Zeeuws Orkest

zeeuwsorkest

Muziekverhalen, portretten van de musici in het orkest en hun instrumenten en achtergronden bij de 4 jaarlijkse concertcycli zijn de kern van dit podcast kanaal. Klassieke muziek in een aansprekende vorm voor bestaande en nieuwe doelgroepen. Jong en oud

  1. Mar 15

    #20 Het Zeeuws Orkest maart 2026. Dvorak 8

    In deze podcast over de voorjaar -2026 concertserie van het Zeeuws Orkest geeft Ivan Meylemans een voorbeschouwing en dit keer legt hij het accent op “verschillende interpretaties”van een muziekstuk. Hij laat voorbeelden horen hoe dirigenten een stuk naar hun eigen overtuiging net iets anders uitvoeren. Het voorjaarsconcert van Het Zeeuws Orkest brengt drie werken samen die elk een sterk eigen karakter hebben en samen zorgen voor een afwisselende en boeiende concertavond. Van romantisch drama, via speelse lichtheid, tot een groots symfonisch slot: het programma laat het orkest in al zijn veelzijdigheid horen. De avond opent met de Ouverture King Lear van Hector Berlioz. Berlioz was een groot bewonderaar van Shakespeare en liet zich vaak door literatuur inspireren. In deze ouverture weet hij de tragiek en innerlijke spanningen van King Lear in korte tijd muzikaal te vangen. Het werk zit vol scherpe contrasten, krachtige uitbarstingen en lyrische momenten, en laat meteen de rijke orkestkleuren horen waar Berlioz om bekendstaat. Ondanks de compacte vorm is het een intens en dramatisch begin van de avond. Daarna klinken de Façade – Orkestsuites nr. 1 en 2 van William Walton. Deze muziek ontstond oorspronkelijk als begeleiding bij gedichten, maar leeft in de orkestsuites een eigen leven. De suites bestaan uit korte delen met uiteenlopende stijlen, van bijna dansachtig tot licht ironisch. Walton speelt hoorbaar met ritme, timing en klankkleur, wat resulteert in muziek die speels, scherp en verrassend modern aandoet. Na de pauze staat het hoofdwerk van de avond op het programma: Symfonie nr. 8 van Antonín Dvořák. Deze symfonie wordt vaak gezien als een van zijn meest persoonlijke en optimistische werken. In tegenstelling tot zijn Zevende en Negende symfonie koos Dvořák hier voor een lichter, vrijer karakter. Veel melodieën zijn geïnspireerd door Boheemse volksmuziek en de natuur rondom zijn buitenverblijf. Opvallend is bijvoorbeeld het vogelachtige fluitmotief aan het begin en de dansante ritmes die door de hele symfonie heen klinken. De levendige finale, gebaseerd op variaties, zorgt voor een energiek en feestelijk slot. Wat kan Ivan Meylemans toch boeiend vertellen over zijn muziek. Wij verheugen ons in ieder geval weer op de concerten, die plaatsvinden op  vrijdag 27 maart in Terneuzen op za 28 maart in de mythe in Goes en op zondag als matinee in de concertzaal in Middelburg. We danken Ivan voor zijn mooie woorden en u natuurlijk voor het luisteren en hopen u te zien tijdens onze mooie voorjaarsconcerten 2026

    43 min
  2. 10/29/2024

    #18 Sjostakovitsj symfonie nr 15 - Het Zeeuws Orkest - november 2024 – Achtergronden in de serie de verdieping

    Ivan Meylemans de chef dirigent van het Zeeuws Orkest geeft een voorbeschouwing van het concert aan de hand van een aantal fragmenten. De 15 e symfonie van Sjostakovitsj is zijn laatste en autobiografische werk, met veel verwijzingen naar zijn leven en eerdere werk. Meylemans laat de verschillende soms verborgen thema’s horen. Sjostakovitsj – 15e symfonie Aan het eind van de jaren zestig vorige eeuw was Sjostakovitsj een zieke en gekwelde man. Het leek in 1969 of zijn met de dood doordrenkte symfonie nr. 14 zijn laatste zou zijn. Maar als grote verrassing ontstond in 1971 zijn Vijftiende in de optimistische toonaard A-groot. Hij componeerde deze symfonie gedurende 1971 tijdens een verblijf in het kuuroord Repino. Het is zijn laatste voltooide symfonie. De symfonie bevat merkwaardige citaten uit Rossini’s Ouverture William Tell en Wagners Ring plus aanhalingen uit eigen eerder werk zoals zijn 4e symfonie.  Werk van Rossini klinkt vrolijk, veerkrachtig, Wagner diep en duister. Maar wat had het te betekenen? Later gaf de componist wat toelichting. Hij zei bijvoorbeeld dat het eerste deel zich ’s nachts in een speelgoedwinkel afspeelt wanneer het speelgoed tot leven komt, maar de verdenking blijft dat het werk andere duistere geheimen heeft. In de inleiding van deel 8 van de ‘Verzamelde Werken’ van Sjostakovitsj, dat in 1980 verscheen, schrijft de componist dat het eerste deel ‘de jeugd’ beschrijft – gewoon een speelgoedwinkel met een wolkenloze hemel erboven’. In zijn Memoires zegt hij dat het werk ‘gebaseerd is op motieven van Tsjechov en dat een groot deel van de Vijftiende heeft te maken met het boek De zwarte monnik die gaat over een man die zich overgeeft aan grootheidswaanzin. Het grootste deel van de symfonie werd in het ziekenhuis bedacht en thuis opgeschreven. We horen ziekenhuisapparatuur, behandeling met elektrische schokken, vulgariteit en satire; hij brengt het serialisme met zich mee, een breed scala aan citaten die overkomen als de gekke stemmen in je hoofd als je ijlt. Al met al een interessante symfonie met diepgang waarbij ook een mooie rol aan het slagwerk is toebedeeld met naast de aanwezigheid van pauken ook de aanwezigheid van een groot aantal andere instrumenten waaronder vibrafoon, tomtom, woodblocks, castagnetten, triangel en klokken. Deze slagwerksectie speelt in de laatste 2 minuten van de symfonie een hele bijzonder klinkende hoofdrol.

    36 min
  3. 02/07/2024

    #17 Bruckner 4 e symfonie - Het Zeeuws Orkest - maart 2024 - In de serie de verdieping

    In deze aflevering van "De verdieping" een voorbespreking van de maartconcerten met Bruckners 4e symfonie. Het gesprek met Ivan Meylemans, chef dirigent van het orkest, beginnen we met een korte terugblik op de Nieuwjaarsserie en na de verdieping op de symfonie van Bruckner zijn we nieuwsgierig naar de persoon van Ivan. Hij geeft ons een openhartig inkijkje in het drukke leven van de dirigent. Het programma van de Maartconcerten ziet er als volgt uit: Kodály – Dansen uit Galanta Al jaren waren de twee Hongaarse vrienden, Zoltán Kodály (1882-1967) en Béla Bartók (1881-1945) op zoek naar de oorsprong van de muziek uit hun vaderland. In hun speurtocht stroopten zij Hongarije en omliggende landen af. Er ontstond een intensieve samenwerking en een levenslange vriendschap tussen de twee genoemde componisten. Zij zijn van groot belang geweest voor de muzikale erfenis van de Balkan. Kodály componeerde de Dansen uit Galanta uit 1933 ter gelegenheid van het tachtigjarige bestaan van het symfonieorkest van Boedapest. Het werk bestaat uit vijf delen die zonder onderbreking in elkaar over gaan. De componist gebruikt in zijn werk zigeunerdansmuziek welke hij omwerkte voor zijn Dansen uit Galanta.   Pärt – Cantus in Memoriam Benjamin Britten Sommige muziekliefhebbers beschouwen de Estse componist Arvo Pärt, geboren in 1935, als een heilige, een profeet. Dit zou misschien te ver gaan maar een feit blijft dat de meester van de gewijde muziek tijdens zijn leven een legende is. Pärt richtte zich op zijn tintinnabuli-stijl (tintinnabuli (lat. voor klokje of bel), voor het eerst toegepast in zijn werken Für Alina (1976) en Spiegel im Spiegel (1978). De basis voor deze langzame, spirituele componeertechniek die zowel meditatief als minimalistisch aandoet is de drieklank. Een enkele melodielijn die stapsgewijs beweegt met een partij die alleen maar een drieklank speelt. De piano (of celesta) imiteert veelal klokjes en er worden echte bellen of klokken gebruikt. Menig muziekstuk van Pärt wordt gebruikt als achtergrondbegeleiding voor films en of documentaires In 1977 componeerde Arvo Pärt Cantus in Memoriam Benjamin Britten voor strijkorkest en bel (of gong in A). De bel (rouw bel) vertelt over de dood van Britten. Het nog geen tien minuten durende stuk, een canon in a mineur in de Tintinnabuli-stijl werd gecomponeerd als rouwmuziek voor de overleden Engelse componist Benjamin Britten (1913 – 1976). Het werd een van Pärts meest populaire werken. De componist beschreef zijn collega Britten als iemand die de ongewone zuiverheid bezat, die hij zelf als componist zocht. Hij was een groot bewonderaar van Britten.   Bruckner, symfonie nr. 4 Na de pauze trekt Het Zeeuws Orkest alle registers open in de 4e symfonie van Bruckner. De symfonieën van Bruckner laten zich beluisteren als trektochten door een berglandschap met indrukwekkende vergezichten, klaterende beekjes en eerbiedige hymnen die uit de dorpskerkjes klinken. Dat geldt zeker voor de 4e symfonie met veel hoorngeschal van de jagers en prachtige pastorale delen. Anton Bruckner (1824-1896) was de zoon van een onderwijzer uit het Oostenrijkse Ansfelden. Van een baantje als hulponderwijzer kon hij nauwelijks leven. Hij schnabbelde er ’s avonds als cafémuzikant dan ook een paar centjes bij. Zijn geluk vond hij als kerkorganist. Bruckner was dertig jaar toen hij werd benoemd als organist van de Dom van Linz. De verlegen componist en organist was altijd op zoek en vaak verliefd op voor hem onbereikbare meisjes en vrouwen. Bruckner heeft van veel mensen les gekregen. Als componist werd vrijwel elk werk van hem door de critici weggehoond. Maar niet alleen muziekcritici hadden het op deze eenvoudige en hard werkende musicus gemunt: na premières zochten toeschouwers Bruckner op om hem vervolgens uit te jouwen en uit te fluiten. Ook in Nederland was het maar matig gesteld met de populariteit van de Oostenrijker. Zijn Symfonie nr. 4 in Es uit 1874 werd zeer gereserveerd ontvangen. Het werk was groots van opzet, breed van thematiek en tot het oneindige doorgewerkt. Een journalist had zelfs medelijden met het aanwezige publiek! Het waren de Nederlanders die in het midden van de twintigste eeuw voorop liepen en Bruckner en Mahler op handen droegen. Vooral de dirigenten Eduard van Beinum en Bernard Haitink gaven prachtige uitvoeringen met het Amsterdamse Concertgebouworkest. Bruckner zelf omschreef het eerste deel van zijn Symfonie 4 als volgt: ‘Een middeleeuwse stad in de ochtendschemering. Klokgelui in de ochtend. De stadspoorten gaan open. Op vurige paarden rijden de ridders naar buiten, de betovering van het bos met boomgeruis en vogelgezang bevangt hen. Zo ontwikkelt zich een romantisch tafereel’. Zijn liefde voor de koperblaasinstrumenten met name de hoorn steekt hij in dit werk niet onder stoelen of banken. Bruckner noemde deze symfonie zelf de romantische symfonie. Een langgerekte symfonie die maar liefst zeventig minuten duurt.

    1h 5m

Trailers

About

Muziekverhalen, portretten van de musici in het orkest en hun instrumenten en achtergronden bij de 4 jaarlijkse concertcycli zijn de kern van dit podcast kanaal. Klassieke muziek in een aansprekende vorm voor bestaande en nieuwe doelgroepen. Jong en oud