Een Viking met een enorme bijl loopt langs een Disneyprinses. Even verderop wandelt een kleine draak aan een hondenriem, terwijl twee steampunkpiraten op hun vrienden wachten. Op de trappen van het kasteel poseert Cruella de Vil voor de fotografen. Welkom in Elfia, waar het volkomen normaal is dat personages uit totaal verschillende werelden elkaar tegenkomen. Op 19 en 20 september veranderden de Kasteeltuinen van Arcen opnieuw in een koninkrijk vol fantasie. Ik reisde ernaartoe om voor Fantasyfans.nl verslag te doen en bezoekers te ontmoeten. Met mijn microfoon in de hand trok ik langs de marktkramen, door de tuinen en over de verschillende festivalterreinen. En zoals zo vaak op dit soort evenementen bleek het leukste niet wat er op het programma stond, maar wie ik onderweg tegenkwam. Een koninkrijk waar iedereen welkom is De reis naar Arcen is voor mij altijd een flinke onderneming. Met het openbaar vervoer ben ik al gauw anderhalf tot twee uur onderweg, zeker wanneer de treinen vertraging hebben. Maar zodra ik de brug naar de ingang oversteek, ben ik die reis alweer vergeten. Bij de poort staan twee wachters. De ene draagt een glimmende helm, de andere heeft een bezem bij zich. Ook in een fantasiekoninkrijk moet iemand tenslotte de boel schoonhouden. Na de visumcontrole, de tassencontrole en een inspectie van de meegebrachte zwaarden en andere wapens mag ik het koninkrijk binnen. Bij het kasteel staan de eerste fotografen al klaar. De vijver met waterlelies en de statige trappen vormen een prachtig decor voor de bezoekers die in hun mooiste kostuums poseren. Wat me meteen opvalt, is hoeveel verschillende soorten fantasie hier samenkomen. Vikingen, elfen, animepersonages, Disneyprinsessen, steampunkers en figuren uit computerspellen lopen kriskras door elkaar. Een familie heeft zich verkleed als boswezentjes. De vader vertelt dat ze eigenlijk heel klein zijn, maar vandaag dankzij een toverdrankje enorm zijn gegroeid. Zijn kinderen dragen grote paddenstoelhoeden en zijn vastbesloten om echte kabouters te vinden. Even verderop ontmoet ik Roosje, een hondje met drakenvleugels. Volgens haar baasje is ze ook zonder kostuum soms een klein draakje. Daar merk ik weinig van, want ik krijg meteen een vriendelijke lik over mijn hand. De kunst van het verkleden Een van de dingen die ik het leukste vind aan Elfia is de enorme hoeveelheid creativiteit die je overal tegenkomt. Twee bezoekers in schitterende bloemenkostuums vertellen dat ze ongeveer een maand aan hun kleding hebben gewerkt. En dan moet je op de festivaldag zelf ook nog vroeg opstaan om alle schmink, glitters en accessoires aan te brengen. Andere bezoekers werken jarenlang aan hun kostuums en blijven die steeds verder verbeteren. Zo ontmoet ik opnieuw een cosplayer met enorme vleugels, geïnspireerd op de boekenwereld van A Court of Thorns and Roses. Zijn vleugels liggen tijdelijk opzij, want zelfs in een magische wereld moet je af en toe naar het toilet. En dat blijkt met zulke grote vleugels behoorlijk ingewikkeld. Dat is meteen een van de leuke kanten van Elfia. Achter al die indrukwekkende verschijningen zitten gewone mensen, met gewone praktische problemen. Gelukkig loopt er ook een Cosplay Medic rond. Hij heeft een complete reparatieset bij zich met naalden, lijm, tape, schroevendraaiers en allerlei materialen om kapotte kostuums weer op te lappen. Vooral schoenen blijken het tijdens zo’n festival nogal eens te begeven. En een losgeraakte pruik of gescheurde naad kan natuurlijk ook zomaar gebeuren. Zelfs magie heeft af en toe wat onderhoud nodig. Een markt vol verhalen De markten vormen voor mij een van de hoogtepunten van Elfia. Niet zozeer omdat ik van alles wil kopen, maar omdat achter vrijwel iedere kraam een verhaal schuilgaat. Bij een keramiekkraam raak ik aan de praat met Tanja, die al zestien jaar keramiek maakt. Ze laat me bijzondere bekers zien die op extreem hoge temperaturen zijn gebakken. Sommige hebben een oppervlak dat bijna op drakenhuid lijkt. Mijn favorieten zijn haar paddenstoelbekers. Zet je ze ondersteboven neer, dan lijken het kleine rood-witte paddenstoelen. Draai je ze om, dan kun je eruit drinken. Ze heeft zelfs een enorme keramieken paddenstoel gemaakt die als bijzettafel of krukje kan dienen. Even verderop ontdek ik een complete tattoostudio. Hier laten bezoekers elfjes, Pokémon en andere fantasyfiguren op hun huid vereeuwigen. Sommigen komen ieder jaar terug voor een nieuwe tatoeage, zodat hun verzameling langzaam groeit. Een soort permanent festivalpaspoort, eigenlijk. Ik bewonder de vaste hand van de tatoeëerders, maar ook de moed van hun klanten. Zelf heb ik nog altijd geen tatoeages. Dat heeft misschien iets te maken met mijn geringe enthousiasme voor naalden. Bij fantasyboekhandel Het Verboden Rijk liggen ondertussen prachtige speciale edities en geïmporteerde boeken uit Engeland en Amerika. Eigenaar Danny Sondak blijkt werkelijk alles te weten over de verschillende fantasygenres, van cozy fantasy tot dark fantasy. Hij geeft me een boekentip, Big Bad Wolf van Laurie Gilmore, een nogal pikante variatie op Roodkapje. Vervolgens stelt hij me de vraag die ik als beginnend fantasyschrijver tegenwoordig steeds vaker hoor. Wanneer komt mijn eigen boek eigenlijk uit? Tja. Zodra ik het geschreven en herschreven heb, natuurlijk. Ik vertel hem dat ik nog midden in de eerste grote herschrijving zit. Gelukkig heb ik van andere auteurs geleerd dat je daar beter de tijd voor kunt nemen. Zeker wanneer je een nieuwe fantasywereld introduceert waarin je later nog meer verhalen wilt vertellen. En terwijl ik verder loop, besef ik dat ik op Elfia eigenlijk overal mensen tegenkom die precies hetzelfde doen als ik. Ze bedenken iets wat nog niet bestaat en proberen het vervolgens werkelijkheid te laten worden. Alleen gebruiken zij daarvoor stof, leer, keramiek of schmink, terwijl ik het met woorden probeer. Bij de Vikingen wordt serieus gevochten Op een groot open veld staan tientallen tenten. Er wordt gesmeed, er lopen krijgers rond met schilden en bijlen en overal zie ik mensen in historische kleding. Ik ben aangekomen in het Vikingdorp. Een van de deelnemers legt uit dat hier twee groepen samenkomen. Aan de ene kant zijn er historische re-enactors die proberen te laten zien hoe mensen in de vroege middeleeuwen leefden. Daarnaast zijn er fantasy-Vikingen, bij wie cosplay en rollenspel een grotere rol spelen. Ik raak aan de praat met een Vikingvechter die al zes jaar aan deze sport doet. Hij vertelt dat de gevechten behoorlijk intensief kunnen zijn, maar dat echte agressie absoluut niet thuishoort op het strijdveld. Juist omdat er met wapens wordt gevochten, moeten de deelnemers hun emoties onder controle houden. Na afloop voelt hij zich heerlijk ontspannen. Niet veel later ontmoet ik een Vikingpriesteres uit Uppsala. Ze draagt een bijzondere houten kroon, waarmee ze volgens haar gemakkelijker contact kan maken met de goden. Ik vergelijk haar voor de grap met een mobiele telefoon uit de Vikingtijd. Een soort verbinding tussen hemel en aarde. Dan klinkt er plotseling luid getoeter. Een groep Vikingen trekt in optocht naar de arena, waar de gevechten gaan beginnen. Ik loop een stukje mee en zie hoe de krijgers hun schilden heffen, met hun wapens op de grond stampen en vervolgens tegenover elkaar gaan staan. De gevechten zijn verrassend fel. Er wordt met bijlen gezwaaid, schilden worden op de grond gegooid en uiteindelijk wordt een van de krijgers met zijn eigen wapen verslagen. Gelukkig alleen voor de voorstelling. Bekende gezichten in een andere gedaante Wie regelmatig fantasyfestivals bezoekt, komt steeds vaker dezelfde mensen tegen. Al herken je ze niet altijd meteen. Dat is ook niet zo vreemd. Iemand die je de vorige keer als Pokémontrainer hebt ontmoet, kan vandaag zomaar als piraat of kabouter voor je staan. Bij een van de vijvers ontmoet ik Niels, die ik al jaren ken van zijn indrukwekkende cosplaycreaties. Vandaag is hij Bowser uit de Nintendo-spellen, maar dan in een wat meer alledaagse uitvoering. Zijn felrode haar, groene kleding en grote ketting maken meteen duidelijk wie hij voorstelt. Niels vertelt enthousiast over zijn andere creaties, waaronder een enorme Onix uit Pokémon en een indrukwekkend Buzz Lightyear-kostuum uit Toy Story. Dat laatste kostuum is zo gedetailleerd dat zelfs de naam Andy onder zijn schoen staat. Maar het mooiste aan ons gesprek vind ik iets anders. Niels gebruikt zijn kostuums ook voor vrijwilligerswerk en evenementen voor kinderen. Zo was hij aanwezig op een prikkelarme conventie in Arnhem, waar kinderen die moeite hebben met grote drukke evenementen toch hun favoriete helden kunnen ontmoeten. Hij vertelt hoeveel voldoening het geeft om een glimlach op het gezicht van een kind te toveren. En dat hoor ik die dag vaker. Twee prachtig uitgedoste tuinkabouters vertellen dat hun belangrijkste doel is om mensen aan het lachen te maken. Een groep glamourpiraten heeft ontelbare glinsterende steentjes met de hand op hun kostuums aangebracht, gewoon omdat ze het heerlijk vinden om anderen met hun verschijning te verrassen. Voor veel cosplayers gaat het niet alleen om het maken van iets moois. Het gaat ook om het plezier dat je ermee aan anderen kunt geven. De tuinen zijn minstens zo magisch Wat Elfia Arcen voor mij bijzonder maakt, is de locatie. De Kasteeltuinen hebben een enorme verscheidenheid aan landschappen en tuinstijlen. Je kunt er langs statige vijvers wandelen, maar ook door kleine bamboebossen, langs watervallen en over kronkelende paden tussen grote rotsblokken. Voor fotografen en cosplayers is het een ideale omgeving. In een tuin met vierkant gesnoeide bomen moet ik meteen aan Minecraft denken. Even verderop sta ik tussen enorme bamboestengels en lijkt het alsof ik ergens in Azië ben beland. Bij een rotswand ontmoet ik twee Griekse godinnen. De ene blijkt Artemis te zijn, de andere Athena. Wanneer ik vraag wie van hen het mooiste kostuum heeft, komt het antwoord verrassend snel: Aphrodite. Al