Fantasyfans

De plek voor fans van fantasy, sciencefiction en andere fictie.

Fantasyfans is de Nederlandstalige podcast voor liefhebbers van fantasy, boeken en verhalen. Presentator Roderick Vonhögen ontmoet schrijvers, illustratoren, cosplayers, kunstenaars en andere makers uit de Nederlandse en Vlaamse fantasywereld. Ontdek nieuwe fantasyboeken en auteurs, luister naar de verhalen achter bijzondere werelden en personages en maak kennis met de creativiteit van cosplayers, tekenaars en andere makers. Ook bezoeken we fantasyfestivals zoals Castlefest en Elfia, waar fantasy fans, schrijvers en makers samenkomen. Of je nu graag fantasy leest, zelf verhalen schrijft, aan cosplay doet of gewoon nieuwsgierig bent naar de mensen achter het genre, Fantasyfans laat je kennismaken met wat er allemaal leeft in de fantasywereld. Nieuwe interviews en verhalen verschijnen regelmatig. fatherroderick.substack.com

  1. 3 hr ago

    Kimono’s, kitsune en draken

    Elke keer als Kirsten Groot in een Chinees restaurant een vijver met grote witte vissen ziet, moet ze tegenwoordig aan draken denken. Dat heeft alles te maken met een oud Oost-Aziatisch verhaal over een karper die tegen de stroom in zwemt. Als hij erin slaagt een waterval te overwinnen, verandert hij in een draak. Het is een beeld van volharding en toewijding dat nogal verschilt van de manier waarop draken vaak in westerse fantasy verschijnen. ‘Heel vaak zijn het meer een soort godenachtige wezens’, vertelt Kirsten over draken in Oost-Aziatische mythologie. ‘Het zijn hele wijze wezens, hele sterke wezens. Sommige zijn regengoden. Ze worden ook meer geassocieerd met water. Wij associëren draken heel erg met vuur.’ Dus wanneer ze die vissen ziet, denkt ze: ‘Dat zijn eigenlijk potentieel allemaal draken.’ Het is een klein voorbeeld van hoe diep Japanse en Oost-Aziatische invloeden inmiddels verweven zijn geraakt met Kirstens eigen verbeelding. Haar fantasytrilogie Shirareta Sekai, Japans voor ‘de bekende wereld’, is geïnspireerd door het vroegmoderne Japan. Haar personages dragen kimono en hakama, huizen hebben tatami op de vloer en tussen de fantastische wezens duiken kitsune en een Oosterse draak op. Maar toen Kirsten haar wereld als veertienjarige begon te bedenken, wist ze nog nauwelijks iets van Japan. Het begon allemaal met een woordenboekje. Een fantasywereld die steeds Japanser werd Kirstens oudere zus was fan van anime en had bij de bibliotheek een Japans-Nederlands woordenboekje geleend. Kirsten was op dat moment al bezig met een vroege versie van haar verhaal en zocht namen, vooral voor de landen in haar wereld. Waarom geen Japanse woorden gebruiken? ‘We dachten: een andere taal is wel leuker. Nederlands klinkt misschien een beetje droog. Dus daarom had ik Japans gebruikt. En dat was echt met dat woordenboekje en Google Translate van die tijd. Grammaticaal klopte er niks van.’ Het had daarbij kunnen blijven. Een paar Japanse namen als versiering voor een verder traditionele fantasywereld. Maar Kirsten werd nieuwsgierig. Ze begon zich verder in Japan te verdiepen, raakte geïnteresseerd in Japanse muziek en leerde zelf Japans. Uiteindelijk ging ze zelfs Japanstudies studeren. En naarmate haar eigen kennis toenam, veranderde ook haar verhaal. ‘Er is steeds meer Japan in de boeken gekomen. Totdat ik echt dacht: weet je, ik ga er gewoon helemaal voor. Ik ga die hele wereld omgooien en ik ga er zoveel mogelijk invloeden in stoppen als ik kan.’ Daarmee veranderde niet alleen het decor. De Japanse inspiratie ging steeds dieper in de wereld zitten. ‘Het is door en door een fantasywereld’, zegt Kirsten. ‘Maar ik heb inderdaad als inspiratiebron vroegmodern Japan gebruikt.’ Die periode, grofweg van 1600 tot 1868, bepaalt veel van de sfeer. Geen middeleeuws-Europese huizen, laarzen en capes, maar kimono, hakama en tatami. Je trekt je schoenen uit wanneer je een huis binnengaat en slaapt op een mat op de grond. Ook folklore vond een weg naar het verhaal. Op de boekomslagen zijn kitsune-maskers te zien en in de trilogie komen meerdere van deze bovennatuurlijke vossen voor, compleet met de bijzondere krachten die Kirsten uit Japanse volksverhalen kende. En natuurlijk zijn er draken. Een andere kijk op draken De draak in Shirareta Sekai lijkt niet erg op Smaug. Geen grote vleugels waarmee hij door de lucht klapwiekt, en vuur is al helemaal niet het eerste waar Kirsten bij zo’n wezen aan denkt. De inspiratie komt uit Oost-Aziatische verhalen, waarin draken veel sterker verbonden kunnen zijn met water, wijsheid en goddelijke macht. ‘Ik denk dat er wat meer ontzag voor die draak is, bewondering en respect.’ De draak in Kirstens verhaal kan praten en vliegen, maar heeft daarvoor geen vleugels nodig. Magie is voldoende. Juist zulke details maken Shirareta Sekai herkenbaar als fantasy en tegelijkertijd anders dan de Europese traditie waarmee veel Nederlandse lezers zijn opgegroeid. Kirsten gebruikt bekende elementen zoals elfen en dwergen, maar plaatst ze in een wereld met een heel andere culturele achtergrond. Een elf op de vlucht Midden in die wereld leeft Ai. Ze is tien jaar oud wanneer ze haar dorp moet ontvluchten. De koning heeft besloten dat magische wezens niet langer welkom zijn in zijn land. Elfen, dwergen en nimfen worden vervolgd. Ai weet zich jarenlang verborgen te houden in een bos, maar wanneer er een elfenjacht begint, moet ze opnieuw vluchten. Ze trekt naar het zuiden en raakt steeds dieper verwikkeld in conflicten die veel groter zijn dan zijzelf. Uiteindelijk ontdekt ze dat een wereldwijde ramp die haar ouders vijfhonderd jaar geleden meemaakten opnieuw dreigt plaats te vinden. Daarnaast spelen burgeroorlogen en een terroristische groepering een rol en volgt Kirsten verschillende personages wier verhaallijnen uiteindelijk samenkomen. Dat klinkt alsof er ergens een enorme stapel aantekeningen moet liggen waarop alles vooraf nauwkeurig is uitgedacht. De werkelijkheid was een stuk rommeliger. ‘Ik begon met een plan en dat plan heb ik al vrij snel heel erg veranderd.’ Zelfs toen het eerste deel al bij de redacteur lag, twijfelde Kirsten nog over de richting waarin de trilogie moest gaan. Uiteindelijk haalde ze een personage dat ze voor een heel andere serie had bedacht naar Shirareta Sekai en maakte hem tot antagonist. Het verhaal werd er beter van. Alleen was er één probleem: deel twee was al geschreven. ‘Dat betekende dus wel dat het tweede deel dat ik toen had geschreven meteen helemaal de prullenbak in kon.’ Ze begon opnieuw. ‘Het duurde daardoor wel iets langer. Maar ik ben er wel heel blij mee dat ik het gedaan heb. Het is uiteindelijk een beter verhaal daardoor geworden.’ Even door je eigen wereld lopen Intussen bleef ook Kirstens fascinatie voor het echte Japan groeien. Ze heeft het land inmiddels drie keer bezocht. Tijdens haar meest recente reis bezocht ze met een vriendin onder meer het Fukagawa Edo Museum in Tokio. Daar is op ware grootte een stukje van het oude Edo nagebouwd uit precies de historische periode die als inspiratie diende voor haar boeken. Opeens kon ze letterlijk door straten lopen die iets weg hadden van de wereld die ze jarenlang in haar hoofd had gezien. ‘Dan loop je daar en denk je: dit is inderdaad een beetje de sfeer waarin mijn personages zouden rondlopen.’ In Kyoto bezocht ze Jidai Matsuri, een historisch festival waarbij een lange stoet in kostuums verschillende periodes uit de Japanse geschiedenis verbeeldt. ‘Iedereen loopt zo langzaam. En je gaat zo langzaam terug in de tijd. Dat is echt heel gaaf gedaan.’ Voor iemand die zelf een complete wereld op historische Japanse invloeden heeft gebouwd, is het meer dan alleen toerisme. Zo’n museumstraat, kledingstuk of historisch gebruik kan ineens bevestigen of verdiepen wat jarenlang alleen op papier bestond. Een Japanse ‘handtekening’ Tijdens ons gesprek op Heroes Dutch Comic Con blijkt hoezeer Kirstens wereld ook bij lezers aanslaat. Een bezoeker die de eerste twee delen al heeft gelezen, komt het slotdeel halen. Vooral de Japanse invloed is hem bijgebleven: ‘Ze heeft heel goed de Japanse cultuur meegenomen. De karakters zijn gewoon goed geschreven.’ Kirsten signeert het boek en zet er vervolgens een rode hanko bij, een persoonlijke naamstempel die in Japan als handtekening wordt gebruikt. Haar eigen exemplaar is in Japan gemaakt en draagt haar naam in tempelschrift. Daarmee is de cirkel bijna rond. Als veertienjarige gebruikte Kirsten het Japanse woordenboekje van haar zus om namen voor haar fantasywereld te zoeken. Nu zet ze een Japanse naamstempel in het slotdeel van een complete trilogie die zonder dat woordenboekje waarschijnlijk heel anders was geworden. En haar zus? Die is al die tijd bij het verhaal betrokken gebleven. Ze werd een van Kirstens proeflezers en is nog altijd degene met wie ze over haar personages kan brainstormen. Vooral hoofdpersoon Ai blijkt soms lastig te doorgronden. ‘Als ik met zulke scènes vastzit, dan vraag ik aan mijn zus: wat vind jij ervan? Lees even. En dan gaan we erover praten.’ Vaak ziet haar zus precies waar het probleem zit. ‘Dan kan zij net aanwijzen: hier knelt het een beetje. En dan kan ik ook weer verder.’ Nog lang niet uitgekeken op haar wereld Shirareta Sekai is inmiddels voltooid. Het laatste deel telt maar liefst 609 pagina’s, zelfs nadat tijdens de redactie alles is geschrapt wat niet echt nodig was. ‘Wat er allemaal in deel drie staat, is wel echt broodnodig voor het verhaal.’ Maar voltooid betekent niet dat Kirsten afscheid neemt van haar wereld. Ze werkt alweer aan nieuwe projecten, waaronder een manga en een verhalenbundel die zich afspeelt in de wereld van Shirareta Sekai. Daarin wil ze verder ingaan op de ‘rode draad’, een belangrijk element uit de trilogie dat eveneens wortels heeft in Japanse en Chinese mythologie. Misschien is dat niet zo vreemd. Shirareta Sekai is inmiddels veel meer geworden dan het verhaal dat Kirsten op haar veertiende begon te schrijven. De wereld groeide mee met haar eigen nieuwsgierigheid. Een paar opgezochte Japanse woorden leidden naar zelfstudie, Japanstudies, reizen naar Japan en uiteindelijk een fantasywereld waarin die fascinatie overal terug te vinden is. En ergens onderweg veranderde ook de manier waarop Kirsten naar een vijver vol karpers kijkt. Want je weet maar nooit. Misschien zit er wel een draak tussen. Links: * Website van Kirsten Groot * Mastodon | YouTube | Goodreads * Bestel de boeken van Kirsten Groot Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  2. 2 days ago

    Adrian Stone opent de deur naar een nieuwe wereld

    Wat gebeurt er als magie niet in handen is van tovenaars, maar van priesters en monniken? Of als een kleine groep magiërs alle magie in een wereld heeft gemonopoliseerd, totdat een twaalfjarige jongen ontdekt dat hij hun spreuken kan kopiëren door ze slechts één keer te horen? Het zijn precies dit soort ideeën waarmee Adrian Stone graag speelt. In ruim twintig jaar bouwde hij verschillende fantasywerelden waarin bekende ingrediënten uit het genre worden gecombineerd met onderwerpen die je er misschien minder snel verwacht: religie, economie, macht en autisme. Die aanpak leverde hem onder meer de Duivel-trilogie en Magycker op. Inmiddels zijn er zo’n 40.000 exemplaren van zijn boeken verkocht. En binnenkort kunnen lezers opnieuw een andere wereld binnenstappen. Op 15 september verschijnt zijn nieuwe roman Het Labyrint. Deze keer begint het avontuur zelfs in onze eigen wereld. ‘Het begint in deze wereld en gaat vervolgens naar een parallel universum’, vertelt Stone. Veel meer wil hij er nog niet over kwijt. ‘Ik wil er niet te veel over vertellen, want het moet natuurlijk wel een verrassing blijven.’ Dat laatste past opvallend goed bij de manier waarop Stone zijn verhalen schrijft. Want ook hijzelf weet wanneer hij aan een nieuw boek begint liever niet precies wat hem onderweg te wachten staat. ‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’ Magie in handen van priesters Die behoefte om iets anders te doen dan wat hij al kent, zat vanaf zijn eerste fantasyboeken in zijn werk. Stone was zelf al lang voordat hij auteur werd een fanatieke fantasylezer. Rond zijn vijfentwintigste had hij naar schatting tussen de vijfhonderd en duizend boeken gelezen, voornamelijk fantasy en sciencefiction. Daarnaast speelde hij jarenlang Dungeons & Dragons. Toen hij ongeveer twintig jaar geleden zelf een fantasyverhaal begon te bedenken, koos hij daarom niet voor een klassiek systeem met tovenaars die spreuken uitspreken. Hij stelde zich een wereld voor waarin de magie bij priesters en monniken ligt. Zij kunnen de energie van hun goden kanaliseren. In die wereld bestaan vier verschillende religies, waarvoor Stone inspiratie vond in onder meer het christendom, hindoeïsme en boeddhisme. Dat idee groeide uiteindelijk uit tot de Duivel-trilogie. ‘Je ziet niet zoveel boeken waarin de magie bij priesters en monniken ligt’, zegt Stone. Juist die afwijkende invalshoek zoekt hij bewust op. ‘Ik denk dat mijn boeken buiten de gebaande paden gaan. Ze zijn origineel en toegankelijk. Volgens mij is die combinatie het sterkste punt van mijn boeken.’ Een jongen die de regels van de magie breekt Jaren later koos Stone in Magycker opnieuw voor een ongebruikelijke draai aan een bekend fantasygegeven. In deze wereld wordt magie beheerst door een kartel van magiërs. Zij hebben er feitelijk een monopolie op. Totdat een twaalfjarige autistische jongen ontdekt dat hij iets kan wat eigenlijk onmogelijk zou moeten zijn: als hij een spreuk één keer hoort, kan hij hem daarna zelf herhalen. Daarmee vormt hij ineens een bedreiging voor het complete systeem. ‘Hij is heel intelligent en kan zich sterk concentreren, maar sociaal is hij niet zo sterk’, vertelt Stone. ‘Wanneer er op hem wordt gejaagd, levert dat interessante en soms ook komische situaties op. Hij wordt een heel belangrijk persoon in die wereld, omdat hij de enige is die het monopolie kan doorbreken. Maar voor hem is het ongemakkelijk om daarmee om te gaan, en voor de mensen om hem heen is het soms ook ongemakkelijk om met hem om te gaan.’ Het idee komt opnieuw voort uit iets wat Stone zelf goed kent. Hij omschrijft zichzelf als licht autistisch en herkent autisme ook binnen zijn familie. Maar er zit nóg een stuk van zijn eigen leven in die wereld verstopt. Stone studeerde economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkte jarenlang als belegger. Voor Magycker combineerde hij die achtergrond met fantasy: wat gebeurt er wanneer je magie behandelt als een economisch goed waarover een kleine groep de controle heeft? Zo komen twee ogenschijnlijk totaal verschillende werelden bij elkaar. Een magisch systeem wordt ineens ook een economisch systeem, en een jongen die de regels van magie doorbreekt, verstoort daarmee tegelijkertijd de machtsverhoudingen van een complete samenleving. Macht heeft altijd een keerzijde Religie en economie lijken misschien ongebruikelijke inspiratiebronnen voor fantasy, maar voor Stone raken ze aan een thema dat in verschillende vormen in zijn boeken terugkeert: wat macht met mensen en systemen doet. ‘Te veel macht corrumpeert. Dat is een thema dat steeds terugkomt. En dat geldt zowel voor religie als voor economie.’ Toch schrijft Stone zijn verhalen niet om zijn lezers een bepaalde boodschap mee te geven. De ideeën mogen onder de oppervlakte aanwezig zijn, maar het avontuur staat voorop. ‘In de eerste plaats wil ik mensen vermaken. Als ik zelf lees, wil ik tenslotte ook vermaakt worden.’ Dat plezier van de lezer staat ook voorop in Stones schrijfstijl. Zijn romans mogen dan dik zijn en thema’s als religie, economie en macht bevatten, hij wil niet dat lezers zich erdoorheen moeten worstelen. ‘Mijn schrijfstijl is zo dat je eigenlijk al halverwege een boek bent voordat je het doorhebt.’ Die reactie krijgt hij ook terug van zijn publiek. Stone vertelt dat zelfs ouders van kinderen met dyslexie hem hebben laten weten dat hun zoon of dochter zijn boeken wel kan lezen als ze er rustig de tijd voor nemen, terwijl veel andere boeken te moeilijk zijn. ‘Dat betekent niet dat er geen diepgang in de boeken zit, want die is er wel. Maar mijn schrijfstijl is heel toegankelijk.’ Voor Stone zit de aantrekkingskracht van zijn fantasy juist in die combinatie: werelden die net even anders in elkaar zitten, maar verhalen waarin je gemakkelijk kunt verdwijnen. Eerst zichzelf verrassen Stone noemt zichzelf een organische schrijver. Hij weet doorgaans hoe een verhaal begint en eindigt, maar wat er tussen die twee punten gebeurt, ontdekt hij tijdens het schrijven. ‘Ik weet hoe het verhaal begint en ik weet hoe het eindigt, maar ik weet niet precies wat er tussenin gebeurt. Ik laat het boek zichzelf eigenlijk ontdekken.’ Die manier van werken past volgens hem ook goed bij hoe zijn eigen brein werkt. Een volledig uitgestippeld verhaal werkt voor Stone minder goed dan de vrijheid om tijdens het schrijven nieuwe richtingen te ontdekken. Soms moet hij daardoor terug naar een eerder hoofdstuk om iets aan te passen, maar echt grote problemen levert die aanpak hem zelden op. Voor Stone is het onbekende juist onderdeel van het plezier. Van belegger naar fulltime schrijver Lange tijd schreef Stone zijn fantasy naast een totaal andere carrière. Hij werkte als belegger en schreef zijn eerste romans grotendeels in zijn vrije tijd. In die periode lag zijn tempo hoog: ongeveer één boek per jaar. Maar uiteindelijk bleek die combinatie te veel. ‘Na een aantal jaren kreeg ik een burn-out en moest ik het wat rustiger aan doen. Daarna kreeg ik een tweede burn-out. Ik deed gewoon te veel.’ Stone stopte met zijn werk als belegger en ging relatief vroeg met pensioen. ‘Nu richt ik me alleen nog op schrijven, want dat is eigenlijk mijn grootste passie.’ Het tempo van vroeger probeert hij niet meer te halen. Hij schrijft vooral ‘s middags, soms ‘s avonds en niet iedere dag. Waar hij vroeger ongeveer één boek per jaar schreef, kan hij tegenwoordig een paar jaar over een boek doen. Stone ziet daarbij ook een verband met zijn autisme. Het vermogen om zich sterk te concentreren kan bij het schrijven een voordeel zijn, maar heeft volgens hem ook een keerzijde. ‘Als je autistisch bent, is het heel moeilijk om iets los te laten. Dat is eigenlijk waarom ik twee burn-outs heb gekregen. Je gaat verder dan je zou moeten. Elke medaille heeft twee kanten.’ ‘Blijf dicht bij jezelf’ Dat Stone zoveel uit zijn eigen interesses en ervaringen in zijn fantasy verwerkt, is geen toeval. Het is ook het belangrijkste advies dat hij geeft aan mensen die zelf willen schrijven. ‘Probeer niet iets te schrijven omdat een bepaald thema op dat moment commercieel succesvol is. Blijf dicht bij jezelf.’ Voor Stone betekende dat schrijven over onderwerpen die hem daadwerkelijk bezighouden. ‘Ik ben altijd dicht bij mezelf gebleven. Ik heb altijd veel interesse gehad in spiritualiteit en religie, daarom zit dat in mijn boeken. Autisme, daarom zit dat in mijn boeken. Economie, daarom zit dat in mijn boeken.’ En wie denkt dat je jong moet beginnen om nog schrijver te kunnen worden: Stone was zelf al begin veertig toen hij serieus romans begon te schrijven. ‘Het is nooit te laat.’ Het Labyrint Lang hoeven we niet meer te wachten om te ontdekken wat Stone deze keer heeft bedacht. Het Labyrint verschijnt op 15 september bij Luitingh-Sijthoff. Het boek verschijnt ook als luisterboek en krijgt daarbij twee verschillende Nederlandstalige versies. De Nederlandse versie wordt opnieuw ingesproken door Frank Rigter. Daarnaast komt er een Vlaamse uitvoering, ingesproken door Pieter-Jan de Smet, een geliefde en hoog gewaardeerde Vlaamse luisterboekstem. Over het verhaal zelf laat Stone voorlopig weinig los. Alleen het uitgangspunt wil hij verklappen: Het Labyrint begint in onze eigen wereld en voert de personages vervolgens naar een parallel universum. Wat ze daar aantreffen, zullen lezers straks zelf moeten ontdekken. Misschien is dat maar goed ook. Want zoals Stone zelf zegt: ‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’ Links: * De website van Adrian Stone * Adrian Stone op Facebook * Bestel ‘Het Labyrint’ Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

    Adrian Stone opent de deur naar een nieuwe wereld
  3. 3 days ago

    Hoe een avondje uit haar fantasyroman veranderde

    De meeste schrijvers dromen al van een boek lang voordat ze eraan beginnen. Voor Denise Landman Bouw liep het anders. Terwijl haar jonge gezin alle aandacht opeiste en televisie kijken of een boek lezen te veel concentratie kostte, ontdekte ze een onverwachte manier om tot rust te komen. Ze begon zelf te schrijven. “Dat was mijn escape,” vertelt ze. “Even weg uit de wereld van luiers en in mijn eigen wereld stappen.” Wat begon als een manier om haar hoofd leeg te maken, groeide uit tot een debuutroman. Inmiddels staat ze op Castlefest met drie boeken op haar naam. Een historisch verhaal dat fantasy werd Schrijven deed Denise altijd al een beetje, maar nooit maakte ze iets af. Totdat die hectische periode met drie jonge dochters haar onverwacht achter de laptop bracht. Haar eerste verhaal begon zelfs helemaal niet als fantasy. “Het was eigenlijk een historische roman,” vertelt ze. “Maar ik liep vast.” Omdat fantasy al jaren een van haar favoriete genres is, besloot ze een magisch element aan het verhaal toe te voegen. Dat bleek precies wat het verhaal nodig had. Ze leest zelf graag romantische fantasy, met auteurs als Sarah J. Maas als grote inspiratiebron. Toch omschrijft ze haar eigen boeken liever als toegankelijke fantasy. “Ik schrijf boeken die lekker weglezen, met een fantasyjasje.” Dat lijkt aan te slaan. Op festivals ontmoet ze inmiddels vaste lezers, maar soms wordt ze ook verrast door wie haar boeken oppakt. Zo herinnert ze zich een oudere man in traditionele klederdracht op de Elspeetse boerenmarkt die haar roman kocht. “Ik dacht alleen maar: ik hoop dat u hem leuk vindt.” Later kwam hij terug om te vertellen hoeveel hij ervan had genoten. Een stad die gevangen zit in de mist Na een succesvolle duologie verscheen onlangs haar nieuwste roman: Duisternis in de Mist. Het verhaal speelt zich af in een stad waar vrijwel voortdurend mist hangt en nauwelijks zonlicht doordringt. De bewoners beseffen niet eens dat ze gevangen zitten binnen een vloek die hen verhindert de stad te verlaten. Hoofdpersoon Elin bezit bovendien een bijzondere gave. Wanneer ze een voorwerp aanraakt, ziet ze wat er als laatste mee is gebeurd. Die kracht zet haar op het spoor van een moord, waarna langzaam de geheimen van de stad aan het licht komen. De ontbrekende wolven Hoewel Denise haar verhalen vooraf globaal uitwerkt, laat ze veel ruimte voor nieuwe ideeën tijdens het schrijven. Soms komen die uit de meest onverwachte hoek. Tijdens een avondje uit hoorde ze achter zich een groep luidruchtige jongens. “Ze klonken net als wolven.” Ineens viel het kwartje. “Ik mis wolven in mijn verhaal.” Dat ene inzicht veranderde de roman ingrijpend. Vanaf hoofdstuk zeven herschreef ze grote delen van het boek, waarna de wolven uiteindelijk een centrale rol gingen spelen in het verhaal. Voor Denise is dat precies de magie van schrijven. Inspiratie laat zich niet plannen. Schrijven is één ding, verkopen iets heel anders Op Castlefest merkt Denise hoeveel lezers inmiddels naar haar terugkomen. Mensen die haar eerste boeken hebben gelezen, nemen haar nieuwste roman vaak meteen mee. Toch blijft zichtbaar worden een uitdaging. Fantasy groeit in Nederland, merkt ze, maar in de boekhandel belanden auteurs niet vanzelf op tafel. Daar moet je als schrijver zelf hard voor werken. Op festivals leert ze daarom minstens zoveel over mensen als over boeken. Niet iedere bezoeker wil direct worden aangesproken. Sommigen bladeren eerst rustig door een boek. Anderen willen juist meteen het verhaal achter de cover horen. “Je moet mensen leren aanvoelen.” Juist dat verkopen bleek een onverwacht onderdeel van het schrijverschap. Schrijven voor lezers die misschien nog geen lezers zijn Een van Denises drijfveren ligt dicht bij huis. Twee van haar dochters hebben dyslexie. Daardoor denkt ze tijdens het schrijven veel na over toegankelijk taalgebruik. Ze wil verhalen schrijven die uitnodigen om verder te lezen, ook voor mensen die normaal niet snel een dik fantasyboek zouden oppakken. Misschien verklaart dat ook waarom ze zoveel plezier beleeft aan evenementen als Castlefest. Niet alleen omdat ze boeken verkoopt, maar vooral omdat ze ziet hoe verhalen mensen met elkaar verbinden. Na zo’n festival is ze steevast uitgeput. “Maar de volgende dag heb ik juist weer ontzettend veel zin om te schrijven.” Voor Denise Landman Bouw blijken die ontmoetingen uiteindelijk dezelfde functie te hebben als schrijven ooit had: ze geven nieuwe energie om opnieuw een andere wereld binnen te stappen. Links: * Volg Denise op Instagram | Facebook * Bestel de boeken van Denyse: Herrijzen 1 - Schaduw van As | Herrijzen 2 - Verlicht uit Vuur | Duisternis in de Mist Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  4. 6 days ago

    Fantasy maakte iets wakker dat ik jarenlang was vergeten

    Vorige week kwam ik thuis van Castlefest met een probleem: ik wilde ineens van alles maken. Een eigen fantasykostuum leek me geweldig. Ik wilde trinkets gaan kleien om op festivals te ruilen. En nadat ik op Castlefest een kunstenares had geïnterviewd over haar schilderijen, kreeg ik ook ineens ontzettend veel zin om weer te gaan schilderen. Weer, inderdaad. Want terwijl ik naar haar werk keek, herinnerde ik me iets dat ik eigenlijk jarenlang was vergeten. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Dat jongetje dat altijd zat te knutselen Als kind tekende en schilderde ik voortdurend. Ik bouwde bouwpakketten, tekende strips voor de schoolkrant en besloot op een gegeven moment dat ik wilde leren aquarelleren. Dus haalde ik een boek uit de bibliotheek waarin stap voor stap werd uitgelegd hoe je een Ierse rotskust kon schilderen. Van mijn zakgeld kocht ik goedkoop papier, een paar kwasten en een doosje aquarelverf. Mijn eerste schilderij was natuurlijk weinig meer dan een kopie van het voorbeeld. Maar ik had het wel zelf gemaakt. En ondertussen ontdekte ik hoe verf en water zich op papier gedroegen, hoe je kleuren mengde en hoe je met een paar penseelstreken iets kon maken wat er daarvoor nog niet was. Later verdween die hobby langzaam uit mijn leven. Werk, studie en andere interesses namen het over. Ik bleef creatief bezig, maar vooral met woorden, audio, video en computers. Tot Castlefest. Waarom fantasy zo aanstekelijk creatief is Misschien herken je dat gevoel als je zelf weleens naar Castlefest, Elfia of een ander fantasyfestival gaat. Je bent er voortdurend omringd door mensen die dingen hebben gemaakt. Iemand heeft maanden gewerkt aan een kostuum. Een ander verkoopt zelfgemaakte sieraden of keramiek. Schrijvers hebben jarenlang aan een boek gewerkt. Illustratoren tonen hun tekeningen en schilderijen. Muzikanten spelen hun eigen muziek. En als je met die mensen praat, hoor je opvallend vaak hetzelfde verhaal. Ze konden het ooit ook niet. Ze zijn gewoon begonnen. Ik sprak ooit een cameraman die in zijn vrije tijd zijn eigen kleding bleek te maken. Hij had zichzelf leren naaien door tutorials op YouTube te bekijken en oude kleding van de kringloop uit elkaar te halen. Tijdens de Vierdaagse sprak ik met Mireille van Pixie Spirit Fest over mijn wens om ooit zelf een fantasykostuum te maken. Haar reactie kwam ongeveer neer op: dat kun je gewoon leren. En op Castlefest stond ik dus ineens naar schilderijen te kijken en dacht ik: wacht eens even. Dit heb ik vroeger ook gedaan. Waarom ben ik daar eigenlijk ooit mee gestopt? Drie uur later was het elf uur Dus bestelde ik een stapeltje kleine velletjes papier en een piepklein doosje waterverf. Klein beginnen, leek me verstandig. Niet meteen proberen de Nachtwacht te schilderen. Mijn eerste onderwerp wist ik ook meteen: een middeleeuwse kat. In middeleeuwse manuscripten vind je de vreemdste dieren in de kantlijnen. Katten hebben soms bijna menselijke gezichten, rare verhoudingen en doen dingen die een normale kat nooit zou doen. Mijn kat kreeg daarom een to-dolijst met daarop hoeveel muizen hij die dag nog moest vangen. Ik begon te tekenen. Daarna kwam de verf erbij. Toen ik uiteindelijk op de klok keek, was het elf uur. Ik had drie uur zitten schilderen. Geen telefoon. Geen televisie. Geen besef van tijd. Alleen een klein stukje papier, een paar kleuren en een behoorlijk vreemde kat. En ik had me kostelijk vermaakt. “Daar heb ik geen tijd voor” Dat zette me ook aan het denken over een zin die ik mezelf vaak hoor zeggen. Daar heb ik geen tijd voor. Ik heb geen tijd om te schilderen. Geen tijd om trinkets te maken. Al helemaal geen tijd om te leren hoe je een fantasykostuum maakt. Maar als ik op een festival iemand ontmoet die drie maanden aan een kostuum heeft gewerkt, heeft die persoon meestal ook gewoon een baan, een huishouden en allerlei andere verplichtingen. Het verschil is dat hij of zij besloot er tijd voor te maken. Je kunt natuurlijk niet alles doen. Maar misschien is “geen tijd” soms ook een manier om te zeggen dat iets geen prioriteit heeft gekregen. Dat besef was voor mij misschien wel het mooiste souvenir dat ik van Castlefest mee naar huis nam. Niet iets wat ik bij een kraampje heb gekocht, maar de zin om zelf weer iets te maken. Van fantasyboek tot zeemeermingeit Het grappige is dat dit niet de eerste keer is dat een fantasyfestival dat met me doet. Anderhalf jaar geleden sprak ik op Elfia met een aantal schrijvers. Een van hen vroeg waarom ik eigenlijk niet zelf een fantasyboek schreef. Inmiddels ben ik dat boek aan het schrijven. Op Runeheim en Castlefest ontdekte ik trinket trading. Nu wil ik kleine monnikjes gaan kleien die ik bij een volgend festival kan meenemen om te ruilen. En die ene middeleeuwse kat heeft inmiddels ook alweer gevolgen. Nadat ik hem op Instagram zette, stelde iemand voor dat ik een hele verzameling middeleeuwse fantasiedieren zou maken. Mijn volgende opdracht is een geit met een zeemeerminstaart. Ik heb geen idee hoe je die tekent. En misschien is dat juist het leuke. Wat heb jij altijd al willen maken? Fantasy draait voor mij steeds minder alleen om de werelden die anderen hebben bedacht. Het nodigt uit om zelf mee te doen. Je hoeft daarvoor geen boek te schrijven of maandenlang aan een spectaculair cosplaykostuum te werken. Je kunt beginnen met een velletje papier. Een stukje klei. Een naald en draad. Een verhaal van één pagina. En je hoeft er ook nog niet goed in te zijn. Misschien is dat zelfs de belangrijkste les die ik opnieuw moet leren. Als kind vroeg ik me helemaal niet af of mijn aquarel goed genoeg was. Ik wilde gewoon ontdekken wat er gebeurde als ik die kwast op het papier zette. Deze week gaat de Fantasyfans-podcast daarom over fantasy en creativiteit. Daarnaast vertel ik over de schrijvers en verhalenvertellers die deze week in de podcast voorbijkwamen, begin ik aan een nieuwe kookrubriek met festivalfoodrecepten en heb ik een boekentip voor iedereen die graag duizend pagina’s lang in de middeleeuwen wil verdwijnen. En ondertussen ligt er hier nog een leeg velletje papier. Te wachten op die zeemeermingeit. Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  5. 14 Aug

    Zijn D&D-campagne werd een complete fantasywereld

    Het begon zoals zoveel avonturen in Dungeons & Dragons beginnen: een paar vrienden rond een tafel en een dungeon master die een wereld voor ze verzint. Alleen bleef het daar voor Jarl Versavel niet bij. “Er is een grote grap onder dungeon masters: we moeten ons eigen boek schrijven. We zeggen dat al vaker.” Zijn medespelers vonden zijn campagne goed genoeg om daadwerkelijk op papier te zetten. Jarl nam hun advies iets serieuzer dan ze hadden verwacht. “Ze geloofden niet dat ik het gedaan had tot ik drie boeken in mijn handen had.” Inmiddels is de Vlaamse auteur alweer een paar stappen verder. De wereld die ooit ontstond voor zijn D&D-campagne vormt het decor voor steeds nieuwe verhalen. In oktober verschijnt bij uitgeverij Read More zijn nieuwe boek De Premiejagers van Barbon Lane, waarin hij een heel andere kant van die wereld laat zien: komische fantasy. Via mijn gratis nieuwsbrief hou ik je wekelijks op de hoogte van nieuwe artikelen en podcasts! Een klassieke fantasywereld Voor zijn oorspronkelijke trilogie koos Jarl bewust voor herkenbare high fantasy. Mensen, elfen en dwergen bevolken zijn wereld Thaxadar. De dwergen wonen onder de grond en in de bergen, de elfen in de bossen. Daar voegde hij één zelfbedacht volk aan toe: de Outcasts, of verstotelingen. Ooit waren zij dienaren van de Duistere Heer, maar ze hebben zich aan zijn invloed ontworsteld en leven nu voornamelijk als zeevaarders. Daarbij liet Jarl zich onder meer inspireren door de Vikingen. Heel toevallig is dat niet. Zijn eigen voornaam is Scandinavisch. Een jarl was een edelman of belangrijke bestuurder in de Vikingwereld. “In mijn hoofd is het zo dat mijn ouders dachten toen ze mijn naam kozen: die gaat vast fantasy schrijven.” Vijf tegen vijf Ook het conflict waarmee zijn boeken begonnen, klinkt op het eerste gezicht vertrouwd: licht tegenover duisternis. Maar in Jarls wereld draait het uiteindelijk om de balans tussen beide. De godin van het licht accepteert dat duisternis bestaat, zolang het evenwicht maar bewaard blijft. De god van het duister wil dat evenwicht juist doorbreken. Hun strijd wordt uiteindelijk niet langer alleen door de goden zelf uitgevochten. Ook de bewoners van de wereld raken erbij betrokken. Centraal staat Talina, een jonge vrouw die door de godin van het licht wordt uitgekozen om haar krachten te dragen. Ze moet vier andere uitverkorenen vinden en de wereld verenigen tegen het oprukkende duister. Maar als er vijf uitverkorenen van het licht zijn, vereist de balans ook een tegenhanger. Vijf tegen vijf. Het kleine gezelschap groeit uiteindelijk uit tot een conflict van leger tegen leger. De oorsprong in Dungeons & Dragons is daarin nog goed zichtbaar. Talina heeft bijvoorbeeld eigenschappen die doen denken aan een paladin. Een elf in het gezelschap gebruikt natuurkrachten zoals een druïde. Bovendien verschijnt magie voor het eerst in de wereld dankzij deze uitverkorenen. Wat als je spelers iets totaal anders doen? Toch is het niet alleen aan de personages en hun vaardigheden te merken dat Jarls schrijverschap bij D&D begon. Misschien belangrijker is wat hij achter het scherm als dungeon master leerde: je verhaal loopt bijna nooit zoals je had bedacht. Stel dat je urenlang een avontuur in een duister bos hebt voorbereid. En vervolgens zeggen je spelers: “Ik wil eigenlijk liever naar de hoofdstad.” Daar zit je dan met je donkere bos. Als dungeon master moet je razendsnel kunnen schakelen. Jarl geeft een voorbeeld: misschien wordt de duistere invloed die oorspronkelijk in het bos zat ineens een sekte in de hoofdstad, met connecties in de hoogste kringen van de adel. “Je pakt elementen die je al hebt en je steekt ze gewoon in een ander jasje.” Die manier van denken nam hij mee naar zijn boeken. Hij plant zijn verhalen niet van begin tot eind uit, maar kijkt tijdens het schrijven waar ze hem brengen. Dungeons & Dragons noemt hij dan ook een goede leerschool voor improviseren binnen een verhaal. Als je personages geesteskinderen worden Er bleek wel een belangrijk verschil tussen een spel leiden en een roman schrijven. Hoe langer Jarl met zijn personages bezig was, hoe moeilijker het soms werd om ze iets aan te doen. Een hoofdpersoon moet nu eenmaal tegenslagen krijgen. Personages worden gevangengenomen, verslagen of raken op andere manieren in de problemen. Maar als schrijver weet je precies wie daarvoor verantwoordelijk is. “Dan merk je dat je daar soms wel moeite mee hebt. Ik denk dan: ah, het doet wel pijn. Ik wil ook rap door dit hoofdstuk zijn, want hoe rapper het gedaan is, hoe beter.” Zijn personages werden een soort geesteskinderen. En uiteindelijk kwam het moment waarop hij afscheid van ze moest nemen. “Je typt ‘einde’ en dat is ook eventjes van: en nu?” Een wereld hoeft niet te eindigen Het antwoord bleek eenvoudig: Thaxadar bestond nog. De oorspronkelijke strijd was voorbij, maar waarom zou daarmee ieder verhaal in die wereld verteld zijn? Jarl schreef inmiddels Het ontwakende vuur, dat zich vierhonderd jaar later afspeelt. Geen nieuwe epische strijd om het lot van de wereld, maar een persoonlijker wraakverhaal. Voor De Premiejagers van Barbon Lane maakt hij een nog veel grotere sprong. Meer dan duizend jaar na zijn oorspronkelijke trilogie keert hij opnieuw terug naar Thaxadar, maar dit keer met een totaal ander soort verhaal. “In een wereld kunnen niet alleen maar de grote dingen gebeuren, maar er gebeuren ook kleine dingen in de wereld, zoals de bakker die zijn brood bakt.” Dat besef gaf Jarl de vrijheid om zich af te vragen hoe het gewone leven in zo’n fantasywereld eruitziet. Want ook als er geen oorlog tussen licht en duisternis woedt, moeten mensen nog steeds hun brood verdienen, hun problemen oplossen en zich blijkbaar verzekeren tegen de risico’s van het dagelijks leven. Daar komt Jarls liefde voor Britse humor goed van pas. Voor De Premiejagers van Barbon Lane liet hij zich inspireren door Monty Python, ‘Allo ‘Allo!, Fawlty Towers, Douglas Adams en Terry Pratchett. Die droge en soms absurdistische humor probeert hij te vertalen naar een Nederlandstalige fantasywereld. Een van de vondsten in het boek is een verzekeringsmaatschappij. Want hoe werkt een verzekering eigenlijk in een wereld waarin draken en goblins echt bestaan? “Hoe werkt dat met een brandverzekering? Heb je een drakenclausule? Of tegen goblinplunderingen, ben je daar wel tegen verzekerd?” Het is een heel andere manier om naar Thaxadar te kijken. Niet langer vanuit uitverkorenen die de wereld moeten redden, maar vanuit mensen die in die wereld gewoon hun werk proberen te doen. Juist daardoor kan Jarl een wereld die ooit voor een epische D&D-campagne ontstond telkens opnieuw gebruiken voor een ander soort verhaal. De Premiejagers van Barbon Lane verschijnt in oktober bij uitgeverij Read More. Van dungeon master naar auteur Die stap naar een uitgever betekent ook een nieuwe fase in Jarls schrijverschap. Zijn eerdere boeken gaf hij zelf uit, zowel in het Nederlands als in het Engels. Daarbij moest hij niet alleen schrijven, maar ook zelf mensen zoeken voor de cover, de vormgeving verzorgen, boeken laten produceren en vervolgens proberen ze te verkopen. Voor een beginnende selfpublisher zijn fantasybeurzen en comic cons belangrijk, maar een stand kost geld. Je moet dus voldoende boeken meenemen en verkopen om zo’n weekend rendabel te maken. Tegelijkertijd ontstond juist daar een kleine groep lezers die hij regelmatig opnieuw tegenkwam. Bij een uitgever wordt een deel van dat werk overgenomen. Vormgeving, covers, distributie en aanwezigheid op evenementen hoeven niet langer allemaal op zijn eigen schouders terecht te komen. Voor Jarl is het nog nieuw terrein. “Ik heb nog geen ervaring met een uitgeverij, dus we zien dan wel wat dat geeft.” Geen Netflix-serie nodig Aan het einde van ons gesprek vraag ik Jarl wie hij over tien jaar hoopt te zijn. Het is een vraag waarop fantasyauteurs gemakkelijk kunnen beginnen over internationale bestsellers, Netflix-series en Hollywoodverfilmingen. Jarl niet. “Ik hoop iemand te zijn zoals ik nu nog altijd ben.” Natuurlijk zou succes leuk zijn. Maar zijn ideale toekomstbeeld blijkt verrassend bescheiden. Een stapel boeken. Goede recensies. Mensen die langskomen om een praatje te maken en zeggen dat ze van zijn verhalen hebben genoten. “Dan ben ik zeker tevreden.” Misschien past juist die bescheiden ambitie goed bij een schrijver die ooit helemaal niet van plan was om auteur te worden. Het begon met een Dungeons & Dragons-campagne voor een paar vrienden. Daaruit groeide een trilogie, en uit die trilogie een fantasywereld waarin Jarl steeds weer nieuwe verhalen blijkt te kunnen ontdekken. Soms zijn dat grote verhalen over licht en duisternis en het lot van de wereld. Soms over verzekeringen tegen drakenschade. En ondertussen blijft Jarl eigenlijk doen wat hij ooit als dungeon master al deed: kijken waar zijn fantasie hem deze keer naartoe brengt. Links: * Website en webwinkel van Jarl Versavel * Facebook | TikTok * Uitgeverij ReadMore Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  6. 13 Aug

    'Ik had nooit verwacht dat mijn fantasyverhaal me zoveel zou doen'

    Matt Falcon beschouwt zichzelf niet als een bijzonder emotioneel persoon. Toch gebeurde er tijdens het schrijven van zijn eerste fantasyroman iets wat hij niet had zien aankomen. “Ik ben bijna te trots om te vertellen dat ik meermalen zelf in huilen ben uitgebarsten om dingen die ik geschreven heb.” Tijdens het schrijven van Tethered to Darkness raakte hij steeds sterker betrokken bij zijn personages en hun wereld. Het verhaal dat hij zelf bedacht had, begon iets met hem te doen. Eind 2025 verscheen het boek, het eerste deel van de fantasyserie Veil of Sands. Tijdens Novio Magica sprak ik met Matt Falcon, het schrijverspseudoniem van Thijs de Valk, over de wereld die hij creëerde, de invloed van zijn eigen ervaringen daarop en de onverwacht lange weg naar zijn debuut. Een wereld achter de woestijn In Tethered to Darkness maken we kennis met Shen, een jongen die opgroeit in een wereld waarvan het grootste gedeelte bestaat uit onleefbare woestijn. Shen woont in een van de gebieden waar mensen nog wèl kunnen overleven. Zijn vader is er de heerser, maar bepaald geen welwillende. “Zijn vader is de tiran in dat gebied. En die houdt iedereen weg van ontwikkeling en van kennis.” Shen groeit op met de verhalen en overtuigingen die zijn vader en diens omgeving hem meegeven. Gaandeweg ontdekt hij dat veel daarvan helemaal niet waar is. Met hulp van zijn moeder besluit hij uiteindelijk buiten de grenzen van de bewoonde wereld op zoek te gaan. “En daar begint het verhaal eigenlijk pas echt.” Er gaat letterlijk een nieuwe wereld voor hem open. Shen ontmoet andere wezens en ontdekt dat magie bestaat. Wat hij altijd als de werkelijkheid heeft beschouwd, blijkt slechts een klein deel van een veel grotere wereld te zijn. Van Egypte naar een fantasywereld Een deel van de sfeer van die wereld komt voort uit Matts eigen ervaringen. “Ik ben in Egypte geweest en het speelt zich af in een woestijn natuurlijk. Dus vandaar dat er bij mij automatisch, denk ik, dat soort beelden op de cover zijn gekomen.” Die uitstraling is meteen zichtbaar op de omslag van Tethered to Darkness. Daarop staat Shen met een gloeiend zwaard dat reageert op magie, tegen een achtergrond die de woestijnwereld van het verhaal oproept. Voor Matt was het belangrijk dat er een personage op de cover kwam, maar het bleek nog behoorlijk lastig om te bepalen hoeveel je daarop laat zien. “Er moet genoeg informatie op staan, maar niet te veel.” Gelukkig kreeg hij hulp van een illustrator. Die vroeg hem eerst zelf een voorbeeldtekening te maken. “Ik kan absoluut niet tekenen, dus dat dit eruit is gekomen is nog steeds voor mij een wonder.” Een verhaal dat zijn schrijver veranderde Hoe langer Matt in die wereld doorbracht, hoe meer hij merkte dat het schrijven niet alleen gevolgen had voor zijn personages. “Hoe meer ik schreef, hoe meer ik merkte dat het ook iets met mij deed.” Zijn eigen ontwikkeling begon volgens hem zelfs invloed te krijgen op de ontwikkeling van het verhaal. “Het kan bijna een soort van therapeutische werking op jezelf hebben.” Dat hij vervolgens emotioneel werd door scènes die hij zelf had bedacht, was voor hem een verrassende ervaring. Hij schreef tenslotte zijn eerste roman en had nog nooit meegemaakt hoe sterk een band met zelfbedachte personages kon worden. “Dat laat ook wel zien dat je dus echt een band opbouwt met de personen en met het verhaal.” Het boek veranderde terwijl hij eraan werkte. Maar hetzelfde gold blijkbaar voor de schrijver. Zeven keer hetzelfde boek Tethered to Darkness ontstond dan ook niet in één keer. Na zijn eerste versie kwam voor Matt misschien wel het moeilijkste moment van het hele proces: teruglezen wat hij had geschreven. “Ik had een eerste draft geschreven. En wat ik toen heel lastig vond was daarna de draft teruglezen en denken: dit is totaal niet het niveau dat ik wil dat het heeft.” De structuur van het verhaal klopte volgens hem wel. De uitvoering nog niet. “Toen kwam ik er pas echt achter van: oké, hier begint het eigenlijk pas.” Dus begon hij te herschrijven. En daarna nog een keer. En nog een keer. “Ik zeg ook altijd tegen vrienden en familie: ik denk dat ik hem zeven keer geschreven heb.” Daarmee werd de totstandkoming van zijn eerste fantasyroman ook een leerschool. Bij iedere versie zag hij nieuwe dingen die anders of beter konden. Alles zelf leren Daar kwam nog bij dat Matt ervoor koos zijn boek zelf uit te geven. Als selfpublisher moest hij zich daardoor niet alleen bezighouden met schrijven en redigeren, maar ook met de vormgeving, productie en promotie van zijn boek. “Er zit een hele grote leercurve in die twee jaar. Ik heb allemaal dingen geleerd die ik daarvoor nog nooit heb gedaan.” Toch zou hij die ervaring niet willen missen. “Het is echt een geweldig proces geweest.” Ook tijd vinden om te blijven schrijven hoort daarbij. Daar heeft Matt een opvallend nuchtere kijk op. Op de vraag hoe hij dat combineert met de rest van zijn leven, antwoordt hij met één woord: “Discipline.” Voor hem werkt schrijven daarin niet anders dan sporten of een andere hobby waar je graag tijd aan besteedt. “Er is gewoon tijd voor vrijmaken.” Als anderen jouw wereld binnenstappen Na twee jaar kwam uiteindelijk het moment waarop Tethered to Darkness daadwerkelijk werd gedrukt. Toen veranderde er opnieuw iets. De wereld die tot dan toe vooral in Matts hoofd en op zijn computer had bestaan, werd ineens toegankelijk voor andere mensen. En die gingen er iets van vinden. “Het was zenuwslopend.” Vooral bekenden vond hij spannend. “Je wilt heel graag dat zij het leuk vinden.” Tot nu toe zijn de reacties volgens Matt overwegend positief. Al voegt hij er lachend aan toe dat bekenden misschien gewoon niet negatief hebben durven zijn. Ook recensies van andere lezers volgt hij. “Alle feedback die ik krijg wil ik graag in ieder geval kunnen lezen. Of ik er dan iets mee doe is een tweede.” Een verhaal waarvan zelfs de schrijver het einde nog niet kent Tethered to Darkness is Book One of the Veil of Sands. Hoeveel delen er uiteindelijk nodig zullen zijn om het volledige verhaal te vertellen, weet Matt zelf nog niet. Er bestaat wel een grotere verhaallijn in zijn hoofd, maar tijdens het schrijven laat hij ruimte om daarvan af te wijken. “Ik heb van tevoren altijd een beeld en dan, al schrijvende, verandert dat.” Dat is geen probleem. Integendeel, Matt heeft die onzekerheid nodig om zelf nieuwsgierig te blijven naar zijn verhaal. “Als ik van tevoren al weet wat ik ga schrijven, dan is het niet meer leuk.” Daarmee staat ook na twee jaar schrijven, herschrijven en publiceren nog lang niet alles vast. Shen heeft pas een eerste stap gezet buiten de wereld die hij dacht te kennen. Matt Falcon heeft met Tethered to Darkness zijn eerste stap als romanschrijver gezet. Waar hun reis precies eindigt, moet zelfs de schrijver nog ontdekken. Links: * Matt Falcon’s website * Instagram | TikTok | Threads | Bluesky * Bestel ‘Tethered to Darkness’ Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  7. 12 Aug

    Een goed verhaal is nooit hetzelfde

    In een klein, schemerig huisje op een fantasyfair in Archeon zit het publiek muisstil te luisteren. Uit een draagbaar luidsprekertje klinkt muziek. Geen podium, geen schijnwerpers of projectieschermen. Alleen twee verhalenvertellers, een paar eenvoudige attributen en een oud volksverhaal dat al eeuwen wordt doorgegeven. Aan het einde van de voorstelling spreek ik met Erik Maassen, beter bekend als De Sprookspreker, en zijn dochter Merlijn, die optreedt als De Kletsprater. Samen brengen zij middeleeuwse ridderverhalen, sprookjes en oude volksvertellingen opnieuw tot leven, precies zoals verhalenvertellers dat eeuwen geleden deden op jaarmarkten en in herbergen. Van geschiedenisles naar kampvuur Voor Erik begon het ruim vijftien jaar geleden. Hij werkte jarenlang als docent geschiedenis, maar miste het vertellen van verhalen. Tegelijk raakte hij betrokken bij middeleeuwse re-enactment. “Die twee dingen heb ik eigenlijk bij elkaar gebracht.” Zo ontstond De Sprookspreker. Wat begon met middeleeuwse ridderverhalen groeide uit tot optredens op fantasyfestivals, historische evenementen en vertelvoorstellingen door heel Nederland. Zijn repertoire bestaat uit oude volksverhalen, ridderromans en sprookjes die hij telkens opnieuw vertelt, zonder dat ze ooit precies hetzelfde klinken. Opgegroeid tussen de verhalen Toen Erik begon, was Merlijn nog een kleuter. Nu staat ze als negentienjarige naast hem op evenementen. Verhalen vertellen zat er al vroeg in. “Altijd,” zegt Erik als ik vraag of er thuis veel werd voorgelezen. “Ook met de hele familie erbij.” Merlijn herinnert zich nog goed welke verhalen haar het meest bijbleven. “Hoe Roeland ridder werd vond ik altijd heel leuk.” En ook De Zes Zwanen, het sprookje over een meisje dat haar betoverde broers probeert te redden. Zelf ontdekte ze later een eigen manier van vertellen. Ze speelde al van jongs af aan toneel en musicals. Uiteindelijk ontstond het idee om verhalen te combineren met poppenspel. “Waarom zou ik die verhalen niet met een pop vertellen?” Zo ontstond haar eigen alter ego: De Kletsprater, met onder meer een jonge draak die het onmogelijke wil: ridder worden. Een kostuum helpt je een verhaal binnen te stappen Opvallend is dat vader en dochter niet alleen verhalen vertellen, maar er ook uitzien alsof ze rechtstreeks uit de Middeleeuwen zijn gestapt. Alle kostuums worden door Merlijn zelf gemaakt. “Ik maak bijna alles.” Zodra ze de kleding aantrekt, verandert er iets. “Ik merk dat ik er heel anders van ga staan. Anders lopen, anders praten.” En het doet ook wat met het publiek: het helpt het publiek om in een nieuwe wereld te stappen. “Je doet dat met je stem, met je bewegingen, maar ook met je kleding.” De film die in je hoofd ontstaat Wat maakt iemand eigenlijk een goede verhalenverteller? Volgens Erik draait het niet om grote gebaren of een luide stem. Juist afwisseling is belangrijk. “Hard praten, zacht praten, langzaam praten, snel praten.” En vooral: toewerken naar het juiste moment. “Je moet naar een climax opbouwen.” Maar het mooiste moment komt pas daarna. “Als je in de ogen van de mensen kunt zien dat ze in een hele andere wereld zitten.” Hij glimlacht. “Dat kan je echt zien.” Voor hem is dat het bewijs dat een verhaal zijn werk doet. “Dan heb ik altijd het gevoel: het lukt vandaag.” Oude verhalen blijven leven Hoewel hun verhalen gebaseerd zijn op eeuwenoude volksvertellingen, liggen ze nooit helemaal vast. Erik combineert soms verschillende bronnen tot één nieuw verhaal. Merlijn schrijft juist ook volledig nieuwe vertellingen, zoals het verhaal over een jonge draak die ridder wil worden. Toch blijft improvisatie een belangrijk onderdeel van hun optredens. Zelfs wanneer er muziek meespeelt. “Dan moet je soms ineens een paar zinnen improviseren omdat je merkt dat je tien seconden voorloopt op de muziek.” Juist daardoor blijft ieder optreden uniek: een verhaal leeft. En verandert met iedere verteller én met ieder publiek. Waarom verhalen nooit af zijn Erik bracht ooit een bundel met zijn verhalen uit. Toch ontdekte hij al snel dat papier ook een nadeel heeft. “Als je de verhalen eenmaal hebt opgeschreven, dan veranderen ze niet meer.” En dat vindt hij jammer, want juist het mondeling vertellen houdt verhalen levend. “Je kunt tien of vijftien jaar lang hetzelfde verhaal in je repertoire hebben. En in de loop van de tijd verandert het.” Volgens hem is dat geen probleem, integendeel. “Dat is eigenlijk prima.” Een traditie die doorgaat Aan ideeën voor nieuwe verhalen ontbreekt het niet. Merlijn droomt ervan om ooit een sprookje te vertellen waarin het handwerk uit het verhaal letterlijk tot leven komt. Ze noemt het Grimm-sprookje De schietspoel, het klosje en de naald, over een meisje dat uitblinkt in handwerken. “Aangezien ik ook de kostuums maak en veel handwerkvormen doe, lijkt het me leuk om dat verhaal te vertellen én die handwerkvormen tegelijkertijd te doen.” Erik ziet zichzelf juist al staan in een van de historische huizen van Archeon, omringd door de muurschilderingen van de middeleeuwse ridderroman Walewein. “Die roman zou ik op die plek nog wel eens willen vertellen. Dan heb je helemaal met illustraties eromheen. Dan komt het verhaal echt tot leven.” Het typeert hoe zij naar verhalen kijken: als levende vertellingen die met iedere nieuwe verteller en elk nieuw publiek een beetje veranderen. Misschien is dat wel waarom sprookjes en volksverhalen de eeuwen hebben overleefd. Niet omdat ze altijd hetzelfde bleven, maar omdat iedere generatie ze opnieuw vertelt. Soms is daar alleen iemand voor nodig die begint met de woorden: “Er was eens...” Links: * De Sprookspreker website * Facebook | Instagram | YouTube | Spotify * De sprookspreker vertelt - Middeleeuwse voorleesverhalen door Erik Maassen Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

  8. 11 Aug

    "Een oorlog dwingt je te kiezen"

    Wat doe je als de wereld waarin je leeft uit elkaar dreigt te vallen? En hoe bepaal je wat juist is wanneer geen enkele keuze zonder gevolgen blijft? Dat zijn de vragen die centraal staan in de Revolutie-serie van Larissa Klein Bennink. Met het verschijnen van Herovering in februari 2026 kwam een einde aan een fantasyreeks waaraan ze bijna acht jaar werkte. Ik kijk met haar terug op die reis, van een kinderdroom tot een afgeronde vierdelige serie. Een steampunkwereld met luchtschepen en magie De wereld van Revolutie voelt vertrouwd en vreemd tegelijk. “Het is een fantasywereld in een steampunksetting,” vertelt Larissa. “Denk qua sfeer een beetje aan Victoriaans Engeland. Er zijn luchtschepen, veel stoom en koper.” Buskruit bestaat wel, maar is zeldzaam. Wie een pistool draagt, is volgens haar wereld “heel rijk, heel gevaarlijk of allebei.” In die wereld volgen we verschillende personen: Naria is de erfgename van de Koperen Troon, maar draagt een gevaarlijk geheim met zich mee: ze bezit magie, terwijl die in haar koninkrijk al generaties verboden is. Daarnaast zijn er Elias, de kapitein van een luchtpiratenschip, Alan, die een persoonlijke afrekening heeft met de koninklijke familie, en Adelard, de raadsheer die achter de schermen een eigen agenda volgt. Hun verhalen kruisen elkaar voortdurend, terwijl een burgeroorlog onafwendbaar dichterbij komt. Een slechterik die zichzelf gelijk geeft Van alle personages blijkt juist de antagonist het leukst om te schrijven. “Adelard is een verschrikkelijk persoon,” zegt Larissa lachend. “Maar hij is zó leuk om te schrijven.” Dat komt doordat hij zichzelf nooit als schurk ziet. Hij is ervan overtuigd dat alles wat hij doet uiteindelijk het rijk dient. Zelfs als daarvoor onschuldigen moeten sterven of complete gebouwen worden opgeblazen. “Wat ik doe is voor het grotere goed.” Juist die interne logica maakt hem geloofwaardig. “Het leuke was om hem door de serie heen steeds verder te laten afglijden. Eerst snap je hem nog. Maar op een gegeven moment denk je: nu ben je echt veel te ver gegaan.” Personages die veranderen Niet alleen Adelard ontwikkelt zich. Ook Alan maakt een van de grootste veranderingen door. Na een beslissing in het eerste boek sloeg de stemming onder haar lezers volledig om. “Eerst kreeg ik berichten: Alan is mijn favoriete personage. En dan dacht ik alleen maar: wacht maar tot je verder bent.” Niet veel later volgden nieuwe reacties. “Verdorie, ik haat hem.” Voor Larissa was dat stiekem precies de reactie waarop ze hoopte. Want Alan is geen slechterik. Hij is iemand die verkeerde keuzes maakt, verblind door zijn verleden, en pas later beseft welke schade hij heeft aangericht. Zijn grootste strijd is niet tegen een vijand, maar tegen zichzelf. Een wereld die bleef groeien Aan de wereld van Revolutie werkte Larissa al sinds 2017. Ze begon met beelden in haar hoofd, verzamelde inspiratie op Pinterest en liet haar wereld langzaam groeien. “Ik ben heel erg een beelddenker.” Maar veel details ontstonden pas doordat anderen vragen stelden. “Dan moest ik ineens nadenken: hoe werkt dit eigenlijk? En dan ontdekte ik tijdens het beantwoorden zelf hoe mijn wereld in elkaar zat.” Zo groeide die wereld langzaam uit tot een plek met een eigen geschiedenis, technologie en maatschappelijke verhoudingen. Groeien als schrijver Als ze haar eerste boek nu terugleest, ziet Larissa meteen hoeveel ze heeft geleerd. “Ik had sommige dingen echt anders kunnen doen.” Het is een bewijs dat ze als schrijver is gegroeid. Die groei verliep niet altijd vanzelf. Er waren periodes waarin het mentaal minder goed ging. Dan voelde iedere redactieopmerking zwaarder dan normaal en kostte schrijven veel meer energie. Toch werkte juist dat ook door in haar verhalen. “Je groeit mee met je personages.” Soms ontdekte ze zelfs dat een scène die ze jaren eerder had geschreven niet meer klopte. “Het gevoel was nog hetzelfde. Maar het personage niet meer.” Toen wist ze dat niet alleen haar personages waren veranderd. Zijzelf was dat ook. Keuzes zonder goede antwoorden Onder alle magie, luchtschepen en politieke intriges ligt een vraag die de hele serie verbindt. Hoe maak je de juiste keuze als er geen perfecte oplossing bestaat? Een burgeroorlog dwingt ieder personage om partij te kiezen. Niet iedereen hanteert daarbij dezelfde moraal. “Hoe bepaal je wie jij wilt zijn, waar jij voor wilt staan en waar jij voor wilt vechten?” Die vraag krijgt extra lading doordat Larissa ook actuele thema’s verwerkt. Discriminatie speelt een belangrijke rol in haar wereld. Niet op basis van huidskleur, maar van afkomst en uiterlijk. Artificiali, mensen met mechanische ledematen worden bijvoorbeeld als tweederangs burgers behandeld, omdat oude vooroordelen nog altijd voortleven. “Het zijn ook gewoon personen. Met een verhaal, een mening en een visie.” En juist daardoor nodigt haar fantasywereld uit om ook anders naar onze eigen wereld te kijken. Het einde van een tijdperk Voor Larissa was het verschijnen van Herovering meer dan alleen de publicatie van een nieuw boek. Het betekende afscheid nemen. “Je bent supertrots, want je kunt zeggen: mijn serie is af.” Maar tegelijk voelde het vreemd. “Ik ben niet klaar met schrijven. Ik ben ook niet klaar met deze wereld. Maar ik ben wel klaar met deze personages.” Jarenlang groeide ze samen met hen op. Hun verhaal is nu verteld. En juist daarom voelt het einde dubbel. Niet omdat de wereld nu ophoudt te bestaan, maar omdat de mensen die haar al die jaren bevolkten eindelijk hun bestemming hebben bereikt. Links: * De website van Larissa Klein Bennink * Facebook | Instagram | TikTok * Bestel de Revolutie-serie Get full access to Father Roderick at fatherroderick.substack.com/subscribe

About

Fantasyfans is de Nederlandstalige podcast voor liefhebbers van fantasy, boeken en verhalen. Presentator Roderick Vonhögen ontmoet schrijvers, illustratoren, cosplayers, kunstenaars en andere makers uit de Nederlandse en Vlaamse fantasywereld. Ontdek nieuwe fantasyboeken en auteurs, luister naar de verhalen achter bijzondere werelden en personages en maak kennis met de creativiteit van cosplayers, tekenaars en andere makers. Ook bezoeken we fantasyfestivals zoals Castlefest en Elfia, waar fantasy fans, schrijvers en makers samenkomen. Of je nu graag fantasy leest, zelf verhalen schrijft, aan cosplay doet of gewoon nieuwsgierig bent naar de mensen achter het genre, Fantasyfans laat je kennismaken met wat er allemaal leeft in de fantasywereld. Nieuwe interviews en verhalen verschijnen regelmatig. fatherroderick.substack.com