Steeds minder gadgets komen met een oplader in de doos, en sinds april verplicht de Europese Unie dat elke nieuwe laptop via USB-C op te laden is. Daarmee wordt de losse oplader een aankoop op zich. Techjournalist Jelle Stuip van Tweakers testte er tientallen en zag dat veel laders het opgegeven vermogen niet vasthouden. Verder in deze aflevering: hoeveel watt je nodig hebt, welke laadprotocollen ertoe doen, wat de laders kosten en hoe belangrijk de kabel is. Stijn Goossens en Jelle Stuip erover in deze Schaal van Hebben. Opladers van Ugreen en Xtorm vielen in de test negatief op. De oorzaak ligt bij het warmtemanagement: wie langdurig het maximale vermogen levert, wordt warm, en om oververhitting te voorkomen schakelt de lader zichzelf terug naar een lager vermogen. Op papier haalt zo'n lader dus het getal dat op de behuizing staat, in de praktijk alleen kort. Stuip testte tientallen laders in verschillende categorieën en schreef er meerdere artikelen over. Zijn uitgebreide tests zijn hier te lezen: Tweakers testte tien USB-C-laders van 100 watt op volgehouden vermogen Tweakers vergeleek zeventien USB-C-laders van 65 tot 70 watt Tweakers vergeleek elf USB-C-laders van 140 watt, zodat je alles tegelijk kunt opladen Hoeveel watt heb je werkelijk nodig Opladers worden verkocht in verschillende klassen: onder meer 65 of 70 watt, 100 watt en 140 watt. Dat getal zegt niet dat meer altijd beter is, maar dat de lader bij het apparaat moet passen. Voor een telefoon is een lader uit de zwaarste klasse overbodig, terwijl een gaminglaptop onder volle belasting juist veel meer vraagt dan een gewone werklaptop. Voor de meeste gebruikers, met een laptop, tablet en telefoon, volstaat de klasse van 65 of 70 watt. De zwaardere modellen zijn vooral relevant als je een krachtige laptop hebt of meerdere apparaten tegelijk op vol vermogen wil laden. Laadprotocollen en de rol van AVS Een belangrijke specificatie om op te letten zijn ondersteunde protocollen. USB Power Delivery is de basis, maar het protocol dat er volgens Jelle Stuip toe doet is AVS, Adjustable Voltage Supply. Waar een gewone lader een paar vaste spanningen aanbiedt, laat AVS het apparaat precies het voltage vragen dat het nodig heeft, in kleine stapjes. Het apparaat hoeft die spanning daarna zelf minder te bewerken, wat scheelt in verlies en in warmte. De laders van Google en Ugreen in het overzicht ondersteunen dit protocol al. Het werkt alleen als beide kanten het aankunnen, anders valt de lader terug op de vaste spanningen. Prijzen lopen sterk uiteen De prijzen in het overzicht liggen ver uit elkaar. De Sitecom is met 9 euro de goedkoopste, de IKEA kost 14 euro, de Ugreen ongeveer 30 euro, de Google en de Anker rond de 50 euro en de Xtorm ongeveer 65 euro. Die volgorde zegt weinig over de prestaties. De goedkoopste lader uit het rijtje hoort juist bij de modellen die niet worden aangeraden, terwijl de lader van 14 euro wel goed uit de test komt. Wat je bij de duurdere modellen extra krijgt, zijn functies eromheen: een schermpje dat laat zien welk vermogen er per poort geleverd wordt, of meegeleverde reisadapters. De kabel bepaalt mee wat er doorkomt De kabel is geen bijzaak. Zeker vanaf 100 watt heb je een kabel met een e-markerchip nodig, een chip die aan de lader doorgeeft hoeveel stroom de kabel aankan. Zonder die chip beperkt het systeem zichzelf uit veiligheidsoverwegingen en haal je het vermogen niet, hoe goed de lader ook is. Dat maakt de kabel onderdeel van de prijsvergelijking: de ene fabrikant levert er een mee, de andere verkoopt hem apart. Wie een oplader koopt zonder op de kabel te letten, houdt in de praktijk een langzamer ladende laptop over. Aanraders en afraders uit de test Drie laders komen goed uit de vergelijking. De Google-lader ondersteunt de protocollen die ertoe doen en is daarmee de meest complete keuze. De Anker is de beste in de klasse van 100 watt. De IKEA is de koopje-optie: beperkter dan de rest, maar voor 14 euro levert hij wat hij belooft. Niet aan te raden zijn de Sitecom en de Xtorm. Bij Ugreen ligt het genuanceerder: de Nexode Air komt goed uit de test, de andere modellen van hetzelfde merk niet. Merknaam alleen is dus geen garantie. Tweakers testte tien USB-C-laders van 100 watt op volgehouden vermogen Tweakers vergeleek zeventien USB-C-laders van 65 tot 70 watt Europees Parlement stemde in met de universele oplader voor elektronica Europese Unie legt uit wat de richtlijn universele lader inhoudt Google beschrijft de laadprotocollen van de Pixel Flex 67W-oplader Over de maker:Stijn Goossens is techredacteur en programmamaker bij BNR Nieuwsradio, met een focus op technologie, wetenschap en innovatie. Bij BNR Beter volgt hij de belangrijkste zorginnovaties, in de liveshows bespreekt hij het actuele technieuws en duidt hij nieuwe wetenschappelijke inzichten. Wekelijks test hij in De Schaal van Hebben de meest spraakmakende techproducten. Ook is hij te horen in de podcast Op de Zaak, met een inkijkje bij buitengewone mkb'ers. Deze tekst is gemaakt in samenwerking met AI, gecheckt door een redacteur. See omnystudio.com/listener for privacy information.