp lopen, dus er is nog genoeg te beleven. Maar voor mijn gevoel is het echt ..ehm.. heel anders deze weken.  We zijn wel begonnen met de garage opruimen. Het is mooi weer, dus heel veel spullen kunnen naar buiten. Die garage willen we namelijk opnieuw inrichten. We willen een andere vloer. Die vloer ligt er al vanaf begin af aan in. Het is een paar keer nat geworden daar. Het is goed dat daar een keer een andere vloer komt. We willen behang, in plaats van schilderen. En we willen kasten, in plaats van planken. We hadden altijd planken en daar stonden allerlei kratten weer op, vol met spullen. Het zag er altijd een beetje slordig uit. Dat mag natuurlijk ook in een garage, maar we willen het opruimen. We willen daar kasten neerzetten, zodat we alles dicht kunnen doen, waar deuren allemaal zitten. Zodat het allemaal wat overzichtelijker wordt. Wat makkelijker dat we erbij kunnen.  En het gaat dan om het achterste deel van de garage, want het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. Daar ontvang ik de cliënten die bij mij thuis willen komen. Waarmee ik geen online contact heb, maar dus die fysiek bij mij willen komen. Ja, en die ruimte die is nog prima. Daar wil ik wel een ander behang, dat zou leuk zijn, maar het is niet nodig. Dus we houden ons alleen maar aan het achterste deel, dat zijn we dus aan het veranderen. Dan maak ik vandaag geen lange aflevering, want dan kan ik straks weer gaan helpen beneden. Want er is dus genoeg te doen!  Waar ik het over ga hebben, is ja, 't thema is dichtbij. Is naar aanleiding van een uitspraak van Loesje. Je kent wel, die posters en er zijn ook scheurkalenders van en agenda's kun je ervan kopen met uitspraken van Loesje. En dit is zo'n uitspraak: 'Wat ik later worden wil? Wat ik nu ben en een beetje meer.' Dat is dan zo'n uitspraak waarbij ik me meteen afvraag: wat wilde ik als klein meisje worden? Wat wilde ik als klein meisje als ik dan groot was, wat ging ik dan doen?! En ik weet nog dat ik als kleuter zei dat ik schaapherder wilde worden in Australië en anders kleuterjuf. Australië komt, omdat mijn oma die had zussen, die zijn geëmigreerd naar Australië en daar hoorde ik dus verhalen over. En ik was nieuwsgierig naar wat is dat voor een land? En dan blijkt het geen land te zijn, maar een heel werelddeel. Maar ik ben al als klein meisje gaan lezen over Australië. Nou is het ondertussen met die schapen helemaal niets geworden.  Ik ben ook nooit in Australië geweest. En dan het gekke is, dat er vriendinnen zijn en andere mensen in mijn directe omgeving, die wél in Australië zijn geweest. Een vriendin van mij heeft er gewoond, een heel jaar lang zelfs. En een andere vriendin die is daar meerdere keren naartoe geweest en dan was ze ook weken weg. En dan kreeg ik daar ook steeds berichtjes over waar ze allemaal naartoe ging en hoe het was daar. En zelfs mijn eerste vriendje, eh, toen was ik een jaar of 15, ja, ik was 15 jaar, toen kreeg ik verkering en die jongen die ging voor 6 weken meteen naar Australië. We kenden elkaar nog maar net 2 of 3 weken en toen ging hij daarnaartoe. Naar dat land waar ik mijn hele leven al naartoe wilde. Onze zoon Kasper, die is ook voor een half haar in Australië geweest. Hij heeft er zelfs gewerkt en hij heeft daar rondgereisd en zo. En twee goede vrienden van hem, ook die zijn een hele periode in Australië geweest. En dan weet ik ook dat er ook nog verre familie van mijn oma, dat daar kleinkinderen, achterkleinkinderen, dat die daar ook nog steeds wonen. Ik ken ze niet, maar ik zou ze kunnen opzoeken. Die zullen daar zeker nog ergens aan de westkust van Australië nog wonen. Ik ben nooit in Australië geweest. Op dit moment heb ik ook de behoefte niet meer om helemaal daar naartoe te gaan.  Kleuterjuf? Dat ben ik wel geweest. Eerst ben ik in groep 3 begonnen - na de pedagogische academie. En daarna ging ik invallen bij de kleuterklas. En toen we in Zeewolde hier kwamen wonen, kreeg ik een eigen kleuterklas. Wel altijd in een parttimebaan, met iemand anders samen, een duobaan. Ik heb zelfs op de peuterspeelzaal gewerkt. Dat was ook in de tijd dat we hier net in Zeewolde kwamen wonen. Hebben ze me gevraagd of ik een paar keer wilde invallen op de peuterspeelzaal. Maar met jonge kinderen werken, vond ik dus iets heel vanzelfsprekends. En dat begon al als leidster bij de Kabouters. En ik ging ook training geven aan jonge kinderen bij de reddingsbrigade. En daar heb ik dus heel veel ervaringen op gedaan met het werken met jonge kinderen. En ik vond het helemaal niet moeilijk, ik vond het wel logisch om dat te doen. Ik vond het ook helemaal niet moeilijk om steeds iets nieuws te bedenken voor zowel de ..ehm.. bij de scouting niet, als bij de reddingsbrigade niet. Elke keer bedacht ik wel andere oefeningen. En hoe ik erop kwam? Geen idee! Misschien dat ik daar toch ook wel literatuur voor had of zo, boekjes. En ook het omgaan met de kinderen, dat was zoiets gewoons.  Ik heb het één jaar wel heel moeilijk gevonden en dat was toen ik werkte in Stenia, Zonnehuis Stenia. Ik was klaar met de pedagogische academie. Het was toen heel moeilijk in het onderwijs om aan banen te komen, in het onderwijs. Kort daarna veranderde dat, want toen ging het van lagere school naar basisschool en toen kwamen er ineens allerlei banen bij. Maar in dat jaar nog niet. Toen ben ik gaan werken in het Zonnehuis. Dat was in Zeist. En daar ging ik werken met kinderen met een beperking.  En het Zonnehuis, dat is een antroposofisch huis en daar hoefde ik zelf niet antroposoof voor te worden. Ik had daar al tijdens de vakantie al twee jaar gewerkt. Een deel van mijn zomervakantie gebruikte ik dus om aan het werk te zijn. En dat heb ik daar gedaan. Dus ik wist al wel waar ik terechtkwam. Toen ik ging werken op Stenia wilde ik daar graag met de jonge kinderen werken. Maar ik werd ingedeeld bij de oudere jongeren. Jongeren van 10 tot 21 jaar, de pubers. En daar heb ik écht ervaring opgedaan met consequent zijn. Het gekke was, ik was zelf nauwelijks ouder dan de oudste in de groep. Dat was een meisje van 21 jaar. En ik was zelf ook net 21, 22 jaar. En ook de namen uit die groep, waar ik dan een jaar mee gewerkt heb, ook die namen weet ik allemaal nog. Die ben ik nooit vergeten! Dan vraag ik me wel eens af, wat zou er van hen allemaal terecht zijn gekomen? Leven ze nog? Waar wonen ze dan nu? En ik kan me dat nauwelijks voorstellen, want in mijn gedachten blijven ze altijd diezelfde leeftijd houden. Ze hebben wel enorme indruk achter gelaten. Het was een heel intens jaar. En dat zit ook nog wel vers in mijn geheugen, want ik kan het allemaal zo naar boven halen als ik daarover nadenk, dat is zo bijzonder! Later in het onderwijs, heb ik best enkele leerlingen onthouden. Er zijn meerdere leerlingen, die namen, die vergeet je nooit meer. Ja, het gezicht, hoe ze bewogen, al die dingen weet ik dan nog van enkele kinderen, maar niet hele klassen. Maar ik ben dus wel die kleuterjuf geworden die ik vroeger al aangaf: dat wil ik worden. En niet alleen kleuterjuf, maar wel juf ook voor meerdere leeftijden. Alleen, al heel lang ben ik geen juf meer. Vanaf 2008 werk ik niet meer als juf. Voor die tijd had ik nooit gedacht dat ik een eigen bedrijf zou hebben. Dat ik zelfstandig ondernemer zou worden. Ja, zelfstandig ondernemer, tot bepaalde hoogte ben ik dat geweest. Maar ik ben nooit een ondernemer geweest die flinke winst maakte of die aan het groeien was en dan personeel ging aannemen. Maar dat is nooit mijn ambitie geweest. Het starten van het eigen bedrijf was ook ja, min of meer een gedwongen iets, omdat ik niet meer in het onderwijs kon werken en heel graag wel als coach wilde werken. Maar dat kon alleen maar als ik zelf een eigen bedrijf startte, want via dat eigen bedrijf kon ik dus dan opdrachten aannemen.  Maar ja, dat gaat dan allemaal over werk. Over van wie ik ben geworden. Coach, workshop-gever, ik ben presentator en spreker. Ik begeleid de NmG-groep, waar ik me altijd weer even een beetje juf voel. Ik ben auteur geworden, boeken geschreven. Maar dat heeft allemaal met werk te maken.  Maar hoe zit het als persoon? Ben ik de persoon geworden die ik wilde zijn?! En dat weet ik niet! Ik weet niet of ik tijdens al dat werk voor 2006, bezig was met wat voor persoon ik zou willen zijn! Of dat ik bezig was met 'dat ben ik al!' In ieder geval is er vanaf 2006 van alles in gang gezet. Eerst even een tijd niet. Een soort winterslaap heb ik gehouden. Een heleboel kon ik niet en deed ik ook niet. Maar toen ik langzaam opkrabbelde en weer van alles oppakte, was ik bezig met wie ben ik dan?! Daardoor ben ik ook wel steeds meer gaan begrijpen wie ik ben. Los van al dat werk. Ook van hoe het leven in elkaar steekt en hoe...

    4 Dichtbij
  8. Jul 29

    3 De was

    Hoe een eenvoudige huishoudelijke klus ineens niet zo makkelijk gaat met evenwichtsverlies. (afb Pixabay Manfred Richter) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 3: De was. Deze aflevering gaat over een klein deel van het huishouden wat wel heel essentieel is, namelijk de was doen. Toen ik in 2006 door de ziekte van Ménière niet meer werkte en dus alle dagen thuis was, omdat ik tussen de aanvallen van draaiduizeligheid heel onstabiel bleef, was het niet eenvoudig om zelf het huishouden volledig te doen. Ik kon niet bukken of op een trapje staan. Ik kon niet eens een emmer met water tillen of iets anders zwaars tillen en ermee lopen. Dat ging allemaal niet! Pas toen de aanvallen wat minder werden en ook de instabiliteit verminderde, toen ging ik weer dingen oppakken in het huishouden.  Behalve het stofzuigen, dat deed ik liever niet. Want het was veel en veel te veel lawaai! Het geluid van die stofzuiger dat deed gewoon pijn in mijn oren. Net als ook het geluid van de waterkoker pijnlijk was en als ik de wc doortrok. Want in die begintijd van de Ménière, zal ik ook iets van hyperacusis hebben gehad. Echt overgevoeligheid voor geluid! En in dit geval dan niet speciaal kleine geluidjes, maar juist de luide geluiden.  Maar ik deed dus in die begintijd niet zelf het huishouden, het lukte dus niet. En gelukkig konden de andere leden in het gezin dat wel oppakken voor zover ze dat dan ook konden. Kreeg ik geregeld dat ze even bij me kwamen van 'hoe moet ik dat doen of hoe moet ik dat doen?' Dus ik heb ze daarbij wel kunnen ondersteunen.  En wat op een gegeven moment wel lukte -toen ik dus weer dingen kon oppakken- dat was de was doen. Het was niet de wasmand naar boven tillen, de wasmachine staat bij ons op zolder en de wasmand die staat in de badkamer op de eerste verdieping, dus die moet dan altijd naar boven gebracht worden. En dat deed ik dan nog niet. Niet omdat ik niet genoeg kracht had, maar meer omdat als je iets groots in je handen hebt en je moet een trap oplopen, dat is nogal wat. Helemaal als je dan toch nog wat instabiel bent. Dus dat deed ik dan niet, dat deed dan één van de jongens. En zo was het ook andersom. Als ik de was op zolder opgevouwen had, nadat het helemaal gedroogd was, dan bracht één van hen de wasmand weer naar beneden.  Maar ik kon natuurlijk wel de was sorteren en in de wasmachine doen. En dan ging ik op mijn knieën zitten, zodat ik niet kon omvallen. En dan deed ik dus op die manier de was in de machine. Stond de wasmand naast me en dan kon ik het er makkelijk indoen. En als de was klaar was, dan zette ik de wasmand voor de opening en ook dan ging ik op mijn knieën weer zitten en haalde ik dat allemaal één voor één eruit! Want dat bukken dat bleef toch nog wel heel lang moeilijk. En als de was daarna in de droger ging, dan deed ik dat in hele kleine stukjes. Een deel uit de machine deed ik dan in de wasmand. Dan zette ik de wasmand wat op hoogte, er zat dan niet zo veel in, was ook niet zo zwaar. En dan deed ik de spullen in de droger en dat herhaalde ik een paar keer totdat alles in de droger zat.  Maar de droger gebruikten we -en gebruiken we nu nog steeds- niet zo heel veel. De meeste was die hang ik gewoon op. We hebben daar op zolder twee wasrekken. Wat ik toen deed, was de was die ik ging ophangen, die haalde ik dan één voor één uit de wasmand en dan hield ik me altijd met één hand vast, aan de kast of aan het wasrek. En ging ik de was ophangen met knijpers. Ik merkte dat ik dat zó fijn vond om te doen. Helemaal omdat ik na maanden helemaal dat niet heb kunnen doen, was het heel fijn dat ik ineens dat soort dingen wél kon oppakken. En vanaf die tijd koester ik dat ik zélf de was kan ophangen. Aan de waslijn. Nou hebben we wel een waslijn ..ehm.. een droogrek eigenlijk, het is geen lijn, een droogrek op heuphoogte. Het zijn er twee. Dus ik hoefde niet heel hoog te reiken. Vroeger hadden we wel een waslijn in huis, toen we net gingen samenwonen. En dan moest je daar heel erg voor reiken. Maar dat hoeft dan nu niet. En waarschijnlijk had ik toen niet eens dat kunnen doen, dat omhoog en dan met die knijpers ophangen. Niet omdat ik niet kon reiken, maar omdat je dan toch wat instabieler wordt.  Maar ik vind het dus heerlijk om de was te kunnen doen. Zo ook als je was eenmaal gedroogd is dan één voor één die kledingstukken eraf halen en dan opvouwen. Dat doe ik eigenlijk op het droogrek en dat doe ik dan in de wasmand. En op een gegeven moment lukte het toen om zelf de wasmand te tillen en via de trap naar de zolder te brengen en andersom, naar beneden toe brengen. Dan houd ik de wasmand met twee handen vast en dat is een hele uitdaging, want ik kan me dan niet vasthouden aan de leuning. Maar dan loop ik met mijn zij, met mijn heup tegen de leuning aan, zodat ik wel steun heb en ik loop altijd dan met aandacht. Ik ben dan ook alleen bezig met lopen op de trap met de wasmand in mijn handen. Of het nou naar boven is of naar beneden. Nou is het wel zo dat de droge was zit in een bredere wasmand en dan kan ik die wasmand nog wel eens op mijn heup neerzetten en dan hou ik 'm met één hand vast, zodat ik met mijn andere hand wel de leuning kan vasthouden. En dat is meestal als ik naar beneden loop. Naar beneden lopen is altijd lastiger op een trap, omdat je die diepte in gaat en dan is het toch prettiger om de leuning te kunnen vasthouden. We hebben dan wel een hele rechte trap in huis, naar de zolder. Daar zit geen draaiing in. En volgens mij vind ik naar beneden lopen bij een ronde trap, die zo halfrond is, vind ik makkelijker. Omdat je niet direct de diepte inkijkt. Maar zo'n rechte trap, dan kijk je echt best een heel eind zo de diepte in. Dat vind ik lastiger lopen dan wanneer er een bocht inzit. Maar oké, dat lukt nu dus wel.  Heel langzaamaan is dat toen gebeurd, dat ik eenmaal de was weer ging doen. Op een gegeven moment ging ik toch zelf de wasmand dragen en merkte ik dat het wél lukte. En dat ben ik daarna altijd gewoon blijven doen. En zo is een huishoudelijke klus die ik vroeger, voor 2006 zonder nadenken altijd deed, ineens een taak geworden die ik heel graag doe! Nadat ik natuurlijk wel eerst had geleerd om het zelf weer te kunnen, vanuit een instabiele situatie. Dus ja, elke keer nu de was ophangen, waar ik dat ook doe, dat doe ik met aandacht. En dat vind ik helemaal niet erg.  Ik merk dat ik wel gevoeliger ben geworden voor geuren. Dat is gebeurd nadat ik corona heb gekregen. Toen heb ik een jaar lang niets kunnen ruiken en proeven. En heel langzaamaan is die geur weer teruggekomen, die reuk moet ik zeggen. De reuk is teruggekomen. Tegelijkertijd ben ik ook gevoeliger geworden voor allerlei geuren. Dus bepaalde wasmiddelen vind ik helemaal niet fijn! Dus ik moet écht goed zoeken naar wat vind ik dan wel fijn? En gelukkig op dit moment heb ik dan zo'n wasmiddel. Ik gebruik nooit wasverzachter. Dus wat blijft hangen in de was is gewoon van het wasmiddel zelf. En in de loop der jaren was ik wel veel minder, omdat de jongens uit huis zijn. Dus we zijn met zijn tweeën in huis, dan hoef ik ook minder vaak de trap naar zolder op- en af te lopen met een volle wasmand.  En op vakantie, dan is de was doen altijd een klus waar ik ook de tijd voor neem. Ik bedoel dan een lange vakantie. Want tijdens een weekje vakantie doe ik niet de was. Dan neem ik dat gewoon mee naar huis en dan doe ik dat allemaal thuis. Maar op de camping waar we weken staan, dan is er vaak maar één wasmachine en een droger. We staan vaak op kleine campings, dus dan is eentje ook genoeg. En de handdoeken en lakens gaan na de was dan in de droger. Maar alle kleding die hang ik dan op. Dus dan moet het sowieso een droge dag zijn op het moment dat ik de was doe. Moet ik altijd rekening mee houden op de camping. Anders kan het droogrek niet buiten in de zon en in de wind gezet worden. Dus het is wel even plannen, van doen we het vandaag of nou, misschien beter morgen? En dan heb je ook te maken met dat de wasmachine, dat het best lang duurt. En de droger daarna nog een keer. Het kost zo een halve dag. Dus als we de hele dag weg willen, kan ik niet de was doen. Helemaal niet omdat ook andere mensen natuurlijk ook willen wassen. Dus je moet het ook niet lang in de machine laten zitten. Je moet zo snel mogelijk het er weer uit halen, zodat andere mensen ook kunnen wassen. En meestal kiezen we dan ook een dag dat we sowieso op de camping willen blijven. Dat is ook belangrijk, want als eenmaal de was buiten staat en het gaat per ongeluk toch regenen, dan kun je ook weer op tijd het droogrek binnen zetten. Anders kan je weer van voren of aan beginnen als alles natuurlijk drijfnat wordt.  En zo zijn er ook andere campinggasten die het liefst 's ochtends al met de was willen beginnen. Ook om het dan op te kunnen hangen. En dan probeer ik altijd -op zo'n dag- heel vroeg op te staan, zo'n 7 uur. Op vakantie is dat vroeg. Dan slapen de meeste vakantiegangers nog. Dan doe ik de was al dus in de machine voordat we gaan ontbijten. En dan is het altijd wel heel gek hoor, om heel vroeg op zo'n hele stille camping te lopen met een volle mand vol was. En toch vind ik het heel fijn dat je het gewoon op de camping zelf kan doen. Want dan hoef je ook minder handdoeken en kleding mee te nemen, omdat je tussendoor gewoon kan wassen. Dat is in Nederland nog wel eens lastig, want in Nederland heb je allerlei verschillende soorten weer. Het kan heel warm zijn. Of ..ehm.. best wel koud. En regenachtig. Dus je moet wel kleding meenemen die voor alle weersomstandigheden mogelijk zijn. En het kan nog wel eens zijn dat ik een heleboel kleding heb meegenomen en de helft dus niet gedragen is, ja omdat we gewoon bepaald weer hebben gehad. En dan is de andere kleding niet nodig. En dat is wel het voor...

    3 De was

About

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/