Karakterstructuren zijn overlevingsmechanismen uit je jeugd. Ze verklaren patronen in gedrag, gevoelens en zelfs lichamelijke en psychische klachten, zoals controle behoefte, angst of conflictvermijding. Het mooie is: ze zijn niet vaststaand. Door bewustwording en zelfreflectie kun je oude patronen doorbreken, grenzen leren stellen en meer vrijheid en balans in je leven vinden. In je jeugd ontwikkel je allemaal patronen om met de wereld om te gaan. Die noemen we karakterstructuren. Het zijn manieren van doen en voelen die je vroeger hielpen, maar die je later soms ook in de weg kunnen zitten. Er zijn zes hoofdstructuren: De afwezige – trekt zich terug in zichzelf, zoekt veiligheid in denken en afstand. De onverzadigbare – verlangt naar verbinding en zorg, maar voelt vaak een tekort. De afhankelijke – past zich sterk aan en verliest zichzelf snel in de ander. De opofferende – zet zichzelf op de laatste plaats, houdt spanning en pijn vast. De afstandelijke – streeft naar perfectie, beheersing en wil controle houden over gevoelens. De wantrouwige – wil controle houden, bang om afhankelijk te zijn. Iedereen heeft een eigen mix van deze structuren. Ze zijn niet goed of fout – het zijn overlevingsstrategieën. Door ze te herkennen, kun je beter begrijpen waarom je doet, wat je doet en waarom je eruit ziet zoals je eruit ziet. Je lichamelijke en psychische kenmerken kunnen je ook al vroegtijdig iets vertellen. En door verandering kun je meer vrijheid vinden in je keuzes omdat je door je karakterstructuur veel keuzes niet meer kunt maken. Ook hier gaat dus op, je verleden kiest, niet jij zelf dus ook hier weer duidelijk, dit ben je niet zelf, je bent veel meer als je karakterstructuur. Deze karakterstructuren verklaren waarom je je soms angstig, boos, leeg, onzeker of afhankelijk voelt, waarom je grenzen moeilijk bewaakt, of waarom je steeds tegen dezelfde dingen aanloopt. Door ze te herkennen, kun je eindelijk beginnen met echte verandering — richting heelheid, innerlijke rust en vrijheid. In mijn eigen leven heb ik vooral karakterstructuren sterk ontwikkeld: de opofferende en de afstandelijke. En als derde de Wantrouwige structuur, zij bepaalden jarenlang mijn busrit. Ik zorgde altijd voor anderen, werkte hard en wilde alles perfect doen, maar vergat daarbij mezelf. Grenzen stelde ik nauwelijks, kwetsbaarheid liet ik niet zien. De wantrouwende was ook in mij aanwezig, waardoor ik vaak te dominant was en daardoor geen gezonde assertiviteit bezat. De Afwezige was nauwelijks in mij ontwikkeld, ik voelde me overal veilig soms weleens te veilig, was veel te goed van vertrouwen. Door dit te herkennen, begreep ik eindelijk waarom ik vaak vastliep: waarom ik zo moe werd, waarom ik soms ontplofte en waarom intimiteit lastig was. En waarom het zo moeilijk was voor mij om gezonde relaties op te bouwen. Het inzicht in mijn eigen structuren heeft me geholpen om meer balans te vinden, beter voor mezelf te zorgen en dichter bij mezelf te blijven.