Vorming voor elke dag

Ds. A.S. Middelkoop

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

  1. 1D AGO

    Prof. W. Kremer over prediking met de verbondsgemeente als luisteraar

    ‘Hier heeft de geestelijke leiding haar basis. De prediking spreekt in aansluiting aan deze Woord-belofte-eis-relatie. Zij gaat echter fout, wanneer zij zou onderstellen, dat deze relatie in feite bezit van de geestelijke weldaden onderstelt.   Juist in de verbondsgemeente geldt: Indien iemand niet wederom geboren wordt, hij kan het koninkrijk Gods niet zien en niet ingaan. Het klassieke doopsformulier zij hier leidraad voor geestelijke leiding.Wij mogen in de prediking de genade niet over de natuur zetten en de bondeling aanspreken als ware hij een gelovige. Wij kweken dan wel een „geestelijke" beschouwing, maar onderwijzen niet in het leven door en uit het Verbond Gods.   De prediking dient te leiden tot het besef, dat radicale vernieuwing van de bondeling naar het verbond moet, mag en kan geschieden, juist omdat God het verbond met ons en onze kinderen aanging. Dit moet juist als evangelie ten volle verkondigd worden.   Zo kan er ook plaats komen voor Christus als Borg des Verbonds. Christus is geen helpende Zaligmaker, die rijke jongelingen en jongedochters de handen oplegt en hen goedkeurend bemoedigt in hun algemene religiositeit.   Juist nu het gevaar van vervlakking allerwege dreigt, dient de geestelijke leiding helder en scherp te zijn, opdat het snode van het kostelijke klaar worde onderscheiden. Om dit te bereiken is de onderscheiding in onbekeerden, bekommerden en bevestigden ongenoegzaam. Er is in de verbondsgemeente veel meer verscheidenheid. In een onderwerpelijke, onderscheidende en ontdekkende prediking zal zij daarom benaderd moeten worden.’

    3 min
  2. FEB 12

    Dr. C.A. Tukker: Twee dochters die om een Arts verlegen zijn (2)

    ‘En ik héb Hem aangeroepen, ik Jaïrus, en Hij vergeet mij. Nóg terwijl Jezus sprak, zegt Lukas om te benadrukken hoe Jaïrus geschokt, wordt - nóg terwijl deze woorden van behoud uit Zijn mond klinken, komt er een uit Jaïrus' huis met de boodschap: Uw dochter (met klemtoon!) is gestorven; zijt de Meester niet moeilijk. Deze dochter gaat heen in vrede. Maar haar vrede kost mijn dochter het leven.   Zijt de Meester niet moeilijk. U ziet toch, dat Hij het te druk heeft met anderen? Het is niet voor u. Laat Hem gaan, Jaïrus, aan uw huis inmiddels een sterfhuis - voorbij. Net als bij Lazarus is het hier immers te laat?   Nee! Tot déze gekwelde Jaïrus spreekt de Zaligmaker dezelfde taal als tot die dochter die twaalf jaren bloed had gevloeid. Geen onderscheid in de nood? Geen onderscheid in het Evangelie. Erbuiten gezet? Er binnen gesloten. 'Vrees niet, geloof alleen, en zij zal behouden worden'. Dood is niet dood. Jezus komt bij het bed. Mensen jammeren, slaan zich op borst en hoofd in nagemaakte gespeelde, opgevoerde rouw. De tot dit doel gehuurden zijn er al. De vorst der duisternis, de koning der verschrikking is de Levensvorst vooruit. En in die gehuurden lacht hij Jezus uit, wanneer Hij zegt dat de dochter slaapt. Zij weten wel beter! De dood schijnt het dit keer te winnen van Hem, Die het leven is. Maar Jezus grijpt haar hand en roept, zeggende: Kind sta op! En zo gebeurt het.   Jaïrus en zijn vrouw en de discipelen hebben een les voor het leven geleerd. Allereerst: mijn eniggeboren dochter is niet waardiger dan de dochter die twaalf jaar bloed vloeit. Het 'ik ben het niet waard' van de bouwer van de synagoge wordt de les voor haar overste. Ten tweede: er gaat kracht van Jezus uit tot behoud. Het kan, maar gaat Hij mijn deur voorbij? Zal ik in het zicht van de haven stranden? Ten derde: de tegensprekers komen opzetten. Vroom in de vorm van de boodschapper uit zijn huis. Zijt de Meester niet moeilijk. Hij heeft méér te doen. Vergeet Hem en laat Hij u vergeten. En grof en goddeloos in de vorm van de klaagvrouwen. Zij belachen Hem, want zij weten dat zij gestorven is. Wat wil Deze? Wij hebben toch de triomf van de dood geconstateerd? En vroom en grof zingen één deun: te laat.    Ten vierde: Jezus hoort het en zegt: Vrees niet, geloof alleen. Dat wil zeggen vergeet niet Mij maar al die andere stemmen. Leg het naast u neer, want Ik ben er. De Heere geloven is altijd Hem alleen geloven.    Ten vijfde: zij zal behouden worden. Het gebruikte werkwoord betekent meer dan dat de dochter in dit leven opstaat en haar bestaan voortzet. De Heere redt volkomen wie Hem alleen overhouden en geloven.   Hoelang duurt het nu al? Jaren op Hem gehoopt en niet geholpen? Om u heen en in u zeggen ze: Het is te laat, het kan niet meer. U hebt de klaagvrouwen al gehuurd. Maar vergis u niet. Laat de dood zich maar vergissen, doch vergist u zich niet. Vrees niet, geloof alleen. Daar vallen alle stemmen weg. En Hij spreekt van blijde troost en vrede en maakt de doden levend.

    5 min
  3. FEB 4

    Dr. C.A. Tukker: twee dochters die om een Arts verlegen zijn (1)

    Jaïrus Van dezelfde synagoge, die de hoofdman te Kapernaüm uit liefde tot Gods volk heeft laten bouwen (7 : 5), is Jaïrus overste. Hij is de man die in de synagoge de leiding heeft, zelf uit de Schriften voorleest of anderen daartoe uitnodigt. Jezus wordt gebeden in zijn huis te komen, want hij heeft één dochter van ongeveer twaalf jaar, en die is doodziek. Zal Jezus niet direct komen en dat kind genezen? Doodziek betekent immers dat geen uitstel gedoogd kan worden! Tweemaal komen we in het Evangelie zo'n 'geval' tegen. Hier de dochter van Jaïrus, en straks (Joh. 11) Lazarus. In beide gevallen stelt Jezus Zijn komen uit. Waarom? Wanneer Lazarus gestorven is, zegt Jezus tot Zijn discipelen: Ik ben blij om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt'. En hier bij Jaïrus bedient Hij Zich van dezelfde taal: Vrees niet, geloof alleenlijk'. God beproeft mensen, en soms lijkt het alsof Hij kwelt. Maar in werkelijkheid werkt Hij via een omweg van uitstel, dat afstel dreigt te worden, geloof in het hart dat Hem alleen voor het wonder van de genezing zocht.   Arts Jezus gaat mee, doch wordt verdrongen en tegengehouden. Het lukt niet, het gaat niet snel genoeg. Reken gerust dat Jaïrus' hart ineenkrimpt. De enige Arts Die helpen kan, komt dadelijk ook nog te laat. Overigens laat Jezus Zich niet door 'niets' of voor 'niets' tegenhouden. Er is een vrouw. Jazeker er zijn zoveel vrouwen. Nee, let eens op: dit is een apart geval. Deze verkeert in gelijke omstandigheden als Jaïrus dochter. Alle geld aan artsen gespendeerd, en niemand had haar kunnen genezen. Lukas, de arts, weet wat hij schrijft wanneer hij deze vrouw en Jaïrus' dochter naast elkaar stelt. En als wij haastig concluderen: 'Maar zo'n kind gaat toch voor', dan zegt Lukas: wacht even; hoe oud is dit meisje? Ongeveer twaalf jaar! En hoelang heeft deze vrouw bloed gevloeid? Twaalf jaar! Is die vrouw niet net zo doodziek als dat meisje? Des mensen bloed is zijn leven. Deze vrouw bloedt straks dood. Net zo lang als het meisje leeft, vloeit de vrouw bloed. Is er verschil? Durft u te kiezen of voorrang te verlenen?   Kracht Jezus neemt de tijd. Er ontstaat een gesprek over wie Hem (bewust) aangeraakt heeft. Met nadruk in het Grieks zegt Hij: 'Ik heb bekend, dat kracht van Mij uitgegaan is'. Jaïrus popelt van ongeduld, maar kan niet anders dan bij Jezus blijven en moet alles aanhoren. In de nood van een vader met een doodziek kind leert Jezus hem wat Hij doet dien die op Hem wacht. 'Ik heb bekend...' God gaat Zijn soevereine weg. En Zijn weg is zelfs in de grootste nood geheel Zijn weg: anders en hoger dan onze wegen, zoals Zijn gedachten hemelhoog zelfs boven die van een vader met een doodziek kind uitgaan. Gelooft Jaïrus? Voor zijn oren verklaart de vrouw om welke oorzaak (vs. 47) zij Jezus heeft aangeraakt. In een andere evangeliebeschrijving zegt ze bij zichzelf: 'Indien ik alleen Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden'. Door dit geloof wordt ze behouden en houdt haar kwaal op.    Dochter Dat alles maakt Jaïrus mee. In nog een ander opzicht stelt Jezus de vrouw naast zijn dochter. Hij spreekt die vrouw aan met 'dochter'. Als je Jaïrus vraagt: Over hoeveel dochters gaat het? dan zegt hij: Ik heb er maar één, een eniggeborene, en die moet ik als het zo doorgaat, nog afstaan aan de dood. Maar Jezus maakt in Jaïrus' bange ogen en hart plaats voor wat Hij ziet: er zijn er twéé. Jij bent het niet alleen, en jouw dochter is het niet alleen. Het lijkt hard, maar wat een les, en ook wat een verlossing wanneer de Heere ons uit ons kleine kringetje, waarin we met onze nood vastlopen, losmaakt en ons eens laat zien, hoe Hij de nood van anderen en van onszelf ziet en op waarde schat. In die les begint, zoals we volgende week zullen horen, het behoud.

    6 min
  4. JAN 30

    Vanaf welke leeftijd leer ik mijn kind hardop een vrij gebed doen aan tafel of bij het naar bed gaan?

    Een kind is gebaat bij dagelijks terugkerende rituelen. Gewoontegedrag is de sleutel, als het gaat om het ontwikkelen van een heilzame geloofsopvoeding. Ik herinner me twee gewoonten die in mijn eigen opvoeding dagelijks praktijk waren. Allereerst het kindergebed na het grote gebed aan tafel: ‘Heere, zegen deze spijze, uit genade, om Jezus wil, amen’. Een heel eenvoudig gebed, maar dit leert het kind de kern verwoorden en tegelijkertijd hardop tot God gaan. Zowel praktiseren als oefenen. Daarnaast knielde ik voor mijn bed, terwijl mijn vader ons als ‘kleintjes’ naar bed bracht. Dit was zijn dagelijkse taak, nadat mijn moeder de hele dag als opvoeder actief was. Bij dit kindergebed klonken de bekende woorden ‘Ik ga slapen ik ben moe’. Vervolgens mochten we daar als kind een persoonlijk gebed bij uitspreken, met wat ons bezig hield. Zo oefenden wij het bidden.    Ik kan mij geen tijd herinneren dat ik dit niet deed als kind, dus ik denk dat we bij het ontwikkelen van spreken ook leerden bidden. Dus vanaf een jaar of twee drie tot de middelbare school. Rond het einde van de basisschool was het kindergebed vervangen door een vrij gebed, met een aantal coupletten van de avondzang. Ergens in die periode lieten mijn ouders het los en was het gewoontegedrag praktijk. Als tiener zal ik het best wel eens over hebben geslagen, maar nooit zonder schuldgevoel. Wie als kind leert bidden, oefent een gebedspraktijk voor het leven.    Waarom ik zoveel aandacht geef aan deze standaardgebeden? Omdat ik denk dat ze de dragers zijn voor het vrije gebed. Leer kinderen vaste rituelen, dan kun je daar later op variëren. Wie niet eerst vaste gebeden leert, heeft geen basiswoorden en praktijk om bij aan te sluiten. Aan tafel kan een kind leren om soms het ‘Onze Vader’ te bidden, een kind van een jaar of tien zal dat nog graag doen, als ze veertien jaar zijn lijken ze het weer vergeten te zijn. Het is dus van groot belang dat voor het zich ontwikkelende schaamtegevoel van de tienerjaren de belangrijke gebedslessen en rituelen zijn aangeleerd.    Leer vanaf de wieg dagelijkse rituelen aan. Zodra een kind zelf woorden kan geven aan dingen, bijvoorbeeld als vier of vijf jarige, kun je dit koppelen aan het standaardgebed. Na verloop van tijd zal als vanzelf de ruimte voor het vrije gebed ontstaan. Dit in samenhang met de eigen aard en talenten van het kind. Immers, ieder kind is anders.      Deze vraag en mijn antwoord daarop is eerder gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad.

    4 min

About

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

You Might Also Like